Staatsnoodrecht in de wet gegoten: pandemiewet parlementair debat

De kern van de rechtsstaat is dat autoriteiten, zoals iedereen, moeten  handelen binnen het kader van de wet, en dat elk optreden van overheden een correcte wettige grondslag moet hebben. Die kern leidde tot kritiek op de uitvaardiging van de pandemiemaatregelen, waarvoor de correcte rechtsgrondslag zou ontbreken, maar is dat wel zo?

De maatregelen van de regering-De Croo rusten op bestaande wettelijke grondslagen, zonder beroep op “volmachten”, voornamelijk de wet op het politieambt, de noodplan-regeling, en de crisisbeheerwetgeving, zoals de wet op de civiele veiligheid.

Dat is een ruime wettelijke grondslag voor regelgeving bij moeilijk controleerbare voorvallen zoals nucleaire rampen of terroristische aanslagen. Epidemische noodsituaties zijn mogelijk van een andere aard, omdat ze zich kunnen verspreiden over het grondgebied, en uit hun aard  ingrepen vergen die de uitoefening van onze vrijheden verregaand beknotten (https://www.tijd.be/opinie/algemeen/staatsnoodrecht/10271816). 

UITOEFENING VAN VRIJHEDEN IS NOOIT ABSOLUUT

De overheid moet ingrijpen als de volksgezondheid het vergt: ze heeft een grondwettelijke verplichting om het grondrecht op gezondheid te vrijwaren (art. 23 GW), of nog, het recht op leven (art. 2 EVRM). Ook het voorzorgsbeginsel, afkomstig uit het milieurecht, kan een rol spelen bij  internationale gezondheidscrisissen (art. 191 VWEU) .

De uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden kan  overigens altijd onderworpen worden aan beperkingen die bij wet voorzien zijn, en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving, in het belang van de openbare veiligheid, de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Tenslotte brengt de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden “plichten en verantwoordelijkheden” met zich. Het Vlaams Decreet Preventief Gezondheidsbeleid (art. 8) herinnert eraan “dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en voor die van zijn medemensen”.

NAAR EEN BETERE CODIFICATIE VAN STAATSNOODRECHT

De regering kondigt een codificatie van het staatsnoodrecht aan. Nu kwam er scherpe academische kritiek,  hoewel hogere Hoven de wettelijke grondslag van het beleid niet echt problematiseerden. Toch ligt er nu een wetsontwerp voor een geëigende wetsgrondslag.

In een democratie handelt de regering onder toezicht van het parlement. De regering kan een epidemische noodtoestand afkondigen. Een noodtoestand-KB moet snel bij wet bekrachtigd worden en blijft maar 3 maanden geldig. Het ontwerp kiest voorts voor systematische transparantie van de onderliggende feitelijke grondslag van de beslissing, en voor democratische legitimiteit door overleg in de Ministerraad, bekrachtiging bij Wet, en parlementaire evaluatie van de Wet. Dat zijn sterke staatsrechtelijke waarborgen.

Origineel is dat de Minister van Binnenlandse Zaken“bij in Ministerraad overlegd MB”  de nodige maatregelen van bestuurlijke politie kan nemen in een epidemische noodsituatie. Het ontwerp neemt de geldigheidsvereisten van het Europees Mensenrechtenverdrag over. De Kamer wordt ingelicht van het MB voor publicatie, en krijgt kennis van de onderliggende wetenschappelijke adviezen die er de draagkrachtige feitelijke grondslag van vormen. 

NIEUW IS NIET NOODZAKELIJK ONGRONDWETTIG

De keuze om verder te werken met ministeriële besluiten sluit aan bij de rol die de Minister van Binnenlandse Zaken altijd al had in het federale staatsnoodrecht. Overleg in de Ministerraad voegt democratische legitimiteit toe aan een louter besluit van de Minister, net zoals  de mededeling aan en de bekrachtiging van de KB’s door de Kamer. Belangrijk is dat op dergelijk MB altijd rechterlijk toetsing mogelijk is op verzoek van elke belanghebbende burger. De Kamer kan bekrachtiging van het KB weigeren, of een MB opheffen.

HOOGSTAAND PARLEMENTAIR DEBAT

In een wetsvoorstel dat Kamerleden zopas indienden over de materie, zou de crisistoestand bij wet moeten vastgesteld worden. Eens in crisistoestand worden maatregelen dan bij wet vastgelegd door de Kamer, op voorstel van de federale regering. Dat is een onwerkbaar gegeven, dat de noodzakelijke snelheid van handelen uit het oog verliest, en niets vermeldt over de voorwaarden van beperking van fundamentele rechten.  Bij wet opgelegde maatregelen ontsnappen bovendien aan reguliere rechterlijke toetsing. 

Vorig jaar verleende de Kamer nog ouderwetse “volmachten”, en sedertdien nam ze geen initiatief inzake staatsnoodrecht. Voor het eerst sinds lang heeft de Kamer de gelegenheid om een substantieel staatsrechtelijk debat te voeren: een mooie kans voor een hoogstaand debat.

Gepubliceerd op http://www.tijd.be 2 maart 2021

Laat u. vaccineren! Een nobele Burgerplicht

De WHO erkende de ernst van de pandemie op 30 januari 2020. En géén vaccin. “Big pharma” heeft zich eraan gezet: op 21 december 2020 werd het eerste vaccin voor Europa goedgekeurd, vandaag zijn er 3. 

Supersonische snelheid, topkwaliteit, fantastische synergie tussen academische en private research en de grote farmabedrijven, die met hun kapitaal de ontwikkeling en klinische studies konden doen en de produktie. 

            De grote farmabedrijven en de academische research werken professioneel samen. België is wereldtop. Universiteiten en bedrijven beschermen hun intellectueel eigendom met octrooien, en eenieder wordt correct vergoed. Die synergie is de motor van het succes. De grote farmabedrijven hebben de kennis en de middelen om de klinische studies te organiseren, ze namen een groot risico door de start van de productie voor de goedkeuring. In dienst van de volksgezondheid. Goedkeuring op 21 deember, start van de vaccinatie op 22 december. 

            Dat is een ongezien succesverhaal. Zoals altijd worden daar vraagtekens bij geplaatst: de prijs, de dosis, de leveringen? Gaat de vaccinatie te traag, is de volgorde wel goed?  Er wordt twijfel gezaaid en er is verzet. Het hoort er allemaal bij. Maar.

            Beseffen we wel welk mirakel er gebeurd is? We vaccineren binnen het jaar na de uitbraak. Ja, we waren niet voorbereid. We vergaten het pandemieplan van 2009, de mondmaskers beschimmelden. Goed bestuur is in België niet zo gemakkelijk. Niemand herinnert zich nog dat we eerst hoopten te vaccineren… tegen de volgende zomer.

            Er zijn maar weinig bedrijven in de wereld die vaccinproductie aankunnen. In de regel duurt het jaren eer een nieuw vaccin beschikbaar is, de productielijnen zijn dan intensief getest en gekeurd, er zijn buffervoorraden. Nu niet, het moest snel gaan. De verwachting was overspannen: zonder buffers zijn haperingen in de leveringen onvermijdelijk. De autoriteiten planden te optimistisch… In het licht van de enorme nood – duizenden doden, en de kritieke situatie in ziekenhuizen en woon- en zorgcentra –  werden te hoge verwachtingen gevoed van onbeperkte beschikbaarheid.
            Het is ieders burgerplicht om zich te laten vaccineren. Er is geen enkele geldige reden om dat niet te doen. EMA is stellig: de vaccins werken uitstekend en zijn veilig. Dat wordt in vraag gesteld vanop de zijlijn, met tegenstemmen en twijfel. Internet krioelt van de “meningen”.  Maar de vaccins hebben het strengste goedkeuringstraject doorstaan van de beste experten. Die zitten niet op internet. Daar zijn de bermpredikers, geef ze geen aandacht.

            Elke gevaccineerde burger draagt bij tot de algemene volksgezondheid, dat is de zgn. vaccinatiegraad.  Buigen onze overheden niet al te veel het hoofd voor de anti’s en twijfelaars? We zijn zo ver, dat we vaccinatie niet eens meer durven opleggen. We verplichten het poliovaccin, nu sluiten we horeca en kapsalons. Maar aan burgers leggen we geen vaccinatie op? Komaan zeg! Er is een dominant algemeen belang: het verslaan van het virus en het herstel van de samenleving, en beperking van de enorme economische en psychische schade. Dat moet toch voorgaan op alles?

<p style="line-height:1.1" value="<amp-fit-text layout="fixed-height" min-font-size="6" max-font-size="72" height="80">Vandaag gepubliceerd in Het Belang van LimburgVandaag gepubliceerd in Het Belang van Limburg

Kalverliefde of Criminaliteit?

            Zijn het vermoeden van het onschuld en het recht van verdediging relikwiën uit een ver verleden? Regelmatig zien we pseudoprocessen in journalistieke formaten, die de indruk wekken dat hoven en rechtbanken niet langer de juiste fora zijn voor rechtspraak. Hele en halve gerechtelijke dossiers worden in de openbaarheid gegooid, meestal anoniem. 

Eens de selectie van feiten en wetenswaardigheden gepubliceerd is, kan degene wiens reputatie in het gedrang is gebracht er achteraan lopen. Men moet zich dan tegenover de publieke opinie verantwoorden met tekst en uitleg. Wie zwijgt blijft in de volksmond schuldig… “qui ne dit mot, consent” luidt het hardvochtig publiek oordeel. Wie zich wel probeert te verdedigen, stoot op een muur van gevestigd vooroordeel. Het vermoeden van onschuld werd een vermoeden van schuld. Voor de publieke opinie misschien zelfs een hardnekkig en onweerlegbaar vermoeden. 

DOORGESLAGEN JURIDISERING

            We juridiseren steeds meer. Aanvankelijk is regelgeving  altijd goedbedoeld, namelijk  om sereen en degelijk rechtsbescherming te bieden. Om een gereguleerd tegensprekelijk debat te voeren. Om  eenieders rechtspositie respectvol te bejegenen. Om   correct ruimte te geven aan de rechten van verdediging voor alle betrokken partijen.  

