Wie bewaakt de democratie

“Er zijn te veel mensen bespioneerd door te veel overheidsdepartementen, en er is veel te veel informatie verzameld.” Deze uitspraak herkennen we onmiddellijk als een uitspraak van Edward Snowden, maar dat is fout. Het is een citaat uit het eindrapport van het “US Senate Select Committee to Study Governmental Operations with Respect to Intelligence Activities” – het zgn. Church Committee Report, gepubliceerd in … 1975, 38 jaar voor Snowden zijn gestolen informatie aan The Guardian en geselecteerde media bezorgde.

Destijds was de atmosfeer getekend door het klimaat van protest tegen de Vietnamoorlog, het Watergateschandaal en de afgang van President Nixon die in 1974 aftrad. Vanaf 1970 werden bekend dat het Amerikaans leger de eigen burgers bespioneerde, dat Amerikaanse inlichtingendiensten moordaanslagen op buitenlandse staatshoofden beraamde, dat de CIA en het FBI briefwisseling tussen burgers opende en nalas, en informatie verzamelde over politieke activiteiten van Amerikaanse burgers.

Het zgn. Church Committee publiceerde 14 rapporten, waarvan grote stukken vandaag via Internet te raadplegen zijn: http://www.aarclibrary.org/publib/contents/church/contents_church_reports.htm . Het onderzoekscomité was fors tegengewerkt vanuit het Witte Huis en vanuit CIA, NSA en FBI. Die voerden voortdurend aan dat het onderzoek de staatsveiligheid van de US zou ondermijnen, en inlichtingendiensten met correcte oogmerken onmogelijk zou maken. Het doel was evenwel om inlichtingendiensten, waarvan men de noodzaak inzag, correct te her-kaderen in een democratische rechtsstaat, om de nodige discretie te verzoenen met democratische verantwoordingsplicht en vrijwaring van fundamentele rechten.

De rapporten toonden verregaande laksheid en nalatigheid aan in de opvolging en controle op zulke activiteiten. Ze benadrukten het nut van inlichtingendiensten, doch deden ook ernstige voorstellen om dergelijke ‘geheime’ operaties aan strikte en onafhankelijke controle te onderwerpen. Church concludeerde dat de US moeten beschikken over een belangrijke inlichtingencapaciteit. Maar die moet dienen om vijanden van de States te kunnen volgen, niet om normale politieke activiteit van de eigen bevolking te bespioneren. De capaciteit is zo overweldigend, aldus Church, dat een bestuur met verkeerde bedoelingen er makkelijk misbruik van zou kunnen maken om de rechten en vrijheden van de burgers en het democratisch gehalte van de US in het gedrang te brengen. De énige manier om dat te voorkomen is dat al die diensten strikt binnen de wet handelen, onder strakke onafhankelijke controle.

Dat is nu ook exact de stelling van de “Review Group on Intelligence” die aan President Obama rapporteerde op 12 december ll, naar aanleiding van de lekken van Snowden. Het comité, met o.m. Prof. Sunstein van Harvard, is messcherp en formuleert liefst 42 aanbevelingen: http://www.dni.gov/index.php/intelligence-community/review-group . De toezichtsorganen hebben hun job niet gedaan, en er zijn verregaande wanpraktijken bij de Inlichtingendiensten. Zelfs het bijzonder rechterlijk toezicht, dat moest waken over de grenzen van de activiteit, faalden. Inlichtingendiensten zijn nodig, maar ze blijven verantwoordingsplichtig. Omwille van de noodzakelijke discretie dienen de toezichthouders scherpzinnig en waakzaam te blijven. Weliswaar zijn autoriteiten vandaag ook geconfronteerd met werkelijke vijanden binnen het eigen grondgebied, doch dat rechtvaardigt geen inbreuken op rechten en vrijheden.

-o-
Burgers hebben het recht om met rust te worden gelaten, als onderdeel van hun persoonlijkheidsrechten. Dit is het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer – inbegrepen vertrouwelijke communicaties. Ze moeten zich ook veilig voelen tegenover de eigen autoriteiten. Overheden staan voor een delicate taak van adequaat risicomanagement, doch met het oog op àlle risico’s – niet alleen die voor de veiligheid, doch ook die voor de privacy. En dit moet intelligenter en waakzamer gebeuren dan een simpele afweging. Andere oogmerken, zoals terrorismebestrijding, zijn ook belangrijk, doch ze rechtvaardigen niet dat fundamentele rechten aan de kant worden geschoven. Dat is een lastige taak, doch in een democratie moet men de ambitie hebben om ook die lastige taak correct te vervullen, en niét te kort door de bocht te gaan: dàt is immers juist wat democratie onderscheidt: het doel – hoe nobel ook – heiligt niét de middelen.

De geschiedenis toont aan dat macht zonder efficiënt toezicht ontspoort. Beleid met één oogmerk, zoals een rechtmatig veiligheidsoogmerk, is riskant, omdat het leidt tot overdrijving. Dat bleek in de jaren ’70, en nu ook weer.

