Van het Voetstuk naar “Pek & Veren” voor “big pharma”

            Een klein jaar geleden, toen de coronapandemie toesloeg, werden de farmaceutische bedrijven door alle redacties op het schild gehesen.  Toen één na één beloftevolle vaccins werden aangekondigd, kon de lof niet meer op. Vandaag zijn de eerste twee vaccins geleverd, en werden pek en veren weer bovengehaald voor “big pharma”. Wat inspireert die snelle bocht ?

            Ons land had een pandemieplan en heeft wereldautoriteiten inzake zgn. Pandemic preparedness. Met de “vogelgriep” vanaf 2007 werd een griepcommissaris aangesteld, die  ook bij de zgn. Mexicaanse griep van 2009 actief bleef. Toen werd, conform WHO-richtlijnen, een pandemieplan opgemaakt. De Mexicaanse griep sloeg niet zo hard toe als aanvankelijk gevreesd, en experten en autoriteiten werden direct gehekeld omwille van hun overdreven voorbereidingen. 

De rest is geschiedenis: toen de coronapandemie echt doorbrak, waren onze autoriteiten verrast en waren het pandemieplan en de mondmaskervoorraad verwaarloosd.

–xx—

SNEL EEN VACCIN !

Farmaceutische bedrijven zijn direct aan de slag gegaan om een coronavaccin te ontwikkelen. Dat kon op basis van ervaring en kennis van de academische wetenschappers en gevestigde bedrijven, of omdat jonge bedrijven – die nog nooit eerder een farmaceutisch product op de markt brachten – nieuwe medische technologie ontwikkelden die geloofwaardig maakte dat ze een werkzaam vaccin konden ontwikkelen. 

Op 21 december werd door het EMA Comirnaty” van BioNtech-Pfizer goedgekeurd, en op 6 januari volgde goedkeuring voor het vaccin van Moderna  (https://www.ema.europa.eu/en/human-regulatory/overview/public-health-threats/coronavirus-disease-covid-19/covid-19-latest-updates ). Het Astra-Zeneca/Oxford-vaccin is ver gevorderd in de goedkeuringsprocedure. Op 8 januari publiceerde EMA een nieuwe bijsluiter voor Comirnaty over de 6 dosissen per verpakking.  België startte de vaccinatie vanaf 22 december, daags na goedkeuring, en eerder dan aanvankelijk gepland en met meer vaccins van Pfizer-BioNtech dan voorzien.

ONWAARSCHIJNLIJK SUCCESVERHAAL

Dit is een onwaarschijnlijk succesverhaal. Vaccins die binnen een jaar ontwikkeld worden, goedgekeurd, geproduceerd en gedistribueerd. Ongezien. De buitenwereld beseft nauwelijks welk huzarenstuk hier werd geleverd door academische researchers, de R&D-staf in de farmabedrijven, medici, statistici, specialisten in klinische studies, de staf in produktiefaciliteiten, experts inzake logistiek, en autoriteiten voor de vaststelling van de studieprotocols van de klinische studies en voor de uiteindelijke evaluatie van veiligheid en werkzaamheid van de vaccins. Honderden mensen in de academische wereld, de farmasector en bij de gezondheidsautoriteiten hebben de rug gekromd om de fenomenale ramp die het coronavirus al wereldwijd aanrichtte te beantwoorden met de meest fantastische farmaceutische technologie. De vaccins zijn er. Oef!

De forse wedloop van quasi-buitenaards niveau bracht, onvermijdelijk, enkele problemen mee inzake de continuïteit van levering, en een polemiek over de hoeveelheid dosissen in een verpakking (“vial”).  

Wat volgde is  ook geschiedenis:  de farmabedrijven werden weer snel het voorwerp van kritiek,  sommigen konden niet nalaten om direct terug te vallen op de mantra’s van de anti-big-pharma-opinie.

DE INFERNALE NIEUWSCYCLUS

            Dat is zo typisch voor de hedendaagse redactionele cyclus. Rolf Dobelli was er in 2012 een scherp criticus van, met zijn essay dat aanraadt om nieuws te mijden (Rolf Dobelli, Avoid News. Towards a Healthy News Diet: www.dobelli.com ). Nieuws gaat nog over hapjes en weetjes, over wat zichtbaar is, groot, schandalig, sensationeel, schokkend, aangrijpend, luguber, verraderlijk, en luid. 

Steven Pinker (Enlightenment Now, 2018) beschrijft de negativiteitsvoorkeur van nieuwsselectie, en klaagt aan dat redacties de werkelijkheid trachten te beschrijven als een boksmatch. Alles is strijd, van een winnaar tegen een verliezer, een goede tegen een slechte. Nieuws is gehaast, alsof het verloopt in de seconden van een sportwedstrijd. 

Dat leidt tot een forse vertekening van de realiteit, omdat die subtiel is, trager voortschrijdt, abstract, ambivalent, complex en stil. Dat ontsnapt vaak aan de redactionele aandacht. Zelfs als het belangrijk en belangwekkend is, het wordt maar zelden nieuws. Want het valt buiten de traditionele selectiecriteria: het ogenblikkelijke en het jachtige, het negatieve, het gehypte en het spectaculaire krijgen altijd voorrang.

ONVERMIJDELIJKE LEVERINGSPROBLEMEN

            Pfizer leverde aanvankelijk sneller en meer dan contractueel voorzien. Zo startte de vaccinatiecampagne  eerder dan men altijd had gehoopt. Dan komt er een aarzeling in sommige leveringen, wellicht zowel door misverstand over de verwachtingen als fouten inzake communicatie. En plots kan de farmasector weer op de schopstoel, wat voor onbetrouwbare bedrijven toch, die farmaceuten!

            Men moet zich voorstellen dat de normale goedkeuring van een nieuwe farma-productiefaciliteit enkele jaren van toezicht, proefdraaien en controle vergt. Dan draait zulke eenheid op volle toeren en volle kost, maar enkel en alleen om de FDA en EMA toe te laten de kwaliteit van alle processen te controleren. 

Bij Pfizer in Puurs werden produktielijnen bijgebouwd, aangepast en goedgekeurd volgens dezelfde strikte normen in géén tijd. Honderd nieuwe jobs! Men startte de produktie op zodra het al kon, om aan de dringende vraag van vele landen te kunnen beantwoorden. Dat bracht mee dat men soms de produktie moest onderbreken om bijkomende capaciteit in te schakelen. Redacties beseffen nauwelijks met welke scrupuleuze kwaliteitscontroles, rapportage, toezicht, toelatingen en goedkeuringen dergelijk proces gepaard gaat.

            Dat bleek in “De Afspraak” (21 februari), waarin de gast, Mevr. Caroline Ven, CEO van pharma.be, had  kunnen toelichten dat kleine leveringswijzigingen onvermijdelijk zijn in een nieuw farmaceutisch produktieproces van een complex vaccin, dat supersnel uitgeleverd werd. Ze kreeg er nauwelijks de gelegenheid toe, omdat gastheer Schols haar voortdurend onderbrak. Die stelde de vaccinproduktie voor  alsof het een lopende band betrof met vier kleurige Fisher Price-knoppen. Zijn persoonlijke negatieve kijk op de farmasector kreeg voorrang op  inzicht, en het feit dat het vaccinatiebeleid geen rekening had gehouden met enig risico, kwam niet aan bod. Enige bescheidenheid zou het gesprek interessant hebben gemaakt.

EN DOSISSEN

            Aanvankelijk was aan Pfizer-BioNtech goedkeuring verleend voor verpakkingen (“vial”) van 5 dosissen. Die werden ook uitgeleverd. Al snel werd vastgesteld dat er makkelijk 6 dosissen uit een “vial” kwamen. Omdat dat stabiel zo bleek te zijn, wijzigde EMA, al na twee weken, op 8 januari, de oorspronkelijke goedkeuring van 5 dosissen per flesje naar 6. Om aan te geven hoe nauw dat luistert: bij de goedkeuring staat dat een vial dat geen 6 dosissen zou bevatten, in zijn geheel moet vernietigd worden. En één dosis gaat over… 0,3 ml.

            Pfizer begon dus de vials met de nieuwe bijsluiter uit te leveren, en rekent vanaf dan ook 6 dosissen aan, vermits haar contracten met de Europese Commissie de prijs en levering altijd al bepaalde in dosissen. Daarmee verviel het voordeel dat eerder 5 dosissen werden betaald maar er 6 konden toegediend worden.

            In een normaal goedkeuringstraject zouden produktie en verpakking maandenlang hebben proefgedraaid,  zou een buffervoorraad zijn aangelegd voor de start van leveringen, en zou de bijsluiter zonder meer de 6 dosissen vermeld hebben.  Het is dus een overgangsprobleem, als gevolg van ieders inspanning en goodwill om zo snel mogelijk het vaccin op de markt te brengen. Dat ontging zowel de gastheer als zijn VRT-collega, Ivan Devadder, die plots ook tussenkwam in het debat, met dezelfde negativiteit en felheid als de gastheer.

            Ook hier kreeg Caroline Ven niet de kans om uit haar woorden te komen. Er werd, niet zonder morele verontwaardiging, gesuggereerd dat Pfizer die 6de dosis niet zou hebben mogen aanrekenen of gratis zou moeten beschikbaar stellen. Pardon?

            Een gastheer van een talkshow ontvangt gasten, die geselecteerd worden omwille van hun vertrouwdheid met de problematiek en kennis van zaken. Het format draait om het verhaal van de gast, en is er niet om altijd de gastheer aan het woord te laten.  Professionele gastheren en -vrouwen zijn hoffelijk en respectvol met hun gasten: dat is goede journalistiek, in lijn met het  fair play-beginsel uit de deontologische code van de journalistiek. Net wanneer ze minder voorkennis hebben van meer technische zaken, moeten ze zich ervoor hoeden  om hun persoonlijke opinies voorrang te verlenen. 

Sense of Urgency: de kunst van het noodzakelijke

2020, het jaar dat corona toesloeg. Lockdown, thuiswerk, avondklok, reisbeperkingen, … een uniek jaar. Een stresstest voor goed bestuur. De primaire taak van overheden is om de burgers te beschermen, en dat lukte ons niet goed. Toch forse ingrepen in de vrijheden, en dat schuurt. Spanning tussen de voortschrijdende wetenschappelijke inzichten en de politiek. Aarzelend beleid. 

MAATSCHAPPELIJKE SCHADE

De maatschappelijke schade wordt immens: faraonische schuld, een val van het Bruto Binnenlands Product met 7%, grote psychologische schade, leerachterstand, gezondheidsschade door uitgestelde zorg, enz. We waren al gestart met hoge belastingdruk, forse begrotingstekorten, en veel uitgestelde dossiers op tafel. 

DE KUNST VAN HET MOGELIJKE, OF VAN HET NOODZAKELIJKE

Voor de relance zal niet volstaan dat de politiek, zoals de zegswijze luidt, “het mogelijke” doet, we moeten nu schakelen naar “het nodige”. Dit is ons “burning platform”. Déze generatie moet de echte oplossing beslissen, een moedige relance: door het dal naar een nieuw perspectief voor allen. Gedreven door de fierheid om aan onze kinderen en kleinkinderen de welvaart door te geven van de naoorlogse generaties, niet de rekening. 

