Kalverliefde of Criminaliteit?

            Zijn het vermoeden van het onschuld en het recht van verdediging relikwiën uit een ver verleden? Regelmatig zien we pseudoprocessen in journalistieke formaten, die de indruk wekken dat hoven en rechtbanken niet langer de juiste fora zijn voor rechtspraak. Hele en halve gerechtelijke dossiers worden in de openbaarheid gegooid, meestal anoniem. 

Eens de selectie van feiten en wetenswaardigheden gepubliceerd is, kan degene wiens reputatie in het gedrang is gebracht er achteraan lopen. Men moet zich dan tegenover de publieke opinie verantwoorden met tekst en uitleg. Wie zwijgt blijft in de volksmond schuldig… “qui ne dit mot, consent” luidt het hardvochtig publiek oordeel. Wie zich wel probeert te verdedigen, stoot op een muur van gevestigd vooroordeel. Het vermoeden van onschuld werd een vermoeden van schuld. Voor de publieke opinie misschien zelfs een hardnekkig en onweerlegbaar vermoeden. 

DOORGESLAGEN JURIDISERING

            We juridiseren steeds meer. Aanvankelijk is regelgeving  altijd goedbedoeld, namelijk  om sereen en degelijk rechtsbescherming te bieden. Om een gereguleerd tegensprekelijk debat te voeren. Om  eenieders rechtspositie respectvol te bejegenen. Om   correct ruimte te geven aan de rechten van verdediging voor alle betrokken partijen.  

Maar de juridisering is compleet doorgeslagen. Denken we echt dat regeltjes alles oplossen? A fortiori in een rechtsorde waar der rechtsgang te traag loopt? Doorgeslagen juridisering banaliseert delicate zaken tot onthutsende welles-nietes spelletjes op het publieke forum. 

            Een tragisch voorbeeld van foute juridisering was de beslissing van het parket om de euthanasiezaak voor het Hof van Assisen te brengen. Het is legitiem om de wet te willen veranderen, of beter te begrijpen, maar daarvoor is het Parlement het forum, niet een Hof of rechtbank. De strafrechtelijke vervolging was een schande; een delicate behandeling van het levenseinde vergt de wilsuiting van de betrokkene of diens legitieme vertegenwoordigers, en het professionalisme van competente begeleiders, niet de knelling van regeltjes en tekstexegeten. 

SERENITEIT EN PERSLEKKEN

            Hoven en rechtbanken moeten kunnen oordelen in sereniteit. Dat betekent niet dat de pers geen aandacht mag geven aan gerechtelijke zaken, maar persaandacht vergt kennis en delicatesse, die niet altijd worden opgebracht. Gerechtsjournalistiek dient te waken over de waarborgen van rechtsbescherming voor alle procespartijen; ze ziet toe op het correct verloop van de rechterlijke afhandeling. Dat is een moeilijke maar belangrijke taak als “public watchdog of democracy”, omdat rechters onafhankelijk zijn en geen enkele andere verantwoording afleggen dan in hun rechterlijke uitspraken.  Een professioneel onafhankelijk toeziend oog kan dan diensten bewijzen, men spreekt daarom van “de vierde macht”.

Het is echt gemakkelijker om pagina’s te vullen met lekken, redacties zijn maar zelden voldoende kritisch tegenover degenen die hen willen instrumentaliseren. Redacties moeten net kritisch staan tegenover alles wat een serene rechterlijke beoordeling in de weg zou kunnen staan. Vaak doen ze het omgekeerde.   De recente pagina’s over “de zaak Bart De Pauw” in DM en HLN (05 en 06 febr.) en de Telefactsuitzending op VTM zijn daar goede voorbeelden van. Ze rusten op illegaal gemaakte opnamen van vertrouwelijke gesprekken, en zijn klaarblijkelijk een stunt van een procespartij.  De redactie geeft geen professionele verantwoording van de nieuwswaarde, die er ook niet is.

DUBIEUZE JOURNALISTIEK

            Het roept de herinnering op aan de zwartste pagina’s uit wat in Vlaanderen als gerechtelijke journalistiek werd gezien: de systematische verdachtmaking van “Notaris X” in een ingebeelde zaak van incest, door Humo en De Morgen in (1984-1990), of nog, de redactionele campagne in De Morgen over een serie van zgn. “getuigen X” en de “believers” en “non-believers” (sic!) in spookzaken van pedofilie, in de nasleep van de zgn. zaak-Dutroux (1998). 

