Opinierepressie is niet hetzelfde als je zin niet krijgen

In de Catalonia-sage werd herhaaldelijk zonder tegenspraak beweerd dat Spanje Catalaanse politici vervolgt omdat ze hun mening hebben geuit ten gunste van de onafhankelijkheid van Catalonië. Niets is minder waar: in Spanje zit niemand in de gevangenis omdat hij of zij de onafhankelijkheid van Catalonië heeft bepleit en wordt daarvoor niemand vervolgd.

Er is een groot verschil tussen een de uiting van een opinie en een handeling. Catalanen kunnen geheel vrij hun mening naar voor brengen pro of contra de onafhankelijkheid van hun regio, net zoals wij dat hier in België kunnen. De voormalige Catalaanse regeringsleden hebben zich op een andere wijze in juridische problemen gewerkt, met name door het stellen van  strafbare handelingen. Die handelingen zijn o.m. de organisatie van een referendum dat strijdig was met de Spaanse Grondwet, de validatie van de uitslag van dat referendum, en de uitroeping van de onafhankelijkheid. Dat zijn geen meningsuitingen, dat zijn strafbare handelingen volgens de Spaans wetgeving.

DEMANDEUR DE RIEN

Men kan debatteren hoe een nieuwe staat kan ontstaan maar in een rechtsstaat vergt dat in de regel een geordend proces binnen geldende rechtsregels. Zulk proces rust  op dialoog en negotiatie. Die kunnen leiden tot grote autonomie maar veel voorbeelden van totale onafhankelijke nieuwe staten die ontstonden uit een ordelijk proces zijn er niet. Met dat probleem worstelen alle separatistische bewegingen, omdat ze ontstaan binnen geordende staten en een rechtskader, doch hun doel vaak slechts kunnen realiseren door buiten de wettelijkheid te treden. Als je dan niet slaagt in een volmaakt voldongen feit, rest de onwettelijkheid. In een rechtsstaat heeft onwettelijk handelen gevolgen, zo hoort het.

Zoals alle separatistische bewegingen ondervinden, is het soms moeilijk kersen eten met nationale autoriteiten. Die kunnen “demandeur de rien” zijn zoals in Belgë, of, erger, een eerder wettelijk verworven autonomiestatuut aanvechten en doen herroepen, zoals in Spanje. Dat kan men onsympathiek vinden, maar met schending van uitingsvrijheid heeft het niets te maken.

SPAANSE UITINGSVRIJHEID IS NIET BEPERKT

Dat er zo slordig geargumenteerd wordt rond opinievrijheid is helaas vrij gebruikelijk, maar in verband met de Catalaanse politici ging de slordigheid toch vrij ver, en nam ze de vorm aan van desinformatie over de ware toedracht. Spanje is geen land dat  gekend is voor een zeer repressieve houding ten opzichte van vrije meningsuiting. Spanje  heeft, na de aanslagen in Madrid, zijn wetgeving inzake demonstraties e.dgl.  verstrengd, net zoals sommige andere landen maatregelen namen om zich beter te beschermen tegen terreur op hun grondgebied.

REPRESSIEVE UITINGSBEPERKING ZIET ER GEHEEL ANDERS UIT

Het is misschien goed om eens  vergelijkingspunten in het vizier te nemen. Binnen de Europese Unie scoren Polen en Hongarije nu redelijk hoog bij de repressieve regimes die de rule of law negeren en de uitingsvrijheid dramatisch afbouwen (https://freedomhouse.org/blog/poland-s-radical-break-democratic-norms-leaves-hungary-dust ).  Ze laten zich de voordelen van hun EU-lidmaatschap welgevallen, maar hebben lak aan rechtsstaat en burgerrechten. Ze komen in het vizier van de Europese instellingen omwille van hun recalcitrante houding. Buiten de EU maar binnen de Raad van Europa, en gebonden door de Europese Conventie voor de Rechten van de mens, kunnen we naar Turkije kijken. Dat levert een  hallucinant beeld op.

TURKIJE:  AANHOUDINGEN, FAKE BETICHTINGEN EN SCHIJNPROCESSEN

40.000 magistraten, academici, leerkrachten en ambtenaren zijn aangehouden. 80.000 intellectuelen zijn ontslagen. Het schema is bekend: normale burgeractiviteiten worden vervolgd als zgn. terroristische handelingen. Al wie in verband kan worden gebracht met civiel  protest kan worden aangehouden en in verdenking gesteld, ook wanneer het ging om een totaal vreedzame actie of bijeenkomst. Schijnprocessen kennen geen vrijspraak en leiden tot hoge straffen.

