Reductio Ad Digitalum

Hoy Meneer Hinsse,

Zoals vaak hep ik met veel belangstelling u stukje geleze in De TEID van vrijdag 7 februarie. U geeft niet veel om spelling, schreift u, daarhebben we spellingchecker voor, u klaagt de complexitijd en apsurditeit van spellingsregels aan, opgestelt door elitaire pennenlikkers. De taal is een levent iets, laat dan dan leven en je hoeft de kinderen niet langer te onderweizen in de apsurditijd van de Nederlandse taal regels, je kan ze zoveel andere dingen leren. Echte logica, en echte dinges, zoals Science Technology, Engineering en Mathematics: STEM. Een Nederlands aandoend acronym voor … euh Engelse woordjes.

Ik ondersteun het debat. Met u ben ik van oordeel dat kinderen veel meer kunnen opsteken op school dan wat ze vandaag voorgeschoteld krijgen. Verkeersdeelname, gezondheidsaandacht, eerste hulp- vaardigheden, sociale attitude, belangstelling voor het algemeen belang, gematigdheid, socio-politieke attitude, plichten, rechten en vrijheden, generositeit, gelijkheid, discipline, beheersing, mantelzorg, risico, verantwoordelijkheid, filosofie, spiritualiteit – om er maar een paar te noemen. Allicht ook wat bijdetijdse vaardigheden zoals patronen, algoritmes, logica en leren redeneren. Niet alleen de hoogste berg van Afrika of de langste rivier van het Aziatisch continent. Helemaal eens.

Maar de reductio ad digitalum, neen, dat geloof ik niet. Wel ook dié vaardigheden, en meer de conceptuele kenmerken ervan, de redeneerwijze, de kern; de verleiding van een zittende generatie is altijd groot om kinderen het nu te leren, en aan het huidig innovatieritme is dat achterhaald vooraleer ze aan de toetsentijd toe zijn.

Maar taalvaardigheid, daar zou ik niet op toegeven. De regeltjes zijn het gevolg van redeneerstijlen, systeemopbouw en inzicht in regels en uitzonderingen, toch? Dat heeft dan toch ook waarde voor kinderen, of niet? En ja, dat is nét iets complexer dan binaire dingen, die de schijn van eenvoud van alles kunnen opwekken. Maar zo zit de wereld niet in elkaar.

Uitzonderingen bevestigen de regel, maar studenten van vandaag schrijven slechts bij hoge uitzondering fautloos, en ze leveren examenkopei in die niet eens herlezen werdt. Het doet er ook niet toe, want een d/t- fout word niet meer herkent.

Het blijft nodig om een gezamenlijke standaard te hebben van taal; uw stukje zou onleesbaar zijn mocht het niet in goed Nederlands geschreven zijn. Ook taaltraining is hersentraining.

Het blijft nog veel meer nodig om maatschappelijke vaardigheden en waarden bij te brengen: waartoe dienen de bits & bytes dan wel? Toch om een geordende samen-leving te hebben, met respect voor waarden, vrijheden, rechten. Tja, samen-leven kan toch maar starten met samen-praten, samen-redeneren, samen-lezen, samen-begrijpen? Taal is daar een vehikel van. We willen toch dat de kinderen van de toekomst response-able zijn? Dat kan toch niet zonder dat ze hun response taalkundig kunnen vatten?

En de spellingchecker is fijn om te hebben, maar nog beter is de initiële vaardigheid om het eerste instrument van menselijke uitdrukking te beheersen, en dat blijft taal. Van de panne(n)koek lig ik niet wakker, en ook ik werd niet vrolijk van de zoveelste onnozele herziening van spellingsregels. Maar dat gold ook voor vele verkeersregels, privacyrespect, bankiersgewoonten en de beperkingen van religieuze aanspraken, zowel in de richting van sexuele vergrijpen als van terrorisme. Is op al die vlakken, net zoals op het digitale vlak, stilstaan niet ook achteruitgaan? Of meen je dat je het volstaat om digitaal te freaken,en de rest loopt dan wel los. Kom nou!

De werkelijkheid is gelukkig te rijk om haar geheel binair te vatten, en juist de moeilijk grijpbare sferen van emoties, engagement, risico, verantwoordelijkheid en waarden maken haar de moeite om er een mensenleven deel van uit te maken.

Prof dr Leo NEELS
Media- en Communicatierecht KULeuven en UAntwerpen
De TIJD
11 februari 2014