Federale Abdicatie. 15 maanden Hoempapa en Stilstand. België heeft een Intensive Care-Regering nodig

             450 dagen na de verkiezingen van 26 mei 2019 en 10 koninklijke opdrachten voor 15 personen later, staan we nergens. 15 maanden hoempapa, totempaaldansen en stilstand, 0 vooruitgang, terwijl ons land internationaal op quasi alle indicatoren al achteruitging. In de laatste 10 jaar hadden we, gedurende méér dan 3 jaar, op het belangrijkste politiek niveau van het land geen regering met volheid van bevoegdheid. Abdicatie van de politiek. Zelfs de grootste naoorlogse gezondheidscrisis leidt niet tot daadkracht. Ook het coronagebeuren zelf leidt te vaak tot politieke improvisatie. Corona leverde ons een onthutsende close-up van de bedenkelijke bestuurskwaliteit die ons land, federaal en regionaal, al zo lang kenmerkt.

BEZETTE GEBIEDEN

            Het is gemakkelijk daar de huidige politieke generatie voor te blameren, of nog, de onmogelijke staatsstructuur waarin na een reeks ‘staatshervormingen’ nauwelijks nog iets in beweging te krijgen is. Dat is niet de kern van de crisis, er zit diep betonrot in onze instituties.

            In weerwil van veel talent en goede wil, hebben de partijen over de laatste decennia een graf gegraven voor zichzelf. Naarmate ze zichzelf belangrijker wilden maken en onvervangbaar, hebben ze een infernale spiraal in gang gezet die hen eens zou veroordelen tot volledige impotentie. Met hun partijdige tentakels hebben ze de instituties herleid tot bezette gebieden, tot meerdere eer en glorie van zichzelf.  Onder hun oneigenlijk overgewicht in de talloze regeringen en parlementen, imploderen “beleidspartijen” tot relatief kleine fracties onderweg naar de kiesdrempel. De analyse is het recent krachtigst verwoord door Michael Porter (Katherine M. Gehl en Michael E. Porter, The Politics Industry. How political innovation can break partisan gridlock and save our democracy, 2020), de Amerikaanse politiek is in hetzelfde bedje ziek.

DE DOMINANTIE VAN PRIVATE BELANGEN

Essentiële taken, zoals de vorming van een regering na verkiezingen of de opstelling van ordentelijke begrotingen, worden niet meer vervuld. Een stuurloos parlement keurt enthousiast nieuwe – uiteraard niet-gefinancierde – structurele uitgaven goed: meerderheids- en oppositiefracties werkten er afwisselend aan mee, de rekening bedraagt ongeveer 1,5 miljard € op jaarbasis. Opvallend zijn daarbij uitgaven die gezien kunnen worden als vriendendiensten, op kosten van de gemeenschap, aan allerlei “bevriende” private belangen.

Ons modern en gedegeneerd democratisch bestel verleent inderdaad uitzonderlijk veel invloed en zeggenschap aan private belangen in de politieke besluitvorming.  Het fameuze algemeen belang werd een abstracte achtergestelde grootheid; de optelsom van private belangen is het substituut voor het algemeen belang, de toekomstige generaties worden achtergesteld ten voordele van de huidige. 

PARALLELLE BESLUITVORMING… VERWORVEN RECHTEN… REMMENDE FACTOR

            Veel private belangen zijn gelieerd met de ene of andere partij, men spreekt soms van het politiek-economisch en politiek-sociaal complex. Werkgeversfederaties, sectorverenigingen, syndicale unies, mutualistische  verenigingen,  activistische gezelschappen uit de civiele samenleving vinden via partijen makkelijk hun weg naar  voorkeurbehandelingen en gunsten van allerlei aard. 

            Die worden dan snel “verworven rechten”, een klassiek recept van slecht bestuur: niet kunnen of willen veranderen, omdat besluiten uit het verleden sacrosanct zijn – ook al zijn ze manifest gedateerd en vergen voortdurende wijzigende omstandigheden altijd bijsturingen. Tegengewerkt door verkeerd begrepen loyauteit aan het verleden, ten nadele van de toekomst.

De meer dan 800 fiscale aftrekken leveren een mooie staalkaart van deze fauna en flora, de samenstelling van vele gremia van mede-besluitvorming is een echo van deze verweving. 

De parallelle overlegdemocratie reproduceert een eigen representatief stelsel, op basis van groepsbelangen, met gedelegeerde zeggenschap, reglementerende en uitvoerende taken en verdienmodellen. Ooit geroemd als democratisch hoogtepunt, stokt ook dit stelsel  tot remmende factor op besluitvorming; waren gremia zoals de Groep van Tien ooit productiever, dan hebben ze nu moeite om nog met de echte oplossingen te komen. Een kuchje van een vakbondscentrale kan vandaag zomaar de staking van werkzaamheden van pre-formateurs uitlokken.

PARTIJDIGHEID VERVANGT REPRESENTATIE

            Het idee van parlementaire representatie rust op de opvatting dat men, eens verkozen, “volksvertegenwoordiger” is, iemand die “het volk”, iedereen dus, vertegenwoordigt. Dat sluit de ethiek en ambitie in om afstand te nemen van achterban en van partijdigheid. Art. 42 van de Grondwet, dat parlementairen verplicht om “de natie”, zoals het daar heet, te vertegenwoordigen, “en niet enkel degenen die hen hebben verkozen”, is normatief en taakstellend. Het verplicht om het mandaat met open geest en onafhankelijk op te nemen, namens alle inwoners van het land en ten bate van die algemeenheid – het algemeen belang dus.

            Deze grondwettelijke verplichting definieert wat de kern is van elk politiek ambt. Ook dat idee is  vervangen door partijdige aanhorigheid en onderdanigheid. De partij bepaalt wie op “haar” lijst staat en verkiesbaar kan zijn, de partij bepaalt ook al wat die persoon voortaan doet en laat. Het algemeen belang wordt niet gerepresenteerd, partijdige en partijbelangen domineren.

PARTIJGEZWELLEN

            Gehl en Porter beschrijven dit als de zelfbediening van politieke partijen, die zelf de regels maken voor hun juridische status en financiering, … een wel heel markante vorm van belangenconflict. Bij ons financieren  partijen  zichzelf rijkelijk met belastingsgeld; er is veel kritiek op het systeem maar het houdt zichzelf al jarenlang in stand (Bart Maddens e.a., De Prijs van Politiek. Over de portefeuille van politieke partijen, 2019). 

            Vaak al is “beslist” dat politieke benoemingen zouden worden uitgeschakeld, steeds vindt men toch weer het excuus om deze ongezonde politisering van het openbaar ambt voort te zetten. Het is een schandvlek op het openbaar bestuur. 

Alsof dat niet volstond, permitteren regeringsleden zich een faraonische hofhouding van partijgetrouwen, de zgn. kabinetten, die tussen de minister en de administratie opereren in een totale schemerzone. Net in dié sfeer worden de politieke beslissingen voorbereid en gefinaliseerd, met als hoogtepunt de “inter-kabinetten-werkgroep” (IKW), waarin partijdige kabinetsmedewerk(st)ers van de diverse ministers hun punten trachten binnen te halen. Wat krijg ik voor mijn partij los, is de kernvraag; het te bereiken doel van de beslissing wordt secundair, de zorg om de behoorlijkheid en efficiëntie van de beslissingen verdwijnt naar de achtergrond.  Het maakt ons bestuur belachelijk duur, inefficiënt en onsamenhangend. Te vaak affairistisch ook. De IKW’s zijn de dagelijkse labo’s van onze achteruitgang: politiek micromanagement, en partijpolitisering van werkelijk àlles.

WAT NU?

            De politiek loopt nu vast, het kan niemand echt verrassen. Het systeem werd zo decadent dat het niet langer oplossingen kan genereren, het faalt  (Ross Douthat, The Decadent Society. How we became the Victims of our own success, 2020). Dit is een systemische misgroei van ons democratisch bestel, die al langer beschreven is, ook bij ons (Wilfried Dewachter, De trukendoos van de Belgische particratie. Een Europese schande, 2014). Het is de oude kanker van de particratie, die zich in de naoorlogse geschiedenis op aberrante wijze heeft genesteld in de kern onze politieke machinerie, ze heeft het wezen ervan veranderd.

Deze generatie erfde het van haar voorgangers, maar men kan haar wel aanrekenen de systemische misgroei van de partijdige greep op de instellingen niet te hebben bijgestuurd. Ze ziet dit spel als normaliteit – net trouwens zoals vele politieke analisten en journalisten, die de fenomenen hiervan te veel volgen als ging het om bokswedstrijden met winnaars en verliezers (Steven Pinker, Enlightenment Now, 2018).  De essentiële vragen worden nog weinig gesteld, iedereen leeft te oppervlakkig mee op het ritme van de dag. 

DE NIEUWE NORMALITEIT: dysfuncties, stilstand en incompetentie

Gehl en Porter starten hun recent boek met de anecdote van de vis. De anecdote wil dat twee jonge vissen een oudere vis tegenkomen die de andere kant uitzwemt; die knikt naar ze en begroet hen met een vrolijk ‘Hello gasten. Hoe is het water vandaag?’ De jonge vissen zwemmen door, en wat verder vraagt de ene vis aan de andere ‘Wat zou dat toch zijn, “water”? De vissen kennen geen water: de les is dat het moeilijk is om datgene waarmee we vertrouwd zijn, te zien. Zelfs als we erover klagen, stellen we daar geen vragen over, we kunnen er toch niets aan wijzigen, het is de normaliteit. En zo accepteren we met zijn allen te gemakkelijk dysfuncties, stilstand en incompetentie, aldus Gehl en Porter.

KRACHTIGE REGERING NODIG

Er is al sedert december 2018 een krachtige regering nodig, laat ons zeggen dat de laatste federale regering met volheid van bevoegdheid niet echt presteerde in lijn met de hoge verwachtingen die ze verkondigde. Ons land boert systematisch achteruit in internationale rankings en is niet in staat zijn verzorgingsstaat behoorlijk te financieren (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/), de staatsschuld neemt buitensporig toe, zelfs pre-corona.

Schijnbaar presteert de verzorgingsstaat wel, maar we exporteren de kost daarvan naar de jongere generaties, een volstrekt onethische toestand. Dat heet staatsschuld, een drama dat het vooruitgangsgeloof aantast en economisch zeer risicovol is, zeker met een begrotingstekort van tussen 50 en 70 miljard €… We konden één coronapiek bufferen, maar zijn slecht gewapend voor volgende opstoten, en de economische schade komt nog grotendeels op ons af.

Een krachtige regering is dus nodig. In de regel cirkelt  regeringsbeleid bij ons ietsjes links of rechts van het centrum – een voordeel van coalitieregimes. Dat het beleid van de regering-Michel “ultra-liberaal” of “anti-sociaal” wordt genoemd, is politieke marketing, gekenmerkt door slogans en extremiteiten, losgezongen van de werkelijkheid. Beleid moet steunen op feiten en moet feiten managen naar ambitieuze haalbare doelstellingen. Punt. Zouden partijleiders écht denken dat de feiten zich aanpassen aan hun partijprogramma’s?

            Laat ons eerlijk zijn. Het is weinig waarschijnlijk dat we vandaag in de partijdige retoriek en het onderling wantrouwen de grondslag vinden voor een krachtig en performant team dat opgewassen is tegen de fenomenale uitdagingen van vandaag. 

INTENSIVE CARE-REGERING NODIG

            Dan is er nog dringender  behoefte aan een klein krachtig urgentieteam met een corona-transitie-plan, een intensive care-team voor de federale staat. Misschien moet een extern onafhankelijk persoon die in elkaar zetten, een intendant, zoals Itinera al in april voorstelde. Corona is nog minstens een  jaar of langer een acute dreiging, we kunnen ons het gestoethaspel van de voorbije periode niet blijvend veroorloven. De parlementaire fracties hebben de ethische plicht om een crisisregering het vertrouwen te geven om corona beter aan te pakken. Echte federale staten creëren daarvoor performante interfederale besluitvormingsteams met hun kantons of Länder, waarom kunnen wij dat niet ?

            Het economisch relanceplan waarvoor de elementen op tafel liggen vergt moed en volharding, terwijl de partijen teren op wantrouwen en twijfel – gedicteerd door electorale berekening. Kunnen ze éénmaal zichzelf overstijgen? Dat is wat we nù, direct, nodig hebben. Niet over drie of vier maanden, het onverantwoordelijk getalm heeft al tergend lang geduurd.