Maar de juridisering is compleet doorgeslagen. Denken we echt dat regeltjes alles oplossen? A fortiori in een rechtsorde waar der rechtsgang te traag loopt? Doorgeslagen juridisering banaliseert delicate zaken tot onthutsende welles-nietes spelletjes op het publieke forum. 

            Een tragisch voorbeeld van foute juridisering was de beslissing van het parket om de euthanasiezaak voor het Hof van Assisen te brengen. Het is legitiem om de wet te willen veranderen, of beter te begrijpen, maar daarvoor is het Parlement het forum, niet een Hof of rechtbank. De strafrechtelijke vervolging was een schande; een delicate behandeling van het levenseinde vergt de wilsuiting van de betrokkene of diens legitieme vertegenwoordigers, en het professionalisme van competente begeleiders, niet de knelling van regeltjes en tekstexegeten. 

SERENITEIT EN PERSLEKKEN

            Hoven en rechtbanken moeten kunnen oordelen in sereniteit. Dat betekent niet dat de pers geen aandacht mag geven aan gerechtelijke zaken, maar persaandacht vergt kennis en delicatesse, die niet altijd worden opgebracht. Gerechtsjournalistiek dient te waken over de waarborgen van rechtsbescherming voor alle procespartijen; ze ziet toe op het correct verloop van de rechterlijke afhandeling. Dat is een moeilijke maar belangrijke taak als “public watchdog of democracy”, omdat rechters onafhankelijk zijn en geen enkele andere verantwoording afleggen dan in hun rechterlijke uitspraken.  Een professioneel onafhankelijk toeziend oog kan dan diensten bewijzen, men spreekt daarom van “de vierde macht”.

Het is echt gemakkelijker om pagina’s te vullen met lekken, redacties zijn maar zelden voldoende kritisch tegenover degenen die hen willen instrumentaliseren. Redacties moeten net kritisch staan tegenover alles wat een serene rechterlijke beoordeling in de weg zou kunnen staan. Vaak doen ze het omgekeerde.   De recente pagina’s over “de zaak Bart De Pauw” in DM en HLN (05 en 06 febr.) en de Telefactsuitzending op VTM zijn daar goede voorbeelden van. Ze rusten op illegaal gemaakte opnamen van vertrouwelijke gesprekken, en zijn klaarblijkelijk een stunt van een procespartij.  De redactie geeft geen professionele verantwoording van de nieuwswaarde, die er ook niet is.

DUBIEUZE JOURNALISTIEK

            Het roept de herinnering op aan de zwartste pagina’s uit wat in Vlaanderen als gerechtelijke journalistiek werd gezien: de systematische verdachtmaking van “Notaris X” in een ingebeelde zaak van incest, door Humo en De Morgen in (1984-1990), of nog, de redactionele campagne in De Morgen over een serie van zgn. “getuigen X” en de “believers” en “non-believers” (sic!) in spookzaken van pedofilie, in de nasleep van de zgn. zaak-Dutroux (1998). 

DE PUBLIEKE TERECHTSTELLING OP HET SCHERM

            Ook de zaak Bart De Pauw wordt publiek uitgevochten. Merkwaardig genoeg initieerde De Pauw zelf de publiciteit, met zijn video op 9 november 2017,  een niet-geslaagde poging om de schade te beperken. De openbare omroep, een louter contractant van het bedrijf van De Pauw, reageerde in prime time met flarden uit het vertrouwelijk dossier van zijn interne vertrouwenspersoon. De Pauw is sedertdien aan de publieke verachting blootgesteld. Namens de vrouwen die zich belaagd voelden voerden derden in de media het woord, de rest is geschiedenis. 

Er volgde een ambtshalve gerechtelijk onderzoek, De Pauw bood zijn excuses aan. Onvoldoende! … oordeelde de raadsvrouw namens de vrouwen, en zo holt de zaak verder. Eenieder zegt respect te hebben voor de rechterlijke afhandeling, de vrouwen melden via hun raadsvrouw aan slechts een oprecht excuus te willen horen. Het verhindert de publieke  escalatie niet. Ines De Vos, mevrouw De Pauw, kwam rechtstreeks tussen met interviews in HLN van 9 en 17 october 2020, en ook weer deze week in Telefacts en HLN.  Voor de vrouwen die de vele, ook sexueel getinte sms-jes van de man ontvingen, is het, volgens HLN (6 febr. 2021) “een minimalisering van de feiten”, en “een slag in het gezicht”.  Zij zwijgen … “uit respect voor het gerecht”, zoals dat heet.

HET KRAKKEMIKKIG BELAGINGSDELICT

            Ook deze onverkwikkelijke zaak is weer een voorbeeld van doorgeslagen juridisering. Belaging werd krakkemikkkig beschreven in het Strafwetboek, het sentiment van wie belaagd lijkt maatgevend. Er hoeft geen bijzonder opzet te zijn in hoofde van de vermeende dader, het volstaat dat hij “wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van de betrokken personen ernstig zou verstoren”.  Dat is een vrij eenzijdig slachtofferperspectief: een  rechtszaak herstelt de rechtsorde, niet alle emoties rond feiten. Het strafprocesrecht was precies een loskoppeling van rechtsbedeling uit wraakgevoelens,  maar met de nieuwe nadruk op emotionele genoegdoening als aspect van een strafrechtelijke veroordeling, komen we er weer akelig dicht bij. 

            Zou het geen aanbeveling verdienen dat de Raadkamer, wanneer zij van oordeel is dat er voldoende bezwaren zijn om een zaak naar de Rechtbank te verwijzen, ook de mogelijkheid zou hebben om een zaak naar strafrechtelijke bemiddeling te verwijzen, onder voorzitterschap van een magistraat? 

DE PRIVATE SOAP PRIVAAT IS GEEN PUBLIEKE AANGELEGENHEID

Hier gaat het om veel sms’jes van allerlei aard, flirterig, ongepast, met erotische toespelingen… kalverliefde maar door grote mensen, affaires soms ook die afgelopen waren voor de ene maar niet voor de andere, en dgl. 

We weten het niet. Eerlijk gezegd: we moeten dat ook niet weten. Hou het alstubieft voor uzelf. Maak er geen soap van, langs geen van beide zijden. Dit is toch geen maatschappelijke aangelegenheid van algemeen belang? De strafvervolging is dat wel, en De Pauw en de VRT hadden de zaak vroegtijdig een publiek cachet gegeven. In de publieke opinie is die eigenlijk al uitgevochten, maar in de rechtbank moet men er nog aan beginnen. Er zijn vermoedelijk alleen nog verliezers.

Stemt dat niet tot nadenken bij alle betrokkenen? Nadine Van der Linden, columniste bij …HLN, beschrijft dit treffend, ook al op 6 februari, een paar pagina’s voor de publicatie van het grote lek met de tekst van de vertrouwelijke gesprekken tussen De Pauw en de VRT van 2017. Zij wijst op het delicaat karakter van dit soort zaken, de problematiek van vertrouwelijke integriteitspersonen en publieke beslissingen en het nakend proces waarvan we te veel verwachten. En ze verwijst, wat zeldzaam is in dit soort van zaken, naar de verantwoordelijkheid van elke betrokkene: als deze jonge vrouwen hun hart niet hadden uitgestort bij de manager beroepsethiek, maar bij hun eigen vader, hun lief, hun beste vriend? (…) Dat was misschien een korte pijn geweest”. Wat zou haar standpunt zijn over de redactionele verantwoordelijkheid bij publicatie van zulke documenten?

HET VERMOEDEN VAN SCHULD

            We kunnen niet goed om met zaken van sexueel misbruik. Vroeger stond de hele strafrechtelijke bejegening in het teken van de schuldvraag rond de dader. Waren de feiten wel zoals in de betichting? Was er geen misverstand? Maken we geen intentieproces? In de regel kwamen vrouwen die het voorwerp waren van aanranding of verkrachting er bekaaid van af.

            Het moderne strafrecht kijkt ook naar de slachtoffers, en terecht. Maar het juridiseert te veel. Bijzonder opzet moet niet meer, de rust van sommigen is ernstig verstoord, dat volstaat. Het gaat niet om gewelddadige aanranding, fysieke aantasting, verkrachting, het gaat om berichtjes, sms-jes: te veel, ongepast, verkeerd, psychisch onwenselijk… allicht. Maar nu zit de dader in de piepzak. Leg het maar eens uit als volwassen man dat je je gedroeg zoals je gedroeg. Er is een grote tolerantie voor kalverliefde en puberaal gedrag van pubers, maar niet van volwassenen. Maar zijn we er zeker van dat dit crimineel is of moet zijn? Zijn we zeker dat de zeer goed verstaanbare schreeuw om een excuus moet leiden tot dit melodrama?

            Niemand pleit voor sexuele onveiligheid of misbruik, dat lijkt inmidddels wel verworven. Maar de doorgeslagen juridisering blijkt ook uit de omstandigheid dat we nu een overheidsbureau hebben voor de behartiging van de belangen van “slachtoffers”. Met publieke middelen duikt Vadertje Staat op als procespartij in het belang van de slachtoffers. Waarom is het algemeen belang van sexuele veiligheid door de rechtbank zowel vertegenwoordigd door het Openbaar Ministerie dat de wetstoepassing vordert, als door een extra partij aan de zijde van de vrouwen die zich belaagd voelen? Dat lijkt ook weer één van de waarden van strafprocesrecht uit zijn voegen te trekken, de veel gehuldige gelijkheid van wapens, de gelijke rechtspositie van procespartijen ten overstaan van de enige die strafrechtelijk moet oordelen: de rechtbank. 

OPENBAAR MODDERGEVECHT

            Namens de burgerlijke partijen wordt aangevoerd dat ze altijd alleen uit waren op excuses. De Pauw is van oordeel dat hij die al aanbood. Onvoldoende! … aldus de tegenpartij. De openbare omroep verklaarde haar interne code voor eigen medewerkers eenzijdig en bij proclamatie van toepassing op contracterende bedrijven, verbrak de overeenkomst met het bedrijf van De Pauw, en gooide opgenomen programma’s met de man in de vuilnisbak. De beslissing werd op het scherm, in prime time en niet-tegensprekelijk, gerechtvaardigd. Het was het begin van een moddergevecht tussen partijen of wie beweerde voor hen te spreken.