DE PUBLIEKE TERECHTSTELLING OP HET SCHERM

            Ook de zaak Bart De Pauw wordt publiek uitgevochten. Merkwaardig genoeg initieerde De Pauw zelf de publiciteit, met zijn video op 9 november 2017,  een niet-geslaagde poging om de schade te beperken. De openbare omroep, een louter contractant van het bedrijf van De Pauw, reageerde in prime time met flarden uit het vertrouwelijk dossier van zijn interne vertrouwenspersoon. De Pauw is sedertdien aan de publieke verachting blootgesteld. Namens de vrouwen die zich belaagd voelden voerden derden in de media het woord, de rest is geschiedenis. 

Er volgde een ambtshalve gerechtelijk onderzoek, De Pauw bood zijn excuses aan. Onvoldoende! … oordeelde de raadsvrouw namens de vrouwen, en zo holt de zaak verder. Eenieder zegt respect te hebben voor de rechterlijke afhandeling, de vrouwen melden via hun raadsvrouw aan slechts een oprecht excuus te willen horen. Het verhindert de publieke  escalatie niet. Ines De Vos, mevrouw De Pauw, kwam rechtstreeks tussen met interviews in HLN van 9 en 17 october 2020, en ook weer deze week in Telefacts en HLN.  Voor de vrouwen die de vele, ook sexueel getinte sms-jes van de man ontvingen, is het, volgens HLN (6 febr. 2021) “een minimalisering van de feiten”, en “een slag in het gezicht”.  Zij zwijgen … “uit respect voor het gerecht”, zoals dat heet.

HET KRAKKEMIKKIG BELAGINGSDELICT

            Ook deze onverkwikkelijke zaak is weer een voorbeeld van doorgeslagen juridisering. Belaging werd krakkemikkkig beschreven in het Strafwetboek, het sentiment van wie belaagd lijkt maatgevend. Er hoeft geen bijzonder opzet te zijn in hoofde van de vermeende dader, het volstaat dat hij “wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van de betrokken personen ernstig zou verstoren”.  Dat is een vrij eenzijdig slachtofferperspectief: een  rechtszaak herstelt de rechtsorde, niet alle emoties rond feiten. Het strafprocesrecht was precies een loskoppeling van rechtsbedeling uit wraakgevoelens,  maar met de nieuwe nadruk op emotionele genoegdoening als aspect van een strafrechtelijke veroordeling, komen we er weer akelig dicht bij. 

            Zou het geen aanbeveling verdienen dat de Raadkamer, wanneer zij van oordeel is dat er voldoende bezwaren zijn om een zaak naar de Rechtbank te verwijzen, ook de mogelijkheid zou hebben om een zaak naar strafrechtelijke bemiddeling te verwijzen, onder voorzitterschap van een magistraat? 

DE PRIVATE SOAP PRIVAAT IS GEEN PUBLIEKE AANGELEGENHEID

Hier gaat het om veel sms’jes van allerlei aard, flirterig, ongepast, met erotische toespelingen… kalverliefde maar door grote mensen, affaires soms ook die afgelopen waren voor de ene maar niet voor de andere, en dgl. 

We weten het niet. Eerlijk gezegd: we moeten dat ook niet weten. Hou het alstubieft voor uzelf. Maak er geen soap van, langs geen van beide zijden. Dit is toch geen maatschappelijke aangelegenheid van algemeen belang? De strafvervolging is dat wel, en De Pauw en de VRT hadden de zaak vroegtijdig een publiek cachet gegeven. In de publieke opinie is die eigenlijk al uitgevochten, maar in de rechtbank moet men er nog aan beginnen. Er zijn vermoedelijk alleen nog verliezers.

Stemt dat niet tot nadenken bij alle betrokkenen? Nadine Van der Linden, columniste bij …HLN, beschrijft dit treffend, ook al op 6 februari, een paar pagina’s voor de publicatie van het grote lek met de tekst van de vertrouwelijke gesprekken tussen De Pauw en de VRT van 2017. Zij wijst op het delicaat karakter van dit soort zaken, de problematiek van vertrouwelijke integriteitspersonen en publieke beslissingen en het nakend proces waarvan we te veel verwachten. En ze verwijst, wat zeldzaam is in dit soort van zaken, naar de verantwoordelijkheid van elke betrokkene: als deze jonge vrouwen hun hart niet hadden uitgestort bij de manager beroepsethiek, maar bij hun eigen vader, hun lief, hun beste vriend? (…) Dat was misschien een korte pijn geweest”. Wat zou haar standpunt zijn over de redactionele verantwoordelijkheid bij publicatie van zulke documenten?

HET VERMOEDEN VAN SCHULD

            We kunnen niet goed om met zaken van sexueel misbruik. Vroeger stond de hele strafrechtelijke bejegening in het teken van de schuldvraag rond de dader. Waren de feiten wel zoals in de betichting? Was er geen misverstand? Maken we geen intentieproces? In de regel kwamen vrouwen die het voorwerp waren van aanranding of verkrachting er bekaaid van af.