Het volstaat al dat iemand zich zorgen maakt over  willekeurige aanhoudingen, vragen stelt bij mensonwaardige behandeling in de gevangenissen, of steun zoekt bij buitenlandse consulaten of ambassades om het Turks regime tot een enigszins humanitaire benadering te bewegen om opgepakt te worden. Amnesty International protesteert tegen de willekeur en rapporteert zelfs een beleid van uithongering en folterpraktijken in de Turkse gevangenissen. Niemand reageert, de Turkse medewerkers van Amnesty International zijn van hun vrijheid beroofd.

Voor een beschuldiging van terrorisme volstaat een vermoede of gesuggereerde band met de meest diverse bewegingen, zoals de islamitische Gülenbeweging, de Koerdische PKK of DHKP-C. Wie in contact is of geweest is met een lid, een vlugschrift van ze bezit of een bestandje op zijn pc, vliegt de gevangenis in op beschuldiging van terrorisme, en medewerking aan de poging tot staatsgreep van 15 juli 2016. Wie een vraagteken zet bij Erdogans beleid en de handelingen van zijn AKP-partij  wordt  beschouwd als staatsgevaarlijk en in verdenking gesteld, vervolgd en veroordeeld.

Dat zijn kenmerken van een totalitaire staten: de zittende heerser valt samen met de staat, en wie niet akkoord gaat wordt schuldig geacht door associatie.( https://www.nytimes.com/2017/04/15/world/europe/turkey-failed-coup-investigation-americans.html ).

JE ZIN NIET KRIJGEN IS NIET HETZELFDE ALS OPINIEREPRESSIE

Het contrast met de Turkse intelligentsia is helder: de voormalige Catalaanse regeringsleden zijn vrije burgers, onbeperkt en onbedreigd in hun uitingsvrijheid of opiniëring. Ze hebben hun opinies eenzijdig voor waar aangenomen, en gehandeld met overtreding van de wettigheid. Daarvoor moeten ze zich in rechte verantwoorden. Ook als de Spaanse regering op weinig sympathie kan rekenen, de gewezen Catalaanse regeringsleden hebben zich bewust in juridische problemen gewerkt. Ze worden evenwel absoluut niet verontrust voor hun mening of de uiting daarvan.

Waar vrije meningsuiting vrijwel onbeperkt kan, doen we er goed aan onze opinies zo zorgvuldig mogelijk te vormen en te verwoorden.

 

Op 16 november 2017 gepubliceerd op http://www.vrt.be/vrtnws

 

 

Paradijselijke journalistiek

Lux leaks, Swiss leaks, Panama papers en nu Paradise papers, het houdt niet op. Telkens weer werden oneigenlijke financiële transacties in kaart gebracht, waarbij in de regel sprake was van belastingontduiking. Is zulke berichtgeving sensatie of is het een staal van journalistiek kunnen en een exemplarisch toppunt van de journalistieke roeping?

 INTERNATIONALE ONDERZOEKSJOURNALISTIEK

Het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (icij.org) is een onafhankelijke nieuwsorganisatie die meer dan 200 journalisten uit 70 landen verenigt. Die leggen zich toe op onderzoeksjournalistiek in grensoverschrijdende dossiers. Het is het antwoord van het Amerikaans Centrum voor Publieke Integriteit op grensoverschrijdende misdaad en corruptie, waarbij ze machthebbers ter verantwoording roepen. Het ICIJ is meermaals bekroond voor zijn voortreffelijk werk.

In België werken De Tijd, Le Soir en Knack mee met het consortium. Ons kleine landje is dus meer dan voortreffelijk aanwezig in dit internationaal netwerk. Deze media publiceerden in grote opmaak de dossiers betreffende internationale financiële spitstechnologie, in de regel met de suggestie van fiscale ontduikingsconstructies en fraude.  Het scenario is inmiddels gekend: aankondigingen via de informatieve programma’s van de openbare omroep, en dan enkele dagen vervolgverhalen waarin steeds ’n tipje van de sluiter wordt gelicht. Zo passeerden deze week o.m. Ageas, Nike en Janssen Pharmaceutica de revue, net zoals het Belgisch overheidsbedrijf Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen, en Rent-a-Port, of nog, Baron Ullens de Schooten.