EN MAGISTRATEN SPREKEN RECHT

            Magistraten zitten in zulke zaken met de gebakken peren: zij moeten rechtspreken. Uit een studie van de rechtspraak blijkt dat magistraten zich niet erg gelegen laten aan de publieke commotie die redacties, of zelfs procespartijen of hun advocaten, creëren rond een zaak ( https://www.de-experten.be/product/deontologie-en-trial-by-media-on-demand/ ). Zij oordelen op basis van de wettekst en het dossier. Zij zijn er beslagen in om niet in de valkuilen te trappen die anderen voor hen uitzetten. Er is, bij mijn weten, geen of weinig evidentie, dat Hoven en rechtbanken zich laten misleiden door  sfeerschepping voor of tijdens de rechterlijke behandeling. Ze kijken in de regel sereen naar al de betrokken belangen. Ook het maatschappelijk belang, zowel dit van de burgerlijkse partijen die aanvoeren dat hun rust tot 2017 ernstig werd verstoord door te veel en ongepaste sms-berichten, als dit van de zender van die berichten, naar wie de rechtbank kijkt met de bril van het vermoeden van onschuld en de volle rechten van verdediging – in weerwil van zijn …ahum, stommiteiten, die inmiddels al meer dan drie jaar achter ons liggen (sic!). 

            In een moderne rechtsstaat zijn stommiteiten niet per se delicten, daar is meer voor nodig. En rechtsherstel moet in voorkomend geval het rechtsherstel betreffen in hoofde van al de betrokken partijen, en van orde en rust in de samenleving, het fameuze algemeen belang. Wij hoeven echt geen te kennis hebben van deze feiten en feitjes, noch van de omstandigheden, dat noemen we privé.

            De rechtbank zal dus oordelen, in eer en geweten, zoals dat heet. Ongehinderd door al het geruis en lawaai dat voor en na het rechterlijk beraad wordt gemaakt. In de samenleving moeten we ons eens opnieuw bezinnen over de grenzen van juridisering. De wetgever kan daarvan leren, en de procespartijen eveneens. Al te vaak werd een gesprek te weinig gevoerd, zelden was er een te veel.

Van het Voetstuk naar “Pek & Veren” voor “big pharma”

            Een klein jaar geleden, toen de coronapandemie toesloeg, werden de farmaceutische bedrijven door alle redacties op het schild gehesen.  Toen één na één beloftevolle vaccins werden aangekondigd, kon de lof niet meer op. Vandaag zijn de eerste twee vaccins geleverd, en werden pek en veren weer bovengehaald voor “big pharma”. Wat inspireert die snelle bocht ?

            Ons land had een pandemieplan en heeft wereldautoriteiten inzake zgn. Pandemic preparedness. Met de “vogelgriep” vanaf 2007 werd een griepcommissaris aangesteld, die  ook bij de zgn. Mexicaanse griep van 2009 actief bleef. Toen werd, conform WHO-richtlijnen, een pandemieplan opgemaakt. De Mexicaanse griep sloeg niet zo hard toe als aanvankelijk gevreesd, en experten en autoriteiten werden direct gehekeld omwille van hun overdreven voorbereidingen. 

De rest is geschiedenis: toen de coronapandemie echt doorbrak, waren onze autoriteiten verrast en waren het pandemieplan en de mondmaskervoorraad verwaarloosd.

–xx—

SNEL EEN VACCIN !

Farmaceutische bedrijven zijn direct aan de slag gegaan om een coronavaccin te ontwikkelen. Dat kon op basis van ervaring en kennis van de academische wetenschappers en gevestigde bedrijven, of omdat jonge bedrijven – die nog nooit eerder een farmaceutisch product op de markt brachten – nieuwe medische technologie ontwikkelden die geloofwaardig maakte dat ze een werkzaam vaccin konden ontwikkelen. 

Op 21 december werd door het EMA Comirnaty” van BioNtech-Pfizer goedgekeurd, en op 6 januari volgde goedkeuring voor het vaccin van Moderna  (https://www.ema.europa.eu/en/human-regulatory/overview/public-health-threats/coronavirus-disease-covid-19/covid-19-latest-updates ). Het Astra-Zeneca/Oxford-vaccin is ver gevorderd in de goedkeuringsprocedure. Op 8 januari publiceerde EMA een nieuwe bijsluiter voor Comirnaty over de 6 dosissen per verpakking.  België startte de vaccinatie vanaf 22 december, daags na goedkeuring, en eerder dan aanvankelijk gepland en met meer vaccins van Pfizer-BioNtech dan voorzien.

ONWAARSCHIJNLIJK SUCCESVERHAAL

Dit is een onwaarschijnlijk succesverhaal. Vaccins die binnen een jaar ontwikkeld worden, goedgekeurd, geproduceerd en gedistribueerd. Ongezien. De buitenwereld beseft nauwelijks welk huzarenstuk hier werd geleverd door academische researchers, de R&D-staf in de farmabedrijven, medici, statistici, specialisten in klinische studies, de staf in produktiefaciliteiten, experts inzake logistiek, en autoriteiten voor de vaststelling van de studieprotocols van de klinische studies en voor de uiteindelijke evaluatie van veiligheid en werkzaamheid van de vaccins. Honderden mensen in de academische wereld, de farmasector en bij de gezondheidsautoriteiten hebben de rug gekromd om de fenomenale ramp die het coronavirus al wereldwijd aanrichtte te beantwoorden met de meest fantastische farmaceutische technologie. De vaccins zijn er. Oef!

De forse wedloop van quasi-buitenaards niveau bracht, onvermijdelijk, enkele problemen mee inzake de continuïteit van levering, en een polemiek over de hoeveelheid dosissen in een verpakking (“vial”).  

Wat volgde is  ook geschiedenis:  de farmabedrijven werden weer snel het voorwerp van kritiek,  sommigen konden niet nalaten om direct terug te vallen op de mantra’s van de anti-big-pharma-opinie.

DE INFERNALE NIEUWSCYCLUS

            Dat is zo typisch voor de hedendaagse redactionele cyclus. Rolf Dobelli was er in 2012 een scherp criticus van, met zijn essay dat aanraadt om nieuws te mijden (Rolf Dobelli, Avoid News. Towards a Healthy News Diet: www.dobelli.com ). Nieuws gaat nog over hapjes en weetjes, over wat zichtbaar is, groot, schandalig, sensationeel, schokkend, aangrijpend, luguber, verraderlijk, en luid. 

Steven Pinker (Enlightenment Now, 2018) beschrijft de negativiteitsvoorkeur van nieuwsselectie, en klaagt aan dat redacties de werkelijkheid trachten te beschrijven als een boksmatch. Alles is strijd, van een winnaar tegen een verliezer, een goede tegen een slechte. Nieuws is gehaast, alsof het verloopt in de seconden van een sportwedstrijd. 

Dat leidt tot een forse vertekening van de realiteit, omdat die subtiel is, trager voortschrijdt, abstract, ambivalent, complex en stil. Dat ontsnapt vaak aan de redactionele aandacht. Zelfs als het belangrijk en belangwekkend is, het wordt maar zelden nieuws. Want het valt buiten de traditionele selectiecriteria: het ogenblikkelijke en het jachtige, het negatieve, het gehypte en het spectaculaire krijgen altijd voorrang.

ONVERMIJDELIJKE LEVERINGSPROBLEMEN

            Pfizer leverde aanvankelijk sneller en meer dan contractueel voorzien. Zo startte de vaccinatiecampagne  eerder dan men altijd had gehoopt. Dan komt er een aarzeling in sommige leveringen, wellicht zowel door misverstand over de verwachtingen als fouten inzake communicatie. En plots kan de farmasector weer op de schopstoel, wat voor onbetrouwbare bedrijven toch, die farmaceuten!

            Men moet zich voorstellen dat de normale goedkeuring van een nieuwe farma-productiefaciliteit enkele jaren van toezicht, proefdraaien en controle vergt. Dan draait zulke eenheid op volle toeren en volle kost, maar enkel en alleen om de FDA en EMA toe te laten de kwaliteit van alle processen te controleren. 

Bij Pfizer in Puurs werden produktielijnen bijgebouwd, aangepast en goedgekeurd volgens dezelfde strikte normen in géén tijd. Honderd nieuwe jobs! Men startte de produktie op zodra het al kon, om aan de dringende vraag van vele landen te kunnen beantwoorden. Dat bracht mee dat men soms de produktie moest onderbreken om bijkomende capaciteit in te schakelen. Redacties beseffen nauwelijks met welke scrupuleuze kwaliteitscontroles, rapportage, toezicht, toelatingen en goedkeuringen dergelijk proces gepaard gaat.

            Dat bleek in “De Afspraak” (21 februari), waarin de gast, Mevr. Caroline Ven, CEO van pharma.be, had  kunnen toelichten dat kleine leveringswijzigingen onvermijdelijk zijn in een nieuw farmaceutisch produktieproces van een complex vaccin, dat supersnel uitgeleverd werd. Ze kreeg er nauwelijks de gelegenheid toe, omdat gastheer Schols haar voortdurend onderbrak. Die stelde de vaccinproduktie voor  alsof het een lopende band betrof met vier kleurige Fisher Price-knoppen. Zijn persoonlijke negatieve kijk op de farmasector kreeg voorrang op  inzicht, en het feit dat het vaccinatiebeleid geen rekening had gehouden met enig risico, kwam niet aan bod. Enige bescheidenheid zou het gesprek interessant hebben gemaakt.

EN DOSISSEN

            Aanvankelijk was aan Pfizer-BioNtech goedkeuring verleend voor verpakkingen (“vial”) van 5 dosissen. Die werden ook uitgeleverd. Al snel werd vastgesteld dat er makkelijk 6 dosissen uit een “vial” kwamen. Omdat dat stabiel zo bleek te zijn, wijzigde EMA, al na twee weken, op 8 januari, de oorspronkelijke goedkeuring van 5 dosissen per flesje naar 6. Om aan te geven hoe nauw dat luistert: bij de goedkeuring staat dat een vial dat geen 6 dosissen zou bevatten, in zijn geheel moet vernietigd worden. En één dosis gaat over… 0,3 ml.

            Pfizer begon dus de vials met de nieuwe bijsluiter uit te leveren, en rekent vanaf dan ook 6 dosissen aan, vermits haar contracten met de Europese Commissie de prijs en levering altijd al bepaalde in dosissen. Daarmee verviel het voordeel dat eerder 5 dosissen werden betaald maar er 6 konden toegediend worden.