            Het interfederaal noodteam heeft ook de steun nodig van de federale en regionale parlementen en moet bijzonder transparant verantwoording afleggen over zijn beleid aan de parlementen. Het moet zich laten bijstaan door administraties en experten, en niet door partijhoofdkwartieren en spindoctors van allerlei slag. In die gremia moet men eens heel diep in de spiegel kijken. De bevolking heeft al lang door wat in die spiegel te zien is, nu de verkozenen van meerderheid en oppositie nog.

OPPARTIJDIGE RESET VAN DE POLITIEKE ZEDEN

            Er is behoefte aan een totale “re-set” van de verloederde politieke zeden, de opgave van partijdigheid als dominante strekking in de politiek en de heruitvinding van een levendige en daadkrachtige democratie. Er zijn al schitterende basis-analyses en vernieuwingsvoorstellen beschikbaar, zoals : Horizon 2024: http://horizon2024.s3-website-us-east-1.amazonaws.com/

            Laat een niet-partijpolitieke staatsconferentie daar een jaar aan werken, met alle expertise die daarvoor nodig en nuttig is.

STAATSSTRUCTUUR-RESET

            Onze staatsstructuur is volledig ontspoord. We hebben te veel, te dikke, te dure en te inefficiënte regeringen en nomenclaturen, zowel federaal als regionaal als lokaal, met Brussel als uitsmijter. Ook hier dient een “re-set” gezocht. Het kan zo niet verder. De opeenvolgende staatshervormingen zijn mee ingekleurd door partijdige belangen, ten nadele van het algemeen belang. Dit nadeel is vandaag zo groot dat de welvaartscreatie erdoor wordt bedreigd. We hebben behoefte aan een krachtig beginsel van Bundestreue,een solidair samenwerkingsmodel, homogene bevoegdheden, en een positieve politieke cultuur gericht op goed bestuur, resultaten en verantwoordingsethiek.

            Met één van de duurste overheidsapparaten van de OESO-landen zijn we niet eens in staat om nu, na zes maanden coronabeleidservaring, fijnmazig en goed gecoördineerd te werk te gaan. Een verdienstelijk provinciegouverneur moest in het meest bedreigd gebied de zaak redden, tja…

            Laat ons de bestuurslagen-lasagne  reduceren tot wat bijdraagt tot welvaartscreatie, tot eenvoud en samenhang. Laat ons krachtige homogene bevoegdheidspakketten maken zodat we gewapend zijn voor de vele uitdagingen die ons wachten, van armoedebeleid (dat zou een goed idee zijn!) over klimaatvoorbereiding, van efficiënt bestuur naar een echte verantwoordingscultuur.

            Zet ook op die constitutionele re-set de niet-partijpolitieke staatsconferentie in, met de beste brainsvan het land. Vergeet het grondwettelijk imbroglio van de opeengestapelde staatshervormingen, dat model is gedateerd en voorbij. Maak de meest performante structuren voor de bouw van succes, van welvaart die onze verzorgingsstaat in stand kan houden én kan herfinancieren. Laat solidariteit rusten op gedeelde verantwoordelijkheid, plichten en bijdrage in een duurzaam model dat rust op vertrouwen.


VERTEL DE WAARHEID

            Stop het politiek magisch denken dat we “partijprogramma’s” noemen en verziekt is door instandhouding van het verleden door te veel zelfbediening. De lectuur van wat voor de verkiezingen allemaal werd beweerd is onthutsend. Marketingpraatjes met plannen die vooral toch geschikt waren voor een ander land, een land met een lage overheidsschuld, grotere economische groei, een hoge activiteitsgraad van de bevolking, en goed bestuur. Veel wensdenken en dromen.

            Geef het gespin en de verziekte communicatie, die verdeelt en polariseert, op. Benoem één woordvoerder voor elke regering, niet een heel leger kabinetsjongens en – meisjes voor elke regeringslid, die de hele dag moeten spinnen op sociale media. Wees eens ernstig. De grootste stommiteit van de politieke marketing is dat men niet slechts zijn eigen product aanprijst, maar tracht het product van zijn tegenstrevers en die tegenstrevers zelf onderuit te halen. Die dagelijkse illustraties van morele superioriteit, en de neerbuigendheid naar andere ideeën of personen tonen toch vooral de naaktheid van de keizers van de Wetstraat.

            Laat ons vertrekken van de toestand zoals die is: de ontgoochelende “facts and figures” (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/).Bouw daarop uw beleid. Kijk naar de voorbeeldlanden die het aanmerkelijk beter doen, Zwitserland, Scandinavië, Duitsland, Nederland… Vergeet de achteruitkijkspiegel, betrek het welzijn van de volgende generaties bij uw beleid, geef onze jongeren een wervend toekomstperspectief, herinvesteer en reanimeer de motor van de welvaartscreatie, bouw de immense staatsschuld af over enkele decennia. Ontluis de instellingen en administraties van alle oneigenlijke beïnvloedingen van de laatste decennia, maak krachtige beleids- en beheerteams die performant kunnen zijn en presteren. Het kan hoor, de voorbeelden zijn er, en we hebben er het talent voor. Zoals de Bond Zonder Naam het formuleerde: Verbeter de wereld, begin bij uzelf! Best moeilijk om te doen, maar wel nodig.


WANTROUWEN WERKT NIET

            Het partijmodel van de laatste decennia werkt niet meer. Mee aangestookt door de infernale dynamiek van social mediawerd het een spin-model dat is losgezongen van de werkelijkheid. Het leidt tot ondergang: alle beleidspartijen gaan drastisch achteruit en ze zuigen het land mee de dieperik in. Toch denken ze nog altijd te winnen bij meer van hetzelfde. Einstein wist al: “We can not expect things to change if we keep doing the same things” (1955):

            “Een crisis is de grootste zegen voor mensen en naties, want een crisis brengt vooruitgang. Creativiteit komt voort uit angst, zoals de dag uit de donkere nacht komt. Crisissen provoceren inventiviteit, ontdekkingen en geweldige strategieën. Wie een crisis overwint, overwint zichzelf zonder ‘gepasseerd’ te worden. Wie leert van de mislukkingen en moeilijkheden van een crisis, maximaliseert zijn talent en ziet sneller de oplossingen dan de problemen. 

            De echte crisis is de crisis van incompetentie. Wat zowel voor mensen als voor naties moeilijk is, is de luiheid bij het zoeken naar oplossingen en uitwegen. Zonder crisis zijn er geen uitdagingen, zonder uitdagingen is het leven een routine, een langzame pijn. Zonder crisis is er geen verdienste. In crisis komt het beste van elk naar voren, want zonder crisis zijn alle winden slechts milde briesjes. Alleen maar praten over crisis betekent dat we haar vergroten, erover zwijgen betekent dat we haar aanvaarden. In plaats daarvan moet er hard gewerkt worden. Laten we eens en voor altijd stoppen met de enige gevaarlijke crisis, namelijk de tragedie van niet te willen winnen.”

HET PUBLIEK HEEFT DE POLITIEK AL LANG DOOR

            Nog slechts 25% van de Vlamingen spreekt zijn vertrouwen uit in zijn instellingen en politieke leiders. Dat is lager dan het gemiddeldein de Europese landen, dat op 43% ligt, toch ook een minderheid (Eurobarometer, European Social Survey, VRIND-indicatoren). Burgers hebben de politiek helemaal door, terwijl politici nog steeds denken dat hun manier van doen hen nog steeds zand in de ogen strooit.

            Juist wanneer beleidsmensen het grootste vertrouwen van het publiek nodig hebben, nu de uitdagingen grandioos groter zijn dan enkele maanden geleden, erodeert dat vertrouwen snel(OECD, Trust and Public Policy. How better Governance can help rebuild Public Trust, 2017: https://read.oecd-ilibrary.org/governance/trust-and-public-policy_9789264268920-en#page1). 

Mensen zijn op de proef gesteld bij de financiële crisis toen ze zich grotendeels onbeschermd voelden door politieke autoriteit, door de invloed van tragere economische groei op tewerkstelling en inkomen, door globalisering en banenverlies, maar ook door aanhoudende fenomenen van slecht bestuur, verspillingen, gekibbel en stilstand, door de afwezigheid van overtuigende antwoorden op terrorisme, klimaatvraagstukken, migratiestromen, energie-onzekerheid, globalisering en de opkomst van autoritaire staten – zelfs binnen de Europese Unie. 

            Er zijn twee factoren, aldus de OESO-studie, die vertrouwen bijbrengen: de kunde van onze politieke leiders, en de wijze waarop ze de basiswaarden van onze samenleving toepassen en uitdragen. Als grote competentie blijkt door constant en goed bestuur en als politici tonen dat ze altijd en overal de waarden die ze belijden ook beleven, groeit de sensatie van behoorlijk bestuur, van faire behandeling en van vertrouwen. Beleid moet met faire processen én faire resultaten die werken voor alle burgers, ten dienste staan van de burgers, dat is de essentie van een verkozen mandaat. Laat ons eerlijk zijn, dat is niet de politieke werkelijkheid.

            Burgers voelen zich de speelbal van politieke spelletjes en mediocriteit, van onbekwaamheid en fratsen. De overheid slaagt er niet in haar burgers elementair te beschermen tegen moderne onzekerheden – die van existentiële aard zijn; corona heeft dit op een onthutsende manier naar voor gebracht. Bovenmatige inspanningen van de medische en verpleegkundige wereld hebben veel rechtgetrokken, maar het beleid is te zwak gebleken. Dat kan niet langer ontkend worden, hiervan wegkijken zou misdadig zijn.

            Het OESO-rapport voert aan dat het onthutsend is om te zien dat bedrijven de focus leggen op positieve marketing, die consumentenvertrouwen rond hun producten moet inspireren. In contrast daarmee, aldus de OESO, is vertrouwen helemaal geen actief bestanddeel  van politiek bestuur en beleid. De politiek is dubbelzinnig over zijn product. Het échte product is de onpartijdige representatie van de gehele bevolking met het oog op goed bestuur, efficiënt gebruik van de publieke middelen en vooruitgang. Helaas focussen partijen eerder op een andere doel, puur electoraal winstbejag, berekening van wat hen electorale winst zal brengen. 

            Hoewel die strategie enkel maar achteruitgang oplevert, gaan ze daar koppig mee door. Porter merkt op dat moderne partijstrategieën nu vaak het politieke midden vergeten, en focussen op de extremen die niet dominant zijn in de samenleving, maar wel in de social media. Daarmee maken ze het zichzelf moeilijk of onmogelijk om nog met oplossingen te kunnen komen. Ze leggen zelf de nadruk op politieke verdeeldheid, partijdige argumentatie en blokkeringsstrategieën. Daar zit de grootste bedreiging van onze instituties, en de grootste valkuil voor jonge politici en hun partijen, die fantasmen blijven promoten en daardoor tot impotentie vervallen.

            Burgers hebben recht op een vertrouwenwekkende omgeving. Zij investeren in de politiek met hun stem en met hun centen (die partijen zich nogal enthousiast toe-ëigenen), en ze hebben gelijk daar een grote “return on investment”voor terug te eisen. 450 dagen stilstand zijn het omgekeerde daarvan en ondermijnen de performantie van ons land om de gigantische uitdagingen aan te pakken.

            De politieke retoriek staat in zijn hemd. Tijd voor grondige verandering: onze huidige generatie politici is nog jong, het is nu haar verantwoordelijkheid om deze verandering te initiëren, tenzij ze de stok wil doorgeven aan de extreme partijen van links en rechts die de democratie tenslotte totaal zullen vernietigen.

Prof dr em Leo Neels

CEO Itinera

20 08 2020 Ook gepubliceerd bij http://www.knack.be :

http://www.knack.be/nieuws/belgie/corona-leverde-een-onthutsende-close-up-van-de-bedenkelijke-bestuurskwaliteit-die-ons-land-al-zo-lang-kenmerkt/article-opinion-1631619.html

Trial by Media. Alweer.

                  Er is al veel inkt gevloeid over de dood van Sanda Dia bij zijn zgn. studentendoop bij de studentenclub Reuzegom in december 2018. Vooral ook recent, bij de bekendmaking van de essentiële feiten van de wedersamenstelling tijdens het gerechtelijk onderzoek. De zaak is verzonden naar de Raadkamer die op 4 september moet oordelen over verwijzing naar de strafrechter van een hele reeks leden van Reuzegom, op betichting van “opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding en onterende behandelingen.”  Sommige academici richtten hun scherpe pijlen op de KULeuven en Rector Luc Sels, omdat de universiteit in een tuchtprocedure te slap zou hebben gereageerd.