VERTROUWELIJKHEID OF LEKMATERIAAL?

Wat jarenlang verborgen kon blijven verliest steeds sneller die status. Bij professionals van de confidentialiteit – vaak stevige huizen die vooral discretie verkopen en soliede dekmantels – worden vandaag massaal vertrouwelijke gegevens gestolen of naar buiten gesmokkeld. Vaak gaat het om banken, advocatenkantoren of de grote internationale audithuizen, die strikte vertrouwelijkheidsverbintenissen hebben ten opzichte van hun cliënteel.

 LEGALE ONTDUIKERS: KLOKKENLUIDERS

Voor het lekken van vertrouwelijke data bestaan inmiddels in vele landen legale ontduikingsroutes, de zgn. klokkenluidersregelingen. Die verlenen wettelijke verschoningsgronden aan de organisatoren van lekken die hun wettelijke en/of contractuele vertrouwelijkheidsverbintenissen schenden, voor zover zij het algemeen belang daarmee zouden dienen. De regelingen strekken er ook vaak toe om de bronnen van deze data in bescherming te nemen tegen retorsiemaatregelen van door de lekken benadeelde partijen.

Hierin zit een wrang element, omdat aan de basis van de publicaties van het ICIJ vaak een misdrijf ligt in hoofde van de bron die data steelt en doorgeeft. De klokkenluidersregelingen zijn ingegeven door het hoger doel van bestrijding van internationale georganiseerde misdaad en corruptie, dat voorrang krijgt op vertrouwelijkheid die wordt misbruikt om onwettige constructies, witwaspraktijken of fiscale fraude te verbergen.

Ook dat wringt enigszins, omdat landen onderling elkaar fors beconcurreren met fiscale voordelen en privileges in het licht van hun aantrekkingskracht voor en retentie van internationale investeringen – ook landen die tegelijk klokkenluidersregelingen hebben.   België figureert op sommige landenlijsten tussen landen die internationaal als fiscale paradijzen aangemerkt zijn.

LES EXTREMES SE TOUCHENT

Meestal zijn klokkenluidersregelingen nog imperfecte stelsels  in experimentele stadia, waarin de extremen van illegaliteit en nobele doelstellingen dicht bij elkaar kunnen liggen. De doelstelling is om financiële engineering met fiscale fraude-oogmerk of het witwassen van corruptie-opbrengsten te ontmoedigen. De geboden bescherming aan anonieme bronnen is niet altijd perfect.

Wel staat vast dat de publicaties langzaam maar zeker elke rechtszekerheid die fraudeurs zouden willen opzoeken ondermijnt, en dat nooit in de geschiedenis zo drastisch werd ingegrepen in de doorbraak van bankgeheimen en andere traditionele beginselen wanneer ze  als misbruikbevorderend worden gebrandmerkt.

Dat perspublicaties daartoe bijdroegen, behoort tot de geroemde vierde macht-functie van de pers, die misbruiken van de gestelde politieke en economische machten moet observeren, analyseren en openbaar maken.

COLLATERAL DAMAGE

Journalisten werken hier dicht bij de vlam, en dan is er altijd gevaar voor fouten. Zo is het verleidelijk om uit de aanwezigheid van een exotisch adres een frauduleus oogmerk of effectieve fraude af te leiden, en ook deze week waren er zulke suggesties. Sommige bedrijven antwoordden op nietszeggende wijze of zweetten zwijgend de publicatieperiode uit, in de hoop dat de wind wel weer gaat liggen.

Andere reageerden fors en manmoedig. Dat deed Bart Desmet, topman van verzekeraar Ageas, in een radio-interview, en nadien in De Standaard op 8 november en in De Tijd op 9 november. In De Tijd van 7 november, publicatiedatum van het eerste Paradise-artikel, was nog een woordvoerder namens Ageas opgevoerd met een wat vrijblijvende reactie. Bart Desmet reageerde evenwel nadien krachtig en helder:  géén opgezette constructie, géén enkel fiscaal voordeel. Ageas heeft zijn verschuldigde belastingen aan bijna 50% betaald aan de Belgische Staat, en was trouwens eerder in het jaar door De Tijd opgenomen in de lijst van de grootste belastingbetalers van het land. De Bermudavestiging was geërfd bij een overname en inmiddels inactief, zonder dat ze ooit had gediend voor een fiscale ontduiking door Ageas.