            In een normaal goedkeuringstraject zouden produktie en verpakking maandenlang hebben proefgedraaid,  zou een buffervoorraad zijn aangelegd voor de start van leveringen, en zou de bijsluiter zonder meer de 6 dosissen vermeld hebben.  Het is dus een overgangsprobleem, als gevolg van ieders inspanning en goodwill om zo snel mogelijk het vaccin op de markt te brengen. Dat ontging zowel de gastheer als zijn VRT-collega, Ivan Devadder, die plots ook tussenkwam in het debat, met dezelfde negativiteit en felheid als de gastheer.

            Ook hier kreeg Caroline Ven niet de kans om uit haar woorden te komen. Er werd, niet zonder morele verontwaardiging, gesuggereerd dat Pfizer die 6de dosis niet zou hebben mogen aanrekenen of gratis zou moeten beschikbaar stellen. Pardon?

            Een gastheer van een talkshow ontvangt gasten, die geselecteerd worden omwille van hun vertrouwdheid met de problematiek en kennis van zaken. Het format draait om het verhaal van de gast, en is er niet om altijd de gastheer aan het woord te laten.  Professionele gastheren en -vrouwen zijn hoffelijk en respectvol met hun gasten: dat is goede journalistiek, in lijn met het  fair play-beginsel uit de deontologische code van de journalistiek. Net wanneer ze minder voorkennis hebben van meer technische zaken, moeten ze zich ervoor hoeden  om hun persoonlijke opinies voorrang te verlenen. 

Sense of Urgency: de kunst van het noodzakelijke

2020, het jaar dat corona toesloeg. Lockdown, thuiswerk, avondklok, reisbeperkingen, … een uniek jaar. Een stresstest voor goed bestuur. De primaire taak van overheden is om de burgers te beschermen, en dat lukte ons niet goed. Toch forse ingrepen in de vrijheden, en dat schuurt. Spanning tussen de voortschrijdende wetenschappelijke inzichten en de politiek. Aarzelend beleid. 

MAATSCHAPPELIJKE SCHADE

De maatschappelijke schade wordt immens: faraonische schuld, een val van het Bruto Binnenlands Product met 7%, grote psychologische schade, leerachterstand, gezondheidsschade door uitgestelde zorg, enz. We waren al gestart met hoge belastingdruk, forse begrotingstekorten, en veel uitgestelde dossiers op tafel. 

DE KUNST VAN HET MOGELIJKE, OF VAN HET NOODZAKELIJKE

Voor de relance zal niet volstaan dat de politiek, zoals de zegswijze luidt, “het mogelijke” doet, we moeten nu schakelen naar “het nodige”. Dit is ons “burning platform”. Déze generatie moet de echte oplossing beslissen, een moedige relance: door het dal naar een nieuw perspectief voor allen. Gedreven door de fierheid om aan onze kinderen en kleinkinderen de welvaart door te geven van de naoorlogse generaties, niet de rekening. 

Gemakkelijke oplossingen zijn er niet, al ging de regering er wel mee van start. Er wordt nog altijd geld uitgegeven zonder enige zorg om de financiering. Een nieuwe belasting kwam er ook nog. Alle grote dossiers liggen er nog, en schreeuwen om beslissing: de hervorming van de pensioenen en van de ziekteverzekering, de nieuwe fiscaliteit, een echt activeringsbeleid; is kernenergie een opportuniteit voor de relance, of is het – 17 jaar na de uitstapbeslissing – tijd voor de transitie? 

SENSE OF URGENCY !

Na jaren van stilstand en achteruitgang – vijf plaatsen verlies in de index van het World Economic Forum – is dit dé gelegenheid om België terug te plaatsen in de stroom van de vooruitgang en nieuw perspectief.

Aan welke kant van de geschiedenis brengen déze regeringen ons? Sense of urgency of uitstelgedrag? Van verworven rechten naar geborgde toekomst: dit is het momentum. Vooruitgang, perspectief, borgen van de welvaart voor de volgende generaties. Geen geringe opdracht, maar het kan, met moed, daadkracht en inzicht. 

DEZE REGERINGEN MOETEN HET DOEN

Terwijl we de pandemie nog onder controle moeten krijgen, moet de noodzakelijke relance aangevat worden. In ons land bepalen te veel private belangen en verworven rechten wat er wel en niet gebeurt: het is de grootste oorzaak van onze systematische achteruitgang in de laatste 20 jaar, bekroond met loodzware particratie. De politiek onderging de achteruitgang en moet nu echt leiderschap tonen om de rampzalige toestand waarin we terechtkwamen, terug recht te trekken. 

Het nieuw politiek talent dat er eindelijk ook is, moet nu de zaken werkelijk aanpakken. Toekomstgericht. Herzie alle bestuurlijke processen, maak er ondersteunende elementen voor de waardecreatie van, maak van het bestuursrecht een motor in plaats van een rem. Steun beleid op kennis en data, en maak alle data toegankelijk; dat bevordert ook de nieuwe verantwoordingscultuur. 

We legden mee het EU-kader vast in de “Recovery and Resilience Facility” van de EU. 37% van de middelen moet besteed worden aan duurzaamheid en klimaattransitie, 20% aan digitale transitie. Bevorder activering écht en herstel de productiviteitsgroei. Neem de juiste energiebeslissingen. Digitaliseer drastisch, investeer intelligent: er ligt nog een Nationaal Investeringspact dat al 3 jaar oud is maar waarmee nog niets gebeurde. Zet het nu om in doelstellingen en maak die leidend voor beleid. 

NIEUWE GENERATIE POLITICI : NIEUWE POLITIEK !

België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel moeten zich herpakken, nù. We verprutsten de vorige crississen met loze beloften en een snelle terugval in onze slechte gewoonten. De toekomst van onze jongeren is in handen van deze nieuwe generatie politici, waarvan een nieuwe aanpak verwacht wordt. Visie, focus, daadkracht zijn belangrijker dan marketing voor volgende verkiezingen. Echt perspectief, geen praatjes; wervende projecten en lucide leiderschap op al onze bestuursniveau’s. Dat houdt in dat de Eerste Minister en de Minister-Presidenten zich persoonlijke engageren voor de opvolging en implementatie van het hele plan. 

CORONA DWONG ONS OM IN DE SPIEGEL TE KIJKEN

De coronapandemie toonde België op zijn zwakst. Het pandemieplan dat we ooit hadden, was uit het oog verloren, we lieten ons helemaal verrassen door het virus. De federale restregering reageerde met een strakke lockdown, een bonanza van steunmaatregelen en een chaos van beleidsorganen. Regionale regeringen zaten te lang stil in de woon- en zorgcentra. Daarmee horen we bij de slechtste leerlingen, met meer dan 17.000 doden, en we worstelen met de tweede golf. De economische en psychologische gevolgen, of nog, de leerachterstand in het onderwijs zijn niet te schatten. 

GEEN PLAN 

Onze grote overheden waren niet in staat de bevolking te beschermen – nochtans hun meest elementaire taak. Dat is het gevolg van jarenlang korte termijn-denken en complexe instellingen. We worstelden al met een historisch begrotingstekort, en werden maandenlang geleid door een ontslagnemende restregering zonder volheid van bevoegdheid. 

FORMIDABELE VEERKRACHT 

Tegen die achtergrond is er een formidabel lichtpunt: in onze ziekenhuizen stroopte de hele bemanning de mouwen op, en werd een buitengewoon staal van professionalisme en inzet geleverd. De groteske centralistische chaos werd glansrijk overstegen met professionele en operationele excellentie. Met de juiste personen op de juiste plaats en zonder remmende regeltjes werden wonderen verricht. 

MAAK DE TOEKOMST BETER 

De keizer-kosters waren inderdaad naakt. We hebben behoefte aan een noodwetgeving met een centraal commando en decentrale uitvoering, planmatige beleidsplannen op langere termijn. 

Leiders moeten verantwoordelijkheid tonen, en niet alleen vertrouwen eisen, maar het ook geven. 

Op 22 12 gepubliceerd in de New Year Letter van itinera op www.itinerainstitute.org

Hoera voor Big Pharma !

Mijn hart slaat nog steeds wat sneller bij nieuws over de farmaceutische sector. Farmanieuws wordt altijd extreem gebracht.  Vaak zijn farmabedrijven in de journalistieke opinie  schoelies en graaiers; een enkele keer zijn het helden.

Altijd weer die emoties en die overdrijving. Op basis van een persbericht van Pfizer, nog lang geen validatie door de FDA; op basis van de reactie van 94 covid-gevallen op 39.000 proefpersonen.  Hopelijk wordt het later bevestigd, maar het spectaculair nieuws heeft toch een groot “vel van de beer-“gehalte. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Nu stond er dus: “Hoera voor Big pharma!”. Boven een editoriaal, in HLN.  “Eindelijk is er hoop”, titelden andere kranten.  De media  weer vol op het orgel van de emoties. 

Sedert we in de valkuil van CoVID19 knalden, snakken we naar “het” vaccin. Bijna 60  patiëntenstudies met mogelijke coronavaccins  zijn bij de Wereldgezondheidsorganisatie geregistreerd. Drie klinische studies lopen in België. Bij Janssen in Beerse en bij Pfizer in Puurs worden al vaccins geproduceerd, terwijl de klinische studies nog lopen. Vlaanderen loopt voorop met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, het Rega-instituut en het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Piot, Stoffels, Neyts, Goossens, Van Ranst, en hun collega’s zijn vandaag de vlaggendragers, erfgenamen van Piet de Somer en Christian De Duve.

Dat is de echte pharma: in België gaan elke ochtend meer dan fiere 38.000 vrouwen en mannen naar hun farmajob. Meer dan 5.000 daarvan zijn onderzoekers die weer in hun labo duiken. Om onze academische researchers niet te vergeten. Wereldklasse. Hardnekkig willen ze die nieuwe oplossing vinden voor patiënten die nog geen behandeling hebben. Elke dag, elke maand, elk jaar weer.

Hun fenomenale kennis, die toewijding, die beslistheid, dàt is de echte farma. Moeilijk uit te leggen wanneer nog eens een groot  farmabedrijf uit de bocht gaat met inkoop van eigen aandelen of een astronomische prijs voor een geneesmiddel.  