Gemakkelijke oplossingen zijn er niet, al ging de regering er wel mee van start. Er wordt nog altijd geld uitgegeven zonder enige zorg om de financiering. Een nieuwe belasting kwam er ook nog. Alle grote dossiers liggen er nog, en schreeuwen om beslissing: de hervorming van de pensioenen en van de ziekteverzekering, de nieuwe fiscaliteit, een echt activeringsbeleid; is kernenergie een opportuniteit voor de relance, of is het – 17 jaar na de uitstapbeslissing – tijd voor de transitie? 

SENSE OF URGENCY !

Na jaren van stilstand en achteruitgang – vijf plaatsen verlies in de index van het World Economic Forum – is dit dé gelegenheid om België terug te plaatsen in de stroom van de vooruitgang en nieuw perspectief.

Aan welke kant van de geschiedenis brengen déze regeringen ons? Sense of urgency of uitstelgedrag? Van verworven rechten naar geborgde toekomst: dit is het momentum. Vooruitgang, perspectief, borgen van de welvaart voor de volgende generaties. Geen geringe opdracht, maar het kan, met moed, daadkracht en inzicht. 

DEZE REGERINGEN MOETEN HET DOEN

Terwijl we de pandemie nog onder controle moeten krijgen, moet de noodzakelijke relance aangevat worden. In ons land bepalen te veel private belangen en verworven rechten wat er wel en niet gebeurt: het is de grootste oorzaak van onze systematische achteruitgang in de laatste 20 jaar, bekroond met loodzware particratie. De politiek onderging de achteruitgang en moet nu echt leiderschap tonen om de rampzalige toestand waarin we terechtkwamen, terug recht te trekken. 

Het nieuw politiek talent dat er eindelijk ook is, moet nu de zaken werkelijk aanpakken. Toekomstgericht. Herzie alle bestuurlijke processen, maak er ondersteunende elementen voor de waardecreatie van, maak van het bestuursrecht een motor in plaats van een rem. Steun beleid op kennis en data, en maak alle data toegankelijk; dat bevordert ook de nieuwe verantwoordingscultuur. 

We legden mee het EU-kader vast in de “Recovery and Resilience Facility” van de EU. 37% van de middelen moet besteed worden aan duurzaamheid en klimaattransitie, 20% aan digitale transitie. Bevorder activering écht en herstel de productiviteitsgroei. Neem de juiste energiebeslissingen. Digitaliseer drastisch, investeer intelligent: er ligt nog een Nationaal Investeringspact dat al 3 jaar oud is maar waarmee nog niets gebeurde. Zet het nu om in doelstellingen en maak die leidend voor beleid. 

NIEUWE GENERATIE POLITICI : NIEUWE POLITIEK !

België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel moeten zich herpakken, nù. We verprutsten de vorige crississen met loze beloften en een snelle terugval in onze slechte gewoonten. De toekomst van onze jongeren is in handen van deze nieuwe generatie politici, waarvan een nieuwe aanpak verwacht wordt. Visie, focus, daadkracht zijn belangrijker dan marketing voor volgende verkiezingen. Echt perspectief, geen praatjes; wervende projecten en lucide leiderschap op al onze bestuursniveau’s. Dat houdt in dat de Eerste Minister en de Minister-Presidenten zich persoonlijke engageren voor de opvolging en implementatie van het hele plan. 

CORONA DWONG ONS OM IN DE SPIEGEL TE KIJKEN

De coronapandemie toonde België op zijn zwakst. Het pandemieplan dat we ooit hadden, was uit het oog verloren, we lieten ons helemaal verrassen door het virus. De federale restregering reageerde met een strakke lockdown, een bonanza van steunmaatregelen en een chaos van beleidsorganen. Regionale regeringen zaten te lang stil in de woon- en zorgcentra. Daarmee horen we bij de slechtste leerlingen, met meer dan 17.000 doden, en we worstelen met de tweede golf. De economische en psychologische gevolgen, of nog, de leerachterstand in het onderwijs zijn niet te schatten. 

GEEN PLAN 

Onze grote overheden waren niet in staat de bevolking te beschermen – nochtans hun meest elementaire taak. Dat is het gevolg van jarenlang korte termijn-denken en complexe instellingen. We worstelden al met een historisch begrotingstekort, en werden maandenlang geleid door een ontslagnemende restregering zonder volheid van bevoegdheid. 

FORMIDABELE VEERKRACHT 

Tegen die achtergrond is er een formidabel lichtpunt: in onze ziekenhuizen stroopte de hele bemanning de mouwen op, en werd een buitengewoon staal van professionalisme en inzet geleverd. De groteske centralistische chaos werd glansrijk overstegen met professionele en operationele excellentie. Met de juiste personen op de juiste plaats en zonder remmende regeltjes werden wonderen verricht. 

MAAK DE TOEKOMST BETER 

De keizer-kosters waren inderdaad naakt. We hebben behoefte aan een noodwetgeving met een centraal commando en decentrale uitvoering, planmatige beleidsplannen op langere termijn. 

Leiders moeten verantwoordelijkheid tonen, en niet alleen vertrouwen eisen, maar het ook geven. 

Op 22 12 gepubliceerd in de New Year Letter van itinera op www.itinerainstitute.org

Hoera voor Big Pharma !

Mijn hart slaat nog steeds wat sneller bij nieuws over de farmaceutische sector. Farmanieuws wordt altijd extreem gebracht.  Vaak zijn farmabedrijven in de journalistieke opinie  schoelies en graaiers; een enkele keer zijn het helden.

Altijd weer die emoties en die overdrijving. Op basis van een persbericht van Pfizer, nog lang geen validatie door de FDA; op basis van de reactie van 94 covid-gevallen op 39.000 proefpersonen.  Hopelijk wordt het later bevestigd, maar het spectaculair nieuws heeft toch een groot “vel van de beer-“gehalte. Als u begrijpt wat ik bedoel.

Nu stond er dus: “Hoera voor Big pharma!”. Boven een editoriaal, in HLN.  “Eindelijk is er hoop”, titelden andere kranten.  De media  weer vol op het orgel van de emoties. 

Sedert we in de valkuil van CoVID19 knalden, snakken we naar “het” vaccin. Bijna 60  patiëntenstudies met mogelijke coronavaccins  zijn bij de Wereldgezondheidsorganisatie geregistreerd. Drie klinische studies lopen in België. Bij Janssen in Beerse en bij Pfizer in Puurs worden al vaccins geproduceerd, terwijl de klinische studies nog lopen. Vlaanderen loopt voorop met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, het Rega-instituut en het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Piot, Stoffels, Neyts, Goossens, Van Ranst, en hun collega’s zijn vandaag de vlaggendragers, erfgenamen van Piet de Somer en Christian De Duve.

Dat is de echte pharma: in België gaan elke ochtend meer dan fiere 38.000 vrouwen en mannen naar hun farmajob. Meer dan 5.000 daarvan zijn onderzoekers die weer in hun labo duiken. Om onze academische researchers niet te vergeten. Wereldklasse. Hardnekkig willen ze die nieuwe oplossing vinden voor patiënten die nog geen behandeling hebben. Elke dag, elke maand, elk jaar weer.

Hun fenomenale kennis, die toewijding, die beslistheid, dàt is de echte farma. Moeilijk uit te leggen wanneer nog eens een groot  farmabedrijf uit de bocht gaat met inkoop van eigen aandelen of een astronomische prijs voor een geneesmiddel.  

Zulke praktijken deden de farmabedrijven uit de top-10 van de meest gereputeerde bedrijven wegdonderen. Vroeger stonden er altijd wel een paar farmabedrijven in de top-10, vandaag staat bij het Reputation Institute het eerste farmabedrijf op een zeer bescheiden plaats 62. Zelfs in thuisland Amerika donderde de farma van het voetstuk.

Kan de farmasector weer die eer en goede naam van vroeger verwerven? De passie om artsen en patiënten echt te helpen, de hardnekkigheid om een vaccin dat we broodnodig hebben te ontwikkelen, zijn de ethische kern van het farmaceutisch vak. Zelfs het niet-gevalideerd interimresultaat, voedt hoop en stimuleert  weer wat respect. Dat ging verloren door dubieuze economische praktijken, zoals dubieuze marketing en overdreven prijszetting. 

Het occasioneel “Hoera!” van deze week is een opsteker, met de lichte overdrijving van moderne journalistiek. Nu doorpakken en het overdreven winstbejag achterwege laten is nodig om maatschappelijk  aanzien te herwinnen. Wordt vervolgd.

Op 20 12 gepubliceerd op VRT, Radio 1, in: “De toestand is hopeloos, maar niet ernstig”

Staatsnoodrecht

De belangrijkste taak van overheden is hun bevolking te beschermen. De paradox van de bescherming tegen de coronapandemie, is dat ze daarbij forse beperkingen moet opleggen aan onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, of nog, de uitoefening van de vrijheid van handel, onderwijs, vereniging of religie. Dat schuurt, en toch moet het. Hoe verzoen je dat conflict in een rechtsstaat?

            Tot juli deed de regering beroep op “bijzondere machten”: snel regeringsoptreden kreeg daarmee een correcte wettelijke grondslag. België heeft geen staatsnoodrecht, hoewel de behoefte daaraan glashelder is. Vandaag kan de regering enkel beroep doen op de Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid.

Die wet kwam er  3 jaar na de gasontploffing in Gellingen in 2004, voornamelijk om een herhaling van de chaos van de hulpverlening te voorkomen. Semantisch gaat ze over de medische en sanitaire hulpverlening onder leiding van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid. Juridisch regelt ze toch voornamelijk de aansturing van effectieve hulpverleningsdiensten van alle aard bij rampen. Terzijde: de wet illustreert pijnlijk het Belgisch talent om zaken geweldig complex te maken.

FUNDAMENTELE RECHTEN EN VRIJHEDEN ZIJN NIET ABSOLUUT

Tot nader order hebben Hoven en Rechtbanken de wettelijke grondslag van de coronabesluiten niet in vraag gesteld. De vraag is toch pertinent, omdat de coronamaatregelen de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden tijdelijk beperken, wat een correcte wettelijke basis vergt. Het arrest van 8 december van de Raad van State legde enkel een minimale en evidente wijziging op voor erediensten, zodat het euvel van mogelijk overdreven beperking van de godsdienstvrijheid verviel.

Het Vlaams decreet Preventieve Gezondheidszorg van 2003 levert een wetskrachtige grondslag, doch enkel in Vlaanderen; Vlaamse gemeentelijke autoriteiten vinden die grondslag in de Gemeentewet (1988). Op federaal vlak moet de wettelijke grondslag verbeterd worden. Daar wordt nu werk van gemaakt.