HOOR EN WEDERHOOR KAN EN MOET EVEN FORS ALS ONTHULLING

De rapportage van de Paradise Papers door DT zou sterker geweest zijn, mocht de tijd zijn genomen om effectief het woord te geven aan de topman van Ageas, en zulks voor de publicatie. Dan zou wellicht Ageas niet eens genoemd zijn, of minstens zou meteen de feiten volledig naar voor zou zijn gekomen; die sluiten de insinuatie van misbruik eigenlijk uit.

Het is niet behoorlijk om een bedrijf  achter de feiten aan te laten lopen… Grondig onderzoek van de feiten gebeurt voor de publicatie, omdat er altijd wat blijft  hangen van  aangevoerde insinuaties. Dat had moeten vermeden worden.

Immers, zo wil het de journalistieke deontologie: men moet de betrokkenen voor publicatie correct en ruim de gelegenheid geven om hun standpunt naar voor te brengen. Het is daarbij naar mijn mening aangewezen dat er een verhouding van evenredigheid is tussen de wijze waarop een redactie het deontologisch beginsel van “hoor en wederhoor” toepast, en de ruime opmaak die men aan berichten wenst te geven. Dat had dus veel beter gekund.

Dat zou overigens sporen met de website van ICIJ, waarop (nu?) de waarschuwing prijkt dat de aanwezigheid van een bedrijf in die papers niet noodzakelijk inhoudt dat ze worden verdacht van of gelinkt aan fiscale fraudepraktijken.

 Dit stuk werd op 10 nov. 2017 ook gepubliceerd op http://www.vrt.be/vrtnws 

Speculaties zijn de nieuwe feiten

 

Speculaties zijn de nieuwe feiten. Vroeger waren er feiten. Feiten zijn zaken die zeker zijn, en waar gebeurd, zoals men ze rapporteert. Journalisten checkten en dubbelcheckten feiten.

Naast feiten waren er meningen. Meningen zijn vrije opinies en gedachten. Gedachten zijn vrij, maar als men meningen uit die iemand kunnen benadelen, kan je op een schadevordering enkel succesvol antwoorden met het verweer dat je mening rust op een correcte feitelijke grondslag.

Vandaag moeten we aan de feiten en meningen de rubriek van de speculaties toevoegen. We beleefden de weken van de speculatie, dankzij de berichtgeving over de Bende van Nijvel en de evoluties in Catalonië.

EEN BENDE NIEUWS

Inzake de Bende werd het brandje gesticht door een advocaat van de club van theatrale advocaten met een oud gerucht over de identiteit van de reus. De rest is geschiedenis: dagenlange speculatie over welke feitelijkheden er zouden kunnen geweest zijn, en wie of wat er nu in het vizier van het onderzoek zou zijn of er juist aan zou ontsnapt zijn.

Ieder zijn perceptie, ieder zijn speculatie, en ieder zijn waarheid. De leuze  ‘ieder zijn waarheid’  is gelijk aan: helemaal géén waarheid. Dan resten enkel nog geruchten. De aandacht voor feiten was beperkt,  controle van de aannemelijkheid of het waarheidsgehalte bleef achterwege.

Speculaties zijn immers oncontroleerbaar. Ze betreffen de toekomst en die laat zich lastig onderwerpen aan bewijs. Speculaties gaan over wat iemand mogelijk zal doen of nalaten. Daarmee  behoren ze tot de geruchtenmolen en zijn ze per definitie subjectief. Soms zijn ze zo fantasierijk dat er niets te controleren is.

CATALAANSE SPEXIT

Ook de gebeurtenissen in Catalonië leidde tot een speculatie-diarree.  Misschien toch eerst enkele feiten:

– De regionale autoriteiten lanceren een referendum over de onafhankelijkheid van de Catalaanse regio. Feit.

– Dat referendum is in strijd met de Spaanse Grondwet. Feit: zie het arrest van het Spaans Grondwettelijk Hof. Feit.

