Kabouterinstituut

 

Plopsland is, naar verluidt, in gebreke gesteld door het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen. Bij moederdag mogen alle moeders gratis binnen met hun kinderen en bij vaderdag geldt dat aanbod voor alle vaders. Volgens het Instituut overtreedt Plopsaland daarmee de genderwet, die elke discriminatie op basis van geslacht verbiedt. Op vaderdag worden vrouwen ongunstig behandeld, op moederdag geldt dat voor mannen.

Dit instituut kan een ernstige taak hebben, de gelijkheid van mannen en vrouwen bevorderen. Maar het kan ook afglijden naar de parodie van zichzelf; van bij de oprichting lijkt het Instituut een fundamentalistische lezing te geven aan de op zich al problematische genderwet. Inzake discriminatiebeleid zijn we de trappers écht kwijtgeraakt.

Het laatste wat we nodig hebben is een keizer-kosterlijke benadering van deze dingen, een nieuw paternalisme dat de legitimatie voor zijn radicalisering ontleent aan een slechte wet. Dan verworden zulke overheidsdiensten tot een Geistesministerium, dat Orwell waardig zou zijn.

GELIJKHEID VAN KANSEN

Hier is geen sprake van enige discriminatie. Op vaderdag worden de vaders in de bloemetjes gezet, op moederdag de moeders. Wie wordt er gediscrimineerd? De moeders op vaderdag en de vaders op moederdag? Komaan, zeg! Eén ogenblik van ernst moet zulke lezing toch voorkomen?

Er is een volledige gelijkheid van kansen. Een totaal verkeerde lezing van het gelijkheidsbeginsel eist een totale gelijkheid van resultaat, op élk moment. Dat is onzin en bij een goed begrip van het gelijkheidsbeginsel is er dan ook geen rechtsgrond voor. Prof. De Vos schreef over slechte gelijkheid en goede ongelijkheid zijn magnum opus : “Ongelijk maar fair”, LannooCampus, 2015. Als de huidige wettekst de verkeerde lezing legitimeert, dan is dat het zoveeslte bewijs dat de pover geredigeerde genderwet moet herschreven worden.

ECHTE GELIJKHEID

Mensen zijn totaal verschillend, niet alleen inzake geslacht, ook inzake voorkomen, herkomst, huidskleur, taal, religie, en zo verder. Die diversiteit is een rijkdom. De kern van het gelijkheidsdenken, dat we danken aan de Verlichting, is dat we mensen toch gelijk bejegenen, hoe verschillend ze onderling ook zijn: de verschillen legitimeren niet een andere behandeling, noch een voorkeurbehandeling voor de ene of een nadelige bejegening voor de andere. Filosofen noemen dat “de metafysiche gelijkheid”: zie Tinneke Beeckman in: “De Verlichting uit Evenwicht”, LannooCampus 2016.

DIFFERENTIATIE IS GEEN DISCRIMINATIE

Wel kan, mag, en moet soms rekening gehouden worden met verschillen, wanneer die pertinent zijn met betrekking tot de aard van de behandeling en de verschillende behandeling objectief wordt toegepast. Dat is legitieme differentiatie, en geen verboden discriminatie. Het gelijkheidsbeginsel is dan niet in het geding.

Zo zal niemand beweren dat we kinderen niet mogen uitsluiten van betalende tewerkstelling, ook al is dat een “discriminatie” naar leeftijd; in brandweer- of politiediensten zal niet elke betrekking kunnen aangeboden worden aan alle personen met een ernstige beperking, ook al is dat een “discriminatie” naar gezondheidstoestand of handicap. Neen dus, het is een legitieme differentiatie, en dus niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Het taalgebruikelijke “discriminatie” is een kreet die vandaag snel wordt geroepen, meestal té snel. Door geen behoorlijk onderscheid meer te maken tussen het nobele échte objectief dat men tracht te realiseren, en door jammerlijke handhavingshardnekkigheid in de verkeerde gevallen, wordt dat objectief ongeloofwaardig gemaakt en ondermijnd. Dat is maatschappelijk een écht zorgwekkende ontwikkeling.

REGELTJES EN INSTITUTEN

We denken ten onrechte dat we er altijd goed aan  doen om principes van gezond verstand of ethiek om te zetten in rechtsregels. Daar moeten we véél kritischer mee omgaan. We overdrijven ook in Instituten die van overheidswege en eigengereid gedragsgericht beleid uitvaardigen, zoals dit Instituut of zijn zusje Unia.

We denken alles op te lossen door het te juridiseren. Daardoor werden we een land dat overdreven véél regels combineert met een héél manke handhaving. Inzake fundamentele rechten pogen we handhaving te forceren door Instituten die enkel bevoegdheid hebben over een mini-mini-domeintje, en die vervallen dan in een hardnekkigheid die kan leiden tot ridiculiteit. Postzegeldenken is niet bevorderlijk voor het gezond verstand.

Ik wens alle moeders op moederdag en alle vaders op vaderdag een heuglijke feestdag toe. Wie geen kinderen hebben, wens ik vele andere heuglijke feestelijke dagen toe. Dat is niet het gevolg van enige discriminatie, maar de consequentie van hun lot of eigen verantwoordelijkheid. Die kan men met regeltjes en keizer-kosters niet uitgommen.

