Perfecte Mediastorm

            Het was een boeiende week in Vlaams medialand, met diverse aankondigingen. Die wijzen er op dat alle media hun nieuwe stek zoeken; sommige zetten daarbij stappen die recent nog ondenkbaar leken. Dat is het gevolg van acties van enkele globale spelers. Die razen met hun technologieplatformen door al de aspecten van de mediawereld: nieuwe gewoonten van het publiek, de reclamegeldstroom, de rol van overheden, en fenomenale technologische mogelijkheden voor herpublicatie van inhoud – zowel eigen als andermans inhoud. Maar er zijn wel globale bedrijven maar geen globale autoriteiten.

Mediabedrijven verkeren in een perfecte langdurige storm die de zekerheden met windkracht 10 aan flarden blaast. De storm begon toen velen nog dachten dat het een buitje was, en raast inmiddels al enkele jaren door. Het zal  blijven stormen, zo weten we nu, en  er zijn weinig garanties tegen schade.

De omgevallen bomen symboliseren zappende lezers, kijkers en luisteraars; het advertentiedak is lek, en de ondergelopen kelders staan voor de kameleons van de mediasector, de technologieplatformen die media werden. Zij tasten langzaam maar zeker de fundamenten aan van het media-ecosysteem uit de wereld zoals we die kenden. Wie nog naar zekerheden zoekt, is er aan voor de moeite, dat is de kern van disruptie (Jo Caudron e.a., Het nieuwe TV-kijken, 2014; Jo Caudron, Digital Transformation, 2016).

KRANTENBEDRIJVEN WERDEN MULTIMEDIAAL EN GINGEN INTERNATIONAAL

Tegen die achtergrond  vonden onze mediabedrijven zich vaak opnieuw uit. De Vlaamse private mediabedrijven Medialaan en Mediahuis bundelen nu al radio-, televisie- en krantenbelangen van diverse aard, ze overzien websites, en ze hebben het nu ook voor het zeggen in de Nederlandse krantenmarkt. Het is knap van ze: marktuitbreiding en zeggenschap die  door niemand waren verwacht of voorspeld. Het verzwaarde ook  hun aanwezigheid in print, hetgeen verrassend is in het licht van de vele aankondigingen van  het einde van de papieren krant.

TELEVISIEBEDRIJVEN WERDEN KABELALTERNATIEF

Onder impuls van VTM – een tv-station dat altijd uitsluitend via de kabel te zien was – lanceert een hele resem Vlaamse tv-bedrijven zich nu als alternatief voor de kabelmaatschappijen, met Stievie Premium. Dat mikt op de “cordcutters”, de tv-kijkers die de kabel achter zich laten, het vaste toestel niet meer nodig vinden en al evenmin het aangeboden programmaschema. “Kijk tv op jouw manier”: stel zelf je programma samen, kijk wanneer je wil en op het scherm dat je bij de hand hebt. Netflix, maar dan met 18 televisiekanalen, en goedkoper dan een kabelabonnement. Brengt het jongeren via hun mobieltjes terug naar de omroepen?

GEÏNTEGREERDE NIEUWSREDACTIE BIJ DE OPENBARE OMROEP

Ook VRT zat niet stil en vernieuwde zijn redactie-webstek naar vrt nws.be. Ook die aankondiging  vertrekt van het veranderd gedrag van de nieuwsgebruiker: die beslist nu. De smartphone is haar of zijn voorkeurscherm, dat scherm is de hele dag beschikbaar en actief, en de nieuwsstroom staat er nooit meer stil. Wie zich ’s avonds nog voor zijn vast tv-toestel neerzet, is al vertrouwd met het nieuws van de dag en verwacht dan ook meer.

Die belofte is er nu ook,  want de radio-, journaal en web-redacties werken geïntegreerd. Zal het ook leiden tot minder herhaling van dezelfde items, meer opbouw op wat verondersteld gekend is, of blijven formaten als Journaal of Terzake toch een ijkpunt  voor wie niet online was? Niet zo’n makkelijk debat, en een hele uitdaging om het consistent te doen.