Spaanse regio’s genieten een zekere mate van zelfbestuur maar ze moeten de territoriale integriteit van het Spaanse Koninkrijk respecteren, ze kunnen aan dat Koninkrijk zelf niets wijzigen. De Catalaanse autonomie is geregeld in Spaanse wetgeving, goedgekeurd door het Parlement in Madrid. Het Grondwettelijk Hof verbiedt uiteraard het Catalaans referendum te organiseren.

Meer feiten:

  • De Catalanen organiseren in weerwil van het Spaans optreden hun onwettig referendum. Feit.
  • De Spaanse politie rukt in oktober té drastisch en hardhandig uit tegen de burgerlijk ongehoorzame overheid en Spaans/Catalaanse burgers. Feit.
  • 42% van de stemgerechtigde Catalanen gaat stemmen en daarvan stemt 90% voor de onafhankelijkheid. Feit.
  • Van 7,5 miljoen Catalanen hebben er 2,3 miljoen hun stem uitgebracht, of een minderheid (42,3%) van de stemgerechtigde inwoners van de regio. Daarvan stemt 90% of 2.070.000 Catalanen pro onafhankelijkheid. Feit.
  • De Catalaanse autoriteiten verklaren het referendum geldig en onderschrijven het resultaat. Feit.
  • De Catalaanse regionale regering roept de onafhankelijkheid van de regio uit. Feit.

Redacties zijn ook hier uitgerukt met veel speculatie over toekomstige gebeurtenissen: gaat het referendum wel door, of niet? Wat wordt het resultaat? Wat zal de Catalaanse regering met dat resultaat doen? Als de Catalaanse regering dat doen, wat zal dan de Spaanse regering in Madrid doen? Hoe zal Puigdemont dan reageren? En dan de max: waar is Puigdemont? Onderweg naar waar? En hoe dan? En waarin Brussel is hij dan? De hele internationale persmeute staat dan aan het NV-A-kantoor in Brussel, en dat zien we rechtstreeks in alle journaals. Puigdemont is er nooit geweest.
SPECULATIE IS NEGATIE VAN JOURNALISTIEK

Kortom: speculatie alom, over mogelijke feiten in de toekomst.
Met speculatie neemt journalistiek verder afstand van zijn objectiveringsambitie. Nochtans is dat de echte belofte van goede journalistiek aan de samenleving: topjournalistiek  controleert voor ons de aannemelijkheid van elk feit of gerucht, en beschouwt het als zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid om ons van de ware toedracht in te lichten. Zo draagt journalistiek bij tot de werking van de samenleving en van de maatschappelijke processen.

Het speculatiepad draagt daar niet toe bij, het desoriënteert, en voegt aan geruchten alleen maar andere geruchten toe. Die gaan nu niet alleen maar over wat er gebeurd zou zijn, maar over wat er zou kunnen gebeuren. Dat is erg, omdat die optie ook meebrengt dat de controle van de werkelijke feiten er ook onder lijdt. Daar zijn helaas  voorbeelden van.

FEITENCONTROLE IS VAN VROEGER

Zo kon op voorpagina’s en in prime time vernomen worden dat de Spaanse overheden de Catalaanse regionale autoriteiten dreigden te vervolgen omwille van een opinie. Dat is een pertinente leugen, zonder  journalistieke tegenspraak te pas en te onpas gedebiteerd. Journalistiek ruimde de baan ten voordele van emotie en leugen. Redacteurs vroegen niet verder, het was  blijkbaar journalistiek voldoende dat iemand zijn emotie aan het debat toevoegde. Hier was veel plaats voor journalistieke bevraging, doch men liet dit liggen. De kern is immers dat de Catalaanse autoriteiten worden vervolgd voor manifeste onwettigheden en ongrondwettigheden waarop forse strafrechtelijke sancties staan. Ze zijn nooit verontrust voor de uiting van hun mening, die is altijd volledig vrij gebleven.

Een ander politicus suggereerde dat het niet mogelijk is dat de Catalaanse autoriteiten in Spanje een eerlijk proces kunnen krijgen. Opnieuw niet tegengesproken. Spanje is in Straatsburg 56 maal veroordeeld wegens schending van de fair proces-regel van het Europees Mensenrechtenverdrag,  België zelfs 109 maal. Maar die cijfers houden niet in dat er geen eerlijk proces kan gevoerd worden in Spanje. Met uitzondering van de periode van forse staatsrepressie tegen het Baskisch terrorisme, is Spanje een rechtsstaat die niet gekend is voor zijn onvermogen om de rechten van verdediging correct te respecteren. Feit. Opnieuw werd een loze bewering van een sympathisant van de Catalaanse beweging niet tegengesproken.