                  Rector Sels heeft in een Open Brief omstandig, helder en sereen zijn standpunt weergegeven (DS 30 juli) op het verwijt van laksheid bij de tuchtrechtelijke beoordeling door de universiteit, die moest oordelen op basis van schaarse beschikbare feiten. Hij verdedigt de universiteit in deze moeilijke omstandigheden met geheven hoofd. Voor wie goed leest met veel nuance, aangegrepen door de volstrekte verwerpelijkheid van de feiten zoals we die nu kennen, en zich bewust van de verregaande normloosheid van de clubleden. Maar ook van de waarden die men in moeilijke omstandigheden moet blijven verdedigen. Al de waarden, die van de zwaar getroffen familie en vrienden van Dia, die van de samenleving en van een universiteit, die van studenten in opleiding – verdacht of niet – en de rechtsstaat.

                  De nuance waarmee hij dat doet gaf volgens sommigen blijk van een gebrek aan empathie voor de nabestaanden. Anderen pleiten voor directe en krachtige maatregelen en honen dat de toenmalige studenten hun studie aan de Universiteit konden afmaken. Het gaat van emotionele reacties tot oproepen tot onmiddellijke zware tuchtrechtelijke sancties.

                  In emotionele rechszaken, zeker die over leven en dood is dit de moderne wetmatigheid. Saillante details krijgen zeer veel persaandacht, profiling van academici of “de elite” gaat door als argument, standrechtelijke executie wordt de norm. Social media zijn in deze sfeer gemakkelijk de galgenvelden van de 21steeeuw, ook sommige media met een professionele redactie maken ruimte voor quasi-oproepen tot standrechtelijke executie. 

                  Het was in die atmosfeer nodig en moedig dat Rector Luc Sels zijn standpunt omstandig uiteenzette, met duiding van de zeer diverse samenhangende elementen en een tijdslijn. Die noopte de Universiteit in dit tragisch en stuitend geval om tuchtrechtelijk op te treden zonder dat tuchtoverheden onderzoeksbevoegdheden hebben en lang voordat het gerechtelijk onderzoek was afgerond. Terecht riep hij op om een proces in de media (“trial by media”) te voorkomen. Dat wordt immers al volop gevoerd. 

Sommige commentatoren zien daarin dan weer een oproep rond het slachtofferschap van de beklaagde studenten die zich in rechte zullen moeten verantwoorden (DM 11 aug.), zelfs met een bizarre analogie naar de na-oorlogse repressie-processen; begrijpe wie kan! Ze hadden ook kunnen overwegen dat de oproep dat de rechterlijke macht de zaak in sereniteit ten gronde kan beoordelen, veel belangrijker is in een rechtsstaat dan wat commentatoren van allerlei slag, die meestal geen enkele kennis hebben van welk dossier de Universiteit destijds tuchtrechtelijk kon beoordelen, noch van het dossier van het gerechtelijk onderzoek, daar nu emotioneel van vinden.

Ingezonden aan De Morgen, niet gepubliceerd.

Leve de rechtsstaat! Ook bij coronabestrijding.

            De coronapandemie heeft verdedigers van utopiëen en dystopiëen ruim geïnspireerd. Recent werd ook het einde van de rechtsstaat uitgeroepen. Het is goed dat er kritische grenswachters van de rechtsstaat zijn, maar de proclamatie van de bananenrepubliek door De Groote en Verelst (Jan De Groote en Karin Verelst, “Wordt corona het einde van de rechtsstaat?” op vrtnws/opinie, 31 juli) is overdreven.

            Wat zeker waar is, is dat we een land zijn van slordige wetgeving, gammele regulering, en wankel beleid. De coronacrisis heeft ons, weer eens, in de spiegel doen kijken van  sukkelachtig beleid, negatie van wetenschappelijke expertise, improvisatie van de bovenste plank en totale politisering (https://www.itinerainstitute.org/wp-content/uploads/2020/07/Coronaplan-Itinera.pdfenhttps://www.youtube.com/watch?v=WrHaAn4bRDU&feature=youtu.be).

Er zijn ook goede zaken, zoals de alerte reactie van de ziekenhuizen en hun bemanning, de vigilantie van de huisartsen, of (zeer vaak toch) de heldere communicatie van virologen en infectiologen. Of nog, de moedige actie van thuiswerkende ouders met hun kinderen, of de relatief snelle introductie van digitaal onderwijs. Politiek en beleidsmatig ageert ons land   middelmatig, maar Belgen zijn creatieve plantrekkers die er het beste van maken. Tientallen initiatieven bewijzen dat weer.

TEN STRIJDE TEGEN DE KARIKATUREN

Terug naar de rechtsstaat. De Groote en Verelst slaan groot alarm naar aanleiding van de avondklok en de verplichte quarantainemogelijkheid, die ze  neersabelen als manifest ongrondwettig. Zou het? Ik durf te betwijfelen dat hun kritiek terecht is – ook al kan het zo zijn (maar dat is niet echt hun argument) dat er links of rechts een kritische aanmerking kan passen bij de motivering van een maatregel. Misschien is de wettelijke grondslag van elke maatregel niet perfect? Niet uitgesloten, maar hun theatrale uitval over de ongrondwettigheid past enkel bij hun karikaturale voorstelling van de maatregelen. 

LEGITIEME BEPERKINGEN AAN FUNDAMENTELE RECHTEN

Grondwettelijke rechten en vrijheden zijn fundamenteel, maar niet absoluut. Ze kunnen beperkt worden met het oog op bepaalde legitieme doeleinden, waarvan volksgezondheid er in elk geval één is.  Beperkingen moeten evenredig zijn; ze mogen niet groter zijn dan noodzakelijk is om het legitieme doel te bereiken, en men moet ernaar streven om een maximum aan vrijheid en rechten te vrijwaren.

De evolutie van de tweede piek van de coronabesmetting rechtvaardigt veel, zoals de auteurs ook terecht aanvoeren. Zeker een samenscholingsverbod, dat net zoals de 1,5-meter-regel of het mondmasker de besmetting tussen personen tracht te beperken. Handhaaf het samenscholingsverbod strikt, zeggen de auteurs, dan is de avondklok niet nodig. Maar de avondklok is net nodig omdat een strikte handhaving van het samenscholingsverbod nu eenmaal niet mogelijk is, de vele verdoken feesten en partijen tonen dat aan. Strikte handhaving zou ongetwijfeld ook een inzet vergen van middelen die buitenproportioneel is.

Ze geven toe dat het samenscholingsverbod geldig is, omdat het verbod het vrij gebruik van de openbare ruimte enkel beperkt;  de avondklok is volgens hen ongeldig  uit zichzelf, omdat ze het gebruik van de publieke ruimte geheel verbiedt, en dus geen vrijheidsbeperking is maar een vrijheidsberoving. Zou het? Net zo goed kan aangevoerd worden dat de avondklok enkel een beperking is van het gebruik van de publieke ruimte gedurende 6,5  van de 24 uur, niet meer dan dat, en op een moment dat we daar in het algemeen al het minst gebruik van maken. Al onze rechten en vrijheden blijven tijdens de avondklok intact, zij het in privatieve ruimten; enkel de vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, wordt tijdelijk ingeperkt.

ONWAARSCHIJNLIJKE VRIJHEDEN

Ze gaan zo ver om de avondklok te vergelijken met huisarrest of preventieve gevangenzetting. Preventieve gevangenzetting, zoals bij voorlopige hechtenis, berooft een persoon, onder omstandigheden, van al zijn vrijheden. Dat is met de avondklok helemaal niet het geval. Ze vallen ook de quarantaineverplichting aan na terugkeer uit een als besmet aangemerkt buitenlands gebied, en oordelen dat dergelijke maatregel de vloer aanveegt met alle basisbeginselen van de rechtsstaat, en “een bananenrepubliek waardig” is.

Le ridicule ne tue pas.We genieten onwaarschijnlijke vrijheden, en van elke burger wordt een bijdrage gevraagd om reëel besmettingsrisico te mijden door tijdelijk uit de publieke ruimte weg te blijven indien we mogelijk een besmettingsrisico voor anderen vormen. Dat is in het algemeen al zo; bij terugkeer uit kritieke gebieden legt men een verplichting op. Het is de tegenhanger van een blijvende ruime verplaatsings- en reisvrijheid. Is dat te veel gevraagd ten opzichte van een drama zoals de tweede coronapiek, die op dit ogenblik mogelijk uit de hand loopt?

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            Hier ontbreekt in hun beoordeling een belangrijk stuk van de rechtsstaat: de plichten en verantwoordelijkheden van eenieder, zowel overheden als burgers. Overheden hadden zeker beter gekund. We hadden na het gestuntel in maart gewenst dat we vandaag performante “tracking and tracing” zouden hebben, met adequate testingen dus zeer selectieve en doelgerichte interventies. Daar zijn we nog niet, onze overheden krijgen het maar niet goed. België, met zijn vele, dikke en dure overheden op zijn smalst…

Maar burgers hebben eigen plichten en verantwoordelijkheden, zo wordt het in de Europese Mensenrechtenconventie – die op dit punt zeker zo belangrijk is als de Grondwet – letterlijk bepaald. Burgerzin is er één van. En wanneer we daar – we zijn Belgen, nietwaar, plantrekkers die denken dat de regels er zijn voor de anderen – niet spontaan performant genoeg in zijn, kunnen maatregelen ons daarbij helpen. Daar is echt niets mis mee. 

Best realiseren we ons allen dat we nu dringend en performant moeten handelen tegen verdere besmetting. Dan wil ik met collega’s De Groote en Verelst de rechtsstaat een keer re-setten, denk maar aan de federale abdicatie van verkozenen, die hun publiek mandaat, dat een opdracht is om te handelen, een lastgeving, verkwanselen.

Want er zijn belangrijker inbreuken dan de imaginaire karikaturen waartegen ze uitrukken… 

BREEK RACISME MET DEBAT

De universiteit van Leuven haalt het standbeeld van Leopold II weg uit haar bibliotheek. Het is een zwaktebod tegenover radicale eisen, omdat precies een universiteit  zoveel meer kan bieden in een correct maatschappelijk debat. Eens waren die beelden bedoeld als hulde aan de toenmalige vorst, inbegrepen zijn koloniale heldendaden. Vandaag staan ze verweesd in de publieke ruimte, als verwijzing naar een besmeurde pagina uit onze geschiedenis en een verwijzing naar periodes waarvan we politiek en ethisch afscheid namen. Bemoeizuchtige koningen met een eigen beleid werden ingekapselde symboolfiguren zonder zeggenschap of eigen beleid. Kolonialisme werd een afgesloten hoofdstuk, dat vandaag huiver inspireert en zeer kritische afstand. 

            Moet alles en iedereen uit het straatbeeld? Er worden ook beelden van Churchill belaagd: zijn beleid in India was bedenkelijk, maar zijn rol in de beëindiging van de tweede Wereldoorlog is wereldklasse. Weg daarmee?! Radicale identitaire polarisatie maakt gevoelens prominent, diskwalificeert personen die belast zijn met een “wit privilege”, en belemmert debat. We hebben betere oplossingen in een democratie.

DE MOEILIJK GESCHIEDENIS

Beeldenstormen zijn zaken die in de geschiedenis voortdurend weerkeren en niet steeds geweldloos verlopen, zoals nu ook bij ons. Het gebeurde om religieuze motieven in onze contreien in de 16deeeuw, en het werd vermeld in geschiedenislessen omdat “onze” rooms-katholieke godsdienst werd aangevallen. De “damnatio memoriae” bestond als bij de Romeinen: de vervloeking van de nagedachtenis, waarbij men afbeeldingen en beelden van keizers die na hun dood in ongenade vielen verwijderde.

            Op het moment van een gewelddadige regimewissel, zoals bij de verdrijving van Hoessein uit Bagdad, kan men zich daar iets bij voorstellen maar in vredestijd en naar aanleiding van een racistisch incident in de USA? Symboliseert een beeld van Leopold 2 het vandaag ingebakken “structureel racisme” van “de” Belgische bevolking, of het “institutioneel racisme” van “het” Belgisch beleid? Is het het onverdraaglijk symbool van ons wit privilege? Het zijn belachelijke proposities. De hamvraag: hoeveel vooruitgang wordt er geboekt met symbolenstrijd en naast-de-kwestie-argument ?