Dat is belangrijk, omdat we kritisch moeten zijn ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden van burgers, die essentieel zijn in de democratische rechtsstaat. Die rechten kunnen niet buiten werking worden gesteld, uit hoofde van het schorsingsverbod van art. 187 Grondwet: daarom kunnen we geen “noodtoestand”  invoeren zoals Frankrijk dat kan. Maar er is wel plaats voor een staatsnoodrecht, o.m. voor een buitengewoon ernstig gevaar voor de volksgezondheid. Dat kan de uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden aan beperkingen onderwerpen.

Dat kan maar mits drie voorwaarden: de beperking moet een deugdelijke wettelijke grondslag hebben en een legitiem doel, waaronder (o.m.) de bescherming van de volksgezondheid en de rechten en vrijheden van anderen. En de beperking mag niet verder gaan dan voor de bescherming van dat legitiem oogmerk noodzakelijk is, een voorwaarde die aangeeft dat beperkingen nauwkeurig moeten zijn en zo beperkt mogelijk. 

De afwezigheid van staatsnoodrecht toont hoe onvoorbereid we waren op de pandemie, niet alleen medisch en organisatorisch, doch ook juridisch. Het is een toonbeeld van de zwakte van de rechtscomponent in onze samenleving, de belabberde staat van onze wetgeving en handhaving.

SAMEN LEVEN: EEN FUNDAMENTELE VAARDIGHEID 

Ten aanzien van beperkingen van fundamentele rechten, kan het zo zijn dat sommigen zich extreem geraakt voelen, bijvoorbeeld omdat ze de uitoefening van hun diepste religieuze overtuiging beperkt. Toch kan een democratie dan, onder de genoemde voorwaarden,  rechtmatig kiezen ten voordele van de collectiviteit, als onderdeel van de vrijwaring van de rechten en vrijheden van anderen. 

De belijding van diepe overtuigingen kan daar, in specifieke gevallen, voor moeten wijken. Men denke aan het hoofddoekarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens of het rode ster-arrest, ten aanzien van politieke symbolen en de gevoelens die deze bij sommigen kunnen opwekken. De eisen van de samen-leving hebben, wanneer het niet anders kan, voorrang op de gevoelens van een individu of een groepering.

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            De uitoefening van fundamentele rechten en vrijheden kan dus wel degelijk  beperkt worden, omdat zij “plichten en verantwoordelijkheden” met zich brengt. Daar staan we nog weinig bij stil, … “plichten en verantwoordelijkheden”….

Art 8 van het Vlaams decreet Preventief Gezondheidsbeleid bepaalt met zoveel woorden dat elke persoon een individuele verantwoordelijkheid heeft voor de eigen gezondheid, en die van zijn medemensen. 

Blijft dat, naast een correct beleid, niet de grootste drijver om samen door die pandemie te komen? Misplaatste politionele branie helpt ons daarbij niet.

Prof em dr Leo Neels

Op 18 12 gepubliceerd op http://www.tijd.be

Federale Abdicatie. 15 maanden Hoempapa en Stilstand. België heeft een Intensive Care-Regering nodig

             450 dagen na de verkiezingen van 26 mei 2019 en 10 koninklijke opdrachten voor 15 personen later, staan we nergens. 15 maanden hoempapa, totempaaldansen en stilstand, 0 vooruitgang, terwijl ons land internationaal op quasi alle indicatoren al achteruitging. In de laatste 10 jaar hadden we, gedurende méér dan 3 jaar, op het belangrijkste politiek niveau van het land geen regering met volheid van bevoegdheid. Abdicatie van de politiek. Zelfs de grootste naoorlogse gezondheidscrisis leidt niet tot daadkracht. Ook het coronagebeuren zelf leidt te vaak tot politieke improvisatie. Corona leverde ons een onthutsende close-up van de bedenkelijke bestuurskwaliteit die ons land, federaal en regionaal, al zo lang kenmerkt.

BEZETTE GEBIEDEN

            Het is gemakkelijk daar de huidige politieke generatie voor te blameren, of nog, de onmogelijke staatsstructuur waarin na een reeks ‘staatshervormingen’ nauwelijks nog iets in beweging te krijgen is. Dat is niet de kern van de crisis, er zit diep betonrot in onze instituties.

            In weerwil van veel talent en goede wil, hebben de partijen over de laatste decennia een graf gegraven voor zichzelf. Naarmate ze zichzelf belangrijker wilden maken en onvervangbaar, hebben ze een infernale spiraal in gang gezet die hen eens zou veroordelen tot volledige impotentie. Met hun partijdige tentakels hebben ze de instituties herleid tot bezette gebieden, tot meerdere eer en glorie van zichzelf.  Onder hun oneigenlijk overgewicht in de talloze regeringen en parlementen, imploderen “beleidspartijen” tot relatief kleine fracties onderweg naar de kiesdrempel. De analyse is het recent krachtigst verwoord door Michael Porter (Katherine M. Gehl en Michael E. Porter, The Politics Industry. How political innovation can break partisan gridlock and save our democracy, 2020), de Amerikaanse politiek is in hetzelfde bedje ziek.

DE DOMINANTIE VAN PRIVATE BELANGEN

Essentiële taken, zoals de vorming van een regering na verkiezingen of de opstelling van ordentelijke begrotingen, worden niet meer vervuld. Een stuurloos parlement keurt enthousiast nieuwe – uiteraard niet-gefinancierde – structurele uitgaven goed: meerderheids- en oppositiefracties werkten er afwisselend aan mee, de rekening bedraagt ongeveer 1,5 miljard € op jaarbasis. Opvallend zijn daarbij uitgaven die gezien kunnen worden als vriendendiensten, op kosten van de gemeenschap, aan allerlei “bevriende” private belangen.

Ons modern en gedegeneerd democratisch bestel verleent inderdaad uitzonderlijk veel invloed en zeggenschap aan private belangen in de politieke besluitvorming.  Het fameuze algemeen belang werd een abstracte achtergestelde grootheid; de optelsom van private belangen is het substituut voor het algemeen belang, de toekomstige generaties worden achtergesteld ten voordele van de huidige. 

PARALLELLE BESLUITVORMING… VERWORVEN RECHTEN… REMMENDE FACTOR

            Veel private belangen zijn gelieerd met de ene of andere partij, men spreekt soms van het politiek-economisch en politiek-sociaal complex. Werkgeversfederaties, sectorverenigingen, syndicale unies, mutualistische  verenigingen,  activistische gezelschappen uit de civiele samenleving vinden via partijen makkelijk hun weg naar  voorkeurbehandelingen en gunsten van allerlei aard. 

            Die worden dan snel “verworven rechten”, een klassiek recept van slecht bestuur: niet kunnen of willen veranderen, omdat besluiten uit het verleden sacrosanct zijn – ook al zijn ze manifest gedateerd en vergen voortdurende wijzigende omstandigheden altijd bijsturingen. Tegengewerkt door verkeerd begrepen loyauteit aan het verleden, ten nadele van de toekomst.

De meer dan 800 fiscale aftrekken leveren een mooie staalkaart van deze fauna en flora, de samenstelling van vele gremia van mede-besluitvorming is een echo van deze verweving. 

De parallelle overlegdemocratie reproduceert een eigen representatief stelsel, op basis van groepsbelangen, met gedelegeerde zeggenschap, reglementerende en uitvoerende taken en verdienmodellen. Ooit geroemd als democratisch hoogtepunt, stokt ook dit stelsel  tot remmende factor op besluitvorming; waren gremia zoals de Groep van Tien ooit productiever, dan hebben ze nu moeite om nog met de echte oplossingen te komen. Een kuchje van een vakbondscentrale kan vandaag zomaar de staking van werkzaamheden van pre-formateurs uitlokken.

PARTIJDIGHEID VERVANGT REPRESENTATIE

            Het idee van parlementaire representatie rust op de opvatting dat men, eens verkozen, “volksvertegenwoordiger” is, iemand die “het volk”, iedereen dus, vertegenwoordigt. Dat sluit de ethiek en ambitie in om afstand te nemen van achterban en van partijdigheid. Art. 42 van de Grondwet, dat parlementairen verplicht om “de natie”, zoals het daar heet, te vertegenwoordigen, “en niet enkel degenen die hen hebben verkozen”, is normatief en taakstellend. Het verplicht om het mandaat met open geest en onafhankelijk op te nemen, namens alle inwoners van het land en ten bate van die algemeenheid – het algemeen belang dus.

            Deze grondwettelijke verplichting definieert wat de kern is van elk politiek ambt. Ook dat idee is  vervangen door partijdige aanhorigheid en onderdanigheid. De partij bepaalt wie op “haar” lijst staat en verkiesbaar kan zijn, de partij bepaalt ook al wat die persoon voortaan doet en laat. Het algemeen belang wordt niet gerepresenteerd, partijdige en partijbelangen domineren.

PARTIJGEZWELLEN

            Gehl en Porter beschrijven dit als de zelfbediening van politieke partijen, die zelf de regels maken voor hun juridische status en financiering, … een wel heel markante vorm van belangenconflict. Bij ons financieren  partijen  zichzelf rijkelijk met belastingsgeld; er is veel kritiek op het systeem maar het houdt zichzelf al jarenlang in stand (Bart Maddens e.a., De Prijs van Politiek. Over de portefeuille van politieke partijen, 2019). 

            Vaak al is “beslist” dat politieke benoemingen zouden worden uitgeschakeld, steeds vindt men toch weer het excuus om deze ongezonde politisering van het openbaar ambt voort te zetten. Het is een schandvlek op het openbaar bestuur. 

Alsof dat niet volstond, permitteren regeringsleden zich een faraonische hofhouding van partijgetrouwen, de zgn. kabinetten, die tussen de minister en de administratie opereren in een totale schemerzone. Net in dié sfeer worden de politieke beslissingen voorbereid en gefinaliseerd, met als hoogtepunt de “inter-kabinetten-werkgroep” (IKW), waarin partijdige kabinetsmedewerk(st)ers van de diverse ministers hun punten trachten binnen te halen. Wat krijg ik voor mijn partij los, is de kernvraag; het te bereiken doel van de beslissing wordt secundair, de zorg om de behoorlijkheid en efficiëntie van de beslissingen verdwijnt naar de achtergrond.  Het maakt ons bestuur belachelijk duur, inefficiënt en onsamenhangend. Te vaak affairistisch ook. De IKW’s zijn de dagelijkse labo’s van onze achteruitgang: politiek micromanagement, en partijpolitisering van werkelijk àlles.

WAT NU?

            De politiek loopt nu vast, het kan niemand echt verrassen. Het systeem werd zo decadent dat het niet langer oplossingen kan genereren, het faalt  (Ross Douthat, The Decadent Society. How we became the Victims of our own success, 2020). Dit is een systemische misgroei van ons democratisch bestel, die al langer beschreven is, ook bij ons (Wilfried Dewachter, De trukendoos van de Belgische particratie. Een Europese schande, 2014). Het is de oude kanker van de particratie, die zich in de naoorlogse geschiedenis op aberrante wijze heeft genesteld in de kern onze politieke machinerie, ze heeft het wezen ervan veranderd.