Voor de kwaliteit van de aangeboden inhoud formuleert vrt nws een claim van betrouwbaarheid. Dat is  in werkelijkheid de ambitie van alle gevestigde nieuwsmedia die met fatsoenlijke redacties werken; in beginsel zijn dat de omroepen met nieuwsformats, kranten, en enkele nieuwsweekbladen.

BLADEN- EN RECLAMEBEDRIJF ZOEKT BELEVENIS EN E-COMMERCE

Roularta is een printgroep met nieuwsmerken – zoals Knack en Trends –  reclamedragers – zoals zijn huis-aan-huisbladen – en televisie – met KanaalZ en zijn participatie in VMMa (VTM en C°). Het declareert al lang positieve cijfers uit die laatste participatie, en turbulentie in de andere markten. Het  vangt ook nu weer klappen op in de bladenmarkt met dalingen van reclame-inkomsten tot bijna 10 %. De groep verbreedt naar belevenisbedrijf met cruises en wordt, met Storesquare, aanbieder van een direct verkoopkanaal aan de kleinhandel in plaats van aanbieder van advertentieruimte.

Storesquare syndiceert de e-commerce-ambities van lokale handelszaken en is van plan om het grootste e-commerce-platform van Vlaanderen te worden; het rapporteert een startersgroei van 30%. De nieuwsweekbladen, zoals Knack en Trends, moeten hun stek ook  heruitvinden in een inmiddels wel heel groot informatie-aanbod waar het mobiele scherm knaagt aan wat gedrukt is. Hun websites zitten nu achter een betaalmuur.

KOKEN KOST GELD

Het klassiek betaalmodel van journalistiek rustte op betaling voor een krant of weekblad door de lezer, dat zorgde voor 40 tot 60% van de inkomsten, en het overige deel werd geleverd door advertentie-inkomsten. In omroep hadden we, gelet op het overheidsmonopolie, lang geen betaalmodel, tenzij indirect via de dotatie met publieke middelen. Dat veranderde gaandeweg, en reclame financiert private zenders, terwijl kijkers niet betalen voor hun zenders, maar voor hun kabelabonnement. Dat levert veel tv-kanalen – volgens velen te veel – en zal evolueren naar een kleiner aanbod in het basisabonnement voor de huidige prijs, en steeds meer kanalen achter de betaalmuur.

Websites zijn gratis toegankelijk, en voor vele websites is nieuws maar een marketinginstrument. Ze konden die links en rechts halen – vaak: kopiëren – zodat de valse indruk ontstond dat nieuws gratis was. Nieuwsbedrijven hadden weinig andere mogelijkheden dan hun lezers te volgen met een aanbod aan websites zonder betaling, en droegen zo bij aan de illusie dat gratis bestaat.

Gaandeweg werden betaalmuren ingevoerd bij vele nieuwswebsites, maar niet bij alle: VRTNWS en Nieuwsblad blijven gratis. De Tijd en Knack bieden een deeltje gratis en vragen betaling voor wie meer stukken wil lezen. De Morgen, De Standaard en hln.be zijn ook deels betalend, maar de redactie beslist welke artikelen betaling vergen. Naar verluidt is De Persgroep de enige die voldoende reclame-inkomsten genereert met zijn  nieuwssite om die te laten bijdragen tot winstgevendheid. De VRT-site valt volgens de beheersovereenkomst onder de publieke dienstverlening van de openbare omroep, en is opmerkelijk, en anders dan de zenders, reclamevrij.
STUURLOZE RECLAMEWERELD

De reclamewereld is alle controle kwijt. Destijds kon die zwaar meewegen op de invoering van reclame op radio en televisie,  ook in Vlaanderen. Die tijd is voorbij. De marketeers ondergaan de pressie van de grote technologiebedrijven die nu globaal de wet dicteren. Adverteerders nemen heel brutale en labiele beslissingen, wat suggereert dat ze relatief willekeurig zijn; zo gingen plots op wereldvlak tientallen percenten van de reclame-investeringen naar digitaal, en ineens werd dat even arbitrair teruggeschroefd. Grote reclamegroepen die globaal opereren, zoals WPP, Omnicom en Pubicis – ook de eigenaars van de meeste van onze agentschappen – declareren stagnatie en achteruitgang.

