Sense of Urgency: de kunst van het noodzakelijke

2020, het jaar dat corona toesloeg. Lockdown, thuiswerk, avondklok, reisbeperkingen, … een uniek jaar. Een stresstest voor goed bestuur. De primaire taak van overheden is om de burgers te beschermen, en dat lukte ons niet goed. Toch forse ingrepen in de vrijheden, en dat schuurt. Spanning tussen de voortschrijdende wetenschappelijke inzichten en de politiek. Aarzelend beleid. 

MAATSCHAPPELIJKE SCHADE

De maatschappelijke schade wordt immens: faraonische schuld, een val van het Bruto Binnenlands Product met 7%, grote psychologische schade, leerachterstand, gezondheidsschade door uitgestelde zorg, enz. We waren al gestart met hoge belastingdruk, forse begrotingstekorten, en veel uitgestelde dossiers op tafel. 

DE KUNST VAN HET MOGELIJKE, OF VAN HET NOODZAKELIJKE

Voor de relance zal niet volstaan dat de politiek, zoals de zegswijze luidt, “het mogelijke” doet, we moeten nu schakelen naar “het nodige”. Dit is ons “burning platform”. Déze generatie moet de echte oplossing beslissen, een moedige relance: door het dal naar een nieuw perspectief voor allen. Gedreven door de fierheid om aan onze kinderen en kleinkinderen de welvaart door te geven van de naoorlogse generaties, niet de rekening. 

Gemakkelijke oplossingen zijn er niet, al ging de regering er wel mee van start. Er wordt nog altijd geld uitgegeven zonder enige zorg om de financiering. Een nieuwe belasting kwam er ook nog. Alle grote dossiers liggen er nog, en schreeuwen om beslissing: de hervorming van de pensioenen en van de ziekteverzekering, de nieuwe fiscaliteit, een echt activeringsbeleid; is kernenergie een opportuniteit voor de relance, of is het – 17 jaar na de uitstapbeslissing – tijd voor de transitie? 

SENSE OF URGENCY !

Na jaren van stilstand en achteruitgang – vijf plaatsen verlies in de index van het World Economic Forum – is dit dé gelegenheid om België terug te plaatsen in de stroom van de vooruitgang en nieuw perspectief.

Aan welke kant van de geschiedenis brengen déze regeringen ons? Sense of urgency of uitstelgedrag? Van verworven rechten naar geborgde toekomst: dit is het momentum. Vooruitgang, perspectief, borgen van de welvaart voor de volgende generaties. Geen geringe opdracht, maar het kan, met moed, daadkracht en inzicht. 

DEZE REGERINGEN MOETEN HET DOEN

Terwijl we de pandemie nog onder controle moeten krijgen, moet de noodzakelijke relance aangevat worden. In ons land bepalen te veel private belangen en verworven rechten wat er wel en niet gebeurt: het is de grootste oorzaak van onze systematische achteruitgang in de laatste 20 jaar, bekroond met loodzware particratie. De politiek onderging de achteruitgang en moet nu echt leiderschap tonen om de rampzalige toestand waarin we terechtkwamen, terug recht te trekken. 

Het nieuw politiek talent dat er eindelijk ook is, moet nu de zaken werkelijk aanpakken. Toekomstgericht. Herzie alle bestuurlijke processen, maak er ondersteunende elementen voor de waardecreatie van, maak van het bestuursrecht een motor in plaats van een rem. Steun beleid op kennis en data, en maak alle data toegankelijk; dat bevordert ook de nieuwe verantwoordingscultuur. 

We legden mee het EU-kader vast in de “Recovery and Resilience Facility” van de EU. 37% van de middelen moet besteed worden aan duurzaamheid en klimaattransitie, 20% aan digitale transitie. Bevorder activering écht en herstel de productiviteitsgroei. Neem de juiste energiebeslissingen. Digitaliseer drastisch, investeer intelligent: er ligt nog een Nationaal Investeringspact dat al 3 jaar oud is maar waarmee nog niets gebeurde. Zet het nu om in doelstellingen en maak die leidend voor beleid. 

NIEUWE GENERATIE POLITICI : NIEUWE POLITIEK !

België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel moeten zich herpakken, nù. We verprutsten de vorige crississen met loze beloften en een snelle terugval in onze slechte gewoonten. De toekomst van onze jongeren is in handen van deze nieuwe generatie politici, waarvan een nieuwe aanpak verwacht wordt. Visie, focus, daadkracht zijn belangrijker dan marketing voor volgende verkiezingen. Echt perspectief, geen praatjes; wervende projecten en lucide leiderschap op al onze bestuursniveau’s. Dat houdt in dat de Eerste Minister en de Minister-Presidenten zich persoonlijke engageren voor de opvolging en implementatie van het hele plan. 