Deze generatie erfde het van haar voorgangers, maar men kan haar wel aanrekenen de systemische misgroei van de partijdige greep op de instellingen niet te hebben bijgestuurd. Ze ziet dit spel als normaliteit – net trouwens zoals vele politieke analisten en journalisten, die de fenomenen hiervan te veel volgen als ging het om bokswedstrijden met winnaars en verliezers (Steven Pinker, Enlightenment Now, 2018).  De essentiële vragen worden nog weinig gesteld, iedereen leeft te oppervlakkig mee op het ritme van de dag. 

DE NIEUWE NORMALITEIT: dysfuncties, stilstand en incompetentie

Gehl en Porter starten hun recent boek met de anecdote van de vis. De anecdote wil dat twee jonge vissen een oudere vis tegenkomen die de andere kant uitzwemt; die knikt naar ze en begroet hen met een vrolijk ‘Hello gasten. Hoe is het water vandaag?’ De jonge vissen zwemmen door, en wat verder vraagt de ene vis aan de andere ‘Wat zou dat toch zijn, “water”? De vissen kennen geen water: de les is dat het moeilijk is om datgene waarmee we vertrouwd zijn, te zien. Zelfs als we erover klagen, stellen we daar geen vragen over, we kunnen er toch niets aan wijzigen, het is de normaliteit. En zo accepteren we met zijn allen te gemakkelijk dysfuncties, stilstand en incompetentie, aldus Gehl en Porter.

KRACHTIGE REGERING NODIG

Er is al sedert december 2018 een krachtige regering nodig, laat ons zeggen dat de laatste federale regering met volheid van bevoegdheid niet echt presteerde in lijn met de hoge verwachtingen die ze verkondigde. Ons land boert systematisch achteruit in internationale rankings en is niet in staat zijn verzorgingsstaat behoorlijk te financieren (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/), de staatsschuld neemt buitensporig toe, zelfs pre-corona.

Schijnbaar presteert de verzorgingsstaat wel, maar we exporteren de kost daarvan naar de jongere generaties, een volstrekt onethische toestand. Dat heet staatsschuld, een drama dat het vooruitgangsgeloof aantast en economisch zeer risicovol is, zeker met een begrotingstekort van tussen 50 en 70 miljard €… We konden één coronapiek bufferen, maar zijn slecht gewapend voor volgende opstoten, en de economische schade komt nog grotendeels op ons af.

Een krachtige regering is dus nodig. In de regel cirkelt  regeringsbeleid bij ons ietsjes links of rechts van het centrum – een voordeel van coalitieregimes. Dat het beleid van de regering-Michel “ultra-liberaal” of “anti-sociaal” wordt genoemd, is politieke marketing, gekenmerkt door slogans en extremiteiten, losgezongen van de werkelijkheid. Beleid moet steunen op feiten en moet feiten managen naar ambitieuze haalbare doelstellingen. Punt. Zouden partijleiders écht denken dat de feiten zich aanpassen aan hun partijprogramma’s?

            Laat ons eerlijk zijn. Het is weinig waarschijnlijk dat we vandaag in de partijdige retoriek en het onderling wantrouwen de grondslag vinden voor een krachtig en performant team dat opgewassen is tegen de fenomenale uitdagingen van vandaag. 

INTENSIVE CARE-REGERING NODIG

            Dan is er nog dringender  behoefte aan een klein krachtig urgentieteam met een corona-transitie-plan, een intensive care-team voor de federale staat. Misschien moet een extern onafhankelijk persoon die in elkaar zetten, een intendant, zoals Itinera al in april voorstelde. Corona is nog minstens een  jaar of langer een acute dreiging, we kunnen ons het gestoethaspel van de voorbije periode niet blijvend veroorloven. De parlementaire fracties hebben de ethische plicht om een crisisregering het vertrouwen te geven om corona beter aan te pakken. Echte federale staten creëren daarvoor performante interfederale besluitvormingsteams met hun kantons of Länder, waarom kunnen wij dat niet ?

            Het economisch relanceplan waarvoor de elementen op tafel liggen vergt moed en volharding, terwijl de partijen teren op wantrouwen en twijfel – gedicteerd door electorale berekening. Kunnen ze éénmaal zichzelf overstijgen? Dat is wat we nù, direct, nodig hebben. Niet over drie of vier maanden, het onverantwoordelijk getalm heeft al tergend lang geduurd.

            Het interfederaal noodteam heeft ook de steun nodig van de federale en regionale parlementen en moet bijzonder transparant verantwoording afleggen over zijn beleid aan de parlementen. Het moet zich laten bijstaan door administraties en experten, en niet door partijhoofdkwartieren en spindoctors van allerlei slag. In die gremia moet men eens heel diep in de spiegel kijken. De bevolking heeft al lang door wat in die spiegel te zien is, nu de verkozenen van meerderheid en oppositie nog.

OPPARTIJDIGE RESET VAN DE POLITIEKE ZEDEN

            Er is behoefte aan een totale “re-set” van de verloederde politieke zeden, de opgave van partijdigheid als dominante strekking in de politiek en de heruitvinding van een levendige en daadkrachtige democratie. Er zijn al schitterende basis-analyses en vernieuwingsvoorstellen beschikbaar, zoals : Horizon 2024: http://horizon2024.s3-website-us-east-1.amazonaws.com/

            Laat een niet-partijpolitieke staatsconferentie daar een jaar aan werken, met alle expertise die daarvoor nodig en nuttig is.

STAATSSTRUCTUUR-RESET

            Onze staatsstructuur is volledig ontspoord. We hebben te veel, te dikke, te dure en te inefficiënte regeringen en nomenclaturen, zowel federaal als regionaal als lokaal, met Brussel als uitsmijter. Ook hier dient een “re-set” gezocht. Het kan zo niet verder. De opeenvolgende staatshervormingen zijn mee ingekleurd door partijdige belangen, ten nadele van het algemeen belang. Dit nadeel is vandaag zo groot dat de welvaartscreatie erdoor wordt bedreigd. We hebben behoefte aan een krachtig beginsel van Bundestreue,een solidair samenwerkingsmodel, homogene bevoegdheden, en een positieve politieke cultuur gericht op goed bestuur, resultaten en verantwoordingsethiek.

            Met één van de duurste overheidsapparaten van de OESO-landen zijn we niet eens in staat om nu, na zes maanden coronabeleidservaring, fijnmazig en goed gecoördineerd te werk te gaan. Een verdienstelijk provinciegouverneur moest in het meest bedreigd gebied de zaak redden, tja…

            Laat ons de bestuurslagen-lasagne  reduceren tot wat bijdraagt tot welvaartscreatie, tot eenvoud en samenhang. Laat ons krachtige homogene bevoegdheidspakketten maken zodat we gewapend zijn voor de vele uitdagingen die ons wachten, van armoedebeleid (dat zou een goed idee zijn!) over klimaatvoorbereiding, van efficiënt bestuur naar een echte verantwoordingscultuur.

            Zet ook op die constitutionele re-set de niet-partijpolitieke staatsconferentie in, met de beste brainsvan het land. Vergeet het grondwettelijk imbroglio van de opeengestapelde staatshervormingen, dat model is gedateerd en voorbij. Maak de meest performante structuren voor de bouw van succes, van welvaart die onze verzorgingsstaat in stand kan houden én kan herfinancieren. Laat solidariteit rusten op gedeelde verantwoordelijkheid, plichten en bijdrage in een duurzaam model dat rust op vertrouwen.


VERTEL DE WAARHEID

            Stop het politiek magisch denken dat we “partijprogramma’s” noemen en verziekt is door instandhouding van het verleden door te veel zelfbediening. De lectuur van wat voor de verkiezingen allemaal werd beweerd is onthutsend. Marketingpraatjes met plannen die vooral toch geschikt waren voor een ander land, een land met een lage overheidsschuld, grotere economische groei, een hoge activiteitsgraad van de bevolking, en goed bestuur. Veel wensdenken en dromen.

            Geef het gespin en de verziekte communicatie, die verdeelt en polariseert, op. Benoem één woordvoerder voor elke regering, niet een heel leger kabinetsjongens en – meisjes voor elke regeringslid, die de hele dag moeten spinnen op sociale media. Wees eens ernstig. De grootste stommiteit van de politieke marketing is dat men niet slechts zijn eigen product aanprijst, maar tracht het product van zijn tegenstrevers en die tegenstrevers zelf onderuit te halen. Die dagelijkse illustraties van morele superioriteit, en de neerbuigendheid naar andere ideeën of personen tonen toch vooral de naaktheid van de keizers van de Wetstraat.

            Laat ons vertrekken van de toestand zoals die is: de ontgoochelende “facts and figures” (https://www.itinerainstitute.org/nl/boek/what-is-at-stake-in-the-2019-elections/).Bouw daarop uw beleid. Kijk naar de voorbeeldlanden die het aanmerkelijk beter doen, Zwitserland, Scandinavië, Duitsland, Nederland… Vergeet de achteruitkijkspiegel, betrek het welzijn van de volgende generaties bij uw beleid, geef onze jongeren een wervend toekomstperspectief, herinvesteer en reanimeer de motor van de welvaartscreatie, bouw de immense staatsschuld af over enkele decennia. Ontluis de instellingen en administraties van alle oneigenlijke beïnvloedingen van de laatste decennia, maak krachtige beleids- en beheerteams die performant kunnen zijn en presteren. Het kan hoor, de voorbeelden zijn er, en we hebben er het talent voor. Zoals de Bond Zonder Naam het formuleerde: Verbeter de wereld, begin bij uzelf! Best moeilijk om te doen, maar wel nodig.


WANTROUWEN WERKT NIET

            Het partijmodel van de laatste decennia werkt niet meer. Mee aangestookt door de infernale dynamiek van social mediawerd het een spin-model dat is losgezongen van de werkelijkheid. Het leidt tot ondergang: alle beleidspartijen gaan drastisch achteruit en ze zuigen het land mee de dieperik in. Toch denken ze nog altijd te winnen bij meer van hetzelfde. Einstein wist al: “We can not expect things to change if we keep doing the same things” (1955):

            “Een crisis is de grootste zegen voor mensen en naties, want een crisis brengt vooruitgang. Creativiteit komt voort uit angst, zoals de dag uit de donkere nacht komt. Crisissen provoceren inventiviteit, ontdekkingen en geweldige strategieën. Wie een crisis overwint, overwint zichzelf zonder ‘gepasseerd’ te worden. Wie leert van de mislukkingen en moeilijkheden van een crisis, maximaliseert zijn talent en ziet sneller de oplossingen dan de problemen. 

            De echte crisis is de crisis van incompetentie. Wat zowel voor mensen als voor naties moeilijk is, is de luiheid bij het zoeken naar oplossingen en uitwegen. Zonder crisis zijn er geen uitdagingen, zonder uitdagingen is het leven een routine, een langzame pijn. Zonder crisis is er geen verdienste. In crisis komt het beste van elk naar voren, want zonder crisis zijn alle winden slechts milde briesjes. Alleen maar praten over crisis betekent dat we haar vergroten, erover zwijgen betekent dat we haar aanvaarden. In plaats daarvan moet er hard gewerkt worden. Laten we eens en voor altijd stoppen met de enige gevaarlijke crisis, namelijk de tragedie van niet te willen winnen.”