            Het moderne strafrecht kijkt ook naar de slachtoffers, en terecht. Maar het juridiseert te veel. Bijzonder opzet moet niet meer, de rust van sommigen is ernstig verstoord, dat volstaat. Het gaat niet om gewelddadige aanranding, fysieke aantasting, verkrachting, het gaat om berichtjes, sms-jes: te veel, ongepast, verkeerd, psychisch onwenselijk… allicht. Maar nu zit de dader in de piepzak. Leg het maar eens uit als volwassen man dat je je gedroeg zoals je gedroeg. Er is een grote tolerantie voor kalverliefde en puberaal gedrag van pubers, maar niet van volwassenen. Maar zijn we er zeker van dat dit crimineel is of moet zijn? Zijn we zeker dat de zeer goed verstaanbare schreeuw om een excuus moet leiden tot dit melodrama?

            Niemand pleit voor sexuele onveiligheid of misbruik, dat lijkt inmidddels wel verworven. Maar de doorgeslagen juridisering blijkt ook uit de omstandigheid dat we nu een overheidsbureau hebben voor de behartiging van de belangen van “slachtoffers”. Met publieke middelen duikt Vadertje Staat op als procespartij in het belang van de slachtoffers. Waarom is het algemeen belang van sexuele veiligheid door de rechtbank zowel vertegenwoordigd door het Openbaar Ministerie dat de wetstoepassing vordert, als door een extra partij aan de zijde van de vrouwen die zich belaagd voelen? Dat lijkt ook weer één van de waarden van strafprocesrecht uit zijn voegen te trekken, de veel gehuldige gelijkheid van wapens, de gelijke rechtspositie van procespartijen ten overstaan van de enige die strafrechtelijk moet oordelen: de rechtbank. 

OPENBAAR MODDERGEVECHT

            Namens de burgerlijke partijen wordt aangevoerd dat ze altijd alleen uit waren op excuses. De Pauw is van oordeel dat hij die al aanbood. Onvoldoende! … aldus de tegenpartij. De openbare omroep verklaarde haar interne code voor eigen medewerkers eenzijdig en bij proclamatie van toepassing op contracterende bedrijven, verbrak de overeenkomst met het bedrijf van De Pauw, en gooide opgenomen programma’s met de man in de vuilnisbak. De beslissing werd op het scherm, in prime time en niet-tegensprekelijk, gerechtvaardigd. Het was het begin van een moddergevecht tussen partijen of wie beweerde voor hen te spreken.

EN MAGISTRATEN SPREKEN RECHT

            Magistraten zitten in zulke zaken met de gebakken peren: zij moeten rechtspreken. Uit een studie van de rechtspraak blijkt dat magistraten zich niet erg gelegen laten aan de publieke commotie die redacties, of zelfs procespartijen of hun advocaten, creëren rond een zaak ( https://www.de-experten.be/product/deontologie-en-trial-by-media-on-demand/ ). Zij oordelen op basis van de wettekst en het dossier. Zij zijn er beslagen in om niet in de valkuilen te trappen die anderen voor hen uitzetten. Er is, bij mijn weten, geen of weinig evidentie, dat Hoven en rechtbanken zich laten misleiden door  sfeerschepping voor of tijdens de rechterlijke behandeling. Ze kijken in de regel sereen naar al de betrokken belangen. Ook het maatschappelijk belang, zowel dit van de burgerlijkse partijen die aanvoeren dat hun rust tot 2017 ernstig werd verstoord door te veel en ongepaste sms-berichten, als dit van de zender van die berichten, naar wie de rechtbank kijkt met de bril van het vermoeden van onschuld en de volle rechten van verdediging – in weerwil van zijn …ahum, stommiteiten, die inmiddels al meer dan drie jaar achter ons liggen (sic!). 

            In een moderne rechtsstaat zijn stommiteiten niet per se delicten, daar is meer voor nodig. En rechtsherstel moet in voorkomend geval het rechtsherstel betreffen in hoofde van al de betrokken partijen, en van orde en rust in de samenleving, het fameuze algemeen belang. Wij hoeven echt geen te kennis hebben van deze feiten en feitjes, noch van de omstandigheden, dat noemen we privé.

            De rechtbank zal dus oordelen, in eer en geweten, zoals dat heet. Ongehinderd door al het geruis en lawaai dat voor en na het rechterlijk beraad wordt gemaakt. In de samenleving moeten we ons eens opnieuw bezinnen over de grenzen van juridisering. De wetgever kan daarvan leren, en de procespartijen eveneens. Al te vaak werd een gesprek te weinig gevoerd, zelden was er een te veel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s