BREEK RACISME MET DEBAT

De universiteit van Leuven haalt het standbeeld van Leopold II weg uit haar bibliotheek. Het is een zwaktebod tegenover radicale eisen, omdat precies een universiteit  zoveel meer kan bieden in een correct maatschappelijk debat. Eens waren die beelden bedoeld als hulde aan de toenmalige vorst, inbegrepen zijn koloniale heldendaden. Vandaag staan ze verweesd in de publieke ruimte, als verwijzing naar een besmeurde pagina uit onze geschiedenis en een verwijzing naar periodes waarvan we politiek en ethisch afscheid namen. Bemoeizuchtige koningen met een eigen beleid werden ingekapselde symboolfiguren zonder zeggenschap of eigen beleid. Kolonialisme werd een afgesloten hoofdstuk, dat vandaag huiver inspireert en zeer kritische afstand. 

            Moet alles en iedereen uit het straatbeeld? Er worden ook beelden van Churchill belaagd: zijn beleid in India was bedenkelijk, maar zijn rol in de beëindiging van de tweede Wereldoorlog is wereldklasse. Weg daarmee?! Radicale identitaire polarisatie maakt gevoelens prominent, diskwalificeert personen die belast zijn met een “wit privilege”, en belemmert debat. We hebben betere oplossingen in een democratie.

DE MOEILIJK GESCHIEDENIS

Beeldenstormen zijn zaken die in de geschiedenis voortdurend weerkeren en niet steeds geweldloos verlopen, zoals nu ook bij ons. Het gebeurde om religieuze motieven in onze contreien in de 16deeeuw, en het werd vermeld in geschiedenislessen omdat “onze” rooms-katholieke godsdienst werd aangevallen. De “damnatio memoriae” bestond als bij de Romeinen: de vervloeking van de nagedachtenis, waarbij men afbeeldingen en beelden van keizers die na hun dood in ongenade vielen verwijderde.

            Op het moment van een gewelddadige regimewissel, zoals bij de verdrijving van Hoessein uit Bagdad, kan men zich daar iets bij voorstellen maar in vredestijd en naar aanleiding van een racistisch incident in de USA? Symboliseert een beeld van Leopold 2 het vandaag ingebakken “structureel racisme” van “de” Belgische bevolking, of het “institutioneel racisme” van “het” Belgisch beleid? Is het het onverdraaglijk symbool van ons wit privilege? Het zijn belachelijke proposities. De hamvraag: hoeveel vooruitgang wordt er geboekt met symbolenstrijd en naast-de-kwestie-argument ?

AI AI, DE MOEIZAME GESCHIEDENIS…

            De beeldenvernietiging en -verwijdering is vooral een teken van de moeilijke omgang met de geschiedenis en met de beginselen van de verlichting, in dit geval het gelijkheidsbeginsel. Dat gelijkheidsbeginsel stond al in de Grondwet, maar zijn verwezenlijking is moeizaam. Denk aan stemrecht voor vrouwen dat pas in 1948 ingevoerd werd, terwijl gelijkheid was toegezegd in 1831. Maatschappelijke opvattingen evolueren traag,  dat is eigen aan een democratie waarin we zonder geweld vooruitgang boeken en in goed publiek debat.  En de geschiedenis, we vergaten ze en we leggen er te weinig nadruk op. De Dossinkazerne is een merkwaardige uitzondering, maar dat er een Hannah Arendt-Instituut moest naast komen is veelzeggend over onze problematische omgang met de geschiedenis en onze memorie aan tragische episodes ervan.

Tegen die achtergrond leven we eigenlijk in een soort van apartheidsland, met Joodse, Marokkaanse, Turkse, Congolese, … enclaves. Het is niet eens verkeerd om ook te zeggen: met Vlaamse en Franse taalgebieden. Dat onze politici er federaal niets meer van bakken is veelzeggend; dat is geen racisme, het is onvermogen van behoorlijk publiek debat, ook onder  hoofdzakelijk blanke mensen.

MOEIZAME INCLUSIE IN EEN ULTRADIVERSE SAMEN-LEVING

We zijn er niet goed in geslaagd om personen met andere herkomst goed op te nemen in onze samenleving. Ze worden als burgers behandeld en nemen deel aan de voorzieningen van de verzorgingsstaat, doch op te veel gebieden zijn ze geen volwaardige geïntegreerde leden van onze samen-leving. Veel families blijven geïsoleerd in hun gemeenschappen, kinderen leren niet snel genoeg Frans of Nederlands, ze hebben dan problemen op school en worden schoolverlaters. Met hun beperkte vaardigheden vinden ze geen job. Er is veel welvaartsdeling, maar te weinig aanklampend beleid om van integratie een succesverhaal te maken en een rijkdom voor het land. En zo blijven we sukkelen in de arbeidsmarkt, de huurmarkt en op te veel andere maatschappelijke domeinen. Sommige steden en gemeenten beginnen langzaam wel resultaten te boeken met effectief beleid.

Zijn we “structureel racisten” en zijn we als “autochtonen” met ons “wit privilege” in de onmogelijkheid om de onaanvaardbaarheid van achterstandsbehandeling te bevatten? Dat zijn conversation stoppers,die het debat belemmeren en de oplossingen uitstellen. 

GOEDE CENSUUR BESTAAT NIET

Pluralisme, ruimdenkendheid en openheid voor andere meningen zijn de sterkten van de democratische waarden. Dan moeten we, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens, symbolen van wat in de geschiedenis verkeerd was leren aanvaarden, en de emoties die ze kunnen oproepen of die men erop projecteert kunnen overstijgen. In de democratische samenleving verbieden we geen uitingen op basis van een dictaat van publiek gevoel.

Goede censuur bestaat niet. Zet er open publiek debat tegenover.   Ongetwijfeld is er een bijzonder brede consensus in onze samenleving tegen racisme, maar geweld en censuur zijn de slechtste methodes om een vruchtbaar publiek debat dat vooruitgang kan tot stand brengen, te voeden. De beelden kunnen goede tekens worden van wat we niet meer willen. Maar dan moeten ze wel zichtbaar blijven. Het betere antwoord op bad speech is more speech, niet less speech. Daar heeft de academische en de politieke wereld toch een beter aanbod dan symbolische beeldenverwijdering?