Toch lijken Google en Facebook niet minder reclame-omzet te boeken. De tussenpersonen staan dus ook hier onder druk, en adverteerders zoeken nu moeizaam hun weg, maar ze zitten niet langer aan het stuur van het ecosysteem, ze ondergaan het.

MEDIABEDRIJVEN DIE HET NIET WILLEN ZIJN

Daarmee zijn ze genoemd: Google en Facebook. Door hun omvang, machtspositie en impact dicteren ze nu alle randvoorwaarden van mediabedrijven. Die waren al gewoon in alle richtingen te moeten kijken, die van de kijkers- of lezersmarkt, die van de adverteerders, die van de tussenpersonen en die van de overheden. Vandaag laten Amerikaanse overheden hun sterbedrijven doen, en probeert de Europese Commissie de grote technologiespelers die misbruik zouden maken van een machtspositie te counteren – geen makkelijk debat bij stilzitten van de overzeese collega’s.

EXISTENTIËLE SAMENLEVINGSVRAAG

De samenleving moet zich afvragen wat ze wil. Democratische rechtsstaten rusten op enkele belangrijke beginselen, één ervan is dat professionele journalistiek, in vrije media, de vierde macht vormt die essentieel is voor de goede functionering van instellingen in een democratie.

Als enkele private bedrijven nu plots een dominante invloed hebben op àl de omgevingsvoorwaarden waarin media opereren, kunnen we in de problemen komen met vrijwaring van vrije en pluriforme media. Dat gaat verder dan de eigen controle die, bijvoorbeeld, Facebook al dan niet zou doen op inhoud die via zijn platformen wordt gedistribueerd. Wat nu gebeurt kan de levensvatbaarheid raken van mediabedrijven in de hele wereld.

Deze dimensie wordt niet automatisch gecapteerd door het leerstuk van ‘misbruik van economische machtspositie’, dat  slaat op de weerslag in de functionering van de markten. Er is eigenlijk geen deugdelijk  instrument dat ziet op de vrijwaring van de pijlers van een maatschappijmodel – net zoals er geen globale overheden zijn die een volwaardige sparring partner kunnen zijn voor bedrijven die globaal opereren. Wordt vervolgd!

 

Op 25 08 2017 gepubliceerd op http://www.vrtnws.be 

Tegen een nieuwe beeldenstorm

Steden en gemeenten staan vol met standbeelden die heroïsche feiten gedenken. Vaak oorlogshandelingen, gebeurtenissen met religieuze betekenis of tijdstippen uit de geschiedenis. Er ontstaat, bij ons zoals elders, een beweging om sommige van die beelden te verwijderen, en dat is bij ons het geval met beelden die naar ons koloniaal verleden verwijzen (“Foute standbeelden wankelen op voetstuk”, DM 16 08). Het lijdt geen twijfel dat die beelden ooit bedoeld waren als hulde aan de weldaden van de koloniale autoriteiten, maar ze zijn vandaag vooral een reminiscentie aan wandaden van de koloniale bezetters en slavernij. Degenen die ze weg willen beroepen zich daarop om ze uit het straatbeeld te verwijderen. In termen van uitingsvrijheid is dat censuur; en al onze inzichten inzake vrijheid van meningsuiting verzetten zich tegen censuur – nieuwe zowel als oude.

HET VERKEERD EN HET JUIST DEBAT

Dat is niet het geval omdat degenen die de beelden willen behouden voor racisme zouden zijn, of wandaden uit het verleden willen verdoezelen en huldigen. Vaak wordt het debat zo gevoerd, en dat is de verkeerde manier om er mee om te gaan.

