Leve de Verkiezingen ! Handen aan de Ploeg !

Democratie is”, zo hield Churchill voor, “de slechtste van alle regeringsvormen, met uitzondering van alle andere die al eens zijn uitgeprobeerd.”De sterkte ervan is dat de bevolking, die in een democratische rechtsstaat  de grootste vrijheden geniet, en in een moderne verzorgingsstaat de grootste solidariteit, de kaarten legt met het uitbrengen van een vrije stem, in verkiezingen waarvan het resultaat gerespecteerd wordt.

In de hele wereld willen mensen  die niet in een democratie leven, het autocratisch regime van hun land veranderen, of willen ze hun land verlaten. Een historisch voorbeeld werd in Europa geleverd op 9 november 1989, toen de Berlijnse Muur viel : er is geen énkel geval gerapporteerd van personen uit West-Duitsland die naar Oost-Duitsland vluchtten. De Berlijnse muur diende enkel om de eigen burgers in Oost-Duitsland te houden, niet om instromers de toegang te beletten.

DEMOCRATIE IS EEN WERKWOORD

Maar democratie is ook moeilijk :  in veel democratische rechtsstaten haken mensen af. Er wordt vaak verwezen naar de opkomst van populisten in Italië, Spanje, Oostenrijk, en nu ook Nederland, of nog, Hongarije en Polen met hun zgn. « illiberal democracies ». Dat is spraakverwarring : democratie vertrekt van vrije burgers; zonder rechten en vrijheden van burgers, en met een negatie van de rechtsstaat zelf, is er geen democratie.

De kaping van het politiek bestel door Trump in de USA,  en de onbehouwen bestuursretoriek van de 45ste President zijn een schoolvoorbeeld van demagogie ; ook de  Brexit-stuurloosheid in het Verenigd Koninkrijk – met de Magna Charta (1215)één van  de bakermatten van de democratie – geldt als een uiting daarvan.

De kern is de aantasting van de kwaliteit van het publiek debat, de vervanging van de uitwisseling van argumenten door emotie en morele verontwaardiging. Die degradatie is al lang aan de gang en bereikt een zorgwekkend niveau.

« La démocratie ne cesse de décevoir ceux qui sont blasés de ses trésors » : al wie voordelen van een democratie geniet, lijkt er voortdurend door te worden ontgoocheld, zo schrijft de Franse filosoof in zijn pas verschenen boek  « Comment gouverner un peuple-roi ?  Traité nouveau d’art politique » (2019). Hij onderscheidt naast het stemrecht, ook « l’art d’être gouverné »,een interessante denkoefening.

SIMPLISME KAN VERLEIDEN MAAR NIET OPLOSSEN

Er zijn nu vele analyses van demagogie, soms ook populisme genoemd, dat zich op diverse manieren kan uiten : de weigering om aan verkiezingen deel te nemen,  een blanco-stem, of een  stem voor extreme partijen op links of rechts, die forse kritiek kunnen ventileren omdat ze niet de ambitie hebben om te besturen.

Eén van de moeilijkste vragen is hoe men in een democratie ook de opinie van deze medeburgers respecteert, terwijl men de zgn. antwoorden van de extremistische partijen niet ernstig kan nemen. Het simplisme van die extreme partijen van links en rechts is verleidelijk, ze lossen de vraagstukken op door ze af te schaffen, ze zenden « de elite »weg – een « wij » staat er altijd tegenover een « zij »–  en klaar ! Deze rattenvangers van Hamelen capteren wel goed het maatschappelijk ongenoegen, maar hun voorstellen van simpele en radicale verandering zijn maar houdbaar zolang ze die niet in de werkelijkheid moeten omzetten.

