Bad Journalism

BAD JOURNALISM
Een antwoord op “Slecht getest op Mensen” (DS 20 okt.) en “Onze pillen zijn ziek” (DS 27 okt.)

Deze krant besteedde 2 volle pagina’s (Joël De Ceulaer,DS 20 oktober) aan het engelstalig boek BAD PHARMA van Ben Goldacre, arts en wetenschapsredacteur bij THE GUARDIAN, onder de titel “Slecht getest op mensen. Britse arts beweert dat veel pillen niet werken”, en Ruben Mersch herhaalde (DS 27 oktober, “Onze pillen zijn ziek”) dunnetjes de boodschap. De Ceulaer en Mersch nemen kritiekloos de stelling van Goldacre aan voor waar, en falen in hun opdracht om àlle informatie kritisch te bejegenen. Terwijl De Ceulaer minstens een reactie namens pharma.be inwon, vergenoegt Mersch zich met een persoonlijke aanval omwille van één van mijn reacties. Mijn aanbod aan DS om een opiniebijdrage te mogen leveren, nog geformuleerd voor de publicatie van het stuk van Mersch, is onbeantwoord.

Goldacre publiceerde in 2008 zijn bestseller Bad Science. Zijn centrale stelling vertrok toen bij de vaststelling dat de media makkelijk in de val trappen van kwakzalverij, die ze kritiekloos aan het grote publiek aanpraten, over een kritische analyse van veel nonsens van voedselsupplementen en sommige aspecten van de farmasector, naar wat hij noemde de tragedie van wetenschapsjournalistiek. Journalisten, aldus Goldacre, bevorderen een verkeerd begrip van wetenschap, blinken uit door hun belangstelling voor nutteloze “non-stories”, en verstaan de wetmatigheden van statistiek en wetenschappelijk bewijs niet. Terwijl we dus juist wetenschap beoefenen om zulke nadelen te overstijgen, laten we ons misleiden door onze vooroordelen. De mediamisvorming van wetenschappelijk bewijs in de gezondheidssector is gevaarlijk en grotesk. Die aanklacht op miskenning van wetenschap en dubieuze wetenschapsjournalistiek leverde Goldacre een bestseller op.

Zijn “me too”-boek riskeert een nieuwe bestseller te worden: de titel Bad Pharma (2012) toont aan dat Goldacre de wetmatigheden van marketing goed begrijpt, hij ontsnapt echter niet aan de valkuil die hij zelf zo treffend had geanalyseerd in Bad Science.

Goldacre voert aan (Intro, p. xi) dat klinische studies van geneesmiddelen vervalst worden door de farmabedrijven (die zulke studies organiseren), uitgevoerd worden met te kleine groepen van atypische patiënten, gemanipuleerd worden inzake de gepubliceerde data, teneinde een beter beeld te creëren van het nieuw geneesmiddel dan het verdient. Dé schuldige zijn de farmabedrijven, omdat volksgezondheidsautoriteiten, universiteiten, researchers, academici, wetenschappelijke verenigingen, artsen, patiëntenorganisaties, en uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften niet opgewassen zijn tegen de misbruiken van van farmaceutische bedrijven. Een pure complottheorie (Goldacre, p. 255, waarschuwt nochtans tegen conspiratief denken, sic): iedereen is corrupt, alleen Goldacre is puur, en, dus, inviteert hij nu whistleblowers om hun interessante verhalen aan hem te bezorgen (p. 363). Een slim en lucratief business model, vermits de anti-big-pharma-lobby inderdaad beide kenmerken verenigt.

Jammer dat Goldacre er nu blijk van geeft meer een handige marketeer te zijn dan een kritisch redacteur. Hij herhaalde weliswaar dat journalisten al te vaak en routinematig feiten verkeerd voorstellen, deels door een gebrek aan kennis en ook omdat ze zich graag profileren als kruisvaarders (p. 255). Maar zijn aanklacht is gekenmerkt door selectieve rapportage en beantwoordt niet aan de criteria die hij aan anderen wil opleggen. Bij wijze van voorbeeld, hierna drie elementen.

XxX

1. Vandaag wordt het opzet van klinische studies bepaald door FDA en EMA, in overleg met het farmabedrijf dat de studie betaalt. Die autoriteiten bepalen de eindpunten en de methodiek, en hun eisen zijn streng. Grote farmaceutische bedrijven publiceren de start van hun klinische studies op daarvoor gecreëerde websites, zoals deze van ifpma (http://clinicaltrials.ifpma.org), volgens richtlijnen van de WHO (Minimum Trial Registration Data Set, May 2006, http://www.who.int/ictrp/data_set/en/index1.html ).