AI AI, DE MOEIZAME GESCHIEDENIS…

            De beeldenvernietiging en -verwijdering is vooral een teken van de moeilijke omgang met de geschiedenis en met de beginselen van de verlichting, in dit geval het gelijkheidsbeginsel. Dat gelijkheidsbeginsel stond al in de Grondwet, maar zijn verwezenlijking is moeizaam. Denk aan stemrecht voor vrouwen dat pas in 1948 ingevoerd werd, terwijl gelijkheid was toegezegd in 1831. Maatschappelijke opvattingen evolueren traag,  dat is eigen aan een democratie waarin we zonder geweld vooruitgang boeken en in goed publiek debat.  En de geschiedenis, we vergaten ze en we leggen er te weinig nadruk op. De Dossinkazerne is een merkwaardige uitzondering, maar dat er een Hannah Arendt-Instituut moest naast komen is veelzeggend over onze problematische omgang met de geschiedenis en onze memorie aan tragische episodes ervan.

Tegen die achtergrond leven we eigenlijk in een soort van apartheidsland, met Joodse, Marokkaanse, Turkse, Congolese, … enclaves. Het is niet eens verkeerd om ook te zeggen: met Vlaamse en Franse taalgebieden. Dat onze politici er federaal niets meer van bakken is veelzeggend; dat is geen racisme, het is onvermogen van behoorlijk publiek debat, ook onder  hoofdzakelijk blanke mensen.

MOEIZAME INCLUSIE IN EEN ULTRADIVERSE SAMEN-LEVING

We zijn er niet goed in geslaagd om personen met andere herkomst goed op te nemen in onze samenleving. Ze worden als burgers behandeld en nemen deel aan de voorzieningen van de verzorgingsstaat, doch op te veel gebieden zijn ze geen volwaardige geïntegreerde leden van onze samen-leving. Veel families blijven geïsoleerd in hun gemeenschappen, kinderen leren niet snel genoeg Frans of Nederlands, ze hebben dan problemen op school en worden schoolverlaters. Met hun beperkte vaardigheden vinden ze geen job. Er is veel welvaartsdeling, maar te weinig aanklampend beleid om van integratie een succesverhaal te maken en een rijkdom voor het land. En zo blijven we sukkelen in de arbeidsmarkt, de huurmarkt en op te veel andere maatschappelijke domeinen. Sommige steden en gemeenten beginnen langzaam wel resultaten te boeken met effectief beleid.

Zijn we “structureel racisten” en zijn we als “autochtonen” met ons “wit privilege” in de onmogelijkheid om de onaanvaardbaarheid van achterstandsbehandeling te bevatten? Dat zijn conversation stoppers,die het debat belemmeren en de oplossingen uitstellen. 

GOEDE CENSUUR BESTAAT NIET

Pluralisme, ruimdenkendheid en openheid voor andere meningen zijn de sterkten van de democratische waarden. Dan moeten we, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens, symbolen van wat in de geschiedenis verkeerd was leren aanvaarden, en de emoties die ze kunnen oproepen of die men erop projecteert kunnen overstijgen. In de democratische samenleving verbieden we geen uitingen op basis van een dictaat van publiek gevoel.

Goede censuur bestaat niet. Zet er open publiek debat tegenover.   Ongetwijfeld is er een bijzonder brede consensus in onze samenleving tegen racisme, maar geweld en censuur zijn de slechtste methodes om een vruchtbaar publiek debat dat vooruitgang kan tot stand brengen, te voeden. De beelden kunnen goede tekens worden van wat we niet meer willen. Maar dan moeten ze wel zichtbaar blijven. Het betere antwoord op bad speech is more speech, niet less speech. Daar heeft de academische en de politieke wereld toch een beter aanbod dan symbolische beeldenverwijdering?

Corona : Rechtsstaat of Willekeur ?

Onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen is nu fors ingeperkt door buitengewone verbodsbepalingen…. je moet je verantwoorden over het essentieel karakter van een verplaatsing, naar zee of naar de kust is niet toegelaten. Je mag niet zien wie je wil wanneer je dat zou willen, je kring wordt nu van overheidswege beperkt. Ook aanraken is verboden, zelfs te dicht komen is sanctioneerbaar. Dat is wennen. Is het ook normaal in een rechtsstaat?

De vrijheidsbeperkingen zijn verantwoord door een dwingend motief van volksgezondheid : de vertraging van de verspreiding van een virus waarvoor we noch een vaccin noch een geneesmiddel hebben. Ze zijn tijdelijk van aard en dergelijke beperkingen moeten in een redelijke verhouding van evenredigheid staan tot een legitiem nagestreefd oogmerk.

MEDIA ALS RAMPTOERISTEN

We ondergaan dat  vrij rustig, met wat gezeur en gemor. Bij elke maatregel volgt een  litanie van gemekker en geneuzel,  een zoektocht naar de gammele formulering, het gaatje voor ons plantrekkerstalent. De media werden de ramptoeristen van dit volksgevoel. We laten ons soms van onze beste en soms van onze kleine kant kennen.

Het zijn wellicht ook de rituelen waarover we beschikken om onze onwennigheid met zulke vrijheidsbeperkingen te uiten. Zou het kunnen dat we onze grote vrijheden misschien beter naar waarde schatten, nu de uitoefening ervan aan flinke beperkingen onderworpen is?

WAT DEED U VORIGE WEEK OP WOENSDAGAVOND?

Sommige debatten gaan over het recht op bescherming van ons privéleven. Onze private zaken gaan niemand aan. Maar op dit ogenblik dus wel: je kan nu namens de overheid gecontacteerd worden omdat je recent vermoedelijk te dicht bij een besmet persoon kan geweest zijn. In een project dat meer kost dan 100 miljoen €, kunnen meer dan duizend “contact tracers” je nu trachten te spreken. Voor je eigen bestwil, dat wel, maar toch ongemakkelijk. Ze zullen het met delicatesse doen, zo werd aangevoerd om het gesprek buiten onze comfortzone te faciliteren.

Dit is geen inbreuk op onze bescherming van het privéleven, al is het ongewoon. Je wordt ingelicht van een potentieel gezondheidsrisico dat je wellicht niet kende of veronachtzaamde, omdat het legitiem oogmerk van de overheid is de verdere uitbraak van het virus te stoppen. Dat mag: zowel de economische welvaart als de volksgezondheid zijn, volgens het Europees mensenrechtenverdrag, legitieme oogmerken die toelaten om tijdelijk de noodzakelijke beperkingen op te leggen aan de bescherming van ons privéleven, uit hoofde van volksgezondheid. Anonieme ‘tracing’ was beter geweest, en door zijn anonimiteit zelfs geen inbreuk. Maar deze inbreuk, met toch persoonlijk en niet-anoniem contact, is ook geoorloofd en moeten we gedogen, in weerwil van de grote bescherming van onze persoonlijke levenssfeer.

LEVE DE DEMOCRATIE, MAAR NIET DE VERKIEZINGEN !

Een andere vrijheid is dat we in een democratie leven, waarin regeringen regeren op basis van het vertrouwen van een parlementaire meerderheid. Dat is nu maar tijdelijk zo, met een federale regering die slechts het vertrouwen geniet van een kleine minderheid in de Kamer, die nog teruggaat op de verkiezingsuitslag van 2014. Het verkiezingsresultaat van 2019 wordt integraal genegeerd door de partijen die wel hun zetels innamen en van de overeenstemmende overdreven overheidsfinanciering genieten.

OF TOCH MAAR LEVE DE PARTICRATIE ?

De partijen die nalaten een effectieve regering te vormen hebben het wel gepresteerd om zgn. “bijzondere machten” te verlenen aan de restregering, die nu besluiten kan treffen die kracht hebben van wet en wetten kunnen wijzigen zonder parlementaire meerderheid. Dat is de triomf van de particratie, die de democratie al buiten werking had gezet en nog slechts beschouwt als een formalisme.

Let wel, “bijzondere machten” kunnen nodig zijn, indien de gewone politieke behandeling van wetgeving onmogelijk is ingevolge een bijzondere crisistoestand. Daarin bevinden we ons nu, vandaar de zgn. volmachten. Maar die zijn indirect wel een forse inperking van onze politieke rechten, wat de partijen sedert de verkiezingen van 26 mei 2019 op volstrekt onverantwoorde wijze en zonder enige verantwoording al deden door te verzaken aan hun plicht om een regering te vormen.

PARLMENT OP HOL!

En, gek genoeg, terwijl er geen federale parlementaire meerderheid is die een gewone regering steunt, maar wel een die tijdelijk de volmachten onderschrijft – begrijpe wie kan ! –  ontstaan nu occasionele parlementaire meerderheden die hun creativiteit botvieren.

Daarmee begaan ze een verdere inbreuk op onze politieke vrijheden, met name door onverantwoordelijkheid. Mocht u als burger het gevoel hebben dat hiermee verkiezingen en burgers belachelijk wordt gemaakt, dan is uw burgerzin, naar mijn overtuiging, nog behoorlijk intact.

En er is meer. Niet alleen stemt men er maar op los. Een uitbreidinkje van ouderschapsverlof hier, een retroactieve verhoginkje van al zeer bijzonder pensioen voor mijnwerkers daar. Of nog, een extra voorkeurbehandeling voor de verkoop van integraal elektrische wagens. Allemaal losse flodders – de belastingbetaler betaalt wel. Onverantwoordelijkheid alom.

PARLEMENTAIRE WILLEKEUR

Laatste van de fratsen: wetten met terugwerkende kracht. Het moet gezegd dat onze regeringen daar ook al een handje van weg hadden, hoewel het rechtsbeginsel dat wetten enkel voor de toekomst kunnen gelden een kern van de rechtsstaat raakt, nl. de rechtszekerheid.

Recht moet voorzienbaar en kenbaar zijn, anders wordt het het omgekeerde: willekeur. Retroactieve wetten verheffen de willekeur tot de norm: plots wordt wat je volkomen wettelijk deed, naderhand onwettig verklaard. Dat is nu het geval met de parlementaire poging om met terugwerkende kracht de ontslagwetgeving te wijzigen.

Voor de toekomst kan men wetten aanpassen, bij voorkeur dan in een gedragen kader van verstandige wijziging van arbeidsreglementering. Er moet, volgens het Grondwettelijk Hof, een onontbeerlijke verantwoording zijn voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang om, desgevallend, wanneer het echt niet anders kan, retroactiviteit toe te kennen aan een wettelijke bepaling.

Nu verlaat men de sfeer van het recht om over te gaan tot die van de willekeur; het is de autoriteit met de hoogste legitimiteit inzake wetgeving die dit veroorzaakt. Degeneratie van het primaat van de politiek, tot het laatste wat ons rest, de afbraak van de rechtsstaat.

We beleven de grootste economische crisis van de naoorlogse periode, waarin de overheid fors intervenieert om met de ondernemers te trachten bedrijven recht te houden en de motor van de welvaartscreatie terug op gang te krijgen. Dat vergt verantwoordelijkheidszin van eenieder, niet in het minst van wie beweert zich in te zetten voor het publiek belang.

 

 

 

Wij worden niet bedreigd door corona, maar door de zwakheden in ons systeem

dubbelinterview met Ivan Van de Cloot in HLN vandaag (tekst Steven Swinnen)

“België is een roestige oldtimer met drie platte banden, het vierde wiel hangt eraf, de motor is geblokkeerd en zeven regeringen zitten achter het stuur.” Corona is een stresstest voor ons land en één van de weinige voordelen van zo’n crisis is dat ze een momentum voor verbetering kunnen zijn. Toch voor wie wil zien. Leo Neels (71) en Ivan Van de Cloot (43) van Itinera vragen een reset. Control-Alt-Delete.

In het volgende verhaal – een beknopte samenvatting van een lang betoog – staan geen namen. Niet dat Leo Neels en Ivan Van de Cloot – algemeen directeur en hoofdeconooom van de denktank Itinera – bang zijn man en paard te noemen. Allesbehalve. Maar het gaat niet om namen. Was dat maar. “Een commissie die wat zondebokken afserveert en de kous is weer af: dat zou het ergst zijn. Los je niets mee op. Wij houden ons doorgaans aan rustige analyses: onafhankelijk, privaat gefinancierd onderzoek en beleidsaanbevelingen. Maar nu moet de vuist op tafel. In een crisis moet je handelen en wij zien een systeemfalen. Besluitvorming ís moeilijk in een democratie, maar ons land is de visie en daadkracht kwijt. Wij krijgen geen deuk meer in een pakje boter.”

Heren, wat is er aan de hand?

Ivan Van de Cloot: “Traagheid. ‘Wordt dit een pandemie?’. Die discussie volg ik sinds eind december op Twitter. Waarop landen zoals Duitsland anticipeerden en een verzekering afsloten: testen ontwikkelen, de productie ervan opschalen en reagentia (de chemische stoffen nodig om te testen, red.) en beschermingsmateriaal inslaan. Wij ontwikkelden wel een test, maar dachten niet: ‘Tiens, in een pandemie slibt de markt dicht’. Erger, onze strategische voorraad met miljoenen maskers – zeer nodig, zo staat te lezen in rapporten geschreven door mensen die nu ook in de experten-groep zitten – waren vernietigd.”