-o-

Edward Snowden was contractueel verbonden met de NSA, en had een forse vertrouwelijkheidsverbintenis onderschreven. Het staat vast dat hij die heeft geschonden. Dat ging hem overigens makkelijk af, omdat het systeem makkelijk te kraken bleek: er werd nogal slordig met de veiligheidsvoorschriften omgesprongen.

De schending van zijn vertrouwelijkheidsplicht is een ernstig misdrijf, gekend onder de noemer ‘hoogverraad’. Daar wordt – terecht – niet mee gelachen. De samenleving moét er op kunnen rekenen dat personen die met de staatsveiligheid belast zijn en met inlichtingendiensten, dat doen volgens de meest strikte juridische normen. Snowden heeft dat vertrouwen fors beschaamd. Dat vergt dat hij zich strafrechtelijk verantwoordt.

Hij poogt zich thans aan die verantwoordingsplicht te onttrekken, als gast van een regime dat geen boodschap heeft aan democratie en fundamentele rechten en vrijheden. Die eigenaardigheid is symptomatisch voor een onaanvaardbare toestand. De US, vlaggenschip van democratische rechtsstaten, blijkt met rechten en vrijheden zeer los te zijn omgesprongen, en een verdediger van fundamentele rechten zoekt tijdelijk asiel in een land dat vooral gekend is voor miskenning van de rechten en vrijheden van zijn eigen burgers.

Snowden bracht – zo blijkt uit het rapport van de Controlecommissie – verregaande onwettigheden aan het licht. Hij deed dat met schending van de wettelijke normen waaraan hijzelf onderworpen was. De Amerikaanse autoriteiten moeten bereid zijn een voordeel van Snowden’s illegale actie te zien, nl. dat zij nu in staat zijn hun inlichtingendiensten te herijken, en in de toekomst te doen functioneren met respect voor rechten en vrijheden van zijn burgers.

Strafrechtelijk levert dat Snowden wellicht een rechtvaardigingsgrond op voor zijn actie: hij kan zich dan in rechte verantwoorden voor zijn inbreuk, doch daarbij zal de rechter in rekening moeten brengen dat zijn optreden ook een groot voordeel had voor de Amerikaanse samenleving, nl. dat het beleid terug kan aanknopen bij de democratische rechten van zijn burgers.

Veel ‘staatsgeheimen’ liggen er immers, na de lekken van Snowden, niet op straat, maar vooral toch geklungel, illegaliteit en dubieuze praktijken, die zo typisch zijn voor autoriteiten die unidimensioneel denken en doen, zonder tegengewicht. Men kan denken aan de afluistering van Kanselier Merkel of de Europese Commissie: wélk veiligheidsrisico de US daarmee zou bestreden hebben, is allerminst duidelijk, het gaat gewoon om ontoelaatbare handelingen ten opzichte van bondgenoten.

Hetzelfde geldt voor de meeste informatie die Manning, in militaire dienst, heeft gelekt. De belangrijkste elementen waren onwettige oorlogshandelingen, zoals het neerschieten van burgers die gekwetsten te hulp kwamen. 35 jaar gevangenis – terwijl de US ook, zoals het in een correcte democratie betaamt, het hoofd diep hadden kunnen buigen voor de onwettigheid die in hun overheidsoptreden was geslopen, en een rechtvaardigingsgrond hadden kunnen aannemen voor Manning.

Is een systeem zoals de US bekwaam om daarop terug te komen, en de fout ten opzichte van Snowden niét te herhalen? Dàt is een kernvraag voor de US als vlaggenschip van Westerse democratiën. Ja, die worden vandaag zowel extern als intern bedreigd. Maar overheidsoptreden dat zélf de basisregel – deze van wettigheid van àlle overheidsoptreden – schendt, hoort niet tot het arsenaal van een Westerse democratie. De 35 jaar van Manning en de ongemakkelijke ballingschap van Snowden in een dictatuur zijn géén ‘collateral damage’ van een democratie, ze zijn een teken van ontsporing ervan. President Obama heeft daarop geen enkel antwoord gegeven.

Prof dr em Leo NEELS
KULeuven – UAntwerpen

Oorlog in Medialand

DE STANDAARD dit weekend aan halve prijs in de losse verkoop: – 50%. Bij hypothese is dat geen ‘verkoop met verlies’, want dat zou onwettig zijn. De vraag rijst dus of de gewone prijs dan nIet overdreven hoog is. Dat is het nadeel van koopjes. Veelal is het argument dat koopjes de “oude collectie” betreffen, met de krant van de dag speelt dat argument evenwel niet. Zou DS ook zulk aanbod doen in zijn andere markt, die van de adverteerders: “adverteer in DS, nu 50% voordeliger”? In een markt waarin Mediahuis nu 70% heeft is dat makkelijk. En met maar één concurrent in de markt is de verleiding groot om het verlies van de concurrent te interpreteren als eigen winst.