CORONA DWONG ONS OM IN DE SPIEGEL TE KIJKEN

De coronapandemie toonde België op zijn zwakst. Het pandemieplan dat we ooit hadden, was uit het oog verloren, we lieten ons helemaal verrassen door het virus. De federale restregering reageerde met een strakke lockdown, een bonanza van steunmaatregelen en een chaos van beleidsorganen. Regionale regeringen zaten te lang stil in de woon- en zorgcentra. Daarmee horen we bij de slechtste leerlingen, met meer dan 17.000 doden, en we worstelen met de tweede golf. De economische en psychologische gevolgen, of nog, de leerachterstand in het onderwijs zijn niet te schatten. 

GEEN PLAN 

Onze grote overheden waren niet in staat de bevolking te beschermen – nochtans hun meest elementaire taak. Dat is het gevolg van jarenlang korte termijn-denken en complexe instellingen. We worstelden al met een historisch begrotingstekort, en werden maandenlang geleid door een ontslagnemende restregering zonder volheid van bevoegdheid. 

FORMIDABELE VEERKRACHT 

Tegen die achtergrond is er een formidabel lichtpunt: in onze ziekenhuizen stroopte de hele bemanning de mouwen op, en werd een buitengewoon staal van professionalisme en inzet geleverd. De groteske centralistische chaos werd glansrijk overstegen met professionele en operationele excellentie. Met de juiste personen op de juiste plaats en zonder remmende regeltjes werden wonderen verricht. 

MAAK DE TOEKOMST BETER 

De keizer-kosters waren inderdaad naakt. We hebben behoefte aan een noodwetgeving met een centraal commando en decentrale uitvoering, planmatige beleidsplannen op langere termijn. 

Leiders moeten verantwoordelijkheid tonen, en niet alleen vertrouwen eisen, maar het ook geven. 

Op 22 12 gepubliceerd in de New Year Letter van itinera op www.itinerainstitute.org

Hoera voor Big Pharma !

Mijn hart slaat nog steeds wat sneller bij nieuws over de farmaceutische sector. Farmanieuws wordt altijd extreem gebracht.  Vaak zijn farmabedrijven in de journalistieke opinie  schoelies en graaiers; een enkele keer zijn het helden.

Altijd weer die emoties en die overdrijving. Op basis van een persbericht van Pfizer, nog lang geen validatie door de FDA; op basis van de reactie van 94 covid-gevallen op 39.000 proefpersonen.  Hopelijk wordt het later bevestigd, maar het spectaculair nieuws heeft toch een groot “vel van de beer-“gehalte. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Nu stond er dus: “Hoera voor Big pharma!”. Boven een editoriaal, in HLN.  “Eindelijk is er hoop”, titelden andere kranten.  De media  weer vol op het orgel van de emoties. 

Sedert we in de valkuil van CoVID19 knalden, snakken we naar “het” vaccin. Bijna 60  patiëntenstudies met mogelijke coronavaccins  zijn bij de Wereldgezondheidsorganisatie geregistreerd. Drie klinische studies lopen in België. Bij Janssen in Beerse en bij Pfizer in Puurs worden al vaccins geproduceerd, terwijl de klinische studies nog lopen. Vlaanderen loopt voorop met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, het Rega-instituut en het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Piot, Stoffels, Neyts, Goossens, Van Ranst, en hun collega’s zijn vandaag de vlaggendragers, erfgenamen van Piet de Somer en Christian De Duve.

Dat is de echte pharma: in België gaan elke ochtend meer dan fiere 38.000 vrouwen en mannen naar hun farmajob. Meer dan 5.000 daarvan zijn onderzoekers die weer in hun labo duiken. Om onze academische researchers niet te vergeten. Wereldklasse. Hardnekkig willen ze die nieuwe oplossing vinden voor patiënten die nog geen behandeling hebben. Elke dag, elke maand, elk jaar weer.

Hun fenomenale kennis, die toewijding, die beslistheid, dàt is de echte farma. Moeilijk uit te leggen wanneer nog eens een groot  farmabedrijf uit de bocht gaat met inkoop van eigen aandelen of een astronomische prijs voor een geneesmiddel.  

Zulke praktijken deden de farmabedrijven uit de top-10 van de meest gereputeerde bedrijven wegdonderen. Vroeger stonden er altijd wel een paar farmabedrijven in de top-10, vandaag staat bij het Reputation Institute het eerste farmabedrijf op een zeer bescheiden plaats 62. Zelfs in thuisland Amerika donderde de farma van het voetstuk.

Kan de farmasector weer die eer en goede naam van vroeger verwerven? De passie om artsen en patiënten echt te helpen, de hardnekkigheid om een vaccin dat we broodnodig hebben te ontwikkelen, zijn de ethische kern van het farmaceutisch vak. Zelfs het niet-gevalideerd interimresultaat, voedt hoop en stimuleert  weer wat respect. Dat ging verloren door dubieuze economische praktijken, zoals dubieuze marketing en overdreven prijszetting. 

Het occasioneel “Hoera!” van deze week is een opsteker, met de lichte overdrijving van moderne journalistiek. Nu doorpakken en het overdreven winstbejag achterwege laten is nodig om maatschappelijk  aanzien te herwinnen. Wordt vervolgd.