Zulke praktijken deden de farmabedrijven uit de top-10 van de meest gereputeerde bedrijven wegdonderen. Vroeger stonden er altijd wel een paar farmabedrijven in de top-10, vandaag staat bij het Reputation Institute het eerste farmabedrijf op een zeer bescheiden plaats 62. Zelfs in thuisland Amerika donderde de farma van het voetstuk.

Kan de farmasector weer die eer en goede naam van vroeger verwerven? De passie om artsen en patiënten echt te helpen, de hardnekkigheid om een vaccin dat we broodnodig hebben te ontwikkelen, zijn de ethische kern van het farmaceutisch vak. Zelfs het niet-gevalideerd interimresultaat, voedt hoop en stimuleert  weer wat respect. Dat ging verloren door dubieuze economische praktijken, zoals dubieuze marketing en overdreven prijszetting. 

Het occasioneel “Hoera!” van deze week is een opsteker, met de lichte overdrijving van moderne journalistiek. Nu doorpakken en het overdreven winstbejag achterwege laten is nodig om maatschappelijk  aanzien te herwinnen. Wordt vervolgd.

Op 20 12 gepubliceerd op VRT, Radio 1, in: “De toestand is hopeloos, maar niet ernstig”

Staatsnoodrecht

De belangrijkste taak van overheden is hun bevolking te beschermen. De paradox van de bescherming tegen de coronapandemie, is dat ze daarbij forse beperkingen moet opleggen aan onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, of nog, de uitoefening van de vrijheid van handel, onderwijs, vereniging of religie. Dat schuurt, en toch moet het. Hoe verzoen je dat conflict in een rechtsstaat?

            Tot juli deed de regering beroep op “bijzondere machten”: snel regeringsoptreden kreeg daarmee een correcte wettelijke grondslag. België heeft geen staatsnoodrecht, hoewel de behoefte daaraan glashelder is. Vandaag kan de regering enkel beroep doen op de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.

Die wet kwam er  3 jaar na de gasontploffing in Gellingen in 2004, voornamelijk om een herhaling van de chaos van de hulpverlening te voorkomen. Semantisch gaat ze over de medische en sanitaire hulpverlening onder leiding van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. Juridisch regelt ze toch voornamelijk de aansturing van effectieve hulpverleningsdiensten van alle aard bij rampen. Terzijde: de wet illustreert pijnlijk het Belgisch talent om zaken geweldig complex te maken.

FUNDAMENTELE RECHTEN EN VRIJHEDEN ZIJN NIET ABSOLUUT

Tot nader order hebben Hoven en Rechtbanken de wettelijke grondslag van de coronabesluiten niet in vraag gesteld. De vraag is toch pertinent, omdat de coronamaatregelen de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden tijdelijk beperken, wat een correcte wettelijke basis vergt. Het arrest van 8 december van de Raad van State legde enkel een minimale en evidente wijziging op voor erediensten, zodat het euvel van mogelijk overdreven beperking van de godsdienstvrijheid verviel.

Het Vlaams decreet Preventieve Gezondheidszorg van 2003 levert een wetskrachtige grondslag, doch enkel in Vlaanderen; Vlaamse gemeentelijke autoriteiten vinden die grondslag in de Gemeentewet (1988). Op federaal vlak moet de wettelijke grondslag verbeterd worden. Daar wordt nu werk van gemaakt.

Dat is belangrijk, omdat we kritisch moeten zijn ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden van burgers, die essentieel zijn in de democratische rechtsstaat. Die rechten kunnen niet buiten werking worden gesteld, uit hoofde van het schorsingsverbod van art. 187 Grondwet: daarom kunnen we geen “noodtoestand”  invoeren zoals Frankrijk dat kan. Maar er is wel plaats voor een staatsnoodrecht, o.m. voor een buitengewoon ernstig gevaar voor de volksgezondheid. Dat kan de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden aan beperkingen onderwerpen.

Dat kan maar mits drie voorwaarden: de beperking moet een deugdelijke wettelijke grondslag hebben en een legitiem doel, waaronder (o.m.) de bescherming van de volksgezondheid en de rechten en vrijheden van anderen. En de beperking mag niet verder gaan dan voor de bescherming van dat legitiem oogmerk noodzakelijk is, een voorwaarde die aangeeft dat beperkingen nauwkeurig moeten zijn en zo beperkt mogelijk. 

De afwezigheid van staatsnoodrecht toont hoe onvoorbereid we waren op de pandemie, niet alleen medisch en organisatorisch, doch ook juridisch. Het is een toonbeeld van de zwakte van de rechtscomponent in onze samenleving, de belabberde staat van onze wetgeving en handhaving.

SAMEN LEVEN: EEN FUNDAMENTELE VAARDIGHEID 

Ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten, kan het zo zijn dat sommigen zich extreem geraakt voelen, bijvoorbeeld omdat ze de uitoefening van hun diepste religieuze overtuiging beperkt. Toch kan een democratie dan, onder de genoemde voorwaarden,  rechtmatig kiezen ten voordele van de collectiviteit, als onderdeel van de vrijwaring van de rechten en vrijheden van anderen. 

De belijding van diepe overtuigingen kan daar, in specifieke gevallen, voor moeten wijken. Men denke aan het hoofddoekarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of het rode ster-arrest, ten aanzien van politieke symbolen en de gevoelens die deze bij sommigen kunnen opwekken. De eisen van de samen-leving hebben, wanneer het niet anders kan, voorrang op de gevoelens van een individu of een groepering.

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            De uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden kan dus wel degelijk  beperkt worden, omdat zij “plichten en verantwoordelijkheden” met zich brengt. Daar staan we nog weinig bij stil, … “plichten en verantwoordelijkheden”….

Art 8 van het Vlaams decreet Preventief Gezondheidsbeleid bepaalt met zoveel woorden dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en die van zijn medemensen. 

Blijft dat, naast een correct beleid, niet de grootste drijver om samen door die pandemie te komen? Misplaatste politionele branie helpt ons daarbij niet.

Prof em dr Leo Neels

Op 18 12 gepubliceerd op http://www.tijd.be

Federale Abdicatie. 15 maanden Hoempapa en Stilstand. België heeft een Intensive Care-Regering nodig

             450 dagen na de verkiezingen van 26 mei 2019 en 10 koninklijke opdrachten voor 15 personen later, staan we nergens. 15 maanden hoempapa, totempaaldansen en stilstand, 0 vooruitgang, terwijl ons land internationaal op quasi alle indicatoren al achteruitging. In de laatste 10 jaar hadden we, gedurende méér dan 3 jaar, op het belangrijkste politiek niveau van het land geen regering met volheid van bevoegdheid. Abdicatie van de politiek. Zelfs de grootste naoorlogse gezondheidscrisis leidt niet tot daadkracht. Ook het coronagebeuren zelf leidt te vaak tot politieke improvisatie. Corona leverde ons een onthutsende close-up van de bedenkelijke bestuurskwaliteit die ons land, federaal en regionaal, al zo lang kenmerkt.

BEZETTE GEBIEDEN

            Het is gemakkelijk daar de huidige politieke generatie voor te blameren, of nog, de onmogelijke staatsstructuur waarin na een reeks ‘staatshervormingen’ nauwelijks nog iets in beweging te krijgen is. Dat is niet de kern van de crisis, er zit diep betonrot in onze instituties.

            In weerwil van veel talent en goede wil, hebben de partijen over de laatste decennia een graf gegraven voor zichzelf. Naarmate ze zichzelf belangrijker wilden maken en onvervangbaar, hebben ze een infernale spiraal in gang gezet die hen eens zou veroordelen tot volledige impotentie. Met hun partijdige tentakels hebben ze de instituties herleid tot bezette gebieden, tot meerdere eer en glorie van zichzelf.  Onder hun oneigenlijk overgewicht in de talloze regeringen en parlementen, imploderen “beleidspartijen” tot relatief kleine fracties onderweg naar de kiesdrempel. De analyse is het recent krachtigst verwoord door Michael Porter (Katherine M. Gehl en Michael E. Porter, The Politics Industry. How political innovation can break partisan gridlock and save our democracy, 2020), de Amerikaanse politiek is in hetzelfde bedje ziek.

DE DOMINANTIE VAN PRIVATE BELANGEN

Essentiële taken, zoals de vorming van een regering na verkiezingen of de opstelling van ordentelijke begrotingen, worden niet meer vervuld. Een stuurloos parlement keurt enthousiast nieuwe – uiteraard niet-gefinancierde – structurele uitgaven goed: meerderheids- en oppositiefracties werkten er afwisselend aan mee, de rekening bedraagt ongeveer 1,5 miljard € op jaarbasis. Opvallend zijn daarbij uitgaven die gezien kunnen worden als vriendendiensten, op kosten van de gemeenschap, aan allerlei “bevriende” private belangen.

Ons modern en gedegeneerd democratisch bestel verleent inderdaad uitzonderlijk veel invloed en zeggenschap aan private belangen in de politieke besluitvorming.  Het fameuze algemeen belang werd een abstracte achtergestelde grootheid; de optelsom van private belangen is het substituut voor het algemeen belang, de toekomstige generaties worden achtergesteld ten voordele van de huidige. 

PARALLELLE BESLUITVORMING… VERWORVEN RECHTEN… REMMENDE FACTOR

            Veel private belangen zijn gelieerd met de ene of andere partij, men spreekt soms van het politiek-economisch en politiek-sociaal complex. Werkgeversfederaties, sectorverenigingen, syndicale unies, mutualistische  verenigingen,  activistische gezelschappen uit de civiele samenleving vinden via partijen makkelijk hun weg naar  voorkeurbehandelingen en gunsten van allerlei aard. 

            Die worden dan snel “verworven rechten”, een klassiek recept van slecht bestuur: niet kunnen of willen veranderen, omdat besluiten uit het verleden sacrosanct zijn – ook al zijn ze manifest gedateerd en vergen voortdurende wijzigende omstandigheden altijd bijsturingen. Tegengewerkt door verkeerd begrepen loyauteit aan het verleden, ten nadele van de toekomst.

De meer dan 800 fiscale aftrekken leveren een mooie staalkaart van deze fauna en flora, de samenstelling van vele gremia van mede-besluitvorming is een echo van deze verweving. 