Achteraf praten is makkelijk.

VdCloot (boos): “Daar word ik dus gek van hé. Tijdens de krokusvakantie was ik niet de enige die smeekte om skiërs uit besmette gebieden in quarantaine te houden. ‘Niet nodig, want de wereldgezondheidsorganisatie zegt dat het niet moet’. Waarom laat een land als Tsjechië, dat ook WHO-info krijgt, skiërs uitzieken? Dat is het verschil tussen verantwoordelijkheid nemen en de paraplu trekken. Wij hebben geen nood aan goedweerpolitici die alleen besturen als de zon schijnt. Goed besturen is vooruitzien. Je verwacht dat voorzichtigheid ingebakken is in een land waar het overheidsbeslag 53 procent bedraagt. Maar nee: geen mondmaskers, geen testen en niet de reflex om een pandemie te voorzien. Het is zoals bij onze begrotingen: het zijn niet enkel de cijfers, maar de nonchalance waarmee we met alles omspringen.”

Neels: “Prudentieel denken, daar draait het om. Zijn wij voorzien op grote droogte? Nee, wanneer het te warm wordt, zeggen wij ‘uw gazon niet sproeien’. Maar leggen we bufferbekkens aan? De schepen op de Rijn kunnen nog maar aan halve vracht laden hé. Wat doen we om ons voor te bereiden? Niets. Het is confronterend – als we in de spiegel kijken die Corona ons voorhoudt – dat we de jongste decennia de verantwoordelijkheidscultuur verloren zijn. Heel vaak zegt men: ‘ik ben niet bevoegd’. Uit Azië horen we al maanden dat naast veel testen ook besmettingen opsporen zo belangrijk is. Tracing blijkt hier deels een federale en een gewestelijke bevoegdheid te zijn en komt daardoor niet van de grond. Negen ministers van dit land zijn voor een stukje bevoegd voor gezondheid en onderling is er wantrouwen. Alsof elf voetballers op het veld staan die elkaar tegen de schenen stampen. Zo win je nooit.”

VdCloot: “Wij worden niet bedreigd door Corona, maar door de zwakheden in ons systeem. We weten vaak wel wat we moeten doen, maar toch doen we het niet. Het is al lang duidelijk dat landen die inzetten op contact tracing en mensen in isolatie zetten goede cijfers halen. Wanneer je dan vorige week verneemt dat wij hier nog altijd maar 20 tracers hebben – dezelfde van in januari! – val je toch van je stoel? Pas nu komt er een aanbesteding en sluiten ziekenfondsen en callcenters aan. In elke gemeente zitten al maanden ambtenaren zonder werk, volledig doorbetaald: de toeristische diensten bijvoorbeeld. In nood kunnen zij toch leren contact tracen?”

Twee weken geleden kreeg het bedrijf Sioen opdracht om miljoenen mondmaskers te gaan produceren.

Neels: “En vandaag zegt de staat dat we nog wat geduld moeten hebben voor ons mondmasker (lacht). Kijk naar het onvermogen in tracing met een app. Al heeft zoiets nog onvolmaaktheden: op dit moment denk je toch dat alles kan helpen? Nee, dat verzandt volledig. Van ‘we zijn ermee bezig’ tot ‘er is een probleem met de privacy’. Wel, dat probleem is er dus niet. Maak de tracing apps anoniem, tijdelijk en vernietig na Corona de gegevens. Er ís géén privacy-probleem. En mocht het er toch zijn: in het Europees verdrag van de mensenrechten staat dat er recht is op de bescherming van het privaat leven, maar dat het niet absoluut is en dat het beperkt kan worden bij dwingend belang van volksgezondheid en van economische welvaart. Mag ik opmerken dat de grote massa vandaag allerhande apps die traceren – Waze, Strava, Google, Uber, noem ze maar op – gebruikt?”

VdCloot: “In landen waar leiders het helder uitleggen, installeert de bevolking zo’n app. Maar hier durft de overheid op ons niet te vertrouwen. Dan krijg je ook geen vertrouwen. ‘Ze zijn nuttig, maar we hebben er te weinig: hamster niet en hou ze voor het zorgpersoneel’. Dat had de boodschap over mondmaskers moeten zijn. In plaats daarvan kwam er een verhaal dat het vertrouwen ondermijnt. Wij zijn geen halve imbecielen hé. Kijk naar de lockdown, die we – op wat marginale excessen na – goed naleven.”

Neels: “We zien een zeer gedisciplineerde reactie op die maatregelen die de virologen zeer goed hebben uitgelegd. On-Belgisch bijna. Storend dat er dan keizer-kosters – vooral aan de kust – over straffen beginnen. Dat is ondermijnend voor de attitude die er in grote mate is.”

Hoe komen we deze crisis economisch te boven? 

Neels: “Ik heb al dwaze opstellen gelezen: ‘nu staan ze daar, de mannen van de vrije markt’. Nee, ondernemingen creëren de waarde. Onze economie zal keihard moeten draaien om de uitgaven die we nu maken te compenseren en onze verzorgingsstaat te financieren.”

VdCloot: “We moeten selectief steunen in plaats van het geld rond te strooien. De maatregelen laten het bloed circuleren zodat er geen mensen zonder inkomen vallen. Dat is goed, maar dat is een inkomensbeleid. Dat gebeurt niet fijnmazig genoeg, want sommigen verdienen door de premies plots meer dan anders. Maar de belangrijke keuzes volgen straks. Niet iedereen zal naar z’n vorige job terugkeren. De wereld zal post-corona anders zijn, maar de globalisering zomaar afbouwen, is dom. Het is duidelijk dat we de maakindustrie in medische apparatuur en beschermingsmateriaal best dichter houden, maar zonder mondialisering riskeren wij zonder voldoende voedsel te vallen. Idealiter evolueren we naar een buffereconomie, die bepaalde sectoren steunt bij een nieuwe uitbraak. We moeten los van de defensieve houding. Alle sectoren uitnodigen in een comité en daar louter enveloppes verdelen aan de luide roepers en wie vandaag een belangrijk gewicht in de samenleving heeft, is niet toekomstproof. De achteruitkijkspiegel leert ons niet veel.”

Neels: “Verworven rechten zijn zalig bij gegarandeerde welvaart. Maar die is er niet: soms gaat het goed en soms valt het tegen. We kunnen ons niet blijven beroepen op het verleden. De afgeschermde beroepen zoals ambtenaren, leerkrachten en nog heel wat: zij worden door deze schok niet getroffen. Terwijl andere sectoren crashen. We moeten dat verschil beseffen en solidariteitsmechanismen tussen groepen overwegen. Zeer hoge ambtenarenpensioenen zijn al jaren een dogma. Iedereen die dat heeft, houdt dat natuurlijk graag. Maar dat was compensatie voor lage lonen die nu marktconform zijn. Dat verhaal klopt niet meer. Als we dat goed uitleggen, de overdreven pensioenen gradueel verminderen en bij de jonge ambtenaren starten met een aanvullend pensioen zoals de privé: zoiets moet toch bespreekbaar zijn? De sociale partners – onze reservedemocratie – waren vroeger innovatoren, zij moeten toch ook beseffen dat hun rol vandaag anders is dan vasthouden aan verworvenheden? Wij souperen de welvaart op schuiven de staatsschuld gewoon door naar onze kleinkinderen. Dat is een ongelofelijke schande die niet uit te leggen valt. Toen ik geboren werd, had ik een staatsschuld van 500 euro. Vandaag doen baby’s hun ogen open met een rugzak van 43.000 euro.”

Uit jullie analyse blijkt dat België al voor de pandemie ernstig ziek was.

VdCloot: “Terwijl we denken dat we nog aan de top staan, blinken we uit in middelmatigheid op veel vlakken.”

Neels: “Op onze website volgen wij een dertigtal wereldwijde indexen en die geven hetzelfde beeld: wij zakken uit de kopgroep en landen die hervormen springen op hun sokken over ons. Terwijl ze in Scandinavië, Nederland, Duitsland, Zwitserland, noem maar op, ook niet op goudmijnen stoten. Maar daar is langetermijnvisie en onze politici – oppositie zowel als meerderheid – focussen op de waan van de dag. Het heeft even geduurd, maar de politisering van Corona is begonnen: vermogenstaks, corona-taks, een grotere overheid, een basisinkomen. Het schrijnende is dat dit allemaal losse verhalen zijn. Wanneer hebben wij nog daadkracht gezien? In de jaren tachtig met de devaluatie van Martens en in de jaren negentig met de entree in de euro onder Dehaene, maar dat is wel bijna dertig jaar geleden hé. Wij leven in de meest welvarende regio in de meest herverdelende staat van de OESO-landen en toch blijft de armoede groeien en staan we aan de top bij suïcide bij jongeren.”

Hoe komt dat?

Neels: “Dat communautaire model is uitgeleefd. Ons overheidsapparaat is zeer duur en weinig efficiënt. Het is een optelsom van staatshervormingen die weinig opleverden en goed bestuur hinderen. Door de Europese integratie wordt meer voorgekookt, maar toch is er geen beleidsniveau afgeslankt. Al van ’74 zijn wij provincies aan het afschaffen. De Senaat is al 15 jaar aan het verdwijnen. Er gebeurt niets. Wij hebben een volledige reset nodig. België is een roestige oldtimer met drie platte banden, het vierde wiel hangt eraf, de motor is geblokkeerd en zeven regeringen zitten achter het stuur. Het mandaat van onze premier rust op verkiezingen van 2014. Deze politici zijn erin geslaagd om de stembus van een jaar geleden straal te negeren. Het interesseert mij niet of ze elkaar graag zien: ze hebben een mandaat gekregen om dit land te besturen. Niet om tijd te verprutsen en pietepeuterige veranderingen als heroïsche akkoorden te presenteren.”

Is de complexe staatsstructuur geen verzachtende omstandigheid?

Neels (fel): “Wij hebben dat excuus niet! Kijk naar Zwitserland, daar kennen ze de eerste minister zelfs niet. Da’s daar een beurtrol vanuit de kantons. Dat land is veel complexer: ze spreken vier talen, zitten met die kantons en met het grootste deel van hun grondgebied kunnen ze niks aanvangen. Toch scoren die op alles beter dan wij. Het komt neer op daadkrachtig bestuur. Een mandaat is een opdracht om keuzes te maken en te beslissen. Onze partijen zijn marketingmachines geworden die een mandaat misbruiken om hun herverkiezing voor te bereiden. Dat is absurd. Zij hebben de taak het land beter te maken.”

VdCloot: “Onze politici zijn verjongd, maar talent mag zich niet laten vangen door de wurggreep van de partij. Keer u af van die slechte particratie.”

Neels: “Precies. Bedrijven die handelen ten koste van werknemers, leveranciers, klanten, hun omgeving en zeggen ‘wij willen winst maken en daar moet alles voor wijken’: die gaan verliezen. Dat zie je bij onze politiek toch ook gebeuren? Partijen werken nog maar één doel en dat is zetels winnen en ze slagen er niet in. Alle partijen die niet tot de extremen behoren, krijgen de ene klap na de andere en als ze doorgaan zoals nu, gaan ze als lemmingen naar de afgrond. Ons land heeft een totale reset nodig met een wervend verhaal van diegenen die de samenleving leiden.”

VdCloot: “Onze bevolking verdraagt daadkrachtig beleid dat soms lastige beslissingen vergt. ‘Brussel’ denkt van niet, maar daar gaan de ogen nog open. Politici die doof blijven, zullen snel opbranden.”

Neels: “Door Corona krijgen wij nog een grotere achterstand bovenop de stilstand van de laatste decennia. We onderschatten hoe dat jarenlange falen en het onvermogen om akkoorden te sluiten onze welvaart vandaag bedreigt. Verspil deze crisis en dit momentum dus niet. Maak een noodregering van alle partijen zonder de extremen en voer beleid. Als dit geen noodtoestand is, dan weet ik het niet meer. En laat ons daarna met een wit blad beginnen. We zijn heel kosteninefficiënt. De kosten en de bemanning zijn gigantisch en de output is afwezig. Misschien is het tijd voor een intendant? Iemand die het land kan deblokkeren, zoals bij de onoplosbare dossiers als Oosterweel. Ze lopen niet dik gezaaid, maar iemand die het reilen en zeilen kent en losstaat van de waan van de dag moet nu samen met de jonge generatie op het voorplan treden. Ik weet iemand die het nationale niveau is ontstegen, een goede beurt maakte in Europa en daarvoor geschikt zou zijn.”