We hebben sedert 2012 in Mechelen, met het nieuwe Museum aan de Dossinkazerne in Mechelen een indrukwekkend voorbeeld van een serene en hoogstaande aanpak: een beklijvende herinnering aan de wreedheden van het naziregime die gekaderd is in een moderne context van bescherming van de mensenrechten. Indrukwekkend. Het Afrikamuseum in Tervuren wordt op dezelfde wijze aangepakt. Veelbelovend.

Het is niet doenbaar om naast elk standbeeld in een stad of gemeente zo’n Museum te bouwen, maar we kunnen wel leren om beter met onze eigen historie om te gaan dan om de herinneringen eraan te slopen. Dat is een zwaktebod dat de moderne inzichten in mensenrechten negeert en er haaks op staat. De progressieve opiniemakers hoeden zich er beter voor om niet de nieuwe  censoren te worden.  Opbergen, zulke censuurplannen!

TOLERANTIE HOUDT OMGANG IN MET VERWERPELIJKE MENINGEN

Dat is juist beter, omdat uitingsvrijheid in politieke zaken extreem breed moet beschermd worden, en beperkingen heel streng worden beoordeeld. Brede uitingsvrijheid betekent dat we moeten leren accepteren dat er uitingen zijn die ons uit ons evenwicht brengen, storen of choqueren: dàt is juist pluralisme, tolerantie en breeddenkendheid – leren omgaan met uitingen die we verwerpelijk vinden. Zonder zulke tolerantie is er geen democratische samenleving mogelijk.

Je eigen mening verkondigen is het makkelijk stuk van uitingsvrijheid, een mening aanhoren waarmee je het eens bent is ook aangenaam. Maar uitingsvrijheid gaat nu juist over die andere meningen waarmee we het heel grondig oneens zijn. De kern van uitingsvrijheid is dus dat we beschikken over een groot incasseringsvermogen tegenover opinies die we  verschrikkelijk vinden. Soms, maar zelden, worden zulke uitingen verboden; bij ons is dat het geval met de vergoelijking van de genocide tijdens de tweede wereldoorlog door het nationaal-socialistisch regime, de zgn. negationismewet.

SYMBOLEN HEBBEN VAAK EEN DUBBELE BETEKENIS

In Hongarije was het dragen van de rode ster strafbaar gesteld. Toch werd de veroordeling van een Hongaars politicus die de ster droeg strijdig geacht met de uitingsvrijheid; het geval wil dat hij sprak op een plein waarop de autoriteiten een standbeeld van Karl Marx hadden laten verwijderen.

Een totaal verbod van het oude symbool van de communistische partij houdt, aldus het mensenrechtenhof, ook het risico in dat het gebruik in andere context ook niet meer mogelijk is. Immers, de ster is ook het symbool van de internationale arbeidersbeweging en haar streven naar een faire samenleving;  verschillende wettelijke politieke partijen in lidstaten die het Europees mensenrechtenverdrag hebben goedgekeurd, voeren dat symbool ook. De omstandigheid dat men mogelijk de ster zou kunnen hergebruiken voor de promotie van de totalitaire communistische ideologie, volstaat niet om ze totaal te verbieden. De politicus die ze droeg had geen enkele totalitaire ambitie en vertegenwoordigde een toegelaten politieke partij, dan kan men dat niet gelijkstellen met totalitaire propaganda.

CORRECT LEREN OMGAAN MET DIEPE WONDEN

Het Hof voegt eraan toe dat het goed begrijpt dat de systematische terreur door de oude communistische partij een diepe wonde had geslagen in het hart en de ziel van Europa, en dat de vertoning van dit symbool sommige nabestaanden van slachtoffers van die terreur diep kon treffen, en zij het dragen ervan als respectloos ervaren.