Burgers, aldus Easterbrook, zijn voornamelijk getroffen door een zekere angst, ingegeven door gebeurtenissen die nog moeilijk te overzien zijn, zoals de globalisering van de economie, of de vluchtelingenstroom van 2015 (Gregg Easterbrook, « It’s Better than it Looks. Reasons for Optimism in an age of Fear », 2018). Hij wijst er op dat de onvermijdelijkheid van veranderingen, en de toename van de snelheid ervan, mensen onzeker maakt en angstig. Veel verandering, aldus Easterbrook, leidt tot verbetering, maar verandering zelf stresseert mensen en werkt ze op hun zenuwen : ze overzien niet langer wat er gebeurt en zijn sneller onder de indruk van de onzekere toekomst dan van de verbetering die ze kan inhouden.

Zijn analyse sluit aan bij de vaststelling dat burgers  in democratische rechtsstaten hun vertrouwen in hun instellingen hebben opgezegd. Volgens de Vlaamse VRIND-indicatoren (VRIND 2017) sprak 60% van de Vlamingen zijn bezorgdheid uit over de politiek, en spreekt minder dan 30% van de Vlamingen nog vertrouwen uit in de Vlaamse of federale instellingen en politici. Dat spoort met internationale metingen, zoals de Eurobarometer, die aangeeft dat slechts 35% van de Europese burgers vertrouwen in haar of zijn regering en instellingen uitspreekt. Let wel : in de bakermat van de Verlichting, en in de EU,  de meest welvarende democratische regio van de wereld, keert een grote meerderheid van de bevolking dus de rug naar bestuur.

HET VERLEIDELIJK IDEE VAN NEERGANG

Ook Vlaanderen ontsnapt niet aan het neergangsidee, integendeel : al vanaf 2006 mat de VUB-socioloog Marc Elchardus dat jongeren forse aanhangers werden van het « declinisme », het geloof in de neergang van de samenleving, het inzicht dat zij zelf het wellicht nog wel zullen redden, maar dat de samenleving rondom hen hen steeds minder te bieden zal hebben. Elchardus noemde het toen al… een geloof (« Voorbij het Narratief van de Neergang », 2015).

Een geloof is iets dat sterker is dan feiten en dat tegen feiten in stand kan houden. Ook als we binnen Europa, en zelfs binnen België, in de regio leven die het opmerkelijk beter doet dan andere, blijft het neergangsgeloof overeind bij een groot deel van de bevolking, inbegrepen de jongeren.

Easterbrook  onderscheidt zekerheden  of feiten van geloof en van meningen, doch ook van « wat we willen geloven » . Dat laatste is een nieuwe kategorie van opvattingen die ingaat tegen feiten, die aangenomen wordt tegen alle beschikbare evidentie in. Optimisme is nu uit de mode, declinisme is de nieuwe trend ! Het is de koppige opvatting dat men gerold wordt door wie de macht uitoefent, en het weerbarstig geloof dat het altijd maar slechter zal gaan. Ook al wijzen ongeveer alle maatschappelijke indicatoren in de andere richting.

WHAT-THE-FUCK-RATTA-TATTA-TA

Natuurlijk werkt democratie niet perfect, en vanzelfsprekend zijn er in de complexe verzorgingsstaten van vandaag nog altijd grote noden waarvoor we nog geen adequate oplossingen hebben. Dat we het in het geheel, met zijn allen, véél beter stellen is een feit, maar rechtmatige kritiek op de gaten in de solidariteit voeden het neergangsgeloof bij al wie dit aanhangt. Wat Easterbrook de « what-the-fuck-ratta-tatta-ta» van de sociale media noemt, megafoneert dit geloof nu voortdurend rond, herhaalt en bevestigt het. En wat ook niet helpt is dat al wat « trending » is op sociale media, vandaag ook bovenaan staat in de nieuwsselectie-criteria van journalistiek.

« Geen enkele partij zag zich gedwongen om het debat ten gronde te voeren ». Zo titelde een krant :  « … Het zou de constante worden in een stuurloze campagne zonder heldere inzet. Daardoor passeerden veel belangrijke thema’s de revue – mobiliteit, migratie, onderwijs, justitie, pensioenen, koopkracht ) maar geen ervan werd op scherp gesteld »(De Standaard 25 mei, « Een campagne zonder dash »).