De parallelle overlegdemocratie reproduceert een eigen representatief stelsel, op basis van groepsbelangen, met gedelegeerde zeggenschap, reglementerende en uitvoerende taken en verdienmodellen. Ooit geroemd als democratisch hoogtepunt, stokt ook dit stelsel  tot remmende factor op besluitvorming; waren gremia zoals de Groep van Tien ooit productiever, dan hebben ze nu moeite om nog met de echte oplossingen te komen. Een kuchje van een vakbondscentrale kan vandaag zomaar de staking van werkzaamheden van pre-formateurs uitlokken.

PARTIJDIGHEID VERVANGT REPRESENTATIE

            Het idee van parlementaire representatie rust op de opvatting dat men, eens verkozen, “volksvertegenwoordiger” is, iemand die “het volk”, iedereen dus, vertegenwoordigt. Dat sluit de ethiek en ambitie in om afstand te nemen van achterban en van partijdigheid. Art. 42 van de Grondwet, dat parlementairen verplicht om “de natie”, zoals het daar heet, te vertegenwoordigen, “en niet enkel degenen die hen hebben verkozen”, is normatief en taakstellend. Het verplicht om het mandaat met open geest en onafhankelijk op te nemen, namens alle inwoners van het land en ten bate van die algemeenheid – het algemeen belang dus.

            Deze grondwettelijke verplichting definieert wat de kern is van elk politiek ambt. Ook dat idee is  vervangen door partijdige aanhorigheid en onderdanigheid. De partij bepaalt wie op “haar” lijst staat en verkiesbaar kan zijn, de partij bepaalt ook al wat die persoon voortaan doet en laat. Het algemeen belang wordt niet gerepresenteerd, partijdige en partijbelangen domineren.

PARTIJGEZWELLEN

            Gehl en Porter beschrijven dit als de zelfbediening van politieke partijen, die zelf de regels maken voor hun juridische status en financiering, … een wel heel markante vorm van belangenconflict. Bij ons financieren  partijen  zichzelf rijkelijk met belastingsgeld; er is veel kritiek op het systeem maar het houdt zichzelf al jarenlang in stand (Bart Maddens e.a., De Prijs van Politiek. Over de portefeuille van politieke partijen, 2019). 

            Vaak al is “beslist” dat politieke benoemingen zouden worden uitgeschakeld, steeds vindt men toch weer het excuus om deze ongezonde politisering van het openbaar ambt voort te zetten. Het is een schandvlek op het openbaar bestuur. 

Alsof dat niet volstond, permitteren regeringsleden zich een faraonische hofhouding van partijgetrouwen, de zgn. kabinetten, die tussen de minister en de administratie opereren in een totale schemerzone. Net in dié sfeer worden de politieke beslissingen voorbereid en gefinaliseerd, met als hoogtepunt de “inter-kabinetten-werkgroep” (IKW), waarin partijdige kabinetsmedewerk(st)ers van de diverse ministers hun punten trachten binnen te halen. Wat krijg ik voor mijn partij los, is de kernvraag; het te bereiken doel van de beslissing wordt secundair, de zorg om de behoorlijkheid en efficiëntie van de beslissingen verdwijnt naar de achtergrond.  Het maakt ons bestuur belachelijk duur, inefficiënt en onsamenhangend. Te vaak affairistisch ook. De IKW’s zijn de dagelijkse labo’s van onze achteruitgang: politiek micromanagement, en partijpolitisering van werkelijk àlles.

WAT NU?

            De politiek loopt nu vast, het kan niemand echt verrassen. Het systeem werd zo decadent dat het niet langer oplossingen kan genereren, het faalt  (Ross Douthat, The Decadent Society. How we became the Victims of our own success, 2020). Dit is een systemische misgroei van ons democratisch bestel, die al langer beschreven is, ook bij ons (Wilfried Dewachter, De trukendoos van de Belgische particratie. Een Europese schande, 2014). Het is de oude kanker van de particratie, die zich in de naoorlogse geschiedenis op aberrante wijze heeft genesteld in de kern onze politieke machinerie, ze heeft het wezen ervan veranderd.

Deze generatie erfde het van haar voorgangers, maar men kan haar wel aanrekenen de systemische misgroei van de partijdige greep op de instellingen niet te hebben bijgestuurd. Ze ziet dit spel als normaliteit – net trouwens zoals vele politieke analisten en journalisten, die de fenomenen hiervan te veel volgen als ging het om bokswedstrijden met winnaars en verliezers (Steven Pinker, Enlightenment Now, 2018).  De essentiële vragen worden nog weinig gesteld, iedereen leeft te oppervlakkig mee op het ritme van de dag. 

DE NIEUWE NORMALITEIT: dysfuncties, stilstand en incompetentie

Gehl en Porter starten hun recent boek met de anecdote van de vis. De anecdote wil dat twee jonge vissen een oudere vis tegenkomen die de andere kant uitzwemt; die knikt naar ze en begroet hen met een vrolijk ‘Hello gasten. Hoe is het water vandaag?’ De jonge vissen zwemmen door, en wat verder vraagt de ene vis aan de andere ‘Wat zou dat toch zijn, “water”? De vissen kennen geen water: de les is dat het moeilijk is om datgene waarmee we vertrouwd zijn, te zien. Zelfs als we erover klagen, stellen we daar geen vragen over, we kunnen er toch niets aan wijzigen, het is de normaliteit. En zo accepteren we met zijn allen te gemakkelijk dysfuncties, stilstand en incompetentie, aldus Gehl en Porter.

KRACHTIGE REGERING NODIG

Er is al sedert december 2018 een krachtige regering nodig, laat ons zeggen dat de laatste federale regering met volheid van bevoegdheid niet echt presteerde in lijn met de hoge verwachtingen die ze verkondigde. Ons land boert systematisch achteruit in internationale rankings en is niet in staat zijn verzorgingsstaat behoorlijk te financieren (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/), de staatsschuld neemt buitensporig toe, zelfs pre-corona.

Schijnbaar presteert de verzorgingsstaat wel, maar we exporteren de kost daarvan naar de jongere generaties, een volstrekt onethische toestand. Dat heet staatsschuld, een drama dat het vooruitgangsgeloof aantast en economisch zeer risicovol is, zeker met een begrotingstekort van tussen 50 en 70 miljard €… We konden één coronapiek bufferen, maar zijn slecht gewapend voor volgende opstoten, en de economische schade komt nog grotendeels op ons af.

Een krachtige regering is dus nodig. In de regel cirkelt  regeringsbeleid bij ons ietsjes links of rechts van het centrum – een voordeel van coalitieregimes. Dat het beleid van de regering-Michel “ultra-liberaal” of “anti-sociaal” wordt genoemd, is politieke marketing, gekenmerkt door slogans en extremiteiten, losgezongen van de werkelijkheid. Beleid moet steunen op feiten en moet feiten managen naar ambitieuze haalbare doelstellingen. Punt. Zouden partijleiders écht denken dat de feiten zich aanpassen aan hun partijprogramma’s?

            Laat ons eerlijk zijn. Het is weinig waarschijnlijk dat we vandaag in de partijdige retoriek en het onderling wantrouwen de grondslag vinden voor een krachtig en performant team dat opgewassen is tegen de fenomenale uitdagingen van vandaag. 

INTENSIVE CARE-REGERING NODIG

            Dan is er nog dringender  behoefte aan een klein krachtig urgentieteam met een corona-transitie-plan, een intensive care-team voor de federale staat. Misschien moet een extern onafhankelijk persoon die in elkaar zetten, een intendant, zoals Itinera al in april voorstelde. Corona is nog minstens een  jaar of langer een acute dreiging, we kunnen ons het gestoethaspel van de voorbije periode niet blijvend veroorloven. De parlementaire fracties hebben de ethische plicht om een crisisregering het vertrouwen te geven om corona beter aan te pakken. Echte federale staten creëren daarvoor performante interfederale besluitvormingsteams met hun kantons of Länder, waarom kunnen wij dat niet ?

            Het economisch relanceplan waarvoor de elementen op tafel liggen vergt moed en volharding, terwijl de partijen teren op wantrouwen en twijfel – gedicteerd door electorale berekening. Kunnen ze éénmaal zichzelf overstijgen? Dat is wat we nù, direct, nodig hebben. Niet over drie of vier maanden, het onverantwoordelijk getalm heeft al tergend lang geduurd.

            Het interfederaal noodteam heeft ook de steun nodig van de federale en regionale parlementen en moet bijzonder transparant verantwoording afleggen over zijn beleid aan de parlementen. Het moet zich laten bijstaan door administraties en experten, en niet door partijhoofdkwartieren en spindoctors van allerlei slag. In die gremia moet men eens heel diep in de spiegel kijken. De bevolking heeft al lang door wat in die spiegel te zien is, nu de verkozenen van meerderheid en oppositie nog.

OPPARTIJDIGE RESET VAN DE POLITIEKE ZEDEN

            Er is behoefte aan een totale “re-set” van de verloederde politieke zeden, de opgave van partijdigheid als dominante strekking in de politiek en de heruitvinding van een levendige en daadkrachtige democratie. Er zijn al schitterende basis-analyses en vernieuwingsvoorstellen beschikbaar, zoals : Horizon 2024: http://horizon2024.s3-website-us-east-1.amazonaws.com/

            Laat een niet-partijpolitieke staatsconferentie daar een jaar aan werken, met alle expertise die daarvoor nodig en nuttig is.

STAATSSTRUCTUUR-RESET

            Onze staatsstructuur is volledig ontspoord. We hebben te veel, te dikke, te dure en te inefficiënte regeringen en nomenclaturen, zowel federaal als regionaal als lokaal, met Brussel als uitsmijter. Ook hier dient een “re-set” gezocht. Het kan zo niet verder. De opeenvolgende staatshervormingen zijn mee ingekleurd door partijdige belangen, ten nadele van het algemeen belang. Dit nadeel is vandaag zo groot dat de welvaartscreatie erdoor wordt bedreigd. We hebben behoefte aan een krachtig beginsel van Bundestreue,een solidair samenwerkingsmodel, homogene bevoegdheden, en een positieve politieke cultuur gericht op goed bestuur, resultaten en verantwoordingsethiek.