Nog een derde wist dat te vertellen dat de Spaanse rechtsstaat is opgeheven, gelet op de mogelijk zware straffen op de wetsovertredingen van de Catalaanse regionalisten. De meeste landen zetten zware straffen op dergelijke delicten, dat is wellicht… een kenmerk van een rechtsstaat. Die moet ook zichzelf verdedigen – inbegrepen zijn territoriale integriteit. Rechtsstaten doen dat, overal en altijd. Feit.

En wie zich aan een gerechtelijke oproeping om zich vrijwillig te melden, wordt opgespoord en gedwongen voorgeleid, in dit geval met een Europees aanhoudingsmandaat. Feit. Maar feiten werden minder belangrijk, er is weinig kader over, weinig toelichting.

De drie uitspraken zijn  van Vlaamse politici van de nationalistische obediëntie. Ze uitten er hun sympathie mee voor hun Catalaanse vrienden. Sympathie voegt emotie toe, maar draagt niet altijd bij tot de waarheid; daar gingen ze recht tegenin. Zonder wederwoord, zonder extra journalistieke vragen of analyse.

Ook de advocaat die het Bendebrandje stichtte, gooit inmiddels verder olie op het vuur. Vanop de Boekenbeursstand van zijn uitgever, waar hij zichtbaar zijn nieuwe boek tekent breit hij – uiteraard enkel met de allerbeste bedoelingen  –  rustig verder aan zijn  aankondigingen van niets, met veel geheimzinnigheid en media-aandacht. Gelukkig kon ditmaal een onderzoeksrechter duiding geven en de advocaat op zijn plaats zetten met diens ongepaste publieke verklaringen.

De internationale pers voert aan dat Rajoy en Puigdemont elkaar in een institutionele wurggreep houden omdat ze zo de fatale aandacht voor de corruptie van hun regimes kunnen afwenden. Spaanse en Catalaanse oppositiepartijen hebben daar al veel aanwijzingen voor naar voor gebracht, maar het Vlaams publiek vernam er weinig over.  Misschien was zulke gegeven toch eens wat journalistieke aandacht waard?
DIT KAN DUS BETER

De journalistieke focus moet primordiaal gericht zijn op feiten: wat, wanneer, waar – dat zijn de eerder gemakkelijke vragen – en ook: wie en waarom – dat zijn vaak moeilijke vragen. Het is altijd een heikele zaak om de échte ware feiten bloot te leggen, en de klassieke vijf vragen te beantwoorden. Dat vergt controle, controle en controle. Tot het beeld over de werkelijke feiten minstens voldoende aannemelijk wordt. Eerder brengt men niets naar voor.

Dat is iets anders dan speculaties en emoties. Dat laatste kan iedereen, daar hebben we geen  journalisten voor nodig.

 

Op 2 november 2017 ook gepubliceerd op http://www.vrt.be/vrtnws

Speculaties zijn de nieuwe feiten

Speculaties zijn de nieuwe feiten. Vroeger waren er feiten. Feiten zijn zaken die zeker zijn, en waar gebeurd, zoals men ze rapporteert. Journalisten checkten en dubbelcheckten feiten.

Naast feiten waren er meningen. Meningen zijn vrije opinies en gedachten. Gedachten zijn vrij, maar als men meningen uit die iemand kunnen benadelen, kan je op een schadevordering enkel succesvol antwoorden met het verweer dat je mening rust op een correcte feitelijke grondslag.

Vandaag moeten we aan de feiten en meningen de rubriek van de speculaties toevoegen. We beleefden de weken van de speculatie, dankzij de berichtgeving over de Bende van Nijvel en de evoluties in Catalonië.

 EEN BENDE NIEUWS

Inzake de Bende werd het brandje gesticht door een advocaat van de club van theatrale advocaten met een oud gerucht over de identiteit van de reus. De rest is geschiedenis: dagenlange speculatie over welke feitelijkheden er zouden kunnen geweest zijn, en wie of wat er nu in het vizier van het onderzoek zou zijn of er juist aan zou ontsnapt zijn.