Transparantie is een uiterst belangrijke norm, doch iedereen is het erover eens dat de publicatie van data kan worden beperkt door elementen zoals intellectuele eigendom of privacybescherming. Immers, het farmabedrijf is met zijn klinische studies in een proces van private financiering van de ontwikkeling van een potentieel geneesmiddel, en alle bevoegde autoriteiten achten het rechtmatig dat een bedrijf zijn investering beschermt. Daarom kùnnen niet altijd àlle beschikbare data gepubliceerd worden, daarover is eenieder het eens. Die nuance komt Goldacre niet goed uit, en dus verzwijgt hij die – waarmee hij zich een perfect exponent toont van wat hij in Bad Science nog aan journalisten verweet.

2. Goldacre toont zich een kritiekloos aanhanger van een zgn. nieuwe wetenschap, research die erin bestaat om researchpublicaties te herlezen (zgn. meta-analyses), en de geaggregeerde resultaten over een langere periode retro-actief te herinterpreteren. Zulk model kan methodologisch twijfelachtig zijn, omdat oudere resultaten worden herlezen met later verworven inzicht, en het miskent juist één van de meest fundamentele wetenschappelijke wetmatigheden, nl. de wet van het voortschrijdend inzicht. Toch wordt, inzake geneesmiddelen, dié methodiek ruim aangehangen, en, dan nog, meestal met een door overheden geïnspireerde bijgedachte van kostenbesparing.

Veel van de anti-big-pharma-library, zoniet alles, rust op kostkritiek. Immers, het is voor overheden moeilijker om aan patiënten voor te houden dat er een nieuw en deugdelijk geneesmiddel is dat toch niet zal worden terugbetaald, dan om twijfel te zaaien over de deugdelijkheid en de kosteneffectiviteit van het nieuwe middel. Het laatste is altijd gemakkelijk, en voor overheden de verkozen optie, het eerste vergt een moed die autoriteiten niet hebben. Dan maar investeren in modellen die van een nieuw geneesmiddel, na complexe klinische studies en investeringen tussen 1 en 5 miA US$, direct een bewijslast vergen die enkel bij langdurig klinisch gebruik bij grote groepen van patiënten kan worden vergaard. In dié kramp zijn de ziekteverzekeringsautoriteiten vandaag gevangen. Dat is ruim beschreven (bvb. C. M. Christensen, The Innovator’s Prescription, 2009; Richard Barker, 2030. The Future of Medicine, Avoiding a Medical Meltdown, 2011). Maar dat debat wordt door journalisten niet gevoerd, niet door Goldacre, en niet door DS.

3. Tenslotte ondergaan geneesmiddelen vandaag, altijd, een herexamen, bij terugbetalingsbeslissingen. De autoriteiten die die beslissingen nemen vergen vaak van de farmabedrijven zgn. risk sharing, die er vaak op neerkomt dat bedrijven het risico moeten dragen indien hun geneesmiddel bij sommige groepen van patiënten niet zo adequaat zou werken als verhoopt, of dat bedrijven terugbetalen indien meer patiënten baat blijken te hebben bij het geneesmiddel dan verwacht. Daarmee verminderen autoriteiten hun deel van de verantwoordelijkheid bij de beoordeling van de terugbetaalbaarheid, doch ze verhogen het aandeel van de aansprakelijkheid van de innoverende en investerende farmaceutische bedrijven.

Ook dit element past niet in het kraam van Goldacre, en dus verzwijgt hij het. Hij houdt het erbij dat men makkelijk voor 137 mio £, of zelfs voor 55 mio £ (merk hoe wetenschappelijk zijn uiteenzetting is!) een geneesmiddel kan ontwikkelen. Als daar ook maar énige grond van waarheid zou inzitten, dan schoten de innoverende farmabedrijven toch uit de grond, niet?

XxX

Aan De Ceulaer had ik gesuggereerd om met enkele hoogleraren en de wetenschapsredactie van zijn krant te spreken over research en over de waarde van innovatieve geneesmiddelen, of met patiëntenverenigingen. Tevergeefs, wellicht paste deze nuance niet in een voorstelling van een boek met de titel Bad Pharma; daarmee schreef De Ceulaer zich in in de door Goldacre eerder over de hekel gehaalde traditie van Bad Science, nl. de traditie van mediocre journalistiek over wetenschappelijke onderwerpen.

Goldacre maakte een karikatuur en lokale journalisten nemen die kritiekloos over. Het is goede marketing, doch povere journalistiek. Wat de columnist Mersch betreft, die verheft het genre van Bad Science pas echt tot kunst. Hij kiest de weg van de persoonlijke aanval, op basis van één selectief citaat van ondergetekende, en hij gebruikt zijn column in DS als marketing voor zijn boek “Oogklepdenken. Waarom we allemaal kloten zijn”, dat net is aangekondigd.

Verwacht het onverwachte, zo luidt de nieuwe slogan van DS. Maar dit soort journalistiek is eerder verwacht, immers, Goldacre had zulke mediocriteit in zijn eerste boek Bad Science aangekondigd.

Leo NEELS
Algemeen directeur pharma.be
28 okt. 2012
(niet gepubliceerd in DS)