GEEN DICTAAT VAN PUBLIEKE GEVOELENS

Toch, aldus het Hof, volstaan zulke gevoelens, hoe begrijpelijk ze ook zijn, niet om de uitingsvrijheid te beperken. Een dictaat van een publiek gevoelen – dat reëel of imaginair kan zijn – volstaat niet in een democratische samenleving om uitingen te verbieden. Immers, de samenleving moet ook dan redelijk blijven in haar beoordeling: in dit geval was er geen enkele reden voor een rationele angst dat die man terug het totalitaire regime wilde installeren.

Een meningsuiting enkel en alleen verbieden omdat omstanders er negatief op zouden kunnen reageren is een dilemma voor autoriteiten, gekend als the heckler’s veto. Daar mogen we niet te snel op ingaan, aldus het Hof.

ER IS GEEN GOEDE CENSUUR

We kunnen dus ook leren om symbolen die negatieve gevoelens oproepen, een andere connotatie te geven in onze samenleving. De herinnering aan kolonialisme kan ook een mooie herinnering worden aan de omstandigheid dat we dat achter ons konden laten en hebben omgezet in ontwikkelingssamenwerking, slavernij werd vervangen door gelijkheidsinzicht en strijd tegen racisme en discriminatie.

De symbolische beelden voor het ene kunnen de symbolen worden van het andere, van de vooruitgang die we moesten en konden boeken. Dàt is de kern van de democratische samenleving. En het verantwoordt waarom het absoluut aanbeveling verdient al die beelden keurig te laten staan en ze aan te wenden met een referentiekader van moderne waarden en normen, en van de snelheid waarmee we die kunnen aantasten of verliezen, onder meer door te snel naar het censuurwapen te grijpen.

 

Gepubliceerd op http://www.deredactie.be op 18 augustus 2017

 

 

Zachte eitjes

Belangrijke maatschappelijke aangelegenheden van algemeen belang zijn in de regel voorwerp van media-aandacht, ze zijn ook nieuws. Volksgezondheid en voedselveiligheid behoren daar zeker toe. Zo was de mogelijkheid dat er giftige eieren in de handel zouden zijn gebracht zeker een zaak die aandacht verdient. Men kan wel vragen stellen bij de manier waarop deze zaken in het nieuws werden gebracht. De thans gekende stand van zaken is dat er  waarschijnlijk nauwelijks een verkeerd ei werd verhandeld, en dat er niets aan de hand is mocht u toch enkele verkeerde eieren gegeten hebben.  Het is makkelijker dit achteraf vast te stellen dan bij de start van zulke crisis, doch had u ook de indruk dat de voorbije dagen een bombardement van details, onnozelheden en confusie over ons heen ging met weinig of geen pertinentie? Vanwaar die overdosis?

NIEUWSWETMATIGHEDEN

Overdosis heeft te maken met de moderne wetmatigheden van actualiteit. Iemand roept een kreet – de eerste die ik meen gehoord te hebben kwam van een mannetje van de Nederlandse Warenautoriteit – over een zeer ernstige overschrijding van een wettelijke norm voor de aanwezigheid van het insecticide Fipronil in eieren, en de maatregelen die onmiddellijk genomen werden. Sluiting van een hele reeks eierenbedrijven, en de rest is nu geschiedenis.

Onzekerheid en chaos overheersten, zowel in Nederland als in België. Geen communicatie,  overdreven paniek, melding van nietszeggende onnozelheden, negatie en speculatie, autoriteiten die lijken te aarzelen,  giswerk van de ene en de andere, ook pogingen van hele en halve experten, spraakverwarring  en geruchten, overdrijving en dramatiek, angstzaaierij, de roep van onbekwaamheid en ontslag.

Is élk elementje dat zich aandient nieuws? Of verwachten we van  redacties dat ze al die elementen eerste kritisch onderzoeken? Want dàt is hun vak. Of wilden ze eerst zijn en gaven ze gewoon alles ongecontroleerd door? Riskeerden ze daardoor niet om te weinig verslaggever te zijn en te veel mede-actor? Stellen redacties zich niet te snel tevreden met de megafonie van alles wat ze horen, wakkeren ze zo de crisissfeer en de angst niet onnodig aan? Zetten ze wel genoeg in op hun kritische zin en onderzoekswerk, waar ze zich zo vaak op beroepen?