Ieder zijn perceptie, ieder zijn speculatie, en ieder zijn waarheid. De leuze  ‘ieder zijn waarheid’  is gelijk aan: helemaal géén waarheid. Dan resten enkel nog geruchten. De aandacht voor feiten was beperkt,  controle van de aannemelijkheid of het waarheidsgehalte bleef achterwege.

Speculaties zijn immers oncontroleerbaar. Ze betreffen de toekomst en die laat zich lastig onderwerpen aan bewijs. Speculaties gaan over wat iemand mogelijk zal doen of nalaten. Daarmee  behoren ze tot de geruchtenmolen en zijn ze per definitie subjectief. Soms zijn ze zo fantasierijk dat er niets te controleren is.

CATALAANSE SPEXIT

Ook de gebeurtenissen in Catalonië leidde tot een speculatie-diarree.  Misschien toch eerst enkele feiten:

– De regionale autoriteiten lanceren een referendum over de onafhankelijkheid van de Catalaanse regio. Feit.

– Dat referendum is in strijd met de Spaanse Grondwet. Feit: zie het arrest van het Spaans Grondwettelijk Hof. Feit.

Spaanse regio’s genieten een zekere mate van zelfbestuur maar ze moeten de territoriale integriteit van het Spaanse Koninkrijk respecteren, ze kunnen aan dat Koninkrijk zelf niets wijzigen. De Catalaanse autonomie is geregeld in Spaanse wetgeving, goedgekeurd door het Parlement in Madrid. Het Grondwettelijk Hof verbiedt uiteraard het Catalaans referendum te organiseren.

Meer feiten:

  • De Catalanen organiseren in weerwil van het Spaans optreden hun onwettig referendum. Feit.
  • De Spaanse politie rukt in oktober té drastisch en hardhandig uit tegen de burgerlijk ongehoorzame overheid en Spaans/Catalaanse burgers. Feit.
  • 42% van de stemgerechtigde Catalanen gaat stemmen en daarvan stemt 90% voor de onafhankelijkheid. Feit.
  • Van 7,5 miljoen Catalanen hebben er 2,3 miljoen hun stem uitgebracht, of een minderheid (42,3%) van de stemgerechtigde inwoners van de regio. Daarvan stemt 90% of 972.900 Catalanen pro onafhankelijkheid. Feit.
  • De Catalaanse autoriteiten verklaren het referendum geldig en onderschrijven het resultaat. Feit.
  • De Catalaanse regionale regering roept de onafhankelijkheid van de regio uit. Feit.

Redacties zijn ook hier uitgerukt met veel speculatie over toekomstige gebeurtenissen: gaat het referendum wel door, of niet? Wat wordt het resultaat? Wat zal de Catalaanse regering met dat resultaat doen? Als de Catalaanse regering dat doen, wat zal dan de Spaanse regering in Madrid doen? Hoe zal Puigdemont dan reageren? En dan de max: waar is Puigdemont? Onderweg naar waar? En hoe dan? En waarin Brussel is hij dan? De hele internationale persmeute staat dan aan het NV-A-kantoor in Brussel, en dat zien we rechtstreeks in alle journaals. Puigdemont is er nooit geweest.

SPECULATIE IS NEGATIE VAN JOURNALISTIEK

Kortom: speculatie alom, over mogelijke feiten in de toekomst.
Met speculatie neemt journalistiek verder afstand van zijn objectiveringsambitie. Nochtans is dat de echte belofte van goede journalistiek aan de samenleving: topjournalistiek  controleert voor ons de aannemelijkheid van elk feit of gerucht, en beschouwt het als zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid om ons van de ware toedracht in te lichten. Zo draagt journalistiek bij tot de werking van de samenleving en van de maatschappelijke processen.

Het speculatiepad draagt daar niet toe bij, het desoriënteert, en voegt aan geruchten alleen maar andere geruchten toe. Die gaan nu niet alleen maar over wat er gebeurd zou zijn, maar over wat er zou kunnen gebeuren. Dat is erg, omdat die optie ook meebrengt dat de controle van de werkelijke feiten er ook onder lijdt. Daar zijn helaas  voorbeelden van.