            Met één van de duurste overheidsapparaten van de OESO-landen zijn we niet eens in staat om nu, na zes maanden coronabeleidservaring, fijnmazig en goed gecoördineerd te werk te gaan. Een verdienstelijk provinciegouverneur moest in het meest bedreigd gebied de zaak redden, tja…

            Laat ons de bestuurslagen-lasagne  reduceren tot wat bijdraagt tot welvaartscreatie, tot eenvoud en samenhang. Laat ons krachtige homogene bevoegdheidspakketten maken zodat we gewapend zijn voor de vele uitdagingen die ons wachten, van armoedebeleid (dat zou een goed idee zijn!) over klimaatvoorbereiding, van efficiënt bestuur naar een echte verantwoordingscultuur.

            Zet ook op die constitutionele re-set de niet-partijpolitieke staatsconferentie in, met de beste brainsvan het land. Vergeet het grondwettelijk imbroglio van de opeengestapelde staatshervormingen, dat model is gedateerd en voorbij. Maak de meest performante structuren voor de bouw van succes, van welvaart die onze verzorgingsstaat in stand kan houden én kan herfinancieren. Laat solidariteit rusten op gedeelde verantwoordelijkheid, plichten en bijdrage in een duurzaam model dat rust op vertrouwen.


VERTEL DE WAARHEID

            Stop het politiek magisch denken dat we “partijprogramma’s” noemen en verziekt is door instandhouding van het verleden door te veel zelfbediening. De lectuur van wat voor de verkiezingen allemaal werd beweerd is onthutsend. Marketingpraatjes met plannen die vooral toch geschikt waren voor een ander land, een land met een lage overheidsschuld, grotere economische groei, een hoge activiteitsgraad van de bevolking, en goed bestuur. Veel wensdenken en dromen.

            Geef het gespin en de verziekte communicatie, die verdeelt en polariseert, op. Benoem één woordvoerder voor elke regering, niet een heel leger kabinetsjongens en – meisjes voor elke regeringslid, die de hele dag moeten spinnen op sociale media. Wees eens ernstig. De grootste stommiteit van de politieke marketing is dat men niet slechts zijn eigen product aanprijst, maar tracht het product van zijn tegenstrevers en die tegenstrevers zelf onderuit te halen. Die dagelijkse illustraties van morele superioriteit, en de neerbuigendheid naar andere ideeën of personen tonen toch vooral de naaktheid van de keizers van de Wetstraat.

            Laat ons vertrekken van de toestand zoals die is: de ontgoochelende “facts and figures” (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/).Bouw daarop uw beleid. Kijk naar de voorbeeldlanden die het aanmerkelijk beter doen, Zwitserland, Scandinavië, Duitsland, Nederland… Vergeet de achteruitkijkspiegel, betrek het welzijn van de volgende generaties bij uw beleid, geef onze jongeren een wervend toekomstperspectief, herinvesteer en reanimeer de motor van de welvaartscreatie, bouw de immense staatsschuld af over enkele decennia. Ontluis de instellingen en administraties van alle oneigenlijke beïnvloedingen van de laatste decennia, maak krachtige beleids- en beheerteams die performant kunnen zijn en presteren. Het kan hoor, de voorbeelden zijn er, en we hebben er het talent voor. Zoals de Bond Zonder Naam het formuleerde: Verbeter de wereld, begin bij uzelf! Best moeilijk om te doen, maar wel nodig.


WANTROUWEN WERKT NIET

            Het partijmodel van de laatste decennia werkt niet meer. Mee aangestookt door de infernale dynamiek van social mediawerd het een spin-model dat is losgezongen van de werkelijkheid. Het leidt tot ondergang: alle beleidspartijen gaan drastisch achteruit en ze zuigen het land mee de dieperik in. Toch denken ze nog altijd te winnen bij meer van hetzelfde. Einstein wist al: “We can not expect things to change if we keep doing the same things” (1955):

            “Een crisis is de grootste zegen voor mensen en naties, want een crisis brengt vooruitgang. Creativiteit komt voort uit angst, zoals de dag uit de donkere nacht komt. Crisissen provoceren inventiviteit, ontdekkingen en geweldige strategieën. Wie een crisis overwint, overwint zichzelf zonder ‘gepasseerd’ te worden. Wie leert van de mislukkingen en moeilijkheden van een crisis, maximaliseert zijn talent en ziet sneller de oplossingen dan de problemen. 

            De echte crisis is de crisis van incompetentie. Wat zowel voor mensen als voor naties moeilijk is, is de luiheid bij het zoeken naar oplossingen en uitwegen. Zonder crisis zijn er geen uitdagingen, zonder uitdagingen is het leven een routine, een langzame pijn. Zonder crisis is er geen verdienste. In crisis komt het beste van elk naar voren, want zonder crisis zijn alle winden slechts milde briesjes. Alleen maar praten over crisis betekent dat we haar vergroten, erover zwijgen betekent dat we haar aanvaarden. In plaats daarvan moet er hard gewerkt worden. Laten we eens en voor altijd stoppen met de enige gevaarlijke crisis, namelijk de tragedie van niet te willen winnen.”

HET PUBLIEK HEEFT DE POLITIEK AL LANG DOOR

            Nog slechts 25% van de Vlamingen spreekt zijn vertrouwen uit in zijn instellingen en politieke leiders. Dat is lager dan het gemiddeldein de Europese landen, dat op 43% ligt, toch ook een minderheid (Eurobarometer, European Social Survey, VRIND-indicatoren). Burgers hebben de politiek helemaal door, terwijl politici nog steeds denken dat hun manier van doen hen nog steeds zand in de ogen strooit.

            Juist wanneer beleidsmensen het grootste vertrouwen van het publiek nodig hebben, nu de uitdagingen grandioos groter zijn dan enkele maanden geleden, erodeert dat vertrouwen snel(OECD, Trust and Public Policy. How better Governance can help rebuild Public Trust, 2017: https://read.oecd-ilibrary.org/governance/trust-and-public-policy_9789264268920-en#page1). 

Mensen zijn op de proef gesteld bij de financiële crisis toen ze zich grotendeels onbeschermd voelden door politieke autoriteit, door de invloed van tragere economische groei op tewerkstelling en inkomen, door globalisering en banenverlies, maar ook door aanhoudende fenomenen van slecht bestuur, verspillingen, gekibbel en stilstand, door de afwezigheid van overtuigende antwoorden op terrorisme, klimaatvraagstukken, migratiestromen, energie-onzekerheid, globalisering en de opkomst van autoritaire staten – zelfs binnen de Europese Unie. 

            Er zijn twee factoren, aldus de OESO-studie, die vertrouwen bijbrengen: de kunde van onze politieke leiders, en de wijze waarop ze de basiswaarden van onze samenleving toepassen en uitdragen. Als grote competentie blijkt door constant en goed bestuur en als politici tonen dat ze altijd en overal de waarden die ze belijden ook beleven, groeit de sensatie van behoorlijk bestuur, van faire behandeling en van vertrouwen. Beleid moet met faire processen én faire resultaten die werken voor alle burgers, ten dienste staan van de burgers, dat is de essentie van een verkozen mandaat. Laat ons eerlijk zijn, dat is niet de politieke werkelijkheid.

            Burgers voelen zich de speelbal van politieke spelletjes en mediocriteit, van onbekwaamheid en fratsen. De overheid slaagt er niet in haar burgers elementair te beschermen tegen moderne onzekerheden – die van existentiële aard zijn; corona heeft dit op een onthutsende manier naar voor gebracht. Bovenmatige inspanningen van de medische en verpleegkundige wereld hebben veel rechtgetrokken, maar het beleid is te zwak gebleken. Dat kan niet langer ontkend worden, hiervan wegkijken zou misdadig zijn.

            Het OESO-rapport voert aan dat het onthutsend is om te zien dat bedrijven de focus leggen op positieve marketing, die consumentenvertrouwen rond hun producten moet inspireren. In contrast daarmee, aldus de OESO, is vertrouwen helemaal geen actief bestanddeel  van politiek bestuur en beleid. De politiek is dubbelzinnig over zijn product. Het échte product is de onpartijdige representatie van de gehele bevolking met het oog op goed bestuur, efficiënt gebruik van de publieke middelen en vooruitgang. Helaas focussen partijen eerder op een andere doel, puur electoraal winstbejag, berekening van wat hen electorale winst zal brengen. 

            Hoewel die strategie enkel maar achteruitgang oplevert, gaan ze daar koppig mee door. Porter merkt op dat moderne partijstrategieën nu vaak het politieke midden vergeten, en focussen op de extremen die niet dominant zijn in de samenleving, maar wel in de social media. Daarmee maken ze het zichzelf moeilijk of onmogelijk om nog met oplossingen te kunnen komen. Ze leggen zelf de nadruk op politieke verdeeldheid, partijdige argumentatie en blokkeringsstrategieën. Daar zit de grootste bedreiging van onze instituties, en de grootste valkuil voor jonge politici en hun partijen, die fantasmen blijven promoten en daardoor tot impotentie vervallen.

            Burgers hebben recht op een vertrouwenwekkende omgeving. Zij investeren in de politiek met hun stem en met hun centen (die partijen zich nogal enthousiast toe-ëigenen), en ze hebben gelijk daar een grote “return on investment”voor terug te eisen. 450 dagen stilstand zijn het omgekeerde daarvan en ondermijnen de performantie van ons land om de gigantische uitdagingen aan te pakken.

            De politieke retoriek staat in zijn hemd. Tijd voor grondige verandering: onze huidige generatie politici is nog jong, het is nu haar verantwoordelijkheid om deze verandering te initiëren, tenzij ze de stok wil doorgeven aan de extreme partijen van links en rechts die de democratie tenslotte totaal zullen vernietigen.

Prof dr em Leo Neels

CEO Itinera

20 08 2020 Ook gepubliceerd bij http://www.knack.be :

http://www.knack.be/nieuws/belgie/corona-leverde-een-onthutsende-close-up-van-de-bedenkelijke-bestuurskwaliteit-die-ons-land-al-zo-lang-kenmerkt/article-opinion-1631619.html

Trial by Media. Alweer.