VdCloot: “We zouden geen namen noemen, Leo (lacht).”

 

 

Exitstrategie met Perspectief

Medische expertise onderbouwt het coronabeleid. Dat is goed. Goed beleid rust op verantwoordelijkheid die beleidsmakers nemen, en vertrouwen dat ze geven. Goed beleid biedt altijd perspectief. En goed beleid kiest intelligent de prioriteiten tussen evenwaardige objectieven, in dit geval gezondheid en economie. Alles kan beter.

Te lang bleef het coronabeleid beperkt tot een te korte termijn. Goed bestuur vergt een perspectief, zowel voor de mensen die gedisciplineerd de beperkingen opvolgen, als voor de handelszaken en bedrijven die aan het werk moeten. Goed beleid vrijwaart de volksgezondheid en moet te grote maatschappelijke en economische schade voorkomen.Leerachterstand bij kinderen laten oplopen, is iets waar we decennialang de gevolgen van kunnen dragen.  Vorige vrijdag creëerde de regering, eindelijk, een beetje perspectief.

ECONOMISCHE NOODTOESTAND

Dat bij het perspectief waarschuwingen hoorden, was niet onverwacht en terecht. De basismaatregelen blijven van kracht en bij opflakkering van het virus worden versoepelingen ingetrokken. Iedereen begrijpt dat. Eindelijk is er  een begin van afbouwkalender onder voorbehoud van nieuwe uitbraken. Het heeft te lang geduurd, en het perspectief is, met een maand, echt te beperkt. Onderschat men de noodtoestand voor de economie? Vergeet de overheid niet om te kapitaliseren op de goodwill van de bevolking?

Het blijft moeizaam om in dit land politieke verantwoordelijkheid te nemen. Een helder langetermijnplan had bedrijven en burgers meer vertrouwen gegeven.  Zelfs de bijzondere machten inspireerden de regering daar niet toe.

ZIJN WE KLAAR VOOR EEN SLIMME EXITSTRATEGIE?

Een slimme exitstrategie rust op grootschalige testing, actieve tracing en mondkapjes, precies om de balans tussen economie en gezondheid te vinden. We spreken  er al lang over, maar zijn nog altijd niet goed voorbereid. Er is te veel nuttige tijd verloren om testing en tracing écht goed voor te bereiden, dat hypothekeert de daadwerkelijke exit. Testing begint te lopen, maar met te kleine capaciteit. En tracing …met potlood en papier? In 2020?

Hindert het privacyfundamentalisme de invoering van technologie? Anonieme tracing is géén inbreuk op de privacy: doe er dus tijdelijk beroep op in deze noodtoestand. De Europese Mensenrechtenconventie laat dit expliciet toe, zowel om de economische welvaart te vrijwaren als de volksgezondheid. Doe het nu. Toon vertrouwen in de burgers, die zeer gedisciplineerd meewerken met de beperkingen: kapitaliseer daarop. Leg uw burgers uit dat ze zelf het succes van de exitstrategie en de kortere kalender bepalen door loyaal mee te werken. De technologie, eenvoudige smartphones, zit in onze binnenzakken, maak doelgerichte tracing snel operationeel. Het is gekend: in sommige landen was de uptake te laag, maar de oproep rustte op verplichtingen. Steun uw oproep hier op vertrouwen en responsabilisering van de bevolking bij het succes van de exit.

HANDHAVING

Geldt dit ook niet voor de opvolging van beslissingen? Aangekondigde maatregelen moeten uitgevoerd worden en gehandhaafd.  De Minister van Financiën confronteerde de banken bij aanvang van de crisis met hun grote verantwoordelijkheid inzake bijzondere kredietbehoeften van bedrijven bij de “lockdown”. Er kwam snel een bankenakkoord, knap. Maar de uitvoering hapert. Dit kunnen we ons niet permitteren. Alle banken moéten het voorbeeld volgen van hendie wel performant optreden. Zij moeten de liquiditeit van de bedrijven die het verdienen op peil houden door snel tussen te komen: dat redt de bloedsomloop van de economie.

Ook de solvabiliteit van ondernemingen verdient meer aandacht. Veel “taskforces” bestuderen nuttige voorstellen, maar politieke beslissingen blijven uit. In bepaalde sectoren riskeert daardoor vrijwel de helft van de bedrijven om te vallen door oplopende verliezen. Opnieuw blijkt dat in andere landen wél een kader tot stand komt voor tijdelijke en voorwaardelijke ondersteuning in geval van kritieke en strategische activiteiten. Men kijkt daar ook naar de toekomst, naar innovatie en behendige en soepele financieringsvormen voor start-ups en scale-ups. Men neemt er bedrijven in bescherming tegen internationale uitverkoop. België loopt achter. Het beleid moet daarover snel intelligente beslissingen nemen. De voorbeelden zijn er. Beslis ook nù.

VOORKOM TE GROTE SCHADE

Goed bestuur toont daadkracht en verantwoordelijkheid, en betrekt zijn burgers positief. Meer dan ooit hebben die betrokkenheid getoond. Kapitaliseer op die gedeelde fierheid om dit samen goed te blijven aanpakken. Excuses zijn gratuit. Creëer nu ook de langeretermijn-kalender. Ja, het kan zijn dat we beperkingen terug gaan moeten invoeren als de virologische toestand daarom vraagt. Maar met zijn allen kunnen we dat risico nu significant beperken.

We zijn in een zelden eerder vertoonde noodtoestand. Eenieder heeft zich maximaal gesmeten – de gezondheidswerkers en -werksters op kop – en, niet te vergeten, de ouders met hun kinderen thuis! We hebben samen nog een flinke exitkalender af te werken.

We hebben nù een robuuste herstelstrategie nodig om het economisch puin en de budgettaire schade te herstellen. Ook dan blijft leiderschap en koelbloedigheid nodig. Er moet een noodplan komen voor de begeleidende maatregelen zoals testing en tracing. De traagheid is niet meer acceptabel. Net nù moet beleid verantwoordelijkheid nemen en vertrouwen geven, en de burgers en bedrijven betrekken.

Dat is de échte waarde van samen-leven. Soms is het inderdaad ook samen-strijden.

Samen met Ivan Van de Cloot, gepubliceerd in DE TIJD van 28 april.

 

De verleiding van de Keizer-Koster

We gaan en staan waar we willen. Dat is de kern van onze vrijheid, en we vinden dat normaal, omdat we leven in een land met een regime dat rust op erkenning van de fundamentele rechten en vrijheden van zijn burgers. 

Wanneer onze vrijheden beperkt worden, reageren we onwennig en balorig, en gaan we snel in onze traditioneel al prominente anti-gezagsmodus: “waar moeien die gasten zich eigenlijk mee?” En we gaan, al even traditiegetrouw, op zoek naar de achterpoortjes en sluipwegen om de regelingen naar onze hand te zetten of om ze te omzeilen.

Zo zitten we in elkaar. Dat is niet altijd slim, maar er is ook iets goed aan, we moeten altijd kritisch blijven naar inperkingen van onze vrijheden. Vrijheid is de grondslag van ons bestel, en we mogen daar niet licht overheen gaan. Ze blijft immers slechts intact wanneer we ze goed bewaken, en beperkingen kritisch blijven bejegenen.

DICTATUREN VERSTRENGEN  HUN GREEP MET VRIJHEIDSBEPERKINGEN

Slecht menende personen springen op dit soort van crisis, zoals Orban die in Hongarije zijn greep naar absolute macht nog wat versterkte, of de Russische President Poetin die op 10 april samenkomsten met meer dan 5000 personen verbood. Uiteraard om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, terwijl het helemaal toevallig was dat hij op dezelfde dag het voorstel deed om aan de macht te blijven tot 2036. (The Washington Post, 16 maart 2020, “Democracy dies in darkness”). Iran, epicentrum in het Midden-Oosten van de corona-epidemie, verscherpte zijn greep op internetcommunicatie, die al groot was… uiteraard enkel met het oog op de onderdrukking van valse berichtgeving over de epidemie. Net zoals China weer hele reeksen zoektermen blokkeerde in de binnenlands toegankelijke platformen.

GOVERNMENT BY THE PEOPLE OR BY VIROLOGISTS?

Sedert 1831 hebben wij nog altijd de eerste overgebleven Grondwet die was gemodelleerd op de beginselen van de Verlichting en van de Franse Revolutie, met de fundamentele rechten en vrijheden van burgers prominent vooraan.

Ook vandaag blijft dat zinvol. Uiteraard leiden medici en virologen de basis waarop het crisisbeleid nu gebaseerd is, het gaat om een medische kwestie. Beleid op grond van expertise en kennis: weg met het geneuzel en geschuif van de Wetstraat, weg met het gesnuffel en getast van de voorbije maanden, weg met de stilstand sedert 26 mei. Dit is zo verfrissend dat we ervan kunnen leren: kennis en expertise zijn belangrijk als grondslag van goed beleid.

Toch zijn het niet de medici en virologen die de formele beslissingen treffen, dat blijft de regering. Over die regering is van alles te zeggen, maar de regering regeert. Zonder parlementaire meerderheid, met volmachten die door een ad hoc-meerderheid werden goed bevonden, en met een junta van partijvoorzitters die additionele legitimatie moet aanbrengen (sic!). Het zal in de staatsrechtboeken als een oplossing “sui generis”omschreven worden, een construct dat nergens op lijkt maar misschien wel werkte. De functie maakt ook hier de vrouwen en de mannen.

RECHTENABSOLUTISME ?

Fundamentele rechten en vrijheden zijn fundamenteel. Maar ze zijn niet absoluut : ze zijn onderhevig aan beperkingen. Dat is al zo omdat sommige rechten onderling met elkaar kunnen strijden, of omdat alle mensen dezelfde rechten en vrijheden hebben en dat kan botsen, of omdat omstandigheden beperkingen noodzakelijk maken en onvermijdelijk. Een ernstig gezondheidsrisico van de corona-omvang is zonder meer zulke omstandigheid.

Omdat we zo achteloos omgaan met onze eigen rechten, laten we daar hele grote gaten in slaan omwille van ons comfort, ten bate van leuke technologie, tools en apps, internetspeelgoed allerhande. We laten ons daar snel door verleiden, en tot meerdere eer en glorie van de business van Google, Apple, Facebook, amazon en dergelijke, gedogen we inbreuken op onze privacy die we van niemand zouden tolereren. Maar ja, we zijn zo gek op die tools, en we bevestigen achteloos en leugenachtig dat we alle gebruiksvoorwaarden hebben gelezen en ermee instemmen.

Anonieme tracing om epidemiepatronen te kunnen waarnemen met het oog op beter beleid, en onder een kritisch wakend onafhankelijk toezicht, is geen privacy-inbreuk; er is soms te veel privacy-absolutisme, en daarop teert vandaag ook weer een hele privacy-industrie…

DE KEIZER-KOSTERS ONTWAAKT

Vandaag is er wel een risico op overdrijving van sommige beperkingen. Keizer-kosters zien een kans voor actie. Dat is niet goed.  Goede beperkingen moeten goed onderbouwd zijn, op reële argumenten rusten én eenduidig gecommuniceerd worden. Afstand houden, niet samenscholen, binnenblijven bij ziektesymptomen: helder en duidelijk.

Niet gaan zitten in een park? Niet naar de tweede woonst in de Ardennen of aan zee? Niet naar een park op enkele kilometers afstand? Niet op het strand mogen wandelen? Parken afgesloten bij gebrek aan toezichters? Van sommige beperkingen is de zin écht niet zo duidelijk. Ook thuis leerden mensen inmiddels al niet meer samen in de lift te gaan staan en afstand te houden bij een praatje op het voetpad of in de tuin. Dat kunnen ze toch ook elders?

Net op de overdrijving en de repressie focussen de keizer-kosters, die nu politionele bewaking beloven, boetes, drone-controles en invallen in huizen, zonder huiszoekingsbevel! Zou het?

Overtuiging en gezond verstand werken beter dan repressie, dat is toch ook een verworven inzicht in community policing?  Dan communiceren de virologen toch helderder dan sommige autoriteiten. Laat hen dat vooral blijven doen, tot spijt van de tekstexegeten die overijverig zoeken naar onnauwkeurigheden, nuances of voortschrijdend inzicht.

PROPORTIONALITEIT

Vrijheidsbeperkingen moeten rusten op een goede wettelijke basis en noodzakelijk zijn om het nagestreefde doel – in dit geval de beperking van de epidemie – te bereiken, en daaraan proportioneel. Ze moeten in de tijd beperkt zijn, en helder gecommuniceerd worden; ze moeten dus ook beëindigd worden wanneer de noodzaak voorbij is (Stéphanie De Somer, Kiezen tussen pesten en corona, DS 3 april).