VERANTWOORDLIJKHEIDSZIN

Konden redacties met meer vooruitzicht en voorzorg  gehandeld hebben ten opzichte van de onzekerheid bij aanvang van de crisis? Vlogen ze niet te veel zonder remmen in gehijg, overdrijving, hyperbool en angstcultuur? Ergens in een redactie had toch iemand op het idee kunnen komen om wat afstand te nemen en de prioritair belangrijke vragen te stellen. Zijn er vergiftigde eieren verhandeld en geconsumeerd? En was de dosis van vergiftiging dan wérkelijk risicovol?

Indien het antwoord op de eerste vraag niet geheel negatief was, of nog niet met zekerheid kon worden gegeven, was dat op de tweede vraag relatief snel te geven, zo blijkt nu.  Waarschijnlijk is dit inzicht achteraf makkelijker dan tijdens het verloop van een crisis, maar zou het gehijg, de wens om andere redacties te kloppen met straffer nieuws, met een radicaler expert, of met een verbaler politicus, niet ten nadele gaan van de concentratie op wat er écht toe deed? Gingen redacties niet te makkelijk in overdrive om ons een overdosis van non-nieuws voor te schotelen, van minuut tot minuut, van format tot format, van pagina tot pagina?

DE KERN BLEEF LANG ONDERBELICHT.

Enig érnstig gezondheidsrisico was zo goed als onbestaande. Het gaat om een fraude in de handelsketen bij het onderhoud van stallen met een product dat daar niet hoorde geleverd te worden. We hebben toch net competente autoriteiten zoals voedselagentschappen  om in zulke gevallen onzekerheden te beheren, crisissen te beheersen, nuance en rust te brengen, en overdreven angst tegen te gaan? De indruk bestaat dat de Nederlandse en Belgische autoriteiten zelf te veel improviseerden en panikeerden. Een rustige kritische stem van de media had dat circus kritisch kunnen bejegenen en minder theatraal.

Het is een moeilijk debat, omdat men overvallen wordt door een nieuwsfeit. De eerste feiten zijn nog verwarrend en onzeker, de juiste kennis is niet altijd aanwezig of bereikbaar. Waarom dan niet resoluut kiezen voor afstand van de theatraliteit en angstcultuur, en voor de échte pertinente vragen? Wie de kritische waakhond is van wat er gaande is in een democratische samenleving, heeft ook de plicht om het hoofd koel te houden wanneer velen gaan flippen. Naar gebleken is, is daar nog wat ruimte voor progressie.

 

Op 11 augustus 2017 gepubliceerd op http://www.deredactie.be

 

Journalist of NGO ?

 

Mediavrijheid is één van de essentiële fundamenten van een democratische samenleving, en een basisvoorwaarde voor haar vooruitgang en de zelfontplooiing van elk individu. Die uitingsvrijheid slaat op de verspreiding van neutrale of welgevallige informatie of opinies, maar ook op ideeën of meningen die ons storen, verontrusten of zelfs zouden kunnen beledigen. We moeten dergelijke uitingen leren verdragen, omdat dat de voorwaarde is van pluralisme, tolerantie en breeddenkendheid, zonder dewelke een democratische samenleving niet kan bestaan.

Zo luidt de vaste rechtspraak in mediazaken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat is de hoogste rechter inzake het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van de Burger, in Rome ondertekend in 1950, in het kader van de Raad van Europa. De Raad van Europa telt 47 lidstaten, van Rusland tot Turkije en van Azerbeijan tot Groenland.

Niet alle lidstaten nemen het even nauw met fundamentele mensenrechten, en we zien forse dictatoriale trekken in Turkije of Rusland, en scherpe schendingen in Hongarije of Polen. Maar ook de kritiek op het Belgische gevangeniswezen, die een Nederlands rechter inspireerde om te weigeren een uitleveringsverzoek van België te honoreren, komt van de Raad van Europa.