                  Er is al veel inkt gevloeid over de dood van Sanda Dia bij zijn zgn. studentendoop bij de studentenclub Reuzegom in december 2018. Vooral ook recent, bij de bekendmaking van de essentiële feiten van de wedersamenstelling tijdens het gerechtelijk onderzoek. De zaak is verzonden naar de Raadkamer die op 4 september moet oordelen over verwijzing naar de strafrechter van een hele reeks leden van Reuzegom, op betichting van “opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding en onterende behandelingen.”  Sommige academici richtten hun scherpe pijlen op de KULeuven en Rector Luc Sels, omdat de universiteit in een tuchtprocedure te slap zou hebben gereageerd.

                  Rector Sels heeft in een Open Brief omstandig, helder en sereen zijn standpunt weergegeven (DS 30 juli) op het verwijt van laksheid bij de tuchtrechtelijke beoordeling door de universiteit, die moest oordelen op basis van schaarse beschikbare feiten. Hij verdedigt de universiteit in deze moeilijke omstandigheden met geheven hoofd. Voor wie goed leest met veel nuance, aangegrepen door de volstrekte verwerpelijkheid van de feiten zoals we die nu kennen, en zich bewust van de verregaande normloosheid van de clubleden. Maar ook van de waarden die men in moeilijke omstandigheden moet blijven verdedigen. Al de waarden, die van de zwaar getroffen familie en vrienden van Dia, die van de samenleving en van een universiteit, die van studenten in opleiding – verdacht of niet – en de rechtsstaat.

                  De nuance waarmee hij dat doet gaf volgens sommigen blijk van een gebrek aan empathie voor de nabestaanden. Anderen pleiten voor directe en krachtige maatregelen en honen dat de toenmalige studenten hun studie aan de Universiteit konden afmaken. Het gaat van emotionele reacties tot oproepen tot onmiddellijke zware tuchtrechtelijke sancties.

                  In emotionele rechszaken, zeker die over leven en dood is dit de moderne wetmatigheid. Saillante details krijgen zeer veel persaandacht, profiling van academici of “de elite” gaat door als argument, standrechtelijke executie wordt de norm. Social media zijn in deze sfeer gemakkelijk de galgenvelden van de 21steeeuw, ook sommige media met een professionele redactie maken ruimte voor quasi-oproepen tot standrechtelijke executie. 

                  Het was in die atmosfeer nodig en moedig dat Rector Luc Sels zijn standpunt omstandig uiteenzette, met duiding van de zeer diverse samenhangende elementen en een tijdslijn. Die noopte de Universiteit in dit tragisch en stuitend geval om tuchtrechtelijk op te treden zonder dat tuchtoverheden onderzoeksbevoegdheden hebben en lang voordat het gerechtelijk onderzoek was afgerond. Terecht riep hij op om een proces in de media (“trial by media”) te voorkomen. Dat wordt immers al volop gevoerd. 

Sommige commentatoren zien daarin dan weer een oproep rond het slachtofferschap van de beklaagde studenten die zich in rechte zullen moeten verantwoorden (DM 11 aug.), zelfs met een bizarre analogie naar de na-oorlogse repressie-processen; begrijpe wie kan! Ze hadden ook kunnen overwegen dat de oproep dat de rechterlijke macht de zaak in sereniteit ten gronde kan beoordelen, veel belangrijker is in een rechtsstaat dan wat commentatoren van allerlei slag, die meestal geen enkele kennis hebben van welk dossier de Universiteit destijds tuchtrechtelijk kon beoordelen, noch van het dossier van het gerechtelijk onderzoek, daar nu emotioneel van vinden.

Ingezonden aan De Morgen, niet gepubliceerd.

Leve de rechtsstaat! Ook bij coronabestrijding.

            De coronapandemie heeft verdedigers van utopiëen en dystopiëen ruim geïnspireerd. Recent werd ook het einde van de rechtsstaat uitgeroepen. Het is goed dat er kritische grenswachters van de rechtsstaat zijn, maar de proclamatie van de bananenrepubliek door De Groote en Verelst (Jan De Groote en Karin Verelst, “Wordt corona het einde van de rechtsstaat?” op vrtnws/opinie, 31 juli) is overdreven.

            Wat zeker waar is, is dat we een land zijn van slordige wetgeving, gammele regulering, en wankel beleid. De coronacrisis heeft ons, weer eens, in de spiegel doen kijken van  sukkelachtig beleid, negatie van wetenschappelijke expertise, improvisatie van de bovenste plank en totale politisering (https://www.itinerainstitute.org/wp-content/uploads/2020/07/Coronaplan-Itinera.pdfenhttps://www.youtube.com/watch?v=WrHaAn4bRDU&feature=youtu.be).

Er zijn ook goede zaken, zoals de alerte reactie van de ziekenhuizen en hun bemanning, de vigilantie van de huisartsen, of (zeer vaak toch) de heldere communicatie van virologen en infectiologen. Of nog, de moedige actie van thuiswerkende ouders met hun kinderen, of de relatief snelle introductie van digitaal onderwijs. Politiek en beleidsmatig ageert ons land   middelmatig, maar Belgen zijn creatieve plantrekkers die er het beste van maken. Tientallen initiatieven bewijzen dat weer.

TEN STRIJDE TEGEN DE KARIKATUREN

Terug naar de rechtsstaat. De Groote en Verelst slaan groot alarm naar aanleiding van de avondklok en de verplichte quarantainemogelijkheid, die ze  neersabelen als manifest ongrondwettig. Zou het? Ik durf te betwijfelen dat hun kritiek terecht is – ook al kan het zo zijn (maar dat is niet echt hun argument) dat er links of rechts een kritische aanmerking kan passen bij de motivering van een maatregel. Misschien is de wettelijke grondslag van elke maatregel niet perfect? Niet uitgesloten, maar hun theatrale uitval over de ongrondwettigheid past enkel bij hun karikaturale voorstelling van de maatregelen. 

LEGITIEME BEPERKINGEN AAN FUNDAMENTELE RECHTEN

Grondwettelijke rechten en vrijheden zijn fundamenteel, maar niet absoluut. Ze kunnen beperkt worden met het oog op bepaalde legitieme doeleinden, waarvan volksgezondheid er in elk geval één is.  Beperkingen moeten evenredig zijn; ze mogen niet groter zijn dan noodzakelijk is om het legitieme doel te bereiken, en men moet ernaar streven om een maximum aan vrijheid en rechten te vrijwaren.

De evolutie van de tweede piek van de coronabesmetting rechtvaardigt veel, zoals de auteurs ook terecht aanvoeren. Zeker een samenscholingsverbod, dat net zoals de 1,5-meter-regel of het mondmasker de besmetting tussen personen tracht te beperken. Handhaaf het samenscholingsverbod strikt, zeggen de auteurs, dan is de avondklok niet nodig. Maar de avondklok is net nodig omdat een strikte handhaving van het samenscholingsverbod nu eenmaal niet mogelijk is, de vele verdoken feesten en partijen tonen dat aan. Strikte handhaving zou ongetwijfeld ook een inzet vergen van middelen die buitenproportioneel is.

Ze geven toe dat het samenscholingsverbod geldig is, omdat het verbod het vrij gebruik van de openbare ruimte enkel beperkt;  de avondklok is volgens hen ongeldig  uit zichzelf, omdat ze het gebruik van de publieke ruimte geheel verbiedt, en dus geen vrijheidsbeperking is maar een vrijheidsberoving. Zou het? Net zo goed kan aangevoerd worden dat de avondklok enkel een beperking is van het gebruik van de publieke ruimte gedurende 6,5  van de 24 uur, niet meer dan dat, en op een moment dat we daar in het algemeen al het minst gebruik van maken. Al onze rechten en vrijheden blijven tijdens de avondklok intact, zij het in privatieve ruimten; enkel de vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, wordt tijdelijk ingeperkt.

ONWAARSCHIJNLIJKE VRIJHEDEN

Ze gaan zo ver om de avondklok te vergelijken met huisarrest of preventieve gevangenzetting. Preventieve gevangenzetting, zoals bij voorlopige hechtenis, berooft een persoon, onder omstandigheden, van al zijn vrijheden. Dat is met de avondklok helemaal niet het geval. Ze vallen ook de quarantaineverplichting aan na terugkeer uit een als besmet aangemerkt buitenlands gebied, en oordelen dat dergelijke maatregel de vloer aanveegt met alle basisbeginselen van de rechtsstaat, en “een bananenrepubliek waardig” is.

Le ridicule ne tue pas.We genieten onwaarschijnlijke vrijheden, en van elke burger wordt een bijdrage gevraagd om reëel besmettingsrisico te mijden door tijdelijk uit de publieke ruimte weg te blijven indien we mogelijk een besmettingsrisico voor anderen vormen. Dat is in het algemeen al zo; bij terugkeer uit kritieke gebieden legt men een verplichting op. Het is de tegenhanger van een blijvende ruime verplaatsings- en reisvrijheid. Is dat te veel gevraagd ten opzichte van een drama zoals de tweede coronapiek, die op dit ogenblik mogelijk uit de hand loopt?

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            Hier ontbreekt in hun beoordeling een belangrijk stuk van de rechtsstaat: de plichten en verantwoordelijkheden van eenieder, zowel overheden als burgers. Overheden hadden zeker beter gekund. We hadden na het gestuntel in maart gewenst dat we vandaag performante “tracking and tracing” zouden hebben, met adequate testingen dus zeer selectieve en doelgerichte interventies. Daar zijn we nog niet, onze overheden krijgen het maar niet goed. België, met zijn vele, dikke en dure overheden op zijn smalst…

Maar burgers hebben eigen plichten en verantwoordelijkheden, zo wordt het in de Europese Mensenrechtenconventie – die op dit punt zeker zo belangrijk is als de Grondwet – letterlijk bepaald. Burgerzin is er één van. En wanneer we daar – we zijn Belgen, nietwaar, plantrekkers die denken dat de regels er zijn voor de anderen – niet spontaan performant genoeg in zijn, kunnen maatregelen ons daarbij helpen. Daar is echt niets mis mee. 

Best realiseren we ons allen dat we nu dringend en performant moeten handelen tegen verdere besmetting. Dan wil ik met collega’s De Groote en Verelst de rechtsstaat een keer re-setten, denk maar aan de federale abdicatie van verkozenen, die hun publiek mandaat, dat een opdracht is om te handelen, een lastgeving, verkwanselen.

Want er zijn belangrijker inbreuken dan de imaginaire karikaturen waartegen ze uitrukken…