We moeten vooral ook snel zoeken naar de herstart van economische activiteiten zodra dat verantwoord is en veiligheidshalve mogelijk. Het is ook een legitiem doel om de economische en sociale schade te beperken; niet ten koste van de uitbreiding of heropflakkering van de epidemie, zeker niet. Maar dat kritisch evenwicht moet ook kritisch bewaakt worden, nu snel werd beslist om niet-actieven financieel een ruggensteun te geven en actieven niet, behalve de gezondheidswerk(st)ers die we dit vandaag van ganser harte gunnen.

Ook gepubliceerd op LinkedIn

De corona-opportuniteit. “Never let a good crisis go to waste”

We hebben in dit land uiteindelijk toch die dode nodig. Het werd een vaste uitdrukking in ons politiek jargon, de metafoor  voor de traagheid van inzicht en daadkracht bij onze overheden. Een taalkundige vondst voor mank leiderschap en aarzeling, die volgehouden worden tot men niet meer anders kan.

 

Bij de presentatie van zijn verzameling van 20 jaar opiniestukken wees Marc De Vos er op dat we in ons land pas echt in beweging komen onder grote externe druk, (https://www.itinerainstitute.org/wp-content/uploads/2020/01/Lezing-Marc.pdf). Grotere beslissingen komen er in België alleen onder grote druk; de laatste voorbeelden die Marc De Vos zag waren de devaluatie van wijlen Wilfried Martens, en het Globaal Plan van wijlen Jean-Luc Dehaene. Beide zijn beslissingen van de vorige eeuw, 1982 en 1993. Een drastische electroshock voor “de zieke man van Europa”, bijna 40 jaar geleden, en een forse re-set van de economische fundamenten van de Belgische staat, 27 jaar geleden, om de toetreding tot de Euro niet te missen.

NOODSCENARIO’S

In beide gevallen werden noodscenario’s uitgedokterd, zonder meer buiten de klassieke krijtlijnen van de politieke democratie of het sociaal overleg: devaluatie, volmachten, indexsprongen, …

Sedertdien is het al enkele decennia lang pappen en nathouden, en lijdt het land – federaal én regionaal – onder het onvermogen om een deftig project te lanceren, onder aarzeling en besluiteloosheid. Het resultaat is een middelmatig beleid dat vaak niet veel beters kan verzinnen dan het besparingsmantra in te roepen.

Zo geraakte de verzorgingsstaat ondergefinancierd, bleef de jaarlijkse overheidsgreep uit de economische welvaart faraonisch groot, en blinken we nog steeds  uit in inefficiëntie en symbolenpolitiek zonder beleid.

Eigen onverantwoordelijkheid eerst?!

IS CORONA DE “GAMECHANGER”?

Op dit ogenblik is het land in een gezondheidsoorlog met een onbekende vijand, het coronavirus dat wereldwijd toeslaat. We zagen het binnensluipen en zaten stil, geen van de 9 (sic!) excellenties die fracties van gezondheidsbeleid in hun bevoegdheid heeft ondernam snel genoeg actie. Een attitude die perfect past bij het binnenlands politiek klimaat na de verkiezingen van 26 mei 2019, nu 296 dagen of 10 maanden geleden: wachten.

De marketingretoriek van de electorale campagne bleek het grootste struikelblok voor de verkozenen zelf, ze hadden immers schitterende plannen aangeboden… voor een ander land (“Een mooie nota voor een ander land”, DS 29 november 2019). De regionale regeringen werden geïnstalleerd met lange regeringsverklaringen, meer tekstamalgaam dan project: weinig of geen dynamiek. De ontslagnemende federale minderheidsregering sukkelde voort, zonder zin voor beleid of visie op de toekomst. Koninklijke raadgevers defileerden, partijvoorzitters oreerden.

CONSTITUTIONEEL AVONTURISME

De voorbije week leerde ons dat zelfs een crisis van de corona-omvang niet meer helpt. Ze levert ons nu een minderheidsregering op, met beperkte legitimiteit, die gedurende zes maanden volmachten kan verkrijgen, doch enkel voor de bestrijding van de coronaplaag en haar gevolgen. Vertrouwen voor volmachtenbeleid, geen vertrouwen voor gewoon beleid. Paradoxaler wordt het niet: een politiek en constitutioneel wangedrocht, op of over de grenzen van de (grond-)wettigheid.

Een herhaling van onze traditie om bij crisis de politieke democratie en het overlegmodel buitenspel te zetten, omdat ze niet functioneren. Schema’s van de vorige eeuw: onaanvaardbaar.

GOED GEZONDHEIDSCRISISBELEID

De voornaamste les is voorlopig dat we een performant gezondheidscrisisbeleid kùnnen voeren. Onze gezondheidswerk(st)ers – van de topvirologen tot de zorgkundigen – staan model in daadkracht en verantwoordelijkheidszin. Bij aanvang werd veel politieke beslissingstijd verloren, maar eens de federale regering haar beleid wel deed steunen op kennis, schoot het op.

Het is opvallend, want we kenden eigenlijk geen eenheid van beleid meer, enkel nog de  hopeloze versnippering in bevoegdheidskwesties die élke band met de realiteit missen. We kennen ook geen beleid meer dat rust op kennis en expertise. Kennis en expertise zijn gemarginaliseerd, worden fijngemalen en politiek gekneed in eindeloze raden en commissies en finaal in de berm gereden in kabinetten en interkabinettenoverleg. Een moeilijk woord voor totale voorrang van politisering boven kennis.

Vergeleken daarbij is de aanpak van het coronavirus, zoals het vandaag is, een opluchting. Kennis is terug prominent aanwezig en heeft nu, ook door de bijzondere communicatievaardigheden van onze leidende virologen, de leiding. Beleid doet wat het dan hoort te doen: beleid baseren op wetenschappelijke kennis, inzicht en aanbevelingen. Met bijna geen partijdige dilutie, omwegen of verhulling meer. Oef!

HET PRIMAAT VAN DE POLITIEK IS WEG

Er is in dit land al oeverloos gepraat over het fameuze “primaat van de politiek”. Samengevat: de politici zijn verkozen, zij hebben het voor het zeggen. Punt. Dat is inderdaad hun mandaat, en dat past bij hun electoraal streven. Maar dat mandaat wordt niet meer ingevuld, het werd collectief te grabbel gegooid. Politici zijn verkozen om de leiding te nemen en ze kunnen het niet. Zelfs de quasi-totale verjonging van de politieke middens leidde niet tot een nieuwe dynamiek.

Suggesties te over: We hebben een nieuw begin nodig. In de marge van de coronazaak, die ernstig genoeg is en àlle aandacht zal opeisen, moeten de (vele) parlementsleden schitterende initiatieven nemen. Niet de pestwetjes die men goedkeurt om anderen een been uit te vijzen, dat is parlementair misbruik. Maar fundamenteel werk voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Ze moeten er de kennisinstellingen en al hun expertise bij betrekken. Iedereen staat er klaar voor.

  1. Reorganiseer de beleidsniveaus tot rationele gehelen, met eenheid van leiding. Focus op overheidsefficiëntie en kostenefficiëntie als dominante parameter: het wordt de grootste en beste staatshervorming in de geschiedenis;
  2. Herdefinieer de bindende elementen van het land, het concept “Bundestreue”; sedert twee weken werkt het federaal-regionaal “overlegcomité” blijkbaar wél, dat is nieuw, zie het als een opportuniteit;
  3. Focus op heldere beleidsdoelstellingen en richt daar uw plan op. Een goed voorbeeld ivm corona is: voorkom, nù, de piek die we niet de baas kunnen. Tiens, kunnen we dat niet ook met andere urgenties?
  4. Evalueer uw beleid op heldere criteria en stuur voortdurend bij. Opnieuw, zie de escalatie inzake corona-maatregelen: yes we can!
  5. Restaureer het belang van kennis en expertise als basis voor beleid. Oei, dat zijn we nu al aan het doen. Dan kan het, toch?
  6. Verander de beleidscultuur. Depolitiseer de zaken die niet gepolitiseerd moeten zijn: administraties, benoemingen, dossiers, ministeriële medewerk(st)ers etc. etc. Oei,hier is er nog geen binnenlandse “best practice”: een leerpunt, àlle landen die beter presteren dan België, pakken het zo aan. Misschien is dat dan wel een goed idee?
  7. Stop de slechte particratie. Laat partijen focussen op hun maatschappijproject en dat met kennis en expertise onderbouwen. Strijd dan om de grote opties, stop het partijpolitiek micro-management, de slechtst denkbare toepassing van det zgn. “primaat” van de politiek. Echte politiek is maatschappelijke dienstbaarheid, geen partijpolitieke bevoordeling. Weg met zulke uitwassen!
  8. Herijk de arbeidsmarkt voor de volgende eeuw. Kom los van de filosofie van de verworven rechten, en bouw aan de gedeelde welvaart van de toekomst: het sociaal overleg – VBO, VOKA en UWE, samen met de vakorganisaties – moet dé motor zijn van sociale innovatie. Het moet, over de volgende tien jaar, de herfinanciering van de sociale zekerheid op luciede wijze tot stand brengen en een totale efficiëntie. De nieuwe verzorgingsstaat permitteert zich dan geen 15% armoede meer.
  9. Herstel een volwassen dialoog tussen regering en parlement. Oei, daar zetten we net stappen achteruit. Dat oppositiepartijen mogen deelnemen aan de kernkabinetten over volmachtenbesluiten is een aberratie, maar brengt geen werkbare en correcte werkrelatie tussen parlement en regering tot stand. Herstel het grote publieke debat, met het parlement als motor, en de kennisinstituties als aanbrengers.
  10. Herstel de verantwoordelijkheidscultuur. Veeg de zaken niet meer onder de mat. Focus de debatten niet op verontwaardiging maar op de analyse en het verbetertraject. Geen steekvlamretoriek maar analyse, argument en perspectief. Beoog impact, bijsturing en zichtbaar beter resultaat.
  11. Stop overregulering, en herstel rechtszekerheid als belangrijkste waarde van de rechtsstaat . Vindt een bestuursrecht uit voor déze eeuw, die van de verzorgings- en de (tijdelijke) investeringsstaat. Wanneer we de maatschappelijke en economische gaten “post-corona” gaan zien, zullen we beseffen dat we een uitstekend bestuursrecht nodig hebben voor de economische en maatschappelijke heropbouw “post-corona”. Blijvende volmachten zijn het enig alternatief, en dat is er dus geen.

Logos, pathos enethos zijn de drijvers, Aristoteles wist het al: gebruik uw verstand, laat uw hart spreken en gedraag u.

MOBILISEER ALLE TALENT

Er zit bijzonder veel talent in onze politieke gremia, maar men zit te nagelbijten onder een junta van partijleiders, die te haastig en te bitsig relevant willen zijn, op een te beperkte basis en met te weinig “check and balances” in hun eigen omgeving.

Geef de parlementaire assemblees de ruimte om dit te doen. Restaureer de Senaat tot échte reflectie, niet langer een politiek RVT en praatbarak. We hebben àlle talent nodig dat er is, en het is écht niet gering. Het is alleen bang, uitgeblust of monddood. Dat is net wat ze ons allen, voor 26 mei, beloofden om niét te zijn.

Er moét nu bestuurd worden, en corona is, als we dat willen, dé kans. Geen retoriek, maar daden. Het corona-labo kan ook de burgers en politici veel leren, net zoals de virologen dat deden. Neem een voorbeeld aan de daadkracht in onze gezondheidssector. We zijn, écht, met zijn allen nog tot héél veel in staat. Het momentum is er.

Never let a good crisis go to waste, zo formuleerde Churchill het.Crisissen zijn dé veranderingsmomenten, onze gezondheidswerk(st)ers staan al model voor daadkracht en verantwoordelijkheidszin. Laat ons dit momentum niét onderschatten. Met al 20 jaar van de 21steeeuw achter ons, moeten we afscheid nemen van de recepten van de 20ste.

Gepubliceerd op vrtnws.be

Sven Mary op de Brandstapel! Een rechtszaak is niet altijd de magische oplossing voor wie zich gediscrimineerd of slechts behandeld voelt.

Wie zich vandaag niet gediscrimineerd voelt of achtergesteld, en niet belaagd of anderszins strafbaar onheus bejegend, is nog niet helemaal mee. Gelijkheidsdenken en  pleidooien voor fatsoenlijk gedrag worden steeds meer in  wetten vastgelegd, strafwetten zelfs, en zo mogelijk met verhoogde straffen, bevel om ze effectief uit te voeren, en opheffing van verjaringsbepalingen.