 FEITENCONTROLE IS VAN VROEGER

Zo kon op voorpagina’s en in prime time vernomen worden dat de Spaanse overheden de Catalaanse regionale autoriteiten dreigden te vervolgen omwille van een opinie. Dat is een pertinente leugen, zonder  journalistieke tegenspraak te pas en te onpas gedebiteerd. Journalistiek ruimde de baan ten voordele van emotie en leugen. Redacteurs vroegen niet verder, het was  blijkbaar journalistiek voldoende dat iemand zijn emotie aan het debat toevoegde. Hier was veel plaats voor journalistieke bevraging, doch men liet dit liggen. De kern is immers dat de Catalaanse autoriteiten worden vervolgd voor manifeste onwettigheden en ongrondwettigheden waarop forse strafrechtelijke sancties staan. Ze zijn nooit verontrust voor de uiting van hun mening, die is altijd volledig vrij gebleven.

Een ander politicus suggereerde dat het niet mogelijk is dat de Catalaanse autoriteiten in Spanje een eerlijk proces kunnen krijgen. Opnieuw niet tegengesproken. Spanje is in Straatsburg 56 maal veroordeeld wegens schending van de fair proces-regel van het Europees Mensenrechtenverdrag,  België zelfs 109 maal. Maar die cijfers houden niet in dat er geen eerlijk proces kan gevoerd worden in Spanje. Met uitzondering van de periode van forse staatsrepressie tegen het Baskisch terrorisme, is Spanje een rechtsstaat die niet gekend is voor zijn onvermogen om de rechten van verdediging correct te respecteren. Feit. Opnieuw werd een loze bewering van een sympathisant van de Catalaanse beweging niet tegengesproken.

Nog een derde wist dat te vertellen dat de Spaanse rechtsstaat is opgeheven, gelet op de mogelijk zware straffen op de wetsovertredingen van de Catalaanse regionalisten. De meeste landen zetten zware straffen op dergelijke delicten, dat is wellicht… een kenmerk van een rechtsstaat. Die moet ook zichzelf verdedigen – inbegrepen zijn territoriale integriteit. Rechtsstaten doen dat, overal en altijd. Feit.

En wie zich aan een gerechtelijke oproeping om zich vrijwillig te melden, wordt opgespoord en gedwongen voorgeleid, in dit geval met een Europees aanhoudingsmandaat. Feit. Maar feiten werden minder belangrijk, er is weinig kader over, weinig toelichting.

De drie uitspraken zijn  van Vlaamse politici van de nationalistische obediëntie. Ze uitten er hun sympathie mee voor hun Catalaanse vrienden. Sympathie voegt emotie toe, maar draagt niet altijd bij tot de waarheid; daar gingen ze recht tegenin. Zonder wederwoord, zonder extra journalistieke vragen of analyse.

Ook de advocaat die het Bendebrandje stichtte, goot inmiddels verder olie op het vuur. Vanop de Boekenbeursstand van zijn uitgever, waar hij zichtbaar zijn nieuwe boek tekent breit hij – uiteraard enkel met de allerbeste bedoelingen  –  rustig verder aan zijn  aankondigingen van niets, met veel geheimzinnigheid en media-aandacht. Gelukkig kon ditmaal een onderzoeksrechter duiding geven en de advocaat op zijn plaats zetten met diens ongepaste publieke verklaringen.

De internationale pers voert aan dat Rajoy en Puigdemont elkaar in een institutionele wurggreep houden omdat ze zo de fatale aandacht voor de corruptie van hun regimes kunnen afwenden. Spaanse en Catalaanse oppositiepartijen hebben daar al veel aanwijzingen voor naar voor gebracht, maar het Vlaams publiek vernam er weinig over.  Misschien was zulke gegeven toch eens wat journalistieke aandacht waard?

DIT KAN DUS BETER

De journalistieke focus moet primordiaal gericht zijn op feiten: wat, wanneer, waar – dat zijn de eerder gemakkelijke vragen – en ook: wie en waarom – dat zijn vaak moeilijke vragen. Het is altijd een heikele zaak om de échte ware feiten bloot te leggen, en de klassieke vijf vragen te beantwoorden. Dat vergt controle, controle en controle. Tot het beeld over de werkelijke feiten minstens voldoende aannemelijk wordt. Eerder brengt men niets naar voor.

Dat is iets anders dan speculaties en emoties. Dat laatste kan iedereen, daar hebben we geen  journalisten voor nodig.

 

 

Gepubliceerd op http://www.vrt.be/vrtnws op 2 november 2017