 

Deuren dicht of… Ramen en Deuren open ?!

Op zondag 26 mei bekenden bijna alle politici dat ze het signaal van de kiezer begrepen hadden: de toestand was ernstig, en ze zouden ernaar handelen. Zou het?

            “Het kiesstelsel van België verloopt in twee ronden. In de eerste ronde spreekt de kiezer. Dan sluit men de deuren en zijn de partijen aan zet. Wie een meerderheid achter zich kan scharen, wordt Eerste Minister.” Het is een uitspraak van Vice-premier Reynders in een RTBf-interview in 2007.

            Sedert 27 mei lijken de deuren inderdaad dicht. Een pleidooi om de ramen open te gooien.

Onze verkiezingen verlopen sereen en ordentelijk, en resultaten worden niet onrechtmatig beïnvloed. We hebben dan ook geen probleem aan de input-zijde. Toch richten velen de blik daarop, met pleidooien voor referenda, voor raadpleging van wie zijn stemrecht niet benutte, via een overheveling van bevoegdheden naar burgerinitiatieven, over ideeën van parlementaire hoorzittingen met wie de rug keert naar de instellingen, naar – godbetert! – suggesties om verkiezingen te vervangen door loterijen en ga zo maar door.

Maar nogmaals: ons écht politiek probleem zit niet aan de input-zijde van politieke besluitvorming, het échte probleem zit aan de output van het politiek proces.

DE ARMOEDE VAN HET VERKIEZINGSDEBAT

Er is natuurlijk ruimte voor verbetering aan de inputzijde. De armoede van het publiek debat, de afwezigheid van facts and figures in de analyses, de marginale rol van de partijprogramma’s, de dovemansgesprekken op radio en televisie, of nog, de leegte van het gekibbel onder politici zijn symptomen van slechte particratie. Die moet eruit.

De platte politieke verkiezingsmarketing, verpakt in oneliners en twitterbare quotes is dodelijk. Verkiezingen moeten  in een echte democratie het hoogtepunt zijn van een inspirerende en wervende politieke socialiserings- en mobiliseringsperiode van burgers.  Geen enkele partij heeft daarop ingezet; het lijken haast allemaal traditionele partijen, in de beste traditie van de slechte particratie.

VERTROUWEN OPGEZEGD

Het bewijs daarvan is gekend. Sedert lang rapporteren vertrouwensmetingen dat een meerderheid van de burgers in onze democratische rechtsstaat geen vertrouwen meer uitspreekt in zijn instellingen en leiders. Die leiders merken dat blijkbaar maar om de vijf jaar op, op de avond van de verkiezingen, wanneer ze spreken over “het signaal”. ’s Anderendaags is het signaal al vergeten. Een levendige democratie kan je nochtans niet bouwen met “niet-aanwezige burgers”: die omschrijving komt uit de titel van het proefschift van prof. em. Luc Huyse dat 50 jaar geleden is gepubliceerd.

HEBBEN VERKIEZINGEN EEN DOEL?

Het doel van verkiezingen is dat de bevolking aan de verkozenen de opdracht geeft om de publieke zaak naar best vermogen te behartigen, om de samenleving vooruit te brengen en om de welvaart en het welzijn van eenieder te bevorderen. En dat in een samenleving die rust op vrijheid en solidariteit, de fameuze waarden van de Verlichting.

In de 19deen 20ste eeuw werd de nachtwakersstaat een verzorgingsstaat en die werd een investeringsstaat. Sommige partijen en vakorganisaties waren toen de grootste sociale hervormers en vernieuwers, en ze dwongen een groots schema van sociale zekerheid af. Dat was de meest ingrijpende innovatie en verandering van onze samenleving.

Vandaag zijn partijen en vakorganisaties conservatieve en immobiele molochen geworden die te veel denken dat ze het verleden  kunnen beschermen tegen de toekomst. Ze verwaarlozen de toekomst, die voornamelijk de kinderen en kleinkinderen van hun leden betreft, ten voordele van het korte termijn-idee dat tot stilstand inspireert. Onbegrijpelijk voor de innovatoren van de vorige eeuw.

MACHT CORRUMPEERT

Politieke partijen associeerden zich te veel met denken in de verleidelijke termen van macht en machtsuitoefening. Montesquieu waarschuwde er in zijn De l’Esprit des Lois (1748) al voor, met de magistrale zin : “Le pouvoir corrompt le pouvoir”.Die corrumpering geschiedt net wanneer men verslaafd wordt aan het bezit en bespelen van macht, en uit het oog verliest dat men die niet om zichzelf verwerft, maar om er het geheel van de samenleving mee vooruit te helpen. Met een doel, een objectief, met name de behartiging van het fameuze algemeen belang.

Al in 1921 schreef Paul Hymans,  “columnist” avant la lettre en liberaal parlementslid, het volgende: “Partijen zijn te beschouwen als kliekjes,  een soort van electorale keuken waar lijsten met kandidaten worden gebrouwd, die alleen persoonlijke ambities of speciale belangen dienen”.Dit citaat komt uit het vlammend boek “De trukendoos van de Belgische particratie” van em. Prof. Wilfried Dewachter (2014), net zoals het eerdere citaat van Didier Reynders.