Lang is aangenomen dat de vierde macht, de pers, juist die rol van publieke waakhond zou spelen. Dat vrije journalistiek altijd de maatschappelijk relevante thema’s zou agenderen, de juiste vragen zou blijven stellen, de politici zou blijven bestoken met kritische vragen en interpellaties. Helaas,  media beginnen nu af en toe toe te geven dat ze daar niet altijd in slagen. Ze weten wat politici eten, hoe ze zich kleden of zich bij de kapper gedragen of in hun tuin, en ze kennen hun sportprestaties, voorkeurwijn of hobby’s,  maar kritische bejegening is er te vaak niet bij.

GEPRAAT VERVANGT DEBAT

Vaak werd gekozen om rivaliserende politici tegen elkaar uit te spelen in allerlei praatprogramma’s, en ze dan hoofdzakelijk te laten praten, ook wanneer ze door elkaar spraken of riepen. De redacteur of redactrice plooide te vaak terug op een achteroverleunende rol in een talkshowformaat, die politici onderling onvriendelijkheden liet uitwisselen, zonder nog op basis van kennis veel vragen te stellen of kritisch tussen te komen.

Het is wellicht dé mediatrend van de verkiezingen geworden, de journalistieke abdicatie terwijl nog nooit zo veel bladzijden of zendminuten aan verkiezingen werden besteed. Waarschijnlijk zijn er uitzonderingen te vinden die de regel bevestigen, maar media kunnen zich niet langer meer achter een smoes verschuilen voor een kritische vaststelling.

Al in 1965 analyseerde Galtung de nieuws-selectiecriteria, met hun nadruk op plotse zaken, korte termijn, negativiteit, simpele dingen en wat aansluit bij vooroordelen. In journalistiek is er weinig of niet gewerkt aan een grondige revisie van deze nieuwscriteria, die meer dan 50 jaar oud zijn en eigenlijk nog altijd als handleiding meegaan.

In zijn magistraal werk Enlightenment Now (2018) is Harvard-man Steven Pinker keihard over moderne journalisten : de onheilsprofeten zijn er de vedetten. Ze geloven dat ze, door het negatieve te accentueren, hun plicht vervullen als waakhonden, klokkenluiders en maatschappelijke critici. Ze doen alles lijken op symptomen  van een zieke samenleving.

Wat de vorm betreft, wordt nieuws steeds meer voorgesteld als een verslag van een  sportwedstrijd, met winnaars en losers.Pinker beveelt aan dat journalisten hun “Chicago- manier van debatteren”dringend zouden verlaten:  wanneer de ene zijn mes trekt, dan richt de andere zijn pistool. Een deftig publiek debat, zonder hetwelk een democratie niet kan functioneren, voed je daarmee niet, en de behoefte aan een betere werking van de vierde macht is zeker even groot als de noodzaak van betere attitudes van de politieke wereld zelf – aldus Pinker.

VERKIEZINGSPROGRAMMA’S VOOR ANDERE LANDEN

De meeste politieke partijen hebben verkiezingsprogramma’s voorgesteld die uitstekend geschikt waren voor… een ander land. Te vaak ontbrak het aan echte oplossingen voor basiselementen van de verzorgings- en investeringsstaat die we willen zijn, zoals de dringende correctie van het begrotingstekort, dat geraamd wordt tussen 3 en 15 miljard. Of nog, de te lage werkzaamheidsgraad, die ruim 10 % (of 500.000 banen) lager is dan in Nederland of Duitsland die bijna 80% scoren, met 75% actieven in Vlaanderen en slechts 64% in Wallonië en 61% in Brussel.

De overheidskost blijft veel hoger dan in vergelijkbare verzorgingsstaten, zoals deze van Nederland of Scandinavië, en  verdubbelde zelfs in nominale bedragen sedert 1997; historisch was onze hogere productiviteitsgroei een groot voordeel, vandaag is deze gezakt onder het gemiddelde van de productiviteitsgroei in de OESO-landen.