Op 20 12 gepubliceerd op VRT, Radio 1, in: “De toestand is hopeloos, maar niet ernstig”

Staatsnoodrecht

De belangrijkste taak van overheden is hun bevolking te beschermen. De paradox van de bescherming tegen de coronapandemie, is dat ze daarbij forse beperkingen moet opleggen aan onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, of nog, de uitoefening van de vrijheid van handel, onderwijs, vereniging of religie. Dat schuurt, en toch moet het. Hoe verzoen je dat conflict in een rechtsstaat?

            Tot juli deed de regering beroep op “bijzondere machten”: snel regeringsoptreden kreeg daarmee een correcte wettelijke grondslag. België heeft geen staatsnoodrecht, hoewel de behoefte daaraan glashelder is. Vandaag kan de regering enkel beroep doen op de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.

Die wet kwam er  3 jaar na de gasontploffing in Gellingen in 2004, voornamelijk om een herhaling van de chaos van de hulpverlening te voorkomen. Semantisch gaat ze over de medische en sanitaire hulpverlening onder leiding van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. Juridisch regelt ze toch voornamelijk de aansturing van effectieve hulpverleningsdiensten van alle aard bij rampen. Terzijde: de wet illustreert pijnlijk het Belgisch talent om zaken geweldig complex te maken.

FUNDAMENTELE RECHTEN EN VRIJHEDEN ZIJN NIET ABSOLUUT

Tot nader order hebben Hoven en Rechtbanken de wettelijke grondslag van de coronabesluiten niet in vraag gesteld. De vraag is toch pertinent, omdat de coronamaatregelen de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden tijdelijk beperken, wat een correcte wettelijke basis vergt. Het arrest van 8 december van de Raad van State legde enkel een minimale en evidente wijziging op voor erediensten, zodat het euvel van mogelijk overdreven beperking van de godsdienstvrijheid verviel.

Het Vlaams decreet Preventieve Gezondheidszorg van 2003 levert een wetskrachtige grondslag, doch enkel in Vlaanderen; Vlaamse gemeentelijke autoriteiten vinden die grondslag in de Gemeentewet (1988). Op federaal vlak moet de wettelijke grondslag verbeterd worden. Daar wordt nu werk van gemaakt.

Dat is belangrijk, omdat we kritisch moeten zijn ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden van burgers, die essentieel zijn in de democratische rechtsstaat. Die rechten kunnen niet buiten werking worden gesteld, uit hoofde van het schorsingsverbod van art. 187 Grondwet: daarom kunnen we geen “noodtoestand”  invoeren zoals Frankrijk dat kan. Maar er is wel plaats voor een staatsnoodrecht, o.m. voor een buitengewoon ernstig gevaar voor de volksgezondheid. Dat kan de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden aan beperkingen onderwerpen.

Dat kan maar mits drie voorwaarden: de beperking moet een deugdelijke wettelijke grondslag hebben en een legitiem doel, waaronder (o.m.) de bescherming van de volksgezondheid en de rechten en vrijheden van anderen. En de beperking mag niet verder gaan dan voor de bescherming van dat legitiem oogmerk noodzakelijk is, een voorwaarde die aangeeft dat beperkingen nauwkeurig moeten zijn en zo beperkt mogelijk. 

De afwezigheid van staatsnoodrecht toont hoe onvoorbereid we waren op de pandemie, niet alleen medisch en organisatorisch, doch ook juridisch. Het is een toonbeeld van de zwakte van de rechtscomponent in onze samenleving, de belabberde staat van onze wetgeving en handhaving.

SAMEN LEVEN: EEN FUNDAMENTELE VAARDIGHEID 

Ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten, kan het zo zijn dat sommigen zich extreem geraakt voelen, bijvoorbeeld omdat ze de uitoefening van hun diepste religieuze overtuiging beperkt. Toch kan een democratie dan, onder de genoemde voorwaarden,  rechtmatig kiezen ten voordele van de collectiviteit, als onderdeel van de vrijwaring van de rechten en vrijheden van anderen. 

De belijding van diepe overtuigingen kan daar, in specifieke gevallen, voor moeten wijken. Men denke aan het hoofddoekarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of het rode ster-arrest, ten aanzien van politieke symbolen en de gevoelens die deze bij sommigen kunnen opwekken. De eisen van de samen-leving hebben, wanneer het niet anders kan, voorrang op de gevoelens van een individu of een groepering.

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            De uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden kan dus wel degelijk  beperkt worden, omdat zij “plichten en verantwoordelijkheden” met zich brengt. Daar staan we nog weinig bij stil, … “plichten en verantwoordelijkheden”….

Art 8 van het Vlaams decreet Preventief Gezondheidsbeleid bepaalt met zoveel woorden dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en die van zijn medemensen. 

Blijft dat, naast een correct beleid, niet de grootste drijver om samen door die pandemie te komen? Misplaatste politionele branie helpt ons daarbij niet.

Prof em dr Leo Neels

Op 18 12 gepubliceerd op http://www.tijd.be