Baliejournalistiek

     “Slachtoffer word je pas als de dader wordt veroordeeld, niet voordien”.  Dat was de groteske mededeling van de agent provocateur onder de theatrale strafpleiters, mr. Sven Mary. Stuitend en respectloos ten opzichte van de dame die de verkrachtingsklacht had neergelegd tegen wijlen Stevaert.  Meningen zijn vrij, al moéten ze, om vrij te zijn, niet noodzakelijk stuitend en respectloos te zijn. Als ze dat zijn, krijg je er  wel een pagina voor in DS (9 april). Dat verrast niet, de selectie van nieuws en opinies is problematisch, daar is veel evidentie over. Wat moet  verwonderen, is dat de redacteur die het interview afnam, Marc Eeckhaut, die mening van Mary zonder enige bevraging weergaf. Waar is de tijd dat journalistiek kritisch was?

                Dit is een voorbeeld van zgn. “access journalism”, de redactie is dankbaar voor de toegang, voor het contact en het gesprek, en is bereid om er  cash voor te betalen, nl. door weer te geven wat er wordt gezegd zonder meer. Geen verwondering, geen vraag. Het is een gekend fenomeen: journalistieke zelfcensuur in ruil voor toegang. Het is duidelijk dat journalistiek professionalisme en ethiek daarmee op de proef worden gesteld, aldus KOVACK en ROSENSTIEL (Blur, 2010): zij noemen dit “journalism of assertion”, de nalatigheid om beweringen te verifiëren.

                Iedereen begrijpt dat er grote beperkingen zijn als je verslag wil brengen uit Rusland of China – om maar wat te noemen. In de regel access journalism, anders vlieg je gewoon het land uit. Een cause célèbre was de kritiek op Bloomberg – toch geen kleine jongens – die in november 2013 journalistiek werk naar corruptie in China zou stilgelegd hebben, om in China te kunnen blijven werken: http://www.nytimes.com/2013/11/09/world/asia/bloomberg-news-is-said-to-curb-articles-that-might-anger-china.html.

                Maar bij ons? Ja, toch vaker dan je denkt. Het Mary-interview was er een voorbeeld van. Ook het interview in Terzake met Anjem Choudary, op 22 augustus 2014, met diens vergoelijking van de eerste onthoofdingen, was zulk “kijk mij eens”-stuk: blij met de zeldzame access, stuitend inzake journalistieke passiviteit: http://www.canvas.be/programmas/terzake/e4933f4b-caa1-4d47-a442-93eccefb6220?guid=283003 . Als men er op let, komt het vaker voor dan men vermoedt. Het is een internationaal goed gedocumenteerd thema, dat balanceert tussen de hang naar een ‘primeur’ of de ‘exclusiviteit’ aan de ene zijde, en de correcte journalistieke reflex aan de andere zijde.

                Bij DS moet het toch gewrongen hebben, in de mate dat de krant er op terug kwam, nog wel via een ander redacteur, niet in zijn gebruikelijke hoedanigheid van zgn. Ombudsman, doch als redacteur ditmaal (DS, 11 april). Hij commentarieerde scherp de opinie van Mary: “hij snapte het niet”. Meteen maakte Naegels van de gelegenheid gebruik om zijn commentaar op Mary uit te breiden naar “juristen”: “Het is”, zo luidt het, “een houding die ik wel vaker aantref bij juristen. Ze snappen gewoon niet waaar dat goed voor is, een publiek debat. “  Commentaar op journalistieke zwakheid was er niet bij.

                Van een totaal misplaatst megafooninterview in twee dagen naar een sneer naar een hele beroepsgroep… niet journalisten, maar juristen. De enige andere jurist die Naegels in dit verband citeert, is Walter Van Steenbrugge, ook één van die theatrale strafpleiters, en ook vaak gesolliciteerd door … journalisten. Naegels citeert een passage uit Van Steenbrugge’s blog op www.deredactie.be waarin die de pers en sociale media nogal fors de mantel uitveegde, de citaten bevatten de woorden stinkend vitirool, riool, drek, sensatie, bloederig, en zo meer. Naegels kwalificeert dat als een diskwalificatie van “de Vlaamse journalistiek en het Vlaamse publieke debat”. Hij gebruikt de uitlatingen van beide strafpleiters – beiden atypisch onder juristen, én bijzonder geliefd door redacties – om verder “de haat van de juridisch geschoolde tegen een samenleving” aan de kaak te stellen, de “diepe vervreemding van de cultuur” van de  beroepsgroep van juristen. Het Nut van Sensatie is de titel van zijn stukje: inderdaad!