Een derde van onze pensioenen wordt niet meer gefinancierd op basis van werk of bijdragen, en we misten de kans om de pensioenzekerheid voor de volgende generaties te garanderen. Hiervoor bestond een uitstekend lange termijnplan dat zeer ruime instemming genoot doch niet uitgevoerd raakte. Waarom kunnen werknemers in andere landen gemiddeld gedurende een loopbaan van 42 jaar werken, en in België slechts 36 ? Onze pensioenbeloften zijn daardoor al jarenlang ondergefinancierd. Het pensioenplan stond vol ingenieuze oplossingen voor iedereen, maar werd domweg geblokkeerd… al evenzeer om puur demagogische redenen.  Pensioenzekerheid – hét criterium van een goed pensioenbeleid –  kwam er nog meer mee onder druk, begrijpe wie kan ! Slecht bestuur voedt angst… en angst voedt het neergangsgeloof en wantrouwen.

ASOCIALE PARTNERS ?

De sociale partners dragen daarin een grote verantwoordelijkheid. De historische verdienste van vakorganisaties is groot : zij waren de belangrijkste maatschappelijke  innovatoren van de vorige eeuw, grondleggers van de sociale zekerheid die het solidariteitsbeginsel krachtig verankerde.

Vandaag zijn ze voornamelijk de bewakers van het status-quo voor hun leden, en zo werden ze de meest conservatieve krachten in de samenleving, die het verleden krampachtig trachten te beschermen tegen de toekomst.  Ze benadelen er de toekomst van de kinderen en kleinkinderen van hun leden mee. Die komen  vandaag ter wereld met een eigen relatief aandeel in de staatsschuld van bijna 43.000€. Solidair ?

LANDEN DIE BETER PRESTEREN HEBBEN GOED BESTUUR

Het beleid moet om, en politieke besluitvorming moet anders. Terwijl onze overheidskost aanzienlijk toenam, was het politiek mantra er vaak één van hervorming en besparingen. Andere landen zochten efficiëntiewinsten in hun beleid, en konden hun eigen kost terugdringen zonder aan de normale voorzieningen van hun verzorgingsstaat te raken. Zonder uitzondering presteren die landen in vrijwel elke internationale vergelijking beter dan België (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/).  De ruimte voor een betere aanpak in België is bijzonder groot.

Alle landen die het beter doen dan België, hebben één groot verschil : goed bestuur (Itinera, Een Plan voor het Land, 2019). Ze formuleren heldere, ambitieuze en wervende doelstellingen en werken daar planmatig en met grote kosten-efficiëntie naartoe : Zweden, Denemarken, Nederland, Duitsland, Zwitserland, …

Laat ons de ambitie tonen om dat ook te doen : er is geen excuus, zeker niet naar de volgende generaties. Er zijn voldoende bewezen praktijkvoorbeelden in andere staten, die met dezelfde politieke demonen worstelden als België.

VERLAAT DE ZELFGENOEGZAAMHEID

Formuleer een brede wervende doelstelling, bvb dat we ons tussen Nederland en Duitsland rangschikken in de internationale index concurrentievermogen (WEF) – met heel veel maatschappelijke relevante criteria, van efficiëntie naar milieu, gezondheidszorg en sociaal beleid. Nu zakken we elk jaar weg, we staan op 21, en laten Nederland op plaats 4 en Duitsland op plaats 6 te ver boven ons staan. België kan naar plaats 5, is dat geen wervend en verbindend plan voor ieder ?

Onze politici sluiten zich best niet nachtenlang op in een kasteel, maar kunnen een ongelooflijk kennispotentieel aan het werk zetten om het plan uit te werken : universiteiten, Planbureau, Nationale Bank en zovele kennisinstellingen kunnen dat plan maken. Alle materiaal dat ze ervoor nodig hebben, is er.

FRANSTALIG BELGIË MOET MEE

De Franstalige Belgen moeten mee in dat bad. Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destréedat voor Waalse regionalisme pleit, heeft er nog recent op gewezen dat Wallonië zich zeer dringend moet herpakken (L’Echo, 29 dec. 2018). Misschien, zo schreef hij, gaat het niet echt verder achteruit, maar het gaat zeker ook niet vooruit. Hij stelt het onevenwicht aan de kaak tussen de waardecreatie die nodig is in de welvaartsstaat, en een maatschappelijke sfeer die alleen maar waarde wil herverdelen zonder ze tot stand te brengen. De beleidsopties in het Zuiden van het land, aldus Destatte, hebben niet gewerkt, we missen zeker 100.000 banen die tot de welvaartsgroei bijdragen, en geen enkel van onze plannen slaagde erin om daar verandering in te brengen.

Di Rupo, die zich opwerpt als de herrezen leider van franstalig België, sprak zich fors uit voor de Belgische staat zoals die is, en waarin de Vlamingen vooral zorgen voor de fiscale en parafiscale inkomsten, en franstalig België jaarlijks een transfer van 5 miljard € blijft nodig hebben. (Le Soir, 14 januari 2019). Dat is niet in overeenstemming met het discours van Franstalige en Vlaamse bedrijfsleiders (Il manque un cap à ce pays, L’Echo, 4 mei 2019 ; Ons land heeft ambitie nodig, De Tijd, 4 mei 2019). In een federale staat, met al zijn gebreken en tekorten, moet men ook de wil tonen en het leiderschap aan de dag leggen om samen vooruitgang te boeken. Het door Di Rupo openlijk bepleit transfer-federalisme is een eindig model dat de Franstalige Belgen een rad voor de ogen draait.

VAN SLECHTE PARTICRATIE NAAR : HANDEN AAN DE PLOEG !

België presteert onder zijn potentieel. Het permitteert zich gedateerde politieke zeden, waaronder de prominente plaats die slechte particratie nog altijd heeft. Zij leidt tot te dure besluitvorming, onheldere doelstellingen en geweldige inefficiëntie in de uitvoering van plannen die te vaak draken van compromissen werden.

Politieke benoemingen zijn er één van de kankers van, of nog, de verloedering van de infrastructuur, het wanbeheer en de wanprestatie van  openbaar vervoer, de « afschaffing » van kabinetten, provincies of de Senaat, de goedkeuring van geïmproviseerde wetgeving, en het onvermogen om nog grootse wervende plannen tot stand te brengen én  uit te voeren.

We haakten ook af inzake de verantwoordingsplicht die de hoeksteen is van democratie : politici en bestuurders leggen nauwelijks nog rekenschap af voor gevoerd beleid en laten soms desastreuze gevolgen voor wat ze zijn. We halen de schouders op voor het jaarlijks volumineuzer Blunderboek van het Rekenhof. Dat is een uitstekend recept voor wantrouwen en vergrootte de ruimte waarin demagogie succesrijk werd.

Andere landen, die vergelijkbare moeilijkheden hadden, deden ons voor dat het anders kan. Er is niets wervender dan een goed en realistisch plan dat ons land terug in het koppeloton van vergelijkbare landen zou brengen. Dàt kan iedereen verenigen, en de angst doorbreken die mensen nu hebben, voornamelijk omdat ze te veel en te drastische verandering om zich heen zien waar geen leiderschap meer tegenover staat. Migratie, energie en klimaat zijn voorbeelden van moeilijke thema’s, net zoals integratie, onderwijs en werkzaamheidsgraad.  Angst ervoor voedt het neergangsgeloof, daadkracht, aanpak en executie zijn  het enige medicijn dat daartegen in kan gaan.

Al die problemen kùnnen worden aangepakt. De analyses zijn gemaakt, de kennis is beschikbaar. De verkiezingsresultaten van gisteren doen nu inzien dat de nieuwe toestand een nieuwe aanpak vergt, de tijd van politieke praatjes is voorbij nu.

Handen aan de ploeg !

Prof dr Leo NEELS 27 mei 2019

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s