POLITIEK MOET AMBITIE FORMULEREN EN LEIDEN

Politici moeten de samenleving leiden, dàt is de verantwoordelijkheid van partijen en van de sociale partners. Ze moeten vooruitkijken en ambities uitspreken: de historische “man op de maan”-toespraak van John Kennedy van 1962 is het iconisch voorbeeld. Een wervend toekomstproject dat tot waarachtige fierheid stemt, dat verenigt, dat de gehele bevolking aanspreekt en mobiliseert. Het gaat om het ambitieus perspectief en een realistisch plan om het te bereiken. Dat leidt tot inclusie, hoop, vooruitgangsgeloof voor allen.

Met andere woorden: politici moeten verantwoordelijkheid nemen, dàt is hun mandaat. Angst en behoudsgezindheid zijn de slechtste raadgevers. Bij hun mandaat hoort ook dat ze moeilijkheden moeten uitleggen: burgers snappen dat, die ondervinden ook in hun dagelijks leven dat niet alles op rozengeur en maneschijn is.

De deuren moeten dus niet dicht, deuren en ramen moeten open. De bevolking mag en moet van politici verwachten dat ze een wervende ambitie projecteren waar ze de gehele samenleving mee kunnen mobiliseren. Dat is het signaal van 26 juni, de rest is naast de kwestie.

“FACTS AND FIGURES”

Na jaren van verwaarlozing, moeten we de basiskenmerken van de Belgische samenleving en economie durven rechttrekken. De kern is de moeilijke waarheid dat onze waardecreatie onvoldoende is om onze verzorgingsstaat te financieren. Dat is de voornaamste prioriteit van de volgende federale én regionale regeringen, het is trouwens een gedeelde verantwoordelijkheid.  De verkozen leiders in Noord en Zuid moeten na 26 mei die verantwoordelijkheid opnemen; anders zijn ze hun mandaat niet waard.

Om waarde te blijven herverdelen, moet ze eerst tot stand gebracht worden. Dat is wat ondernemingen doen. Dat vergt een samenleving waarvan de basiskenmerken kloppen: een performante overheid die snel en lucide beslist en zuinig opereert, geen 10% minder actieven dan landen die beter presteren, terug aansluiten bij de traditioneel hogere productiviteitsgroei, lagere maar efficiënte fiscaliteit, reanimatie van het onderwijs, de uitvoering van het pensioenplan, regelgeving die rechtszekerheid creëert… op al die basiselementen  gaan we al jaren achteruit.

De evidentie voor onze achteruitgang is overweldigend, enkele voorbeelden illustreren dit. Hoewel we lang uitblonken in logistiek, verstoren de groteske files systematisch onze mobiliteit en  verloren we bijna alle nieuwe investeringen in magazijnen voor de e-commerce aan de buurlanden. Een recente OESO-studie bewees nog maar eens dat onze traditionele voorsprong in productiviteitsgroei  zienderogen slinkt. De Waalse regionalistische denktank Institut Destrée waste de franstalige politieke wereld fors de oren in december : “Si la Wallonie n’est plus en déclin, elle ne se redresse pas”, zei Philippe Destatte in L’Echo van 29 dec. 2018. Zijn analyse geldt – mutatis mutandis –ook voor Vlaanderen en voor het land.

RECHT DE RUG, VORM DE REGERINGEN EN SLA DE HANDEN AAN DE PLOEG

De rituelen van de slechts particratie volstaan niet. Formuleer nu eens een gezamenlijke ambitie, bijvoorbeeld om België op het niveau van echt functionerende verzorgingsstaten te brengen, zoals Zwitserland of Denemarken, Duitsland of Zweden. Er zijn voorbeelden genoeg.

Verenig de gehele bevolking met een groots objectief: België van de 21steplaats in de internationale vergelijking naar top-5 (IMD, Competitiveness Index 2019). Vraag de kennisinstellingen om een plan voor dat traject op te stellen, laat de vooruitgang meten, en stuur bij.
Alle landen die betere resultaten hebben dan wij, handelen op die manier. Het kan dus. Ze hebben dezelfde politieke vraagstukken als wij, maar ze gaan vooruit en ze verzoenden hun burgers opnieuw met hun instellingen.

Onze ellendige stilstand en lethargie en onze stuitende besluiteloosheid zal niet worden beëindigd met verwijten over en weer of met totemdansen. Herstel van het staatsbudget en de economie, efficiënt en goed bestuur, de bevolking verenigen rond positieve ambitie… dat vergt leiding. Kortom: dames en heren politici, verlaat de tergende en roekeloze kwakzalverij, kom met beslissingen, handel. Dàt is uw mandaat.

Deze politieke generatie moet kiezen: wil ze de toekomst voorbereiden, of laat ze, met de recepten van een vorige eeuw en de wetmatigheden van de slechte particratie,  de achteruitgang van regio en land aanslepen ?

Ook op http://www.knack.be/doordenkers