FUNDAMENTEEL MAAR NIET ABSOLUUT

In de Europese opvatting zijn mensenrechten fundamenteel maar niet absoluut. Zij kunnen aan beperkingen worden onderworpen, al was het maar omdat er geen hiërarchie is tussen de diverse rechten en vrijheden. Zo kan het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer botsen met de ruime uitingsvrijheid. Ook is niemand ontheven van haar of zijn ‘plichten en verantwoordelijkheden’, ook niet wanneer hij of zij optreedt in de uitoefening van een fundamenteel recht. Hoven en rechtbanken moeten dan nagaan of  opgelegde beperkingen legitiem zijn en proportioneel, dit wil zeggen of zij aan de uitoefening van een fundamenteel recht niet méér beperkingen opleggen dan voor de vrijwaring van een legitiem oogmerk noodzakelijk is.

PERS ALS DE PUBLIEKE WAAKHOND VAN DE DEMOCRATIE

Binnen de uitingsvrijheid van iedereen, is die van de media bijzonder sterk verankerd in democratische rechtsstaten. Zij moeten immers informatie en opinies verspreiden over de maatschappelijke zaken van algemeen belang, en het publiek heeft er ook recht op om van de media die informatie te ontvangen. Men noemt dat de vitale rol van journalistiek als “publieke waakhond”. Media moeten ook informatie naar voor brengen die het publiek belangstelling voor zaken van algemeen belang kan bijbrengen en moeten het publiek debat over zulke zaken stimuleren. Maar journalisten genieten slechts van deze ruime uitingsvrijheid, in de mate dat zij te goeder trouw handelen met het oog op de verstrekking van betrouwbare informatie, die in overeenstemming is met beginselen van verantwoordelijke journalistiek.

NGO’s ALS SOCIALE WAAKHOND VAN DE DEMOCRATIE

De laatste jaren, sedert 2013, begint het Hof in Straatsburg een vergelijkbare rol toe te schrijven aan NGO’s. Die trekken ook aandacht op maatschappelijk belangrijke zaken, en vervullen dan, volgens het Hof, ook een rol als “publieke waakhond”, net zoals de pers. Het Hof definiteert die rol als die van  “sociale waakhond” en bevestigt dat NGO’s dus over vergelijkbare brede uitingsrechten beschikken als journalisten. Net zoals journalisten, moeten ze zich daarbij ook bewust zijn van hun ‘plichten en verantwoordelijkheden’. Het Hof verwijst daarvoor naar de Etische Gedragscode voor NGO’s  die sedert 2005 is afgekondigd in het kader van een internationale vereniging van NGO’s (www.wango.org ). Die Gedragscode verbiedt o.m. dat NGO’s inbreuk zouden maken op iemands fundamentele rechten, en legt op dat de informatie die zij verstrekken accuraat moet zijn en moet verstrekt worden met de geëigende context.

NGO JOURNALIST ?

Daarmee maakt het Hof een parallel  tussen media en NGO’s, alsof er geen verschillen zouden zijn tussen de beide.

Media zijn vaak georganiseerd door professionele bedrijven, en werken in de regel met professionele redacties. Ze  hebben een marktinkomen of zijn daarvan, als openbare omroep, vrijgesteld door overheidsdotaties. NGO’s zijn vaak afhankelijk van giften of subsidies en vele belangenverenigingen worden opgezet door sectoren of bedrijven. Het Hof maakt immers geen onderscheid tussen verenigingen.

Ook de verwijzing naar de internationale vereniging van NGO’s – www.wango.org – helpt ons niet verder: die bestaat uit een amalgaam van leden, verenigingen van allerlei slag van ideële aard tot pure belangenbehartiging en lobby.