HET PUBLIEK HEEFT DE POLITIEK AL LANG DOOR

            Nog slechts 25% van de Vlamingen spreekt zijn vertrouwen uit in zijn instellingen en politieke leiders. Dat is lager dan het gemiddeldein de Europese landen, dat op 43% ligt, toch ook een minderheid (Eurobarometer, European Social Survey, VRIND-indicatoren). Burgers hebben de politiek helemaal door, terwijl politici nog steeds denken dat hun manier van doen hen nog steeds zand in de ogen strooit.

            Juist wanneer beleidsmensen het grootste vertrouwen van het publiek nodig hebben, nu de uitdagingen grandioos groter zijn dan enkele maanden geleden, erodeert dat vertrouwen snel(OECD, Trust and Public Policy. How better Governance can help rebuild Public Trust, 2017: https://read.oecd-ilibrary.org/governance/trust-and-public-policy_9789264268920-en#page1). 

Mensen zijn op de proef gesteld bij de financiële crisis toen ze zich grotendeels onbeschermd voelden door politieke autoriteit, door de invloed van tragere economische groei op tewerkstelling en inkomen, door globalisering en banenverlies, maar ook door aanhoudende fenomenen van slecht bestuur, verspillingen, gekibbel en stilstand, door de afwezigheid van overtuigende antwoorden op terrorisme, klimaatvraagstukken, migratiestromen, energie-onzekerheid, globalisering en de opkomst van autoritaire staten – zelfs binnen de Europese Unie. 

            Er zijn twee factoren, aldus de OESO-studie, die vertrouwen bijbrengen: de kunde van onze politieke leiders, en de wijze waarop ze de basiswaarden van onze samenleving toepassen en uitdragen. Als grote competentie blijkt door constant en goed bestuur en als politici tonen dat ze altijd en overal de waarden die ze belijden ook beleven, groeit de sensatie van behoorlijk bestuur, van faire behandeling en van vertrouwen. Beleid moet met faire processen én faire resultaten die werken voor alle burgers, ten dienste staan van de burgers, dat is de essentie van een verkozen mandaat. Laat ons eerlijk zijn, dat is niet de politieke werkelijkheid.

            Burgers voelen zich de speelbal van politieke spelletjes en mediocriteit, van onbekwaamheid en fratsen. De overheid slaagt er niet in haar burgers elementair te beschermen tegen moderne onzekerheden – die van existentiële aard zijn; corona heeft dit op een onthutsende manier naar voor gebracht. Bovenmatige inspanningen van de medische en verpleegkundige wereld hebben veel rechtgetrokken, maar het beleid is te zwak gebleken. Dat kan niet langer ontkend worden, hiervan wegkijken zou misdadig zijn.

            Het OESO-rapport voert aan dat het onthutsend is om te zien dat bedrijven de focus leggen op positieve marketing, die consumentenvertrouwen rond hun producten moet inspireren. In contrast daarmee, aldus de OESO, is vertrouwen helemaal geen actief bestanddeel  van politiek bestuur en beleid. De politiek is dubbelzinnig over zijn product. Het échte product is de onpartijdige representatie van de gehele bevolking met het oog op goed bestuur, efficiënt gebruik van de publieke middelen en vooruitgang. Helaas focussen partijen eerder op een andere doel, puur electoraal winstbejag, berekening van wat hen electorale winst zal brengen. 

            Hoewel die strategie enkel maar achteruitgang oplevert, gaan ze daar koppig mee door. Porter merkt op dat moderne partijstrategieën nu vaak het politieke midden vergeten, en focussen op de extremen die niet dominant zijn in de samenleving, maar wel in de social media. Daarmee maken ze het zichzelf moeilijk of onmogelijk om nog met oplossingen te kunnen komen. Ze leggen zelf de nadruk op politieke verdeeldheid, partijdige argumentatie en blokkeringsstrategieën. Daar zit de grootste bedreiging van onze instituties, en de grootste valkuil voor jonge politici en hun partijen, die fantasmen blijven promoten en daardoor tot impotentie vervallen.

            Burgers hebben recht op een vertrouwenwekkende omgeving. Zij investeren in de politiek met hun stem en met hun centen (die partijen zich nogal enthousiast toe-ëigenen), en ze hebben gelijk daar een grote “return on investment”voor terug te eisen. 450 dagen stilstand zijn het omgekeerde daarvan en ondermijnen de performantie van ons land om de gigantische uitdagingen aan te pakken.

            De politieke retoriek staat in zijn hemd. Tijd voor grondige verandering: onze huidige generatie politici is nog jong, het is nu haar verantwoordelijkheid om deze verandering te initiëren, tenzij ze de stok wil doorgeven aan de extreme partijen van links en rechts die de democratie tenslotte totaal zullen vernietigen.

Prof dr em Leo Neels

CEO Itinera

20 08 2020 Ook gepubliceerd bij http://www.knack.be :

http://www.knack.be/nieuws/belgie/corona-leverde-een-onthutsende-close-up-van-de-bedenkelijke-bestuurskwaliteit-die-ons-land-al-zo-lang-kenmerkt/article-opinion-1631619.html

Trial by Media. Alweer.

                  Er is al veel inkt gevloeid over de dood van Sanda Dia bij zijn zgn. studentendoop bij de studentenclub Reuzegom in december 2018. Vooral ook recent, bij de bekendmaking van de essentiële feiten van de wedersamenstelling tijdens het gerechtelijk onderzoek. De zaak is verzonden naar de Raadkamer die op 4 september moet oordelen over verwijzing naar de strafrechter van een hele reeks leden van Reuzegom, op betichting van “opzettelijke toediening van schadelijke stoffen, onopzettelijke doding en onterende behandelingen.”  Sommige academici richtten hun scherpe pijlen op de KULeuven en Rector Luc Sels, omdat de universiteit in een tuchtprocedure te slap zou hebben gereageerd.

                  Rector Sels heeft in een Open Brief omstandig, helder en sereen zijn standpunt weergegeven (DS 30 juli) op het verwijt van laksheid bij de tuchtrechtelijke beoordeling door de universiteit, die moest oordelen op basis van schaarse beschikbare feiten. Hij verdedigt de universiteit in deze moeilijke omstandigheden met geheven hoofd. Voor wie goed leest met veel nuance, aangegrepen door de volstrekte verwerpelijkheid van de feiten zoals we die nu kennen, en zich bewust van de verregaande normloosheid van de clubleden. Maar ook van de waarden die men in moeilijke omstandigheden moet blijven verdedigen. Al de waarden, die van de zwaar getroffen familie en vrienden van Dia, die van de samenleving en van een universiteit, die van studenten in opleiding – verdacht of niet – en de rechtsstaat.

                  De nuance waarmee hij dat doet gaf volgens sommigen blijk van een gebrek aan empathie voor de nabestaanden. Anderen pleiten voor directe en krachtige maatregelen en honen dat de toenmalige studenten hun studie aan de Universiteit konden afmaken. Het gaat van emotionele reacties tot oproepen tot onmiddellijke zware tuchtrechtelijke sancties.

                  In emotionele rechszaken, zeker die over leven en dood is dit de moderne wetmatigheid. Saillante details krijgen zeer veel persaandacht, profiling van academici of “de elite” gaat door als argument, standrechtelijke executie wordt de norm. Social media zijn in deze sfeer gemakkelijk de galgenvelden van de 21steeeuw, ook sommige media met een professionele redactie maken ruimte voor quasi-oproepen tot standrechtelijke executie. 

                  Het was in die atmosfeer nodig en moedig dat Rector Luc Sels zijn standpunt omstandig uiteenzette, met duiding van de zeer diverse samenhangende elementen en een tijdslijn. Die noopte de Universiteit in dit tragisch en stuitend geval om tuchtrechtelijk op te treden zonder dat tuchtoverheden onderzoeksbevoegdheden hebben en lang voordat het gerechtelijk onderzoek was afgerond. Terecht riep hij op om een proces in de media (“trial by media”) te voorkomen. Dat wordt immers al volop gevoerd. 

Sommige commentatoren zien daarin dan weer een oproep rond het slachtofferschap van de beklaagde studenten die zich in rechte zullen moeten verantwoorden (DM 11 aug.), zelfs met een bizarre analogie naar de na-oorlogse repressie-processen; begrijpe wie kan! Ze hadden ook kunnen overwegen dat de oproep dat de rechterlijke macht de zaak in sereniteit ten gronde kan beoordelen, veel belangrijker is in een rechtsstaat dan wat commentatoren van allerlei slag, die meestal geen enkele kennis hebben van welk dossier de Universiteit destijds tuchtrechtelijk kon beoordelen, noch van het dossier van het gerechtelijk onderzoek, daar nu emotioneel van vinden.

Ingezonden aan De Morgen, niet gepubliceerd.

Leve de rechtsstaat! Ook bij coronabestrijding.

            De coronapandemie heeft verdedigers van utopiëen en dystopiëen ruim geïnspireerd. Recent werd ook het einde van de rechtsstaat uitgeroepen. Het is goed dat er kritische grenswachters van de rechtsstaat zijn, maar de proclamatie van de bananenrepubliek door De Groote en Verelst (Jan De Groote en Karin Verelst, “Wordt corona het einde van de rechtsstaat?” op vrtnws/opinie, 31 juli) is overdreven.

            Wat zeker waar is, is dat we een land zijn van slordige wetgeving, gammele regulering, en wankel beleid. De coronacrisis heeft ons, weer eens, in de spiegel doen kijken van  sukkelachtig beleid, negatie van wetenschappelijke expertise, improvisatie van de bovenste plank en totale politisering (https://www.itinerainstitute.org/wp-content/uploads/2020/07/Coronaplan-Itinera.pdfenhttps://www.youtube.com/watch?v=WrHaAn4bRDU&feature=youtu.be).

Er zijn ook goede zaken, zoals de alerte reactie van de ziekenhuizen en hun bemanning, de vigilantie van de huisartsen, of (zeer vaak toch) de heldere communicatie van virologen en infectiologen. Of nog, de moedige actie van thuiswerkende ouders met hun kinderen, of de relatief snelle introductie van digitaal onderwijs. Politiek en beleidsmatig ageert ons land   middelmatig, maar Belgen zijn creatieve plantrekkers die er het beste van maken. Tientallen initiatieven bewijzen dat weer.

TEN STRIJDE TEGEN DE KARIKATUREN

Terug naar de rechtsstaat. De Groote en Verelst slaan groot alarm naar aanleiding van de avondklok en de verplichte quarantainemogelijkheid, die ze  neersabelen als manifest ongrondwettig. Zou het? Ik durf te betwijfelen dat hun kritiek terecht is – ook al kan het zo zijn (maar dat is niet echt hun argument) dat er links of rechts een kritische aanmerking kan passen bij de motivering van een maatregel. Misschien is de wettelijke grondslag van elke maatregel niet perfect? Niet uitgesloten, maar hun theatrale uitval over de ongrondwettigheid past enkel bij hun karikaturale voorstelling van de maatregelen. 