                Er zijn ook andere juridische stemmen  in het debat, zoals de daags nadien verschenen zachte maatschappelijke opinie van mr.  Paul Quirynen op deredactie.be: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2301832 . Met andere woorden: te vaak maken media, door overdreven aandacht voor sensatie, van sommige grote monden echte vedetten, ze worden te pas en te onpas opgevoerd, ze genieten van een gunstig vooroordeel en krijgen alle mediaruimte om, zonder énige tegenspraak, uit te vallen tegen wie het behoort. Op die wijze construeren ze een journalistiek beeld van “juristen”, op een te dunne en oneigenlijke grondslag. Die rust op… journalistieke voorkeuren voor grote monden en forse scheve stellingen.

                Een enkele keer wordt het zelfs een journalist te veel, hij reageert dan in de eigen krant op zulke démarche… van de eigen krant, tja. Dat gebeurt dan met een gelijkschakeling tussen het maatschappelijk debat en het journalistiek debat – terwijl de aanleiding juist was de scheeftrekking door journalisten in het journalistiek debat. Dat is het thema van de vervreemde journalistieke opinie, die niet spoort met de maatschappelijke opinie. Ook dat is wetenschappelijk onderzocht, o.m. door James Carey. Die voerde al in 1995 aan dat de pers niet langer het publiek debat voedt of animeert, ze orchestreert ze in de naam van een superieur geacht journalistiek inzicht. De journalistieke opinie geeft geen waarheid weer, ze selecteert enkel wat in haar mank redactioneel zoeklicht past, en laat zich daarbij leiden door de markt, eigen politieke voorkeuren en cognitieve blinde vlekken: het zijn de woorden van Walter Lippmann, in zijn onvolprezen Public Opinion, gepubliceeerd in … 1922,  bijna 100 jaar later nog angstwekkend actueel.

En terwijl vele professionele juristen – magistraten én advocaten rustig en professioneel arbeiden, en dus geen enkele  media-aandacht krijgen, gaan sommige theaterpleiters onstuimig door, en krijgen ze daar uitgebreide persaandacht voor. Zopas nog, einde maart,  mr. Vermassen, die nu de nabestaanden van de zgn. carnavalsmoord in Aalst bijstaat en in de pers een forse persoonlijke aanval mocht richten tot de verdachte van de moord. Opnieuw breed uitgesmeerd, opnieuw geen tegenspraak, opnieuw lekken en sensatie.

Zouden er journalistieke instanties zijn, in redacties of boven redacties, die professionele en deontologische verantwoording vergen van de journalisten die hun vak zien als de verstrekking van podia en megafoons aan sommigen?  Dat is allerminst zeker.

En wat de balie betreft, die beweert waardigheid te vergen van haar leden, maar ze heeft daartoe een Reglement over advocaten en media gehandhaafd dat nietig is en dus niet met succes kan worden toegepast. Daardoor benadeelt de georganiseerde balie haar ernstige leden, en werkt ze eraan mee dat de reputatie van advocaten voortdurend kan worden ondermijnd door eigen leden.

Posejournalistiek

De verwijzing door de Raadkamer van een jong Minister van Staat naar de Correctionele Rechtbank om er zich te verantwoorden voor verkrachting, met de strafverzwarende omstandigheid van misbruik van gezag, is een nieuwsfeit. Daarover heeft De TIJD op 3 april correct verslag uitgebracht, met correcte toepassing van het deontologisch beginsel van ‘hoor en wederhoor’. Ook he VRT-Radiojournaal van die ochtend, dat het bericht omriep, deed zulks factueel en deontologisch correct.

                Toch is zulk bericht schokkend, omwille van de aard van het misdrijf, en omwille van de persoon. Verkrachting is een ernstig delict, en aan bekende personen stelt de publieke opinie extreme keurigheidseisen. De factuele juistheid, de nuance tussen “doorverwezen wegens voldoende ernstige aanwijzingen” en “het vermoeden van onschuld”, en het belang van de rechten van verdediging ten gronde zijn om die redenen buitengewoon gevoelig. Immers, de publieke opinie is vaak al meedogenloos, journalisten moeten zich daarvan onderscheiden. De internetbagger toonde dit eens te meer.

                Tegen de schokkende achtergrond werd de identiteit van de vrouw die de klacht wegens verkrachting had ingediend niet onthuld; elke informatie die daarover zonder haar toestemming zou worden verspreid is, terecht, strafbaar (art 378 bis SWB); die strafbaarheid kwam er in 2001, omdat de deontologie faalde.

                De onrustwekkende verdwijning van de betrokkene in omstandigheden – de fiets en de jas naast het kanaal –  die mogelijke zelfdoding suggereerden, was ook een nieuwsfeit. Daarover kon worden bericht. Het had goed gekund, en sereen.