Wat rechtvaardigt om zulke verenigingen op één lijn te zetten met media die gespecialiseerd zijn in nieuwsvoorziening over maatschappelijke aangelegenheden van algemeen belang? NGO’s hebben vaak een specifiek oogmerk of behartigen een deelbelang.

Dat kunnen ook net zo goed sectorale, maatschappelijke of industriële kennis en inzichten zijn als ideële oogmerken, het Hof maakt geen onderscheid.

Men kan zich makkelijk Amnesty International voorstellen als een ideële NGO met een nobel doel, maar – om een willekeurig voorbeeld te geven –  een Duitse vereniging van autobouwers heeft misschien toch geen vergelijkbaar opzet.  In zijn huidige rechtspraak veronachtzaamt het Hof echter elk onderscheid en wendt het de in het spraakgebruik toch eerder specifieke term NGO aan, wat op zijn minst verwarrend is.

Er is niets mis met de behartiging van industriële of sectorale belangen: ook zij mogen zich, onder de vrijheid van vereniging, organiseren en voor hun zakelijke belangen opkomen. Maar de indruk ontstaat het Hof het NGO-begrip veralgemenend inroept, terwijl de zaken waarin het Hof deze overwegingen maakte  eigenlijk eerder gingen om burgerinitiatieven  met eerder ideële doelstellingen.

De 1277 Begische leden van wango zijn een amalgaam waarin geen lijn zit, het is niet aannemelijk dat dit allemaal “social watchdogs of democracy” zouden zijn die de bijzondere rechtsbescherming moeten genieten die het Hof in de regel aan media en pers voorbehield.

JOURNALISTIEK EN MACHTSPOSITIE

Met andere woorden, men moet op zijn hoede zijn voor een veralgemenende analogie tussen de uitingsvrijheid van redacties en deze van NGO’s.

Dat blijkt ook uit specificaties in de rechtspraak in typische mediazaken; daarin werd bijvoorbeeld soms al onderscheid gemaakt met betrekking tot de mogelijke machtspositie van sommige mediagroepen; immers, overheden moeten toezien op daadwerkelijk en effectief pluralisme van opinies.

Ook horen in een democratie, die afhankelijk is van brede uitingsvrijheid, heel verschillende politieke ideeën en programma’s hun plaats te vinden, op voorwaarde dat ze geen schade toebrengen aan de democratie zelf.

HOUDBARE ANALOGIE ?

De analogie tussen media, met hun journalistieke aanpak en NGO’s werkt verwarrend, zeker zo lang het Hof geen deugdelijke omschrijving geeft aan een begrip dat toch een eigen leven leidt. Dat het Hof er op wijst dat van NGO’s aangenomen mag worden dat ze voldoende middelen hebben om  accuraat en grondigheid te werk te gaan, toont een zekere bezorgdheid aan doch volstaat wellicht niet.

De indruk bestaat dat het Hof hier struikelt over de veralgemeende goedgunstige perceptie rond het begrip van idyllische NGO’s, terwijl vele verenigingen die zich met dat kleed tooien eigenlijk pure verdedigers zijn van deelbelangen. Daar kan men toch vragen bij stellen.

Komt hen dezelfde status toe als media die professionele nieuwsfabrieken en opiniebedrijven zijn die een ethische code moeten respecteren? Heeft het Hof geen nood aan een selectiecriterium om legitieme burgerinitiatieven desgevallend te onderscheiden? Of blijft het niet beter bij zijn mediarechtspraak zonder die te verwateren in  goedbedoelde maar naïeve pogingen om andere maatschappelijke evoluties een stem te geven met vergelijkbaar impact?

Er is dus nood aan meer specificatie ten aanzien van de analogie die in sommige arresten van het Hof in Straatsburg voetstoots wordt aangenomen tussen media en “de” NGO-wereld. Immers, die toont  een grote verscheidenheid, maar opereert toch niet altijd even onafhankelijk of met vergelijkbare ethische codes.

 

Op 4 augustus 2017 gepubliceerd op http://www.deredactie.be