We geven blijk van een ongebreideld geloof in juridisering van de menselijke omgang, en het parlement is het spoor op dit vlak totaal bijster. Het stort zich op onbedachtzame wijze op symboolwetgeving die goed justitieel beleid belemmert. We veronachtzamen dat rechtsregels eigen wetmatigheden kennen, en ook beperkingen, onder meer inzake handhaving.

Om met een ander voorbeeld te starten: onze fiscaliteit is een fiscaliteit van particuliere belangen: met enige overdrijving gesteld, elke vogelpikclub heeft of verdient haar fiscale aftrek. De chaos die hiervan het resultaat is, maakt verstandig fiscaal beleid onmogelijk, belastinginning inefficiënt en duur, en fatsoenlijke hervorming onmogelijk.

HET GELIJKHEIDSPRINCIPE. HELDER, TOCH?

Op dezelfde wijze knoeien we met de gelijkheid. In 1831 kon het nog met een korte principiële bepaling in de Grondwet, het duurde, uiteraard, decennia eer er werk werd van gemaakt. Maar de regel was helder, geïnspireerd door het revolutionair Verlichtingsidee hierover: mensen zijn onderling zéér verschillend, maar we abstraheren al die verschillen en behandelen elkaar wederkerig als gelijken, als personen met dezelfde waardigheid en rechten. Moeilijker is het niet.

Gelijkheidsdenken vergleed in de supermarkt van de verzorgingsstaat van kansengelijkheid naar resultaatsgelijkheid, voorts naar zgn. non-discriminatie, dan naar positieve discriminatie, en nu naar de huldiging van alle mogelijke identitaire kenmerken. We waren in de discriminatiewet al aan 19 potentiële discriminatiegronden (sic!), er waren de sexisme-discriminaties in een aparte wet, er schuilt nog een verbod van taaldiscriminatie in de talenwetgeving en ongetwijfeld vergeet ik er nog.

IS ER NOG EEN GEDISCRIMINEERDE IN DE ZAAL?

In zijn wijsheid heeft het parlement er weer een lange lijst aan toegevoegd. Met passende emotie, en dus unaniem. Discriminaties, aldus de huidige lijst, op grond van zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, moederschap, adoptie, medisch begeleide voortplanting, geslacht, geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie of seksekenmerken, en vaderschap of mee-moederschap zijn nu ook verboden. Oef! Die groepen waren tot recent ongetwijfeld schandelijk gediscrimineerd, want ze hadden nog niet hun eigen  benoemde anti-discriminatiebepaling…

Het gezond verstand is uit deze debatten weggeëbd, en morgen staat de vereniging van de blond- of ros-harigen aan de deuren van het parlement, en wordt er weer een noodwetje tot wijziging van de discriminatiewet gestemd. We zijn elk spoor nu bijster. (Zie ook mevr. Lahaye in DT van 6 maart). Is er daar nog iemand die overzicht behoudt, een beetje toezicht op wat verwettelijkt wordt, en hoe? Of laten we dat maar over aan de emotie van de dag? In een rechtsstaat – en er zijn er steeds minder in de wereld – is dat toch een merkwaardig achteloze omgang met één van onze grote historische verworvenheden.

EEN RECHTSBESTEL VERGT KWALITEIT

Een rechtsstaat stelt heel hoge kwaliteitseisen aan wie ermee omgaat. Dat geldt ook voor de wetgever, net zoals voor magistraten, advocaten of politici. Helaas, kwaliteit is in de moderne democratie niet gegarandeerd. Er is een “re-set” nodig op dit vlak.

Recht bestaat niet zonder handhaving, en met al die discriminatie-tierlantijntjes hebben we het gelijkheidsprincipe wel erg gebanaliseerd. Er komen nu al buiten-gerechtelijke  overheidsinstituties aan te pas om zaken te onderzoeken, klachten in te dienen en rapporten te schrijven. En het is nu mode om u verongelijkt te voelen, niet erkend als u bent in ùw meest intieme identitaire kenmerken. Vroeger leidde dat tot poëzie, vandaag tot rechtszaken.

RECHTSHANDHAVING OF HET VERMOEDEN VAN SCHULD?

De handhaving is problematisch, maar ook dat wordt veronachtzaamd. De eerste handhaving geschiedt nu in de emo-justitie van de publieke opinie, volgens de geijkte cyclus: verontwaardiging, eisen tot eliminatie, standrechtelijke media-executie. Klaar. We krijgen langzaam een lijst van personen die dit overkwam en die worstelen met de vraag of en hoe men zich tegen dit geweld kan verdedigen. Het vermoeden van onschuld werd het vermoeden van schuld. Er is een heel destructieve kant aan de identitaire en de me too-sensatie.

Eenieder heeft in de rechtsstaat recht op een ongeschonden reputatie, op vrijwaring van haar of zijn eer en goede naam. Zet je er maar eens aan zodra je genoemd wordt in een discriminatiezaak, een belagingszaak, een zaak van ongewenst gedrag. Magistraten moeten daarover nog professioneel en in eer en geweten kunnen oordelen, ook wanneer personen al journalistiek zijn fijngemalen.

Heeft men al eens nagedacht over de problematiek van écht bewijs in deze delicate zaken? Over het belang van de concrete omstandigheden, over de inschatting van intenties, of van de grens tussen handelingen met en zonder toestemming? Buiten de expliciete geweldsdelicten, en in private vertrouwelijke omstandigheden, zijn dit soort zaken moeilijk te bewijzen. Dat is objectief zo en het maakt vervolging complex. Eigenlijk maakt het juridisering complex, misschien zelfs onwenselijk. Daar denken we echter niet meer over na. Dat zou nochtans échte goede journalistiek zijn, kom daar maar eens om?

Het is inmiddels zo dat men zich bijna niet of helemaal niet meer kan verdedigen –  daar is geen oog meer voor. In de rechtsstaat zijn nochtans beide aspecten van gelijk belang: we gedogen geen oneigenlijk gedrag, maar we mogen ook geen veroordelingen willen die niet gebaseerd zijn op zeer soliede bewijslast. Het vermoeden van onschuld is er te belangrijk voor.

RECHT EN EMOTIE BEHOREN TOT EEN  VERSCHILLEND REGISTER

De omstandigheid alleen al dat een boekje is gepubliceerd zoals “Hoe legaal te flirten” van prof. Liesbet Stevens, zou komisch zijn als het niet zo tragisch was. Indirect maar zeker geeft het de fundamentele grens aan van juridisering in dergelijke materies. Natuurlijk wil niemand seksueel geweld, net zo min als ander geweld. Natuurlijk wil men dat seksuele handelingen nooit rusten op geweld, maar altijd geschieden met wederzijdse instemming.

De meeste personen voelen wel goed de grens aan, maar wat als iemand van idee verandert? Wat als men er zich achteraf toch over beklaagt? Wat als men dat niet alleen doet in intieme persoonlijke kring maar publiek, met de megafoon van de zgn. sociale media?

Om even een ander actueel vergelijkingspunt te nemen: het kon recent zelfs zo zijn dat familieleden die de euthanasie van hun zus bijwoonden, daar nadien strafklacht tegen neerlegden, én dat – godbetert ! – het parket jaren later de drie artsen voor het Hof van Assisen dagvaardde wegens “moord door vergiftiging”. Pardon? Jawel, 2019! Tragischer kan men de grens van juridisering niet vaststellen.

We verglijden nu naar publieke terechtstellingen à la minute. Kijk naar de dwaze testosteronuitspraak van mr. Mary in het wetenschappelijk tijdschrift Nina: direct afgebrand voor onnozele stoere praat op vrouwendag; deskundigen die in media de strafbaarheid aangeven van een provocatieve uitlating. Gaat het allemaal een beetje?

MEDIA WORDEN PARTIJ

Media kunnen de grens nog verder verleggen. In deze materie worden ze justitiële actoren, net zoals in één van de zwartste periodes van de Vlaamse gerechtsjournalistiek, toen – horresco referens– de zaak “Notaris X” speelde: pure journalistieke schuldigverklaring  van een persoon, op basis van een half gelekt gerechtelijk dossier, langdurige mediacampagne tot verdachtmaking van magistraten die er in hun juridische beoordeling anders over oordeelden. Een zwarte pagina in de Vlaamse journalistiek.

Het gebeurt opnieuw. Nu net omdat een procespartij, die mee aan de basis ligt van “het geval” media-aandacht poogt te vermijden. Men heeft er, zoals altijd, te weinig over nagedacht bij de goedkeuring van de belagingswetgeving en haar potentieel gerechtelijk gevolg. Een vertrouwelijk dossier van een integriteitspersoon binnen een bedrijf leidde tot de directe verbreking van de overeenkomst met een producer en schermgezicht, die sedertdien weggehoond wordt. Hoe kan zo’n man zich verdedigen? De schandpaal is slechte journalistiek, schreven we in november 2017; in een vergelijkbare zaak van een uroloog schreven we in 2019 over Het journalistiek schietkraam.

PLEITJOURNALISTIEK

Recent werd in een krant een flink deel uit het vertrouwelijk gerechtsdossier van de zaak van de tv-man gepubliceerd (DM 22 februari). Er werden zonder enige schroom elementen uit ondervragingen gepubliceerd, al dan niet correct –dat weten we niet. Men doet maar wat.

Schending toch van de vertrouwelijkheid van zulk dossier, en iets te makkelijke journalistiek op basis van eenzijdige lekken.  Ditmaal volgde – werkelijk! – een heus editoriaal, met een forse oproep aan de betrokkene om zijn procesattitude te veranderen. Dat is echte partijdigheid, destijds “dé” journalistieke doodzonde. Ja, het is zo dat er een publiek proces kan komen tegen de man; zijn reputatie ligt nu al jarenlang te grabbel, een beetje ook ingevolge zijn eigen wat naïeve video die hij destijds de wereld inzond. Maar vooral toch door de immense en ongenuanceerde journalistieke overdrijving.

FATSOENLIJK GEDRAG, OOK BIJ DE NAZORG

De kwestie van het publiek proces, waarin de identiteit van de tot nu toe niet gekende dames die zich onheus behandeld voelden, toch bekend zou worden, is een essentiële kwestie. Ten opzichte van zgn. slachtoffers van seksuele delicten geldt dat media hun identiteit niet bekend mogen maken; nooit hebben we evenwel slachtoffers van seksuele delicten beter gekend dan deze van de zaak-Dutroux. Men ziet de paradox.

Ten aanzien van belaging geldt het publicatieverbod niet. En nu kijken ze met vreze uit naar de opheffing van hun anonimiteit, wat ze niet wensten; ze wensten slechts de stopzetting van wat ze blijkbaar onoirbaar gedrag vonden. Opmerkelijk is dat media hun identiteit nooit hebben genoemd, een zeldzame demonstratie van terughoudendheid. Maar media zijn altijd wel doorgegaan met hun belaging van de verdacht gemaakte man, die sinds zijn ontslag lang aan de publieke verachting is blootgesteld.

En nu vindt een redactie er niets beters op dan, op basis van een selectie van het dossier, en al dan niet van verbeelding, publiek op te roepen tot wijziging van processtrategie! Een signaal te meer dat we de limieten van juridisering al ver hebben overschreden. Dit is geen materie voor journalisten, en eigenlijk leent een strafvordering, met al haar rigiditeit en wetmatigheden, zich in het geheel niet tot een goede maatschappelijke afhandeling van zulke zaken.

Goede maatschappelijke afhandeling vergt sereniteit, nuance, bedachtzaamheid, respect voor het leed van vrouwen die zich belaagd voelden, maar ook voor dat van de al standrechtelijk terechtgestelde man die hen mogelijk onheus bejegende.  Vaak zijn dan zaken beter oplosbaar in een goed gesprek dan met procedures. Is dat niet wat de raadsman van de dames in de zaak van de tv-man suggereerde, toen ze (DT 18.11.2017) verklaarde dat ze “als mens” vond dat de heer De Pauw al zwaar genoeg gestraft was?  Is dat niet een roep naar meer menselijkheid en minder procedure? Kan men een duidelijker voorbeeld bedenken van de grens van juridisering van wat zich daar eigenlijk nauwelijks toe leent?

Kortom, er is een re-set nodig van de onwenselijke juridisering van zaken die zich daar eigenlijk niet toe lenen. De verwachting in de magie van de juridische oplossing is onterecht, en soms creëert de juridisering meer problemen dan ze oplost. In een rechtsstaat is dat een héél ernstige zaak. Daar zou heel veel goede journalistiek over te plegen zijn.

 

Ook op vrtnws.be, 9 maart 2020