LEGITIEME BEPERKINGEN AAN FUNDAMENTELE RECHTEN

Grondwettelijke rechten en vrijheden zijn fundamenteel, maar niet absoluut. Ze kunnen beperkt worden met het oog op bepaalde legitieme doeleinden, waarvan volksgezondheid er in elk geval één is.  Beperkingen moeten evenredig zijn; ze mogen niet groter zijn dan noodzakelijk is om het legitieme doel te bereiken, en men moet ernaar streven om een maximum aan vrijheid en rechten te vrijwaren.

De evolutie van de tweede piek van de coronabesmetting rechtvaardigt veel, zoals de auteurs ook terecht aanvoeren. Zeker een samenscholingsverbod, dat net zoals de 1,5-meter-regel of het mondmasker de besmetting tussen personen tracht te beperken. Handhaaf het samenscholingsverbod strikt, zeggen de auteurs, dan is de avondklok niet nodig. Maar de avondklok is net nodig omdat een strikte handhaving van het samenscholingsverbod nu eenmaal niet mogelijk is, de vele verdoken feesten en partijen tonen dat aan. Strikte handhaving zou ongetwijfeld ook een inzet vergen van middelen die buitenproportioneel is.

Ze geven toe dat het samenscholingsverbod geldig is, omdat het verbod het vrij gebruik van de openbare ruimte enkel beperkt;  de avondklok is volgens hen ongeldig  uit zichzelf, omdat ze het gebruik van de publieke ruimte geheel verbiedt, en dus geen vrijheidsbeperking is maar een vrijheidsberoving. Zou het? Net zo goed kan aangevoerd worden dat de avondklok enkel een beperking is van het gebruik van de publieke ruimte gedurende 6,5  van de 24 uur, niet meer dan dat, en op een moment dat we daar in het algemeen al het minst gebruik van maken. Al onze rechten en vrijheden blijven tijdens de avondklok intact, zij het in privatieve ruimten; enkel de vrijheid om te gaan en te staan waar we willen, wordt tijdelijk ingeperkt.

ONWAARSCHIJNLIJKE VRIJHEDEN

Ze gaan zo ver om de avondklok te vergelijken met huisarrest of preventieve gevangenzetting. Preventieve gevangenzetting, zoals bij voorlopige hechtenis, berooft een persoon, onder omstandigheden, van al zijn vrijheden. Dat is met de avondklok helemaal niet het geval. Ze vallen ook de quarantaineverplichting aan na terugkeer uit een als besmet aangemerkt buitenlands gebied, en oordelen dat dergelijke maatregel de vloer aanveegt met alle basisbeginselen van de rechtsstaat, en “een bananenrepubliek waardig” is.

Le ridicule ne tue pas.We genieten onwaarschijnlijke vrijheden, en van elke burger wordt een bijdrage gevraagd om reëel besmettingsrisico te mijden door tijdelijk uit de publieke ruimte weg te blijven indien we mogelijk een besmettingsrisico voor anderen vormen. Dat is in het algemeen al zo; bij terugkeer uit kritieke gebieden legt men een verplichting op. Het is de tegenhanger van een blijvende ruime verplaatsings- en reisvrijheid. Is dat te veel gevraagd ten opzichte van een drama zoals de tweede coronapiek, die op dit ogenblik mogelijk uit de hand loopt?

PLICHTEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

            Hier ontbreekt in hun beoordeling een belangrijk stuk van de rechtsstaat: de plichten en verantwoordelijkheden van eenieder, zowel overheden als burgers. Overheden hadden zeker beter gekund. We hadden na het gestuntel in maart gewenst dat we vandaag performante “tracking and tracing” zouden hebben, met adequate testingen dus zeer selectieve en doelgerichte interventies. Daar zijn we nog niet, onze overheden krijgen het maar niet goed. België, met zijn vele, dikke en dure overheden op zijn smalst…

Maar burgers hebben eigen plichten en verantwoordelijkheden, zo wordt het in de Europese Mensenrechtenconventie – die op dit punt zeker zo belangrijk is als de Grondwet – letterlijk bepaald. Burgerzin is er één van. En wanneer we daar – we zijn Belgen, nietwaar, plantrekkers die denken dat de regels er zijn voor de anderen – niet spontaan performant genoeg in zijn, kunnen maatregelen ons daarbij helpen. Daar is echt niets mis mee. 

Best realiseren we ons allen dat we nu dringend en performant moeten handelen tegen verdere besmetting. Dan wil ik met collega’s De Groote en Verelst de rechtsstaat een keer re-setten, denk maar aan de federale abdicatie van verkozenen, die hun publiek mandaat, dat een opdracht is om te handelen, een lastgeving, verkwanselen.

Want er zijn belangrijker inbreuken dan de imaginaire karikaturen waartegen ze uitrukken… 

BREEK RACISME MET DEBAT

De universiteit van Leuven haalt het standbeeld van Leopold II weg uit haar bibliotheek. Het is een zwaktebod tegenover radicale eisen, omdat precies een universiteit  zoveel meer kan bieden in een correct maatschappelijk debat. Eens waren die beelden bedoeld als hulde aan de toenmalige vorst, inbegrepen zijn koloniale heldendaden. Vandaag staan ze verweesd in de publieke ruimte, als verwijzing naar een besmeurde pagina uit onze geschiedenis en een verwijzing naar periodes waarvan we politiek en ethisch afscheid namen. Bemoeizuchtige koningen met een eigen beleid werden ingekapselde symboolfiguren zonder zeggenschap of eigen beleid. Kolonialisme werd een afgesloten hoofdstuk, dat vandaag huiver inspireert en zeer kritische afstand. 

            Moet alles en iedereen uit het straatbeeld? Er worden ook beelden van Churchill belaagd: zijn beleid in India was bedenkelijk, maar zijn rol in de beëindiging van de tweede Wereldoorlog is wereldklasse. Weg daarmee?! Radicale identitaire polarisatie maakt gevoelens prominent, diskwalificeert personen die belast zijn met een “wit privilege”, en belemmert debat. We hebben betere oplossingen in een democratie.

DE MOEILIJK GESCHIEDENIS

Beeldenstormen zijn zaken die in de geschiedenis voortdurend weerkeren en niet steeds geweldloos verlopen, zoals nu ook bij ons. Het gebeurde om religieuze motieven in onze contreien in de 16deeeuw, en het werd vermeld in geschiedenislessen omdat “onze” rooms-katholieke godsdienst werd aangevallen. De “damnatio memoriae” bestond als bij de Romeinen: de vervloeking van de nagedachtenis, waarbij men afbeeldingen en beelden van keizers die na hun dood in ongenade vielen verwijderde.

            Op het moment van een gewelddadige regimewissel, zoals bij de verdrijving van Hoessein uit Bagdad, kan men zich daar iets bij voorstellen maar in vredestijd en naar aanleiding van een racistisch incident in de USA? Symboliseert een beeld van Leopold 2 het vandaag ingebakken “structureel racisme” van “de” Belgische bevolking, of het “institutioneel racisme” van “het” Belgisch beleid? Is het het onverdraaglijk symbool van ons wit privilege? Het zijn belachelijke proposities. De hamvraag: hoeveel vooruitgang wordt er geboekt met symbolenstrijd en naast-de-kwestie-argument ?

AI AI, DE MOEIZAME GESCHIEDENIS…

            De beeldenvernietiging en -verwijdering is vooral een teken van de moeilijke omgang met de geschiedenis en met de beginselen van de verlichting, in dit geval het gelijkheidsbeginsel. Dat gelijkheidsbeginsel stond al in de Grondwet, maar zijn verwezenlijking is moeizaam. Denk aan stemrecht voor vrouwen dat pas in 1948 ingevoerd werd, terwijl gelijkheid was toegezegd in 1831. Maatschappelijke opvattingen evolueren traag,  dat is eigen aan een democratie waarin we zonder geweld vooruitgang boeken en in goed publiek debat.  En de geschiedenis, we vergaten ze en we leggen er te weinig nadruk op. De Dossinkazerne is een merkwaardige uitzondering, maar dat er een Hannah Arendt-Instituut moest naast komen is veelzeggend over onze problematische omgang met de geschiedenis en onze memorie aan tragische episodes ervan.

Tegen die achtergrond leven we eigenlijk in een soort van apartheidsland, met Joodse, Marokkaanse, Turkse, Congolese, … enclaves. Het is niet eens verkeerd om ook te zeggen: met Vlaamse en Franse taalgebieden. Dat onze politici er federaal niets meer van bakken is veelzeggend; dat is geen racisme, het is onvermogen van behoorlijk publiek debat, ook onder  hoofdzakelijk blanke mensen.

MOEIZAME INCLUSIE IN EEN ULTRADIVERSE SAMEN-LEVING

We zijn er niet goed in geslaagd om personen met andere herkomst goed op te nemen in onze samenleving. Ze worden als burgers behandeld en nemen deel aan de voorzieningen van de verzorgingsstaat, doch op te veel gebieden zijn ze geen volwaardige geïntegreerde leden van onze samen-leving. Veel families blijven geïsoleerd in hun gemeenschappen, kinderen leren niet snel genoeg Frans of Nederlands, ze hebben dan problemen op school en worden schoolverlaters. Met hun beperkte vaardigheden vinden ze geen job. Er is veel welvaartsdeling, maar te weinig aanklampend beleid om van integratie een succesverhaal te maken en een rijkdom voor het land. En zo blijven we sukkelen in de arbeidsmarkt, de huurmarkt en op te veel andere maatschappelijke domeinen. Sommige steden en gemeenten beginnen langzaam wel resultaten te boeken met effectief beleid.

Zijn we “structureel racisten” en zijn we als “autochtonen” met ons “wit privilege” in de onmogelijkheid om de onaanvaardbaarheid van achterstandsbehandeling te bevatten? Dat zijn conversation stoppers,die het debat belemmeren en de oplossingen uitstellen. 

GOEDE CENSUUR BESTAAT NIET

Pluralisme, ruimdenkendheid en openheid voor andere meningen zijn de sterkten van de democratische waarden. Dan moeten we, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens, symbolen van wat in de geschiedenis verkeerd was leren aanvaarden, en de emoties die ze kunnen oproepen of die men erop projecteert kunnen overstijgen. In de democratische samenleving verbieden we geen uitingen op basis van een dictaat van publiek gevoel.

Goede censuur bestaat niet. Zet er open publiek debat tegenover.   Ongetwijfeld is er een bijzonder brede consensus in onze samenleving tegen racisme, maar geweld en censuur zijn de slechtste methodes om een vruchtbaar publiek debat dat vooruitgang kan tot stand brengen, te voeden. De beelden kunnen goede tekens worden van wat we niet meer willen. Maar dan moeten ze wel zichtbaar blijven. Het betere antwoord op bad speech is more speech, niet less speech. Daar heeft de academische en de politieke wereld toch een beter aanbod dan symbolische beeldenverwijdering?

Corona : Rechtsstaat of Willekeur ?