                De VRT-radio-redactrice ter plaatse, die elke 30 minuten op antenne komt zonder nieuws, tientallen cameralui op de oever, een extra journaal (VRT-tv), continue life streaming (TV-Limburg), … niéts van dit alles droeg bij tot goede verslaggeving of had journalistieke verdienste. 

Deze vormen van  nieuwsgaring en verslag waren misplaatst. Het ging kennelijk om een ernstige aanwijzing van zelfdoding. Dat is ook een nieuwsfeit, daarover mag worden bericht, maar niet zoals gebeurd is.          Daarover bestaat een uitstekende Aanbeveling van de Raad voor de Journalistiek: http://www.rvdj.be/sites/default/files/pdf/aanbevelingen_zelfdoding.pdf. Er was geen aanleiding om over te gaan tot een theatrale voorstelling van de kanaalzoektocht. Die viel ook onder  de Aanbeveling over berichtgeving over zelfdoding.  De aanbevelingen zetten aan tot vermijding van gedetailleerde beschrijving van het aangewende zelfdodingsmiddel, tot extra voorzichtigheid met berichtgeving over de zelfdoding van een bekend persoon of met sensationele berichtgeving over diens zelfdoding, of tot respect voor de privacy van betrokken nabestaanden – minstens toch de echtgenote van de betrokkene, zijn grote kring van vrienden en kennissen, en ook de anonieme dame die de verkrachtingsklacht had ingediend. “Vraag je ook af of het vrijgeven van onnodige details de pijn en het lijden van de directe omgeving niet kan vergroten”, zo staat het er; dat is ver verwijderd van het hoofdredactioneel cynisme volgens hetwelk “het monster moet worden gevoed”.

                Wijlen Steve Stevaert was een behendig manipulator van de media. Media make and unmake reputations. Ze maakten van de succesrijke cafébaas die een mooi praatje had en in de Brusselse salons en op het nationaal tv-scherm zijn Limburgse herkomst tot stijliconische hoogte verhief, letterlijk, een “God”. Kritiekloos liepen ze in zijn val, en hij genoot ervan. Even kritiekloos lieten de media de man vallen toen het op leek en toen sommige affaires zich aandienden. Dat gaf hem opnieuw recht op de standaard mediabehandeling, van het type:  Icaruspart 2, after the fall. De man trachtte zich  onzichtbaar te maken maar werd nu ingehaald door feit en verslag. Daar lag de grens van zijn manipulatieve kracht, en hij betaalde dat met de hoogst mogelijke prijs.

                Binnen enkele uren (Reyers Laat, 3 april) werd er al een talkshow aan gewijd. Te snel,  te geïmproviseerd. Is dat de verklaring voor de verkeerde voorstelling die collega-journalisten gaven van het ochtendlijk radiobericht? Ook de Limburgse hoofdredactrice die de kanaalscène urenlang live had gestreamd? Intimi van de overledene, te momentaan in de emotie. Quasi-heiligverklaring door een te selecte club. Geen journalistieke meerwaarde. Die eerste uren van rouwverwerking horen niet “live on tape” en op het scherm.

                ’s Anderendaags. De Morgen (Yves Desmet) met een editoriaal met veel vragen, ook veel vragen aan de media. Maar in hetzelfde blad (Hugo Camps) een snoeiharde karaktermoord op de overledene. Meningen zijn vrij, maar vrije en kritische meningen zijn ook mogelijk buiten de persoonlijke aanval en kunnen sereen zijn. Er waren er, hier en daar, te lezen. Soms nog met een allusie te veel op “de verkrachting” in plaats van “de verdenking van verkrachting  tegenover “het vermoeden van onschuld”, soms met een allusie te veel op (een vorm van) “bekentenis”. Vulgairder, met de stuitende twitter-aanval op “de dame die dit op haar geweten heeft”: met zulke proffen heb je geen dommerikken nodig.

                De constante blijft een hangend gevoel dat er te veel mis was met de berichtgeving over de ernstige en aangrijpende feiten van 3 april. Er was ook te veel mis met de relatie tussen wijlen Stevaert en “de media”: hagiografische kritiekloze bejegening tijdens zijn steile politieke opgang, even kritiekloze natrapperij toen het succesverhaal begon te haperen, politiek, persoonlijk en zakelijk.

                Obligate momentane eigen mediakritiek, maar zonder gevolg. Elders (DS, 7 april) de mening dat het toch wel  redelijk was?! En dan weer over tot de orde van de dag. Misschien een G65 met de idealistische studenten (http://www.knack.be/nieuws/belgie/op-deze-manier-kan-het-niet-verder-open-brief-van-studenten-journalistiek-aan-de-media/article-opinion-559859.html ) die later in de journalistiek willen?