Met andere woorden: oorlog in medialand.

Die oorlog woedt al wat langer, doch minder zichtbaar. Nu wordt niets meer gedaan om oorlogstaal te schuwen. De anders zo minzame Thomas Leysen, Voorzitter van Corelio (De Standaard/ Het Nieuwsblad/ MediaHuis) viel in een recent interview fors uit naar zijn collega Christian Van Thillo (De Persgroep), inderdaad zijn enige concurrent, met het verwijt – ja welk verwijt eigenlijk? – … dat die zijn mediagroep als ondernemer leidt, dat hij let op de cijfertjes. Faut le faire, dan nog wel als oud- voorzitter van het VBO.

VRT overklast de private zenders vandaag, niet alleen met zijn talent, doch ook met véél gemeenschapsgeld – het was ooit anders – én met veel reclame. Zogezegd nog nipt onder de vorm van (toegelaten) “sponsoring”, doch in werkelijkheid met verknipte tv-spots. De derde speler – de oud-SBS- zenders, veel te duur overgekocht – verstikken erdoor en VTM riskeert in de berm te worden gereden. De Vlaamse adverteerdersmarkt is te klein voor zoveel commerciële spelers.

Het mediabeleid slaapt. Kabelnetten, de nieuwe powerplayers in medialand, kennen zo goed als geen regels, in contrast met private omroepen die onder de Vlaamse regelneverij gebukt gaan, terwijl het concept “openbare omroepopdracht” nooit goed is ingevuld geraakt.

BELGACOM, in de hemel geprezen als overheidsbedrijf, heeft in Vlaanderen géén mededinging gebouwd voor Telenet, dat een quasi-monopolie heeft en zijn zin doet. Er is dus werk voor Mevr. Leroy, en er is haast bij.

Technologie plaatst nu slimme kabelexploitanten in een dominante positie, omroepen – ooit de audiovisuele prima donna’s – zijn in een afhankelijke positie terecht gekomen. Al wie lokale ‘content’ moet maken, en wil investeren in nieuws – noodzakelijke ingrediënten voor het welslagen van een lokale omroep – zit met dure programmatie. Die is ook maatschappelijk relevant en bouwt de maatschappelijke socialisatie, doch wie maalt er om? Dat zou een scherp concept van ‘publieke omroepopdracht’ vergen, doch dat is er niet.

Onze overheden, eens eigenaar van Telenet, hebben het uitverkocht: de besluitvorming is Amerikaans, en jaarlijks wordt 800 miljoen € economische waarde uit de Vlaamse audiovisuele markt als dividend naar de States gepompt, een lek dat we ons niet kunnen veroorloven. Net nu Vlaams talent – zoals het bedoeld was bij de oprichting van VTM – de neus fors aan het raam steekt in Hollywood: producers, acteurs en regisseurs, en net nu we enkele internationale spelers krijgen van het type Studio 100.

TELENET is nu, naar verluidt, geïnteresseerd in de Vlaamse SBS-omroepen, na het megalomaan débâcle van Sanoma, en de te dure overname van de SBS-stations. Je hoeft geen provincialist te zijn om de dreiging te zien, wanneer een goed geleid buitenlands bedrijf, met veel geld, en een steeds grotere (internationale) rechtenportefeuille, hier omroep gaat spelen. VRT en VTM worden dan voetnoten in de audiovisuele geschiedenis.

Juist dan heb je een waakzame mededingingsautoriteit nodig, en niet alleen maar een luciede analyse van haar auditoraat.

Min 50%! Het is te hopen dat de waarde-verlies waaraan de gehele mediamarkt vandaag dreigt te worden blootgesteld kleiner blijft, maar verworven is dat niet.

Een oorlog tussen de mediabonzen kunnen we ons niet veroorloven, en een verder slapend Vlaams mediabeleid met regelneverij voor de Vlaamse private omroepen al evenmin.

Dit is de zwarte zwaan van de media in Vlaanderen, en het kan snel gaan. Er is nood aan leiderschap, en we kunnen ons niet permitteren dat die vacature – een knelpuntberoep! – niét onmiddellijk wordt ingevuld. Nederlanders zouden zeggen: niet lullen, maar poetsen! De tijd dat elkaar vliegen afvangen – min 50% – goed genoeg was, is voorbij. Dat is het belang van het signaal dat DS geeft, uitgerekend op de dag dat de belangstelling van Telenet om omroep te worden bekend wordt. Ofwel is Vlaanderen samen sterk, ofwel gaat het verdeeld ten onder. Zo sterk de mediastrategie van de jaren 80-90 was, zo zwak dreigt ze 40 jaar later te worden.

Leo NEELS
Media- en Comunicatiercht KULeuven en Uantwerpen
18 jan 2014