Onze vrijheid om te gaan en te staan waar we willen is nu fors ingeperkt door buitengewone verbodsbepalingen…. je moet je verantwoorden over het essentieel karakter van een verplaatsing, naar zee of naar de kust is niet toegelaten. Je mag niet zien wie je wil wanneer je dat zou willen, je kring wordt nu van overheidswege beperkt. Ook aanraken is verboden, zelfs te dicht komen is sanctioneerbaar. Dat is wennen. Is het ook normaal in een rechtsstaat?

De vrijheidsbeperkingen zijn verantwoord door een dwingend motief van volksgezondheid : de vertraging van de verspreiding van een virus waarvoor we noch een vaccin noch een geneesmiddel hebben. Ze zijn tijdelijk van aard en dergelijke beperkingen moeten in een redelijke verhouding van evenredigheid staan tot een legitiem nagestreefd oogmerk.

MEDIA ALS RAMPTOERISTEN

We ondergaan dat  vrij rustig, met wat gezeur en gemor. Bij elke maatregel volgt een  litanie van gemekker en geneuzel,  een zoektocht naar de gammele formulering, het gaatje voor ons plantrekkerstalent. De media werden de ramptoeristen van dit volksgevoel. We laten ons soms van onze beste en soms van onze kleine kant kennen.

Het zijn wellicht ook de rituelen waarover we beschikken om onze onwennigheid met zulke vrijheidsbeperkingen te uiten. Zou het kunnen dat we onze grote vrijheden misschien beter naar waarde schatten, nu de uitoefening ervan aan flinke beperkingen onderworpen is?

WAT DEED U VORIGE WEEK OP WOENSDAGAVOND?

Sommige debatten gaan over het recht op bescherming van ons privéleven. Onze private zaken gaan niemand aan. Maar op dit ogenblik dus wel: je kan nu namens de overheid gecontacteerd worden omdat je recent vermoedelijk te dicht bij een besmet persoon kan geweest zijn. In een project dat meer kost dan 100 miljoen €, kunnen meer dan duizend “contact tracers” je nu trachten te spreken. Voor je eigen bestwil, dat wel, maar toch ongemakkelijk. Ze zullen het met delicatesse doen, zo werd aangevoerd om het gesprek buiten onze comfortzone te faciliteren.

Dit is geen inbreuk op onze bescherming van het privéleven, al is het ongewoon. Je wordt ingelicht van een potentieel gezondheidsrisico dat je wellicht niet kende of veronachtzaamde, omdat het legitiem oogmerk van de overheid is de verdere uitbraak van het virus te stoppen. Dat mag: zowel de economische welvaart als de volksgezondheid zijn, volgens het Europees mensenrechtenverdrag, legitieme oogmerken die toelaten om tijdelijk de noodzakelijke beperkingen op te leggen aan de bescherming van ons privéleven, uit hoofde van volksgezondheid. Anonieme ‘tracing’ was beter geweest, en door zijn anonimiteit zelfs geen inbreuk. Maar deze inbreuk, met toch persoonlijk en niet-anoniem contact, is ook geoorloofd en moeten we gedogen, in weerwil van de grote bescherming van onze persoonlijke levenssfeer.

LEVE DE DEMOCRATIE, MAAR NIET DE VERKIEZINGEN !

Een andere vrijheid is dat we in een democratie leven, waarin regeringen regeren op basis van het vertrouwen van een parlementaire meerderheid. Dat is nu maar tijdelijk zo, met een federale regering die slechts het vertrouwen geniet van een kleine minderheid in de Kamer, die nog teruggaat op de verkiezingsuitslag van 2014. Het verkiezingsresultaat van 2019 wordt integraal genegeerd door de partijen die wel hun zetels innamen en van de overeenstemmende overdreven overheidsfinanciering genieten.

OF TOCH MAAR LEVE DE PARTICRATIE ?

De partijen die nalaten een effectieve regering te vormen hebben het wel gepresteerd om zgn. “bijzondere machten” te verlenen aan de restregering, die nu besluiten kan treffen die kracht hebben van wet en wetten kunnen wijzigen zonder parlementaire meerderheid. Dat is de triomf van de particratie, die de democratie al buiten werking had gezet en nog slechts beschouwt als een formalisme.

Let wel, “bijzondere machten” kunnen nodig zijn, indien de gewone politieke behandeling van wetgeving onmogelijk is ingevolge een bijzondere crisistoestand. Daarin bevinden we ons nu, vandaar de zgn. volmachten. Maar die zijn indirect wel een forse inperking van onze politieke rechten, wat de partijen sedert de verkiezingen van 26 mei 2019 op volstrekt onverantwoorde wijze en zonder enige verantwoording al deden door te verzaken aan hun plicht om een regering te vormen.

PARLMENT OP HOL!

En, gek genoeg, terwijl er geen federale parlementaire meerderheid is die een gewone regering steunt, maar wel een die tijdelijk de volmachten onderschrijft – begrijpe wie kan ! –  ontstaan nu occasionele parlementaire meerderheden die hun creativiteit botvieren.

Daarmee begaan ze een verdere inbreuk op onze politieke vrijheden, met name door onverantwoordelijkheid. Mocht u als burger het gevoel hebben dat hiermee verkiezingen en burgers belachelijk wordt gemaakt, dan is uw burgerzin, naar mijn overtuiging, nog behoorlijk intact.

En er is meer. Niet alleen stemt men er maar op los. Een uitbreidinkje van ouderschapsverlof hier, een retroactieve verhoginkje van al zeer bijzonder pensioen voor mijnwerkers daar. Of nog, een extra voorkeurbehandeling voor de verkoop van integraal elektrische wagens. Allemaal losse flodders – de belastingbetaler betaalt wel. Onverantwoordelijkheid alom.

PARLEMENTAIRE WILLEKEUR

Laatste van de fratsen: wetten met terugwerkende kracht. Het moet gezegd dat onze regeringen daar ook al een handje van weg hadden, hoewel het rechtsbeginsel dat wetten enkel voor de toekomst kunnen gelden een kern van de rechtsstaat raakt, nl. de rechtszekerheid.

Recht moet voorzienbaar en kenbaar zijn, anders wordt het het omgekeerde: willekeur. Retroactieve wetten verheffen de willekeur tot de norm: plots wordt wat je volkomen wettelijk deed, naderhand onwettig verklaard. Dat is nu het geval met de parlementaire poging om met terugwerkende kracht de ontslagwetgeving te wijzigen.

Voor de toekomst kan men wetten aanpassen, bij voorkeur dan in een gedragen kader van verstandige wijziging van arbeidsreglementering. Er moet, volgens het Grondwettelijk Hof, een onontbeerlijke verantwoording zijn voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang om, desgevallend, wanneer het echt niet anders kan, retroactiviteit toe te kennen aan een wettelijke bepaling.

Nu verlaat men de sfeer van het recht om over te gaan tot die van de willekeur; het is de autoriteit met de hoogste legitimiteit inzake wetgeving die dit veroorzaakt. Degeneratie van het primaat van de politiek, tot het laatste wat ons rest, de afbraak van de rechtsstaat.

We beleven de grootste economische crisis van de naoorlogse periode, waarin de overheid fors intervenieert om met de ondernemers te trachten bedrijven recht te houden en de motor van de welvaartscreatie terug op gang te krijgen. Dat vergt verantwoordelijkheidszin van eenieder, niet in het minst van wie beweert zich in te zetten voor het publiek belang.

 

 

 

Wij worden niet bedreigd door corona, maar door de zwakheden in ons systeem

dubbelinterview met Ivan Van de Cloot in HLN vandaag (tekst Steven Swinnen)

“België is een roestige oldtimer met drie platte banden, het vierde wiel hangt eraf, de motor is geblokkeerd en zeven regeringen zitten achter het stuur.” Corona is een stresstest voor ons land en één van de weinige voordelen van zo’n crisis is dat ze een momentum voor verbetering kunnen zijn. Toch voor wie wil zien. Leo Neels (71) en Ivan Van de Cloot (43) van Itinera vragen een reset. Control-Alt-Delete.

In het volgende verhaal – een beknopte samenvatting van een lang betoog – staan geen namen. Niet dat Leo Neels en Ivan Van de Cloot – algemeen directeur en hoofdeconooom van de denktank Itinera – bang zijn man en paard te noemen. Allesbehalve. Maar het gaat niet om namen. Was dat maar. “Een commissie die wat zondebokken afserveert en de kous is weer af: dat zou het ergst zijn. Los je niets mee op. Wij houden ons doorgaans aan rustige analyses: onafhankelijk, privaat gefinancierd onderzoek en beleidsaanbevelingen. Maar nu moet de vuist op tafel. In een crisis moet je handelen en wij zien een systeemfalen. Besluitvorming ís moeilijk in een democratie, maar ons land is de visie en daadkracht kwijt. Wij krijgen geen deuk meer in een pakje boter.”

Heren, wat is er aan de hand?

Ivan Van de Cloot: “Traagheid. ‘Wordt dit een pandemie?’. Die discussie volg ik sinds eind december op Twitter. Waarop landen zoals Duitsland anticipeerden en een verzekering afsloten: testen ontwikkelen, de productie ervan opschalen en reagentia (de chemische stoffen nodig om te testen, red.) en beschermingsmateriaal inslaan. Wij ontwikkelden wel een test, maar dachten niet: ‘Tiens, in een pandemie slibt de markt dicht’. Erger, onze strategische voorraad met miljoenen maskers – zeer nodig, zo staat te lezen in rapporten geschreven door mensen die nu ook in de experten-groep zitten – waren vernietigd.”

Achteraf praten is makkelijk.

VdCloot (boos): “Daar word ik dus gek van hé. Tijdens de krokusvakantie was ik niet de enige die smeekte om skiërs uit besmette gebieden in quarantaine te houden. ‘Niet nodig, want de wereldgezondheidsorganisatie zegt dat het niet moet’. Waarom laat een land als Tsjechië, dat ook WHO-info krijgt, skiërs uitzieken? Dat is het verschil tussen verantwoordelijkheid nemen en de paraplu trekken. Wij hebben geen nood aan goedweerpolitici die alleen besturen als de zon schijnt. Goed besturen is vooruitzien. Je verwacht dat voorzichtigheid ingebakken is in een land waar het overheidsbeslag 53 procent bedraagt. Maar nee: geen mondmaskers, geen testen en niet de reflex om een pandemie te voorzien. Het is zoals bij onze begrotingen: het zijn niet enkel de cijfers, maar de nonchalance waarmee we met alles omspringen.”

Neels: “Prudentieel denken, daar draait het om. Zijn wij voorzien op grote droogte? Nee, wanneer het te warm wordt, zeggen wij ‘uw gazon niet sproeien’. Maar leggen we bufferbekkens aan? De schepen op de Rijn kunnen nog maar aan halve vracht laden hé. Wat doen we om ons voor te bereiden? Niets. Het is confronterend – als we in de spiegel kijken die Corona ons voorhoudt – dat we de jongste decennia de verantwoordelijkheidscultuur verloren zijn. Heel vaak zegt men: ‘ik ben niet bevoegd’. Uit Azië horen we al maanden dat naast veel testen ook besmettingen opsporen zo belangrijk is. Tracing blijkt hier deels een federale en een gewestelijke bevoegdheid te zijn en komt daardoor niet van de grond. Negen ministers van dit land zijn voor een stukje bevoegd voor gezondheid en onderling is er wantrouwen. Alsof elf voetballers op het veld staan die elkaar tegen de schenen stampen. Zo win je nooit.”

VdCloot: “Wij worden niet bedreigd door Corona, maar door de zwakheden in ons systeem. We weten vaak wel wat we moeten doen, maar toch doen we het niet. Het is al lang duidelijk dat landen die inzetten op contact tracing en mensen in isolatie zetten goede cijfers halen. Wanneer je dan vorige week verneemt dat wij hier nog altijd maar 20 tracers hebben – dezelfde van in januari! – val je toch van je stoel? Pas nu komt er een aanbesteding en sluiten ziekenfondsen en callcenters aan. In elke gemeente zitten al maanden ambtenaren zonder werk, volledig doorbetaald: de toeristische diensten bijvoorbeeld. In nood kunnen zij toch leren contact tracen?”

Twee weken geleden kreeg het bedrijf Sioen opdracht om miljoenen mondmaskers te gaan produceren.

Neels: “En vandaag zegt de staat dat we nog wat geduld moeten hebben voor ons mondmasker (lacht). Kijk naar het onvermogen in tracing met een app. Al heeft zoiets nog onvolmaaktheden: op dit moment denk je toch dat alles kan helpen? Nee, dat verzandt volledig. Van ‘we zijn ermee bezig’ tot ‘er is een probleem met de privacy’. Wel, dat probleem is er dus niet. Maak de tracing apps anoniem, tijdelijk en vernietig na Corona de gegevens. Er ís géén privacy-probleem. En mocht het er toch zijn: in het Europees verdrag van de mensenrechten staat dat er recht is op de bescherming van het privaat leven, maar dat het niet absoluut is en dat het beperkt kan worden bij dwingend belang van volksgezondheid en van economische welvaart. Mag ik opmerken dat de grote massa vandaag allerhande apps die traceren – Waze, Strava, Google, Uber, noem ze maar op – gebruikt?”

VdCloot: “In landen waar leiders het helder uitleggen, installeert de bevolking zo’n app. Maar hier durft de overheid op ons niet te vertrouwen. Dan krijg je ook geen vertrouwen. ‘Ze zijn nuttig, maar we hebben er te weinig: hamster niet en hou ze voor het zorgpersoneel’. Dat had de boodschap over mondmaskers moeten zijn. In plaats daarvan kwam er een verhaal dat het vertrouwen ondermijnt. Wij zijn geen halve imbecielen hé. Kijk naar de lockdown, die we – op wat marginale excessen na – goed naleven.”

Neels: “We zien een zeer gedisciplineerde reactie op die maatregelen die de virologen zeer goed hebben uitgelegd. On-Belgisch bijna. Storend dat er dan keizer-kosters – vooral aan de kust – over straffen beginnen. Dat is ondermijnend voor de attitude die er in grote mate is.”

Hoe komen we deze crisis economisch te boven? 

Neels: “Ik heb al dwaze opstellen gelezen: ‘nu staan ze daar, de mannen van de vrije markt’. Nee, ondernemingen creëren de waarde. Onze economie zal keihard moeten draaien om de uitgaven die we nu maken te compenseren en onze verzorgingsstaat te financieren.”

VdCloot: “We moeten selectief steunen in plaats van het geld rond te strooien. De maatregelen laten het bloed circuleren zodat er geen mensen zonder inkomen vallen. Dat is goed, maar dat is een inkomensbeleid. Dat gebeurt niet fijnmazig genoeg, want sommigen verdienen door de premies plots meer dan anders. Maar de belangrijke keuzes volgen straks. Niet iedereen zal naar z’n vorige job terugkeren. De wereld zal post-corona anders zijn, maar de globalisering zomaar afbouwen, is dom. Het is duidelijk dat we de maakindustrie in medische apparatuur en beschermingsmateriaal best dichter houden, maar zonder mondialisering riskeren wij zonder voldoende voedsel te vallen. Idealiter evolueren we naar een buffereconomie, die bepaalde sectoren steunt bij een nieuwe uitbraak. We moeten los van de defensieve houding. Alle sectoren uitnodigen in een comité en daar louter enveloppes verdelen aan de luide roepers en wie vandaag een belangrijk gewicht in de samenleving heeft, is niet toekomstproof. De achteruitkijkspiegel leert ons niet veel.”

Neels: “Verworven rechten zijn zalig bij gegarandeerde welvaart. Maar die is er niet: soms gaat het goed en soms valt het tegen. We kunnen ons niet blijven beroepen op het verleden. De afgeschermde beroepen zoals ambtenaren, leerkrachten en nog heel wat: zij worden door deze schok niet getroffen. Terwijl andere sectoren crashen. We moeten dat verschil beseffen en solidariteitsmechanismen tussen groepen overwegen. Zeer hoge ambtenarenpensioenen zijn al jaren een dogma. Iedereen die dat heeft, houdt dat natuurlijk graag. Maar dat was compensatie voor lage lonen die nu marktconform zijn. Dat verhaal klopt niet meer. Als we dat goed uitleggen, de overdreven pensioenen gradueel verminderen en bij de jonge ambtenaren starten met een aanvullend pensioen zoals de privé: zoiets moet toch bespreekbaar zijn? De sociale partners – onze reservedemocratie – waren vroeger innovatoren, zij moeten toch ook beseffen dat hun rol vandaag anders is dan vasthouden aan verworvenheden? Wij souperen de welvaart op schuiven de staatsschuld gewoon door naar onze kleinkinderen. Dat is een ongelofelijke schande die niet uit te leggen valt. Toen ik geboren werd, had ik een staatsschuld van 500 euro. Vandaag doen baby’s hun ogen open met een rugzak van 43.000 euro.”

Uit jullie analyse blijkt dat België al voor de pandemie ernstig ziek was.

VdCloot: “Terwijl we denken dat we nog aan de top staan, blinken we uit in middelmatigheid op veel vlakken.”

Neels: “Op onze website volgen wij een dertigtal wereldwijde indexen en die geven hetzelfde beeld: wij zakken uit de kopgroep en landen die hervormen springen op hun sokken over ons. Terwijl ze in Scandinavië, Nederland, Duitsland, Zwitserland, noem maar op, ook niet op goudmijnen stoten. Maar daar is langetermijnvisie en onze politici – oppositie zowel als meerderheid – focussen op de waan van de dag. Het heeft even geduurd, maar de politisering van Corona is begonnen: vermogenstaks, corona-taks, een grotere overheid, een basisinkomen. Het schrijnende is dat dit allemaal losse verhalen zijn. Wanneer hebben wij nog daadkracht gezien? In de jaren tachtig met de devaluatie van Martens en in de jaren negentig met de entree in de euro onder Dehaene, maar dat is wel bijna dertig jaar geleden hé. Wij leven in de meest welvarende regio in de meest herverdelende staat van de OESO-landen en toch blijft de armoede groeien en staan we aan de top bij suïcide bij jongeren.”

Hoe komt dat?

Neels: “Dat communautaire model is uitgeleefd. Ons overheidsapparaat is zeer duur en weinig efficiënt. Het is een optelsom van staatshervormingen die weinig opleverden en goed bestuur hinderen. Door de Europese integratie wordt meer voorgekookt, maar toch is er geen beleidsniveau afgeslankt. Al van ’74 zijn wij provincies aan het afschaffen. De Senaat is al 15 jaar aan het verdwijnen. Er gebeurt niets. Wij hebben een volledige reset nodig. België is een roestige oldtimer met drie platte banden, het vierde wiel hangt eraf, de motor is geblokkeerd en zeven regeringen zitten achter het stuur. Het mandaat van onze premier rust op verkiezingen van 2014. Deze politici zijn erin geslaagd om de stembus van een jaar geleden straal te negeren. Het interesseert mij niet of ze elkaar graag zien: ze hebben een mandaat gekregen om dit land te besturen. Niet om tijd te verprutsen en pietepeuterige veranderingen als heroïsche akkoorden te presenteren.”

Is de complexe staatsstructuur geen verzachtende omstandigheid?

Neels (fel): “Wij hebben dat excuus niet! Kijk naar Zwitserland, daar kennen ze de eerste minister zelfs niet. Da’s daar een beurtrol vanuit de kantons. Dat land is veel complexer: ze spreken vier talen, zitten met die kantons en met het grootste deel van hun grondgebied kunnen ze niks aanvangen. Toch scoren die op alles beter dan wij. Het komt neer op daadkrachtig bestuur. Een mandaat is een opdracht om keuzes te maken en te beslissen. Onze partijen zijn marketingmachines geworden die een mandaat misbruiken om hun herverkiezing voor te bereiden. Dat is absurd. Zij hebben de taak het land beter te maken.”

VdCloot: “Onze politici zijn verjongd, maar talent mag zich niet laten vangen door de wurggreep van de partij. Keer u af van die slechte particratie.”

Neels: “Precies. Bedrijven die handelen ten koste van werknemers, leveranciers, klanten, hun omgeving en zeggen ‘wij willen winst maken en daar moet alles voor wijken’: die gaan verliezen. Dat zie je bij onze politiek toch ook gebeuren? Partijen werken nog maar één doel en dat is zetels winnen en ze slagen er niet in. Alle partijen die niet tot de extremen behoren, krijgen de ene klap na de andere en als ze doorgaan zoals nu, gaan ze als lemmingen naar de afgrond. Ons land heeft een totale reset nodig met een wervend verhaal van diegenen die de samenleving leiden.”

VdCloot: “Onze bevolking verdraagt daadkrachtig beleid dat soms lastige beslissingen vergt. ‘Brussel’ denkt van niet, maar daar gaan de ogen nog open. Politici die doof blijven, zullen snel opbranden.”

Neels: “Door Corona krijgen wij nog een grotere achterstand bovenop de stilstand van de laatste decennia. We onderschatten hoe dat jarenlange falen en het onvermogen om akkoorden te sluiten onze welvaart vandaag bedreigt. Verspil deze crisis en dit momentum dus niet. Maak een noodregering van alle partijen zonder de extremen en voer beleid. Als dit geen noodtoestand is, dan weet ik het niet meer. En laat ons daarna met een wit blad beginnen. We zijn heel kosteninefficiënt. De kosten en de bemanning zijn gigantisch en de output is afwezig. Misschien is het tijd voor een intendant? Iemand die het land kan deblokkeren, zoals bij de onoplosbare dossiers als Oosterweel. Ze lopen niet dik gezaaid, maar iemand die het reilen en zeilen kent en losstaat van de waan van de dag moet nu samen met de jonge generatie op het voorplan treden. Ik weet iemand die het nationale niveau is ontstegen, een goede beurt maakte in Europa en daarvoor geschikt zou zijn.”

VdCloot: “We zouden geen namen noemen